FABLIVA

Zo maken we verhalen

Ieder verhaal heeft eigen personages, een eigen ritme en een passende leesvorm. Hier lees je waar we op letten bij het schrijven en nakijken.

  1. Een verhaal begint bij iemand die iets wil. Wat staat er in de weg, wat doet diegene en wat verandert daardoor?
  2. Je volgt een duidelijk vertelperspectief. Personages weten alleen wat ze gezien, gehoord of ontdekt kunnen hebben.
  3. We schrijven in het Nederlands en kijken uitdrukkingen, verwijzingen en beeldspraak na. Een zin moet zeggen wat er werkelijk wordt bedoeld.
  4. Korte en langere zinnen wisselen elkaar af. Het blijft duidelijk waar en wanneer iets gebeurt en hoe gebeurtenissen met elkaar samenhangen.
  5. Kinderen in een verhaal hebben een eigen stem. Ze mogen aarzelen, fouten maken, elkaar onderbreken en iets anders willen.
  6. Gevoel blijkt uit wat een personage doet, zegt of juist niet zegt. Er hoeft niet na iedere scène een les te volgen.
  7. Humor komt uit de personages en de situatie. Ook als iets grappig is, moet je kunnen begrijpen wat er gebeurt.
  8. We controleren dagen, namen, voorwerpen en afspraken door het hele verhaal heen. Bij een interactief boek kijken we elk leespad afzonderlijk na.
  9. Een keuze verandert wat er gebeurt, wat je ontdekt of hoe het verhaal eindigt. Een personage kan later geen informatie gebruiken die het op jouw route niet heeft gekregen.
  10. Vragen bij het verhaal zijn vrijblijvend. Je hoeft geen goed antwoord te geven om verder te mogen lezen.
  11. We lezen het hele verhaal na en controleren wijzigingen in hun omgeving. Een werkende website alleen zegt nog niets over de kwaliteit van een verhaal.
  12. De lengte past bij het verhaal en de lezer. Een kort prentenverhaal kan helemaal af zijn; een langer boek heeft ruimte nodig om zijn verhaallijn af te ronden.
  13. Voor 1–3 jaar gebruiken we grote, herkenbare platen, een concrete handeling en enkele korte zinnen. De voorlezer bepaalt het tempo. Kijken en aanwijzen mag zonder antwoord of toets.
  14. We kijken tekst en illustraties samen na, zodat personages, kleding, voorwerpen en de volgorde van gebeurtenissen bij elkaar passen. Leeftijdsbanden zijn een richtlijn; leeservaring en belangstelling verschillen.

Wat het onderzoek ons leert

De schrijftips van Anna Woltz bij Het Klokhuis leggen de nadruk op voorbereiding, concrete beschrijving en een probleem dat zich ontwikkelt. De uitleg over rijke teksten benadrukt gevarieerde taal en samenhang. Dat vertalen we naar ons eigen schrijfwerk; we bootsen geen auteursstem na.

Stichting Lezen bespreekt kansen én afleiding bij digitale verhalen. Veel aangehaald onderzoek gaat over jonge kinderen. Het is geen bewijs dat dit boek het leesbegrip van 10–12-jarigen verbetert. Daarom houden we extra’s inhoudelijk en beperkt en willen we de ervaring met echte lezers beoordelen.

Bronnen

De volledige tekst en alle leesroutes van De vos tussen de boeken zijn door AI nagelezen op taal en samenhang. Een onafhankelijke menselijke redactie en een kindertest zijn nog niet uitgevoerd.

Fabliva op je beginscherm

Heeft je browser een installatieknop? Kies dan App installeren. Je kunt ook het browsermenu openen en kiezen voor Toevoegen aan beginscherm.

Op een iPhone of iPad vind je dit via de deelknop in Safari. Je kunt Fabliva ook gewoon in je browser blijven gebruiken.

Wat kan beter?

Een fout gevonden of een idee? Je hoeft geen naam of e-mailadres in te vullen. Zet geen privégegevens in je bericht.

Je bericht wordt naar Fabliva verstuurd. Gebruik 10 tot 2.000 tekens.