← De stad tussen twee noten
Inhoudsopgave · hoofdstuk 13 van 32
  1. 1. Een rust van vier tellen
  2. 2. Iemand achter de bank
  3. 3. Een schaal hoort recht
  4. 4. De man zonder soep
  5. 5. De glazen kamer
  6. 6. Het raam dat een deur was
  7. 7. Roos past er ook door
  8. 8. De Hoge Rij
  9. 9. De kortste weg
  10. 10. Waar het warm was
  11. 11. Lea is niet verdwenen
  12. 12. De tafel aan de muur
  13. 13. Twee koffers
  14. 14. De andere kant van Roos
  15. 15. Het afgezaagde stuk
  16. 16. Zeven potten en een raam
  17. 17. Wat er wel klonk
  18. 18. Langs de wind
  19. 19. Thuis is ook ergens
  20. 20. De hangtrap
  21. 21. De verlaten wasruimte
  22. 22. Drie randen
  23. 23. Niet mijn kamer
  24. 24. De dingen die meegaan
  25. 25. Mijn eigen uur
  26. 26. Zonder orgel
  27. 27. De verste rand
  28. 28. De plek tussenin
  29. 29. Waar ik mijn handen hield
  30. 30. Iedereen kan oversteken
  31. 31. De lege plek in de zaal
  32. 32. Een gewone maandag

Hoofdstuk 13 van 32

Twee koffers

Donderdag stonden er twee koffers in de hal. Mijn eigen koffer had ik vast. De andere stond open op de vloer, met een plank eronder tegen het omvallen.

Lea knielde erbij. Ze had haar haar vastgebonden en een klein rolletje leer naast haar knie gelegd. Nora hield een deur open met haar voet. Er kwamen steeds mensen binnen die nergens een instrument voor nodig hadden en toch even naar de spullen keken.

‘Zullen we naar de zaal gaan?’ zei Nora.

We droegen de grote koffer samen. Roos pakte één handvat en ik het andere. Er zat meer in dan alleen pijpen. De koffer hing een beetje naar mijn kant. Ik probeerde dat te verhelpen door harder omhoog te tillen. Roos zei dat ik dan ook iets langzamer moest lopen.

In de zaal zette Lea hem op de vloer. Ze legde een zachte doek op de bank en haalde er twee houten pijpen uit, één langer dan de andere. Ze hadden aan de onderkant een smal stukje waar de lucht in moest. Ik ging met mijn eigen koffer op een stoel zitten.

‘Ik heb ze nagekeken,’ zei Lea. ‘En dit kan erbij.’

Ze haalde een opgevouwen balg tevoorschijn. Er zat een plank aan de boven- en onderkant. Het leer ertussen vouwde op als je ze naar elkaar toe bewoog. Ze schoof een slangetje over een aansluiting en liet zien waar de lucht eruit kwam. Roos hield haar hand ervoor en trok haar vingers een beetje krom toen Lea drukte.

Ik zette mijn klarinet in elkaar. Nora schoof de bank bij de boog opzij. Er stond niemand aan de andere kant, alleen de straat. Hij werd zichtbaar toen ik de twee tonen speelde. Ze kwamen er beter uit dan dinsdag. Ik vond dat niet zo'n passende verbetering.

Mare kwam pas toen Nora haar naam riep. Ze liep vanaf het blauwe huis naar ons toe. Ze had twee kleine planten bij zich. Er lag een vochtige doek over de wortels.

‘Ik ben Lea,’ zei Lea.

Mare knikte en vroeg of ze de pijpen mocht bekijken. Lea legde ze dichter bij de rand en ging er zelf bij zitten. Mare zette één plant op de steen naast haar en pakte de lange pijp voorzichtig op.

Ik legde mijn klarinet op de bank. Er kwam geen wind meer uit. De straat bleef zichtbaar door de opening.

Lea vroeg wie de opstelling ging maken. Mare noemde Pek. Ze vertelde wat hij al had geprobeerd en wees in de richting van De Hoge Rij. Lea kon hem vanaf de zaal niet zien. Mare ging met haar voet op de rand staan en draaide zich zodat ze kon aanwijzen waar het pad begon.

‘Niet zo,’ zei Lea. ‘Zet eerst je planten weg.’

Mare legde de pijp terug, pakte haar plant weer op en zette ze allebei onder het afdak. Ik kende die plek. Mijn klarinet had er liggen wachten terwijl ik ergens een kamer had laten verdwijnen.

Lea hield de lange pijp tegen haar knie en wees naar de onderkant.

‘Hier moet de lucht in. De pijp moet vast staan. Anders ben je alleen maar dingen aan het tegenhouden terwijl je probeert te luisteren.’

