← De stad tussen twee noten
Inhoudsopgave · hoofdstuk 26 van 32
  1. 1. Een rust van vier tellen
  2. 2. Iemand achter de bank
  3. 3. Een schaal hoort recht
  4. 4. De man zonder soep
  5. 5. De glazen kamer
  6. 6. Het raam dat een deur was
  7. 7. Roos past er ook door
  8. 8. De Hoge Rij
  9. 9. De kortste weg
  10. 10. Waar het warm was
  11. 11. Lea is niet verdwenen
  12. 12. De tafel aan de muur
  13. 13. Twee koffers
  14. 14. De andere kant van Roos
  15. 15. Het afgezaagde stuk
  16. 16. Zeven potten en een raam
  17. 17. Wat er wel klonk
  18. 18. Langs de wind
  19. 19. Thuis is ook ergens
  20. 20. De hangtrap
  21. 21. De verlaten wasruimte
  22. 22. Drie randen
  23. 23. Niet mijn kamer
  24. 24. De dingen die meegaan
  25. 25. Mijn eigen uur
  26. 26. Zonder orgel
  27. 27. De verste rand
  28. 28. De plek tussenin
  29. 29. Waar ik mijn handen hield
  30. 30. Iedereen kan oversteken
  31. 31. De lege plek in de zaal
  32. 32. Een gewone maandag

Hoofdstuk 26 van 32

Zonder orgel

De vrachtwagen stond er al toen we naar school gingen.

Hij nam de helft van de straat in. Er stonden twee mannen bij de open achterkant. De één hield een dikke deken vast, de ander wees naar de stoep waar nog ruimte was. Lea kwam uit het centrum met haar tas onder haar arm. Ze stak haar hand naar ons op en liep verder naar de mannen.

Roos stopte bij de fietsenrekken. Ze keek naar de lege plek achter in de wagen.

‘Vandaag dus,’ zei ze.

Ik knikte. Ik had iedere dag geweten dat het vrijdag zou worden. Nu het vrijdag was, leek dat onvoldoende voorbereiding.

We liepen door. Bij de hoek keek ik om. Er werd een lange plank op twee bokken gelegd. Iemand trok er een doek overheen.

Op school zat ik tijdens de eerste les met mijn voet om een stoelpoot geklemd. Ik merkte het pas toen ik hem los wilde maken om op te staan. Mijn schoen bleef even haken. Ik moest mijn voet draaien voordat ik kon lopen.

Roos wachtte niet tot ik mijn spullen helemaal had opgeborgen. Ze ging zelf ook eerst naar huis. We hadden afgesproken daarna bij de voordeur van het centrum te zijn.

Ik at een boterham aan het aanrecht. Mijn vader vroeg hoe laat ik terug zou komen. Ik zei dat ik het nog niet wist. Hij keek naar me, en ik gaf alsnog een tijd waarvan ik dacht dat die kon.

‘Als het anders wordt, laat je het weten.’

Ik knikte. Ik pakte mijn koffer en mijn jas. Ik stopte ook mijn fles in mijn tas, met de dop deze keer goed vast.

Toen ik bij het centrum kwam, stond Roos al op de stoep. Ze had een zakje in haar hand en een opgerolde tekening onder haar arm. De vrachtwagen stond er nog. Er lagen nu ingepakte delen in, vastgezet tegen de zijkant.

Nora deed de deur voor ons open. Ze wees dat we even achter de balie moesten wachten terwijl er iemand met een kar voorbijging. Op de kar lag iets onder een blauwe doek. Het gleed langzaam langs ons heen naar buiten. De man erachter vroeg of zijn kant vrij was. Nora antwoordde en hield de deur verder open.

Daarna konden we naar de zaal.

Ik zag de lichte afdruk op de vloer eerder dan de lege hoek.

Het orgel stond er niet meer. Er lagen nog doeken en een paar gereedschappen. Aan de wand zag je een rand waar geen stof had kunnen komen. De pijpen die ik eerst boven het hout had zien glanzen, waren weg. Het podium leek groter en tegelijkertijd minder ergens voor bedoeld.

De koperen boog zat in de wand naast de bank. Hij had niet aan het instrument vastgezeten. Nu zag je hem zonder dat je je hoofd langs het hout moest steken.

