← De stad tussen twee noten
Inhoudsopgave · hoofdstuk 22 van 32
  1. 1. Een rust van vier tellen
  2. 2. Iemand achter de bank
  3. 3. Een schaal hoort recht
  4. 4. De man zonder soep
  5. 5. De glazen kamer
  6. 6. Het raam dat een deur was
  7. 7. Roos past er ook door
  8. 8. De Hoge Rij
  9. 9. De kortste weg
  10. 10. Waar het warm was
  11. 11. Lea is niet verdwenen
  12. 12. De tafel aan de muur
  13. 13. Twee koffers
  14. 14. De andere kant van Roos
  15. 15. Het afgezaagde stuk
  16. 16. Zeven potten en een raam
  17. 17. Wat er wel klonk
  18. 18. Langs de wind
  19. 19. Thuis is ook ergens
  20. 20. De hangtrap
  21. 21. De verlaten wasruimte
  22. 22. Drie randen
  23. 23. Niet mijn kamer
  24. 24. De dingen die meegaan
  25. 25. Mijn eigen uur
  26. 26. Zonder orgel
  27. 27. De verste rand
  28. 28. De plek tussenin
  29. 29. Waar ik mijn handen hield
  30. 30. Iedereen kan oversteken
  31. 31. De lege plek in de zaal
  32. 32. Een gewone maandag

Hoofdstuk 22 van 32

Drie randen

Mare wees niet meteen naar de verste overkant. Ze wees naar de korte trap onder ons.

Er zaten vijf brede treden aan de buitenkant van de muur. Ze leidden naar een plat stuk steen bij de hoek van het volgende huis. De trap zat vast aan dezelfde gevel als de wasruimte. Hij bewoog niet toen de wind langs ons kwam.

‘Daar kon je vroeger de was ophangen,’ zei Mare.

Ik keek naar het platte stuk. Er staken nog twee steunen uit de muur. Een draad liep van de ene naar de andere, slap en met één knijper eraan.

‘Kun je daar staan?’

‘Dat wil ik zien.’

We gingen terug naar de deur. Binnen legde Mare de dwarslat niet weer op zijn plaats. Ze zette hem ernaast zodat de deur niet dicht kon slaan terwijl wij buiten waren. Daarna liep ze naar het begin van de korte trap.

Deze keer was ik niet als eerste beneden. Ik hield de muur vast en keek hoe ze haar voeten neerzette. Er zat een ondiep stuk in de derde trede. Ze ging er met haar zool omheen. Onder haar schoof niets weg.

Op het platte stuk bleef ze staan. Ze drukte met haar voet langs de rand en keek omhoog naar mij.

‘Tot hier is het goed.’

Ik ging achter haar aan. Beneden was minder wind dan boven. De muur hield hem tegen. Door de hoek leek Het Binnenplein nog een stukje verder opzij te liggen. Ik kon nu de onderkant van de vrije rand zien die we vanuit het raam hadden gevolgd.

Er zat een brede lus aan. Hij hing slap. Aan de andere kant zat een uitsparing in de stenen rand, alsof daar al vaker iets had gelegen.

Ik pakte de lus. Hij was zwaar genoeg om mijn arm omlaag te trekken. De rest van de rand kwam een beetje van de muur, maar niet ver.

‘Niet lostrekken,’ zei Mare.

Ik hield hem waar hij was. Ze knielde naast mijn schoen en keek onder de rand. Er zat een tweede band achter, vast aan een haak. Ze raakte hem niet aan.

‘Deze houdt hem nog die kant op.’

Ik keek naar de richting waar de strook naartoe zou gaan. Niet naar Het Binnenplein. Meer erlangs. Zoals we net hadden gezien toen de twee treden bijna naast elkaar kwamen.

‘Als hij anders lag…’ begon ik.

Mare kwam overeind. Ze keek naar de overkant. ‘Dan moest die daar ook anders.’

