← De stad tussen twee noten
Inhoudsopgave · hoofdstuk 24 van 32
  1. 1. Een rust van vier tellen
  2. 2. Iemand achter de bank
  3. 3. Een schaal hoort recht
  4. 4. De man zonder soep
  5. 5. De glazen kamer
  6. 6. Het raam dat een deur was
  7. 7. Roos past er ook door
  8. 8. De Hoge Rij
  9. 9. De kortste weg
  10. 10. Waar het warm was
  11. 11. Lea is niet verdwenen
  12. 12. De tafel aan de muur
  13. 13. Twee koffers
  14. 14. De andere kant van Roos
  15. 15. Het afgezaagde stuk
  16. 16. Zeven potten en een raam
  17. 17. Wat er wel klonk
  18. 18. Langs de wind
  19. 19. Thuis is ook ergens
  20. 20. De hangtrap
  21. 21. De verlaten wasruimte
  22. 22. Drie randen
  23. 23. Niet mijn kamer
  24. 24. De dingen die meegaan
  25. 25. Mijn eigen uur
  26. 26. Zonder orgel
  27. 27. De verste rand
  28. 28. De plek tussenin
  29. 29. Waar ik mijn handen hield
  30. 30. Iedereen kan oversteken
  31. 31. De lege plek in de zaal
  32. 32. Een gewone maandag

Hoofdstuk 24 van 32

De dingen die meegaan

Op woensdag lag er een deken op de galerij van De Hoge Rij. Er stond een mand op, een pot met een scheve plant en het paardje van Tobbe.

Hij wilde het paardje meenemen naar Ise. Mare vroeg hoe hij er dan de hele week zonder ging slapen. Tobbe pakte het van de deken af en hield het stevig tegen zich aan.

‘Dan deze niet,’ zei hij.

Mare knikte. Ze liet hem verder kijken naar wat er wel ging.

Ise kwam de trap op met lege handen. Ze zag de mand en de plant. Ze vroeg of die niet beter bij het lichte raam konden blijven. Mare wees naar een paar kleine blaadjes onder de rand. Ze wilde hem zelf bij haar moeder kunnen bekijken.

Ze overlegden zacht. Ik stond ver genoeg om de woorden niet te verstaan en dichtbij genoeg om te zien dat Ise haar schouder even tegen Mares schouder zette.

Roos kwam achter me aan. Ze droeg mijn lege fles, die ik beneden bij de boog had laten staan. Ze gaf hem aan me zonder iets te zeggen. Er zat een krul draad om de dop. Ik haalde hem los en stopte hem in mijn zak.

Pek stond in zijn deuropening. Hij had de balg op dezelfde lage bank vastgezet. De pijpen stonden erboven, stevig tegen het hout, met genoeg ruimte om de kleppen te bewegen. Hij liet zien waar hij kon zitten zonder steeds op te moeten staan om iets recht te leggen.

Roos ging naast hem op de kruk zitten. Ze pakte de bovenste plank van de balg en trok hem rustig omhoog. Pek legde zijn hand bij de aansluiting. Hij liet haar voelen waar de lucht langs kon gaan als je te snel drukte.

Ik keek even mee. Daarna ging ik naar Mare, die een brede strook stof opvouwde.

‘Die is voor je handen,’ zei ze.

‘Dank je.’

We liepen achter de huizen langs naar de wasruimte. Roos bleef bij Pek. Ze wilde zien hoe de vogel bewoog als je het koord niet helemaal aantrok. Hij had haar tekening op de werkbank gelegd, naast het echte ding. Ik ging weg zonder te vragen hoe lang ze bleef.

Bij de wasruimte namen we de korte trap naar de lus. Mare wees naar de lage ring naast de derde trede.

Ik ging met één knie op een vaste trede zitten en pakte de lus op. De rand kwam een beetje van de muur. Ik hield hem laag, op de plek waar ik hem de vorige keer had vastgehad.

Mare schudde haar hoofd. ‘Als je zo trekt, komt hij naar jou toe.’

Ze pakte de andere kant vast. Ze liet me zien hoe de lus langs de ring kon lopen. Nu hoefde ik hem niet met mijn handen uit de richting te houden. De steen ving een deel van het gewicht op. Ik voelde nog steeds dat de rand eraan hing, maar hij trok niet meer recht aan mijn schouder.

‘Hier blijven,’ zei ze. Ze legde haar hand op de trede bij mijn knie. ‘Niet achteruit omhoog lopen als het zwaar wordt.’

Ik knikte. Aan de binnenkant van de lus hing een los uiteinde. Als de rand goed lag, konden we dat door de ring vastmaken.

Mare ging op het platte stuk naast de onderste trede staan. Vanaf daar kon ze de eerste hoek aanraken. Hij lag in stilte te ver van de andere kant om erop te gaan staan. Ze pakte de band die erlangs liep en liet zien waar de verre aansluiting zat.

‘Als hij ligt, moet ik daar komen.’

Ik keek. Er stak een haak uit de hoek van de muur. Er lag een brede strook steen onder, aan de buitenkant van Het Binnenplein.

Mare liet de band los en stapte weer op de vaste plek naast de trap.

‘Tot hier kan ik terug,’ zei ze.

Ik liet de lus zakken tot de rand weer tegen de gevel rustte.

Mare pakte de strook stof die ze had meegenomen. Ze legde hem dubbel op de plek waar mijn vingers om het ruwe materiaal heen moesten. Het was iets heel gewoons, een lap met een dikke zoom. Toch was ik er blijer mee dan met de woorden dat ik het wel kon.

We liepen terug naar Pek.

Op de galerij was de deken leeg. Tobbe liep met zijn paardje langs de muur. Hij liet het over een voeg rijden en tilde het op voordat het wiel weer vast kon komen te zitten.

Ise was terug naar Het Binnenplein. De mand en de plant waren mee. Mare ging haar huis in om een schone jas te pakken. Ik bleef bij Peks deur staan.

Roos kwam naar buiten. Ze had de tekening onder haar arm. Ik vroeg of ze vrijdag kwam.

‘Ja,’ zei ze. ‘Maar ik ga niet over die hangtrap.’

‘Dat hoeft ook niet.’

Ze keek naar mijn handen. Er zat een donkere streep van de lus op één vinger. Ik veegde er niet overheen. Hij ging er straks wel af.

Roos stopte haar tekening in haar jas en liep met me mee naar de trap. De deken hing over de leuning te drogen.

Je kunt ook zonder opgeslagen leesplek lezen.

Naar mijn leesplek

Fabliva op je beginscherm

Heeft je browser een installatieknop? Kies dan App installeren. Je kunt ook het browsermenu openen en kiezen voor Toevoegen aan beginscherm.

Op een iPhone of iPad vind je dit via de deelknop in Safari. Je kunt Fabliva ook gewoon in je browser blijven gebruiken.

Wat kan beter?

Een fout gevonden of een idee? Je hoeft geen naam of e-mailadres in te vullen. Zet geen privégegevens in je bericht.

Je bericht wordt naar Fabliva verstuurd. Gebruik 10 tot 2.000 tekens.