← De stad tussen twee noten
Inhoudsopgave · hoofdstuk 27 van 32
  1. 1. Een rust van vier tellen
  2. 2. Iemand achter de bank
  3. 3. Een schaal hoort recht
  4. 4. De man zonder soep
  5. 5. De glazen kamer
  6. 6. Het raam dat een deur was
  7. 7. Roos past er ook door
  8. 8. De Hoge Rij
  9. 9. De kortste weg
  10. 10. Waar het warm was
  11. 11. Lea is niet verdwenen
  12. 12. De tafel aan de muur
  13. 13. Twee koffers
  14. 14. De andere kant van Roos
  15. 15. Het afgezaagde stuk
  16. 16. Zeven potten en een raam
  17. 17. Wat er wel klonk
  18. 18. Langs de wind
  19. 19. Thuis is ook ergens
  20. 20. De hangtrap
  21. 21. De verlaten wasruimte
  22. 22. Drie randen
  23. 23. Niet mijn kamer
  24. 24. De dingen die meegaan
  25. 25. Mijn eigen uur
  26. 26. Zonder orgel
  27. 27. De verste rand
  28. 28. De plek tussenin
  29. 29. Waar ik mijn handen hield
  30. 30. Iedereen kan oversteken
  31. 31. De lege plek in de zaal
  32. 32. Een gewone maandag

Hoofdstuk 27 van 32

De verste rand

In de windgang rook het nog steeds naar oude zeep.

Ik had gedacht dat ik vandaag iets anders zou merken. Een andere lucht, een geluid dat zei dat we nu echt ergens aan gingen beginnen. Bij de dwarsbalk zat dezelfde donkere plek. Mare boog eronderdoor en trok haar jas recht aan de andere kant.

De deur van de wasruimte gaf mee. We liepen langs de bakken naar buiten. De hangtrap schommelde een beetje langs de gevel, verderop, waar wij hem niet meer nodig hadden.

Mare ging de korte trap af. Ik bleef boven staan tot ze naast de onderste trede was. Ze keek naar de overkant. Er stond iemand bij de deur aan Het Binnenplein. Ik zag Ise's blauwe jas. Ze hield haar handen tegen de muur en keek onze kant op.

Lager, bij De Rand, kwam Ditte uit een doorgang. Er liep een man achter haar. Samen brachten ze een dikke band tot vlak bij hun vrije strook. Hij lag nog tegen de oude rand aan. Ze legden hem klaar en bleven staan.

Ik ging naar beneden. Op de derde trede ging ik op mijn knie zitten. Het voelde vreemd om de plek te herkennen waar ik had geoefend met een lap. Het materiaal in mijn hand was nu hetzelfde als toen. Mijn vingers waren minder rustig.

Mare legde de stof dubbel in de lus. Ze streek de zoom vlak zodat hij niet tussen mijn vingers zou rollen.

‘Zo?’ vroeg ik.

Ze pakte mijn pols en draaide mijn hand een klein stukje. ‘Zo.’

Daarna liet ze los.

Ik trok de lus langs de lage ring. Het gewicht van de rand kwam eraan hangen. Ik schoof mijn andere knie iets verder van de muur zodat ik niet met mijn hele lijf naar achteren hoefde als hij zwaarder werd.

Mare ging op de vaste plek naast de onderste trede staan. De vrije rand lag vóór haar, nog schuin tegen de muur. Aan de overkant zat de haak in het licht. Ise keek er ook naar. Zij stond niet op die uitstulping. Ze stond waar de nieuwe straat bij haar wijk moest komen.

Ik voelde hoe ver het was.

Mare trok haar jas uit. Ze legde hem op de onderste trede, waar hij niet langs de rand kon glijden. Er kwam een gevouwen stukje stof uit haar zak. Ze stopte het terug en drukte de zak dicht.

‘Wat is dat?’ vroeg ik.

‘Een mouw van die jas. Voor Ise.’

Ik knikte. Ze had hem opgevouwen om hem ergens mee naartoe te nemen, zoals iedere andere dag. Hij zat in haar zak terwijl ze hier stond.

Ze keek nog een keer omhoog naar het raam van haar kamer. Ik kon het van hier niet zien. Ik wist wel waar ze keek.

‘We hoeven niet te rennen,’ zei ik.

Ze draaide haar hoofd naar me toe. Haar mond bewoog even alsof ze glimlachte, maar het werd geen hele glimlach.

‘Dat is goed.’

Bij Het Binnenplein stak Ise haar hand op. Lager in De Rand liet Ditte de oude band uit zijn bevestiging komen. Ik zag de strook meteen iets anders gaan hangen. Er viel een dunne schaduw op de muur erachter.

Ik keek naar Mare. Zij knikte.

Uit de richting van Peks huis kwam de lage toon.

Hij streek langs de stenen voor mijn knieën. In de ring voelde ik een lichte trilling. Het was niet zo hard als het orgel geweest was, niet zo breed. Ik kon er bijna de werkplaats in horen: hout, de plank van de balg en lucht die op één plek ergens doorheen moest.

Mare zette haar hand tegen de vrije rand. Ze duwde hem niet op. Ze volgde hoe hij van de gevel afkwam.

De lage toon hield op.

Ik hoorde iemand roepen, lager in De Rand. Daarna kwam de hogere toon. De losse strook vóór Mare draaide naar buiten. Het materiaal onder mijn vingers trok warm door de lap.

Ik hield vast.

De rand zakte verder. Niet naar beneden waar ik heen wilde kijken, maar schuin langs de open ruimte. De hoek van Het Binnenplein leek dichterbij te komen. Er was nog afstand tussen de twee stukken. Ik kon er een deur doorheen zien die even zichtbaar was en toen achter de rand verdween.

Mare zette één voet naar voren, op het deel dat al tegen de vaste plek naast de trap lag.

Ik stopte met ademhalen.

‘Idris,’ zei ze.

Ik keek naar haar hand. Ze wees naar de lus. Ik had hem ongemerkt omhooggetrokken.

Ik liet mijn handen een beetje zakken. De ring ving weer een deel van het gewicht op. Mare keek naar haar voet, verplaatste hem een klein stukje en ging met haar andere been erbij staan.

De rand droeg haar.

Aan de overkant trok Ise de band naar haar eigen muur. Bij De Rand kwam een tweede strook vrij. De drie vormen bewogen tegelijk. Ze lagen nog niet op elkaar. Er was veel meer te zien dan ik met één blik kon volgen.

Ik keek naar Mare.

Zij keek naar de brede plek tussen ons en de haak. Toen pakte ze de band langs de zijkant en begon te lopen.

Je kunt ook zonder opgeslagen leesplek lezen.

Naar mijn leesplek

Fabliva op je beginscherm

Heeft je browser een installatieknop? Kies dan App installeren. Je kunt ook het browsermenu openen en kiezen voor Toevoegen aan beginscherm.

Op een iPhone of iPad vind je dit via de deelknop in Safari. Je kunt Fabliva ook gewoon in je browser blijven gebruiken.

Wat kan beter?

Een fout gevonden of een idee? Je hoeft geen naam of e-mailadres in te vullen. Zet geen privégegevens in je bericht.

Je bericht wordt naar Fabliva verstuurd. Gebruik 10 tot 2.000 tekens.