Ze wees naar een smalle strook die uit Het Binnenplein stak. Er stond geen huis op. Hij liep langs de buitenkant van een muur en boog aan het einde terug, bijna naar zichzelf toe. Daarachter zag ik De Rand, lager, met de daken die we op onze eerste middag waren gepasseerd.

Ik draaide mijn hoofd. Het was niet één grote sprong die ik voor me zag. Het waren stukken die langs elkaar konden komen. De rand van De Hoge Rij. De strook bij Het Binnenplein. De lagere uitloper van De Rand.

‘Je kunt ze aan elkaar zetten,’ zei ik.

Het kwam er te zeker uit.

Mare keek naar mijn hand om de lus. ‘Misschien. Maar dan moeten ze allemaal los.’

Ik voelde hoe het gewicht van de rand aan mijn vingers hing. Ik liet hem rustig zakken, tot hij weer tegen de muur lag.

Idris en Mare zien vanaf de oude wasruimte de drie losse wijkranden.

Aan de overkant stonden potten tegen een deur. Daarachter woonde iemand. Ik keek naar de vrije strook en volgde hem met mijn ogen tot waar hij in de wijk overging. Er stond geen kamer boven, geen glazen dak dat ik niet had willen meetellen. Er was alleen die buitenkant, die nu niet goed lag.

‘Hier gaat niets plat,’ zei ik.

‘Dat zien we vanaf hier,’ zei Mare. ‘Zij zien misschien iets anders.’

Ze wees naar de deuren op Het Binnenplein.

Ik zette mijn hand op de muur. Er zat een oude ring in, laag genoeg om er vanaf de treden bij te kunnen. De lus kon erdoor. Hij paste niet vanzelf. Je zou hem met twee handen op zijn plaats moeten houden terwijl de rand kwam.

‘Dit blijft hier,’ zei ik. ‘Deze trap.’

Mare knikte.

‘Dan kan iemand hier wachten. En als die strook goed ligt, door naar daar.’

Ik wees naar het brede uitsteeksel op de andere hoek. Er zat nog een haak. Ik kon hem zien doordat het licht even langs het metaal gleed.

Mare bleef er lang naar kijken. Ze kneep haar ogen een beetje dicht. Daarna wees ze naar een plek lager in de wijk, waar de derde rand op uit zou komen.

‘Maar die moeten ze van daar vasthouden.’

Ik knikte. Ik kende er niemand. Ik wist niet eens bij welke deur je moest vragen wie daar woonde. Het was voor mij een vorm tussen twee muren. Voor iemand anders was het misschien de weg naar huis.

De losse randen kwamen een stukje op, raakten elkaar niet en vielen weer terug. Ik liet de lus waar hij hing.

Toen we teruggingen, droeg ik niets mee.

Roos zat bij Pek op een kruk. De vogel hing stil boven haar. Ze had een vel op haar knieën en tekende de vleugel die niet goed omhoog wilde. Pek stond bij de werkbank en keek hoe een stukje metaal bewoog wanneer hij eraan trok.

‘En?’ vroeg Roos.

Ik opende mijn mond.

Mare ging naast haar zitten. ‘We hebben iets gezien. Misschien.’

Ik pakte mijn koffer uit de hoek. Ik zette hem neer in plaats van hem meteen op te tillen en keek naar Pek.

‘We willen het aan jullie laten zien,’ zei ik.

Je kunt ook zonder opgeslagen leesplek lezen.

Naar mijn leesplek

Fabliva op je beginscherm

Heeft je browser een installatieknop? Kies dan App installeren. Je kunt ook het browsermenu openen en kiezen voor Toevoegen aan beginscherm.

Op een iPhone of iPad vind je dit via de deelknop in Safari. Je kunt Fabliva ook gewoon in je browser blijven gebruiken.

Wat kan beter?

Een fout gevonden of een idee? Je hoeft geen naam of e-mailadres in te vullen. Zet geen privégegevens in je bericht.

Je bericht wordt naar Fabliva verstuurd. Gebruik 10 tot 2.000 tekens.