← De stad tussen twee noten
Inhoudsopgave · hoofdstuk 21 van 32
  1. 1. Een rust van vier tellen
  2. 2. Iemand achter de bank
  3. 3. Een schaal hoort recht
  4. 4. De man zonder soep
  5. 5. De glazen kamer
  6. 6. Het raam dat een deur was
  7. 7. Roos past er ook door
  8. 8. De Hoge Rij
  9. 9. De kortste weg
  10. 10. Waar het warm was
  11. 11. Lea is niet verdwenen
  12. 12. De tafel aan de muur
  13. 13. Twee koffers
  14. 14. De andere kant van Roos
  15. 15. Het afgezaagde stuk
  16. 16. Zeven potten en een raam
  17. 17. Wat er wel klonk
  18. 18. Langs de wind
  19. 19. Thuis is ook ergens
  20. 20. De hangtrap
  21. 21. De verlaten wasruimte
  22. 22. Drie randen
  23. 23. Niet mijn kamer
  24. 24. De dingen die meegaan
  25. 25. Mijn eigen uur
  26. 26. Zonder orgel
  27. 27. De verste rand
  28. 28. De plek tussenin
  29. 29. Waar ik mijn handen hield
  30. 30. Iedereen kan oversteken
  31. 31. De lege plek in de zaal
  32. 32. Een gewone maandag

Hoofdstuk 21 van 32

De verlaten wasruimte

De andere ingang zat achter een rij lege manden.

We gingen terug door de windgang en een kort trapje af. Mare schoof de manden opzij. Achter de laatste zat een lage deur. De klink ging omlaag, maar onderaan bleef het hout vastzitten tegen een opstaande plank.

‘Til jij hem een beetje op,’ zei Mare.

Ik pakte de klink en de bovenrand vast. Terwijl ik tilde, duwde Mare de plank met haar schoen omlaag. De deur schuurde open.

Er hing een koude geur in de kamer.

Het was geen kelder. Door een raam viel een lange strook licht naar binnen. Er stonden bakken langs de muur, en op de vloer lagen dikke houten latten zodat je niet in het water hoefde te staan. De meeste waren nog heel. Eén lag schuin over een ander, met een donkere plek waar een rand was afgebroken.

We gingen over de latten langs de muur. Er drupte water uit een goot. Op een bak lag een oude borstel, met de haren plat naar één kant.

‘Hier werd vroeger ook gewassen,’ zei Mare. ‘Nu beneden. Daar is meer ruimte.’

Aan de overkant zat de deur die we vanaf de hangtrap hadden gezien. Eén lat op onze weg was half afgebroken. Mare wees ernaar en stapte erlangs, op het hout naast de bak. Ik volgde haar.

We tilden samen de houten dwarslat voor de buitendeur uit zijn steunen en legden hem op de lege bak.

Toen Mare de deur openduwde, trok de wind er meteen aan. Hij sloeg tegen de muur. Ik stak mijn hand uit om hem tegen te houden en trok hem weer in voordat mijn vingers tussen het hout en de muur kwamen.

Mare ging met haar rug tegen de deur staan. ‘Eerst kijken.’

Buiten lag een brede stenen uitstulping. Hij liep om de hoek van het huis heen. Aan de rand stond een lage muur. Daarachter was ruimte. Niet een straat die je eenvoudig even overstak. Ik zag een gevel op een andere hoogte en een dak dat in de schaduw lag.

Ik ging naast Mare staan.

De hangtrap kwam verderop uit op hetzelfde brede stuk. Van dichtbij zag ik dat de onderste band niet alleen gedraaid was. Een ring in de gevel was naar beneden gezakt, waardoor het hele ding scheef hing.

Mare keek ernaar en draaide zich toen weg. Aan de andere kant lag de buitenrand van de wijk. Het was geen nette lijn. Er staken stukken uit, er waren gaten tussen en op één plek liep een smalle trap naar een lagere overloop.

Ik liep tot aan de lage muur. Mijn hand gleed over de bovenkant. Er groeide mos waar water in de voegen bleef staan. Een oude ring zat half onder het groen.

‘Hier kwam iemand,’ zei ik.

Mare knielde erbij. Ze veegde het mos niet weg. Ze voelde hoe de ring in de steen zat. Toen keek ze langs de rand naar de andere wijk.

‘Vanuit deze wasruimte,’ zei ze.

Ik volgde haar blik. Ik kon Het Binnenplein zien, maar niet alleen dat. Achter de laagste daken lag de omloop naar De Rand. De blauwe gevel was maar een klein streepje. De drie wijken lagen hier niet achter elkaar zoals wanneer je erdoorheen liep. Ze stonden schuin om dezelfde open ruimte heen.

Ik boog voorover om over de lage muur naar beneden te kijken. Er zaten meerdere vrije randen onder elkaar. Ze stonden allemaal een andere kant op.

Mare kwam naast me staan.

Uit de verte klonk iets. Een lage toon, daarna hoger. Ik keek vanzelf omhoog naar de plek waar de zaal moest zijn. Je zag hem niet vanaf hier. Je voelde alleen een lichte beweging in het groen op de muur.

Aan de overkant verschoof een hoek. Niet naar ons toe. Hij streek langs de lege ruimte en kwam tegen een andere rand terecht. Heel even leken er twee treden te liggen waar eerst lucht was geweest.

Toen schoof één ervan weer weg.

Ik keek naar Mare.

Zij keek nog naar die plek. Er zat geen glimlach op haar gezicht. Ze volgde de beweging alsof iemand haar iets in een andere taal had verteld en ze het nog een keer wilde horen.

‘Wacht,’ zei ze toen ik terug wilde lopen.

Ik bleef staan.

Je kunt ook zonder opgeslagen leesplek lezen.

Naar mijn leesplek

Fabliva op je beginscherm

Heeft je browser een installatieknop? Kies dan App installeren. Je kunt ook het browsermenu openen en kiezen voor Toevoegen aan beginscherm.

Op een iPhone of iPad vind je dit via de deelknop in Safari. Je kunt Fabliva ook gewoon in je browser blijven gebruiken.

Wat kan beter?

Een fout gevonden of een idee? Je hoeft geen naam of e-mailadres in te vullen. Zet geen privégegevens in je bericht.

Je bericht wordt naar Fabliva verstuurd. Gebruik 10 tot 2.000 tekens.