← De stad tussen twee noten
Inhoudsopgave · hoofdstuk 29 van 32
  1. 1. Een rust van vier tellen
  2. 2. Iemand achter de bank
  3. 3. Een schaal hoort recht
  4. 4. De man zonder soep
  5. 5. De glazen kamer
  6. 6. Het raam dat een deur was
  7. 7. Roos past er ook door
  8. 8. De Hoge Rij
  9. 9. De kortste weg
  10. 10. Waar het warm was
  11. 11. Lea is niet verdwenen
  12. 12. De tafel aan de muur
  13. 13. Twee koffers
  14. 14. De andere kant van Roos
  15. 15. Het afgezaagde stuk
  16. 16. Zeven potten en een raam
  17. 17. Wat er wel klonk
  18. 18. Langs de wind
  19. 19. Thuis is ook ergens
  20. 20. De hangtrap
  21. 21. De verlaten wasruimte
  22. 22. Drie randen
  23. 23. Niet mijn kamer
  24. 24. De dingen die meegaan
  25. 25. Mijn eigen uur
  26. 26. Zonder orgel
  27. 27. De verste rand
  28. 28. De plek tussenin
  29. 29. Waar ik mijn handen hield
  30. 30. Iedereen kan oversteken
  31. 31. De lege plek in de zaal
  32. 32. Een gewone maandag

Hoofdstuk 29 van 32

Waar ik mijn handen hield

Mare wachtte tot Ise antwoord gaf.

Aan de overkant ging een hand omhoog. Lager in De Rand zette Ditte haar voet achter de band die ze vasthield. De man naast haar bukte en haalde het laatste stukje van de oude bevestiging vrij.

Ik legde de lap in mijn hand en pakte de lus weer op.

Hij voelde zwaarder dan daarvoor. Mijn vingers wisten al waar het pijn zou gaan doen. Ik schoof hem langs de ring en hield mijn handen laag, naast de rand in plaats van ervoor.

De lage toon kwam.

Mare keek naar de rand. Het was alsof er licht onder werd geschoven. De donkere naad tussen de stenen rand en de gevel werd breed. De hoek draaide naar buiten. Ik voelde de band opzij trekken en liet hem een stukje langs de ring gaan.

Mare zette haar voet op het eerste vlakke deel. Ze keek er niet meteen voorbij. Ze liet haar gewicht langzaam volgen, met één hand tegen de vaste muur. Haar andere hand lag op de band langs de zijkant.

De toon hield op.

Ik hoorde ergens in de wijk een deur dichtgaan. Toen hoorde ik alleen mijn eigen adem en het korte schuiven van de lus over de steen.

Mare keek naar mij.

Ik hield de lus waar hij was.

De hogere toon trok langs ons heen. Hij kwam lager aan dan ik verwachtte, ergens onder mijn knie. De vrije strook ging verder open. De hoek die eerder onder de overkant was geschoven, draaide nu iets naar buiten.

‘Meer langs de muur,’ zei Mare.

Ik verplaatste mijn handen naar links. Niet veel. Ik voelde meteen dat de ring het gewicht anders ving. De rand vóór haar bleef breder liggen.

Ze liet de vaste muur los.

Ik zag haar hand nog even open in de lucht. Daarna ging hij naar de buitenste band. Ze stapte de bocht om, verder van de muur dan de vorige keer. Haar schouder was niet meer langs de muur te volgen. Ze stond op het stuk dat door de wind gedragen werd.

Ik keek naar haar schoenen.

De eerste stond plat. De tweede draaide een beetje met de rand mee. Ze hield op met lopen. Ik wilde iets roepen, maar ze stak haar hand op. Ik hield mijn mond.

De hoek kwam hoger.

Ik zag de smalle ruimte eronder sluiten. Er kwam geen harde tik. De stenen schoven over elkaar met een schurend geluid. Aan Het Binnenplein trok Ise haar band verder naar binnen. Ditte riep iets vanaf De Rand. Ik verstond alleen het laatste woord.

‘Vast!’

De lage uitloper hield zijn nieuwe richting. De man naast Ditte ging op zijn hurken zitten en trok aan de bevestiging. Ditte zette haar andere voet op de strook. Hij bleef waar hij was.

Mare stond bij de buitenste hoek. Ze kon bij de haak. Ze kon nog niet goed rechtop staan om hem vast te maken.

Ze ging op één knie zitten. Haar hand bleef aan de band. Met haar andere hand pakte ze het uiteinde dat erlangs liep. Het gleed uit haar vingers en viel tegen de stenen.

Mijn armen trokken vanzelf aan.

‘Laag,’ zei ze.

Ik liet mijn handen terugzakken. De hoek bleef op dezelfde hoogte. Ik zette mijn knie steviger tegen de trede, zodat mijn hele lichaam niet met de beweging van mijn schouder meeging.