Ik zette mijn dichte koffer op de stoel.

Idris zet zijn gesloten klarinetkoffer neer in de zaal waar het orgel is weggehaald.

Roos legde haar tekening ernaast. Ze keek naar de boog. Er was nog niets achter te zien. Ik hoorde Lea met iemand in de gang praten over een laatste onderdeel.

Toen kwam er uit het koper een lage trilling.

Hij was zachter dan het orgel was geweest. Er kwam een stilte tussen. Daarna klonk de hogere toon. Het licht verschoof. Achter de rand stond het blauwe huis.

Mare kwam over de straat naar ons toe.

‘Pek is bezig,’ zei ze.

Roos pakte haar tekening en stapte door de boog. Ik pakte mijn fles uit mijn tas en volgde. De koffer bleef dicht op de stoel staan.

De stad was stil op een andere manier dan op onze eerste middag. Je hoorde meer losse dingen. Een deur die tegen zijn kozijn tikte. Een stem achter een raam. Het water bij de goot waar de man met zijn bezem had gestaan.

Mare bracht ons naar De Hoge Rij. Er was wind genoeg om de bekende vrije oversteek te gebruiken, maar de losse hoek bij de andere aanloop bleef langs zijn muur liggen. Ik zag het nu zonder te wachten tot iemand het aanwees: de randen vonden niet vanzelf allemaal dezelfde richting.

Bij Pek stond de deur open. Er waren meer mensen dan op de andere dagen. Ditte stond met haar handen op de leuning. Ze had haar schort afgedaan. Ise was aan de andere kant van de galerij met iemand aan het praten. Mare liep naar haar toe en zei iets zachts.

Pek zat bij de balg. Hij hield op met drukken toen we aankwamen. De toon viel weg. Roos zette het zakje op de werkbank. Er zaten broodjes in. Ze legde er haar tekening naast en wees op een klein stukje vleugel dat ze anders had getekend.

Pek keek, knikte en schoof het vel opzij zodat er geen gereedschap op kon vallen.

‘Kun jij hier even?’ vroeg hij. Hij wees naar de kruk bij de balg.

Roos ging zitten en zette haar voeten stevig neer. Ze trok de bovenste plank langzaam omhoog. Pek hield zijn hand bij de aansluiting en keek of alles vrij lag. Daarna liet hij haar weer loslaten.

Ik bleef in de deuropening. Buiten de wijk kon ik het glas niet meer zien. Dat was er al een paar dagen niet, maar vandaag leek iedereen nog een keer te controleren wat wel op zijn plek stond.

Mare kwam terug. Ze had de doek voor mijn handen in haar jaszak. Er stak een klein hoekje uit.

‘We gaan,’ zei ze.

Ik knikte. Ik nam nog een slok water en zette de fles naast de deur. Ik wilde hem niet aan mijn pols hebben als ik de lus moest vasthouden.

Roos keek op van de balg.

‘Tot zo,’ zei ze.

‘Ja.’

Ik keek naar haar handen. Ze lagen rustig op de bovenste plank. Ze had woensdag al gevoeld hoe je hem liet vullen. Nu wachtte ze tot er echt lucht nodig was.

Mare liep de galerij af. Ik ging naast haar, tot de straat te smal werd en we achter elkaar moesten lopen.

Achter ons werd Peks deur een stukje verder opengezet. Verderop trok iemand een raam dicht. Ik hoorde de grendel nog, heel helder tussen de huizen.

Je kunt ook zonder opgeslagen leesplek lezen.

Naar mijn leesplek

Fabliva op je beginscherm

Heeft je browser een installatieknop? Kies dan App installeren. Je kunt ook het browsermenu openen en kiezen voor Toevoegen aan beginscherm.

Op een iPhone of iPad vind je dit via de deelknop in Safari. Je kunt Fabliva ook gewoon in je browser blijven gebruiken.

Wat kan beter?

Een fout gevonden of een idee? Je hoeft geen naam of e-mailadres in te vullen. Zet geen privégegevens in je bericht.

Je bericht wordt naar Fabliva verstuurd. Gebruik 10 tot 2.000 tekens.