Ze liet de balg een stukje omhoogkomen en drukte de planken weer naar elkaar toe. Er kwam een toon uit de pijp. Hij was niet heel hard. Ik voelde hem toch tegen het hout van de bank, vlak bij mijn hand.

Daarna deed ze hetzelfde met de andere. Een hogere toon. Ze liet de lucht helemaal wegvallen voor ze de slang losmaakte.

Mare keek naar de straat achter zich. Er bewoog ergens een losse rand langs de muur. Hij zakte een stukje omlaag en bleef weer hangen. Het was geen weg.

Lea zag het ook. Ze bleef er even naar kijken. Toen draaide ze zich naar Mare.

‘Die moeten jullie dus allebei kunnen bedienen. Niet tegelijk, maar na elkaar, met lucht genoeg om de toon niet meteen te verliezen. Ik kan de aansluitingen meegeven. Waar jullie ze neerzetten, weet ik niet. Ik ken jullie straten niet.’

Ik keek naar Nora. Ze stond met haar armen over elkaar bij de bank.

‘Kan dat orgel niet langer blijven?’ vroeg ik.

Ik wist dat ik het vroeg terwijl de andere spullen nog voor ons lagen. Dat maakte het niet minder aantrekkelijk om het toch te zeggen.

Nora schudde haar hoofd. ‘De verhuizing gaat volgende week door. Dat is met de andere zaal afgesproken. Ik kan hier wel de ruimte rond de boog vrijhouden. En Lea kan zorgen dat dit goed materiaal is.’

Mare streek met een vinger langs de rand van de lange pijp. Ze keek er niet naar alsof het slecht nieuws was dat hij niet alles vanzelf deed. Ze wilde weten hoe ze de balg neer kon zetten zonder dat hij weggleed.

Lea pakte het rolletje leer. Ze trok het open en legde de twee planken erop. Daarna schoof ze er iets tegenaan. Nu hoefde ze niet meer met haar knie alles op zijn plaats te houden.

‘Zo zou je kunnen beginnen. Maar niet los op de rand van een tafel. Hij moet ergens vast kunnen.’

Roos ging op haar hurken zitten. Zij begreep meteen welke plank je moest bewegen. Ik ging naast haar zitten en hield de lange pijp vast terwijl Lea er een doek om legde. Er kwam een houten krat naast. De pijpen pasten erin zonder dat ze op hun smalle onderkanten leunden.

Mare tilde de balg op. Ze keek even verbaasd naar het gewicht. Daarna ging ze met haar schouder tegen de boogrand staan en gaf hem aan Roos door. Roos zette hem aan de andere kant neer. Ze stapte zelf ook door de opening.

Lea legde haar hand op het koper en keek hoe Roos de spullen verder van de rand zette.

‘Ik haal eerst hulp,’ zei Mare.

‘Wij kunnen dragen,’ zei ik.

Het was eruit voordat ik wist of ik het wilde doen.

Mare keek naar mij. ‘Dan moeten we naar Pek.’

Ik knikte.

Lea legde de laatste aansluiting in de krat. Ze schreef op een stuk doek welke kant boven moest blijven. Geen heel verhaal, alleen genoeg om niet met een pijp op zijn kop te beginnen. Daarna vroeg ze hoe ze kon horen of er iets niet goed ging. Nora zei dat ze dat via haar kon laten weten.

Mare bedankte Lea. Ze pakte de lege plantenpot die onder het afdak stond en schoof hem opzij zodat we er met de krat langs konden.

Ik had mijn eigen koffer nog niet dichtgedaan. Ik ging terug naar de stoel om hem op te bergen. Het kostte me langer dan nodig was. Terwijl ik de stukken op hun plek legde, hoorde ik Roos en Mare in de straat praten over de makkelijkste manier om de balg te dragen.

Ze hadden de wind nog nodig. Ze hadden alleen niet op mij gewacht om te beginnen.

Je kunt ook zonder opgeslagen leesplek lezen.

Naar mijn leesplek

Fabliva op je beginscherm

Heeft je browser een installatieknop? Kies dan App installeren. Je kunt ook het browsermenu openen en kiezen voor Toevoegen aan beginscherm.

Op een iPhone of iPad vind je dit via de deelknop in Safari. Je kunt Fabliva ook gewoon in je browser blijven gebruiken.

Wat kan beter?

Een fout gevonden of een idee? Je hoeft geen naam of e-mailadres in te vullen. Zet geen privégegevens in je bericht.

Je bericht wordt naar Fabliva verstuurd. Gebruik 10 tot 2.000 tekens.