Mare pakte het uiteinde opnieuw. Ze bracht het onder de haak door. Haar mouw bleef erachter hangen. Ze hield even op en trok haar arm een stukje terug. De stof kwam los.

Ik hoorde de hogere toon uitdoven.

De wind langs mijn gezicht werd zwakker. De rand wilde een klein stukje terug. Ik voelde het in de lus. Ik schoof mijn handen verder langs de muur, tot de band laag tegen de ring lag en niet omhoog kon wippen.

Mare keek naar de bevestiging. Ze trok de band door tot hij strak stond. Daarna bracht ze hem nog een keer om de haak. Ze zette haar voet tegen de rand eronder en leunde achteruit.

Mare maakt haar band bij de verre haak vast; Idris houdt de lage lus op de vaste trap.

Het hield.

Ze bleef nog even zo staan. Haar haar was voor haar gezicht gevallen. Ze schudde het niet weg. Ze keek langs de band naar de plek waar hij aan de rand vastzat.

Toen draaide ze haar hoofd naar mij.

‘Nu die van jou.’

Ik keek naar mijn handen. De lus liep door de ring. Aan de binnenkant hing het vrije uiteinde dat ik tot nu toe alleen had tegengehouden. Ik haalde het verder door, sloeg het om de ring en trok het vast tegen het dubbele stuk.

Mijn vingers waren stijf geworden. Bij de eerste trek gleed de lap ertussen. Ik haalde hem weg met mijn tanden, legde hem op mijn knie en pakte de band opnieuw.

Mare kwam niet terug om het van me over te nemen. Ze hield haar eigen kant vast en keek wat er gebeurde.

Ik trok de knoop aan tot er geen ruimte meer tussen zat. Ik hield nog steeds beide einden vast.

Er klonk geen nieuwe toon.

Ik haalde mijn ene hand los.

De band bleef staan. Ik haalde mijn andere hand los en legde hem plat op de trede. De huid van mijn palm prikte. Ik durfde nog niet te bewegen.

Mare richtte zich langzaam op. Ze bleef bij de haak staan. Aan de andere kant kwam Ise naar de nieuwe aansluiting lopen. Ze zette haar schoen op de brede rand en verplaatste haar gewicht erop. Ik zag hoe Mare naar haar voet keek, precies zoals ik naar die van Mare had gekeken.

Ise ging verder.

Ze liep de hoek om, voorbij de haak. Ze kwam stap na stap dichterbij, terwijl haar hand los langs haar jas hing.

Bij Mare bleef ze staan. Ze pakte haar heel even bij de arm.

Mare draaide haar schouder naar haar moeder toe. Ise streek het haar uit haar gezicht. Daarna keken ze allebei naar mij.

Ik zette één voet op de onderste trede en kwam overeind. Mijn knie wilde niet meteen mee. Ik moest nog even tegen de muur leunen.

Vanaf De Rand hoorde ik mensen. Ik zag Ditte bij de aansluiting staan. De man naast haar liep al een stukje over de nieuwe strook. Hij keek om en stak zijn hand op. Achter hem kwam iemand met een lege mand.

Ik keek naar de plek waar de twee vrije randen eerst langs elkaar heen waren gegaan. Ze lagen niet netjes naast elkaar zoals op een nieuwe straat bij ons thuis. Er zaten hoeken en hoogteverschillen in. Aan de zijkant was een oude richel te zien. Maar de aansluiting bleef dicht.

Er kwam iemand vanaf Het Binnenplein.

Een groene jas.

Ik bleef staan terwijl Roos de bocht naar ons toe nam. Ze had niets in haar handen. Haar haren waren langs haar wangen gewaaid. Ze keek naar de strook onder haar schoenen en toen naar mij.

‘Ik kwam via Ditte,’ zei ze. ‘En het plein.’

Ze liep de laatste stappen tot aan de trap. Toen legde ze haar hand op de lage muur naast mijn schouder.

Ik keek naar haar vingers. Ze waren er echt.

Ze lachte een klein beetje. ‘Mag ik hier even staan?’

Ik ging opzij.

Je kunt ook zonder opgeslagen leesplek lezen.

Naar mijn leesplek

Fabliva op je beginscherm

Heeft je browser een installatieknop? Kies dan App installeren. Je kunt ook het browsermenu openen en kiezen voor Toevoegen aan beginscherm.

Op een iPhone of iPad vind je dit via de deelknop in Safari. Je kunt Fabliva ook gewoon in je browser blijven gebruiken.

Wat kan beter?

Een fout gevonden of een idee? Je hoeft geen naam of e-mailadres in te vullen. Zet geen privégegevens in je bericht.

Je bericht wordt naar Fabliva verstuurd. Gebruik 10 tot 2.000 tekens.