← De stad tussen twee noten
Inhoudsopgave · hoofdstuk 14 van 32
  1. 1. Een rust van vier tellen
  2. 2. Iemand achter de bank
  3. 3. Een schaal hoort recht
  4. 4. De man zonder soep
  5. 5. De glazen kamer
  6. 6. Het raam dat een deur was
  7. 7. Roos past er ook door
  8. 8. De Hoge Rij
  9. 9. De kortste weg
  10. 10. Waar het warm was
  11. 11. Lea is niet verdwenen
  12. 12. De tafel aan de muur
  13. 13. Twee koffers
  14. 14. De andere kant van Roos
  15. 15. Het afgezaagde stuk
  16. 16. Zeven potten en een raam
  17. 17. Wat er wel klonk
  18. 18. Langs de wind
  19. 19. Thuis is ook ergens
  20. 20. De hangtrap
  21. 21. De verlaten wasruimte
  22. 22. Drie randen
  23. 23. Niet mijn kamer
  24. 24. De dingen die meegaan
  25. 25. Mijn eigen uur
  26. 26. Zonder orgel
  27. 27. De verste rand
  28. 28. De plek tussenin
  29. 29. Waar ik mijn handen hield
  30. 30. Iedereen kan oversteken
  31. 31. De lege plek in de zaal
  32. 32. Een gewone maandag

Hoofdstuk 14 van 32

De andere kant van Roos

De koffer van Lea bleef in de zaal. De krat ging mee.

Ik hield één handvat vast. Mare nam het andere. Roos droeg de balg tegen haar buik. Om de planken zat een band zodat ze niet steeds van elkaar af gingen. Bovenop lag het rolletje leer. Het slangetje stak uit haar jaszak.

Roos moest eerst haar handen anders zetten. Mare wachtte en ging daarna wat langzamer lopen. Ik hield de krat laag om hem niet naar haar kant te laten hellen.

De wasdoorgang sloegen we over. Dat was een opluchting. Ik zag nog een punt van een laken tussen de huizen uitkomen en ging vanzelf iets verder naar de andere kant van de straat.

Mare merkte het. Ze zei niets.

Bij de eerste trap liep Mare voorop en hield haar kant hoger. Mijn knieën kwamen telkens tegen de krat. Halverwege stopte ze om haar vingers te verzetten. Ik bleef staan tot ze verderging.

Roos kwam boven toen we de krat hadden neergezet. Ze had een rode plek op haar arm. Ze schoof de band van de balg iets verder naar het midden.

‘Hoe krijg je hier een nieuwe bank?’ vroeg ze.

‘In stukken,’ zei Mare.

‘En als je hem heel wilt houden?’

Mare keek naar de huizen om ons heen. ‘Dan zet je hem beneden.’

Roos lachte. Ik schudde mijn vingers los. Mijn pols tintelde waar het hout ertegenaan had gedrukt.

We gingen verder. De straat maakte een bocht langs een muur die warm aanvoelde door mijn mouw heen. Voor ons stak een punt uit over een lager dak. Hij lag nog niet tegen de overkant. Ik zag de donkere ruimte eronder.

Mare zette de krat neer en ging op haar hurken zitten. Ze keek langs de rand.

We wachtten.

Ik keek naar de pijpen en hield mijn mond.

De wind kwam van achter ons. Hij streek langs de muur en trok even aan de doek die over de pijpen lag. De losse strook voor ons ging langzaam omlaag. Aan de andere kant raakte een rand de leuning en schoof erlangs.

‘Nu tot dat brede stuk,’ zei Mare. Ze wees. ‘Daar zetten we hem weer neer.’

We liepen langzaam naar het brede stuk. Daar konden we de krat neerzetten.

Roos volgde. Ze hield de balg recht voor zich en keek erlangs. Toen ze naast ons stond, blies ze hard uit.

‘Deze zou ik niet in het donker doen.’

Mare zette een voet achter de krat. ‘Dan doe je hem ook niet.’

Roos knikte en ging naast haar zitten, met de balg tussen haar voeten.

Mare vertelde over haar broer. Hij heette Tobbe en vond dat alles wat in haar kamer lag ook van hem was als zij er niet bij was. De twee rode zakjes bij het raam had hij een keer naar beneden laten zakken. Ze waren tegen het raam van de buren gaan tikken terwijl hij zelf al naar buiten was gerend.

Roos vroeg of hij het toen weer vast had moeten maken.

‘Hij kon er niet bij.’

‘Handig.’

Mare begon te lachen. Ik zat aan de andere kant van de krat en hoorde het gesprek. Het was niet erg dat ze ergens om lachten waar ik niet bij hoorde. Het voelde wel alsof er een plekje was verschoven waarvan ik pas merkte dat ik erop had gezeten toen het weg was.

We tilden de krat weer op.

Boven aan de laatste trap stond Gerrit in zijn deuropening. Ik herkende hem aan de stoel die naast hem stond. Alle poten zaten er nu onder. Hij vroeg of we hulp nodig hadden.

Mare schudde haar hoofd. ‘Nog één bocht.’

Hij ging op de stoel zitten en trok zijn voeten terug zodat we erlangs konden. Hij volgde de pijpen met zijn blik. Pas toen we voorbij waren, zei hij dat Pek al plaats had gemaakt.

In de werkplaats stond een plank leeg. De vogel lag er niet meer. Het paardje stond rechtop op de vloer, met een nieuw been dat net iets lichter was dan de rest.

Pek pakte de krat van ons aan. Hij zette hem op de bank en bleef een ogenblik met zijn handen op de rand staan. Hij keek naar het materiaal alsof hij eerst moest vergeten wat hij er allemaal van had gehoopt voordat hij goed kon zien wat het was.

Roos zette de balg neer. Ze liet zien wat Lea had voorgedaan. Pek ging op een kruk zitten en hield de onderkant vast terwijl zij de bovenste plank bewoog. Hij liet zijn hand voor de aansluiting hangen. Daarna pakte hij het rolletje leer uit Roos' schoot.

‘Dit helpt,’ zei hij.

Ik keek naar de werkbank. Mijn handafdruk stond in het stof naast de krat.

‘Ik moet terug,’ zei ik.

Mare keek op. ‘Nu al?’

Ik knikte. Ik had geen goede reden klaar. Mijn klarinet lag in de zaal. Mijn moeder verwachtte me bij het eten. Dat waren twee dingen die altijd waar waren. Ik gebruikte ze allebei.

Roos keek naar me, maar begon niet haar jas goed te trekken om mee te gaan.

‘Ik blijf nog even,’ zei ze.

Pek schoof zijn kruk opzij zodat ze beter bij de balg kon. Mare wees waar Lea het slangetje had vastgezet. Ik stond nog bij de deur. Ik kon blijven en proberen te begrijpen wat ze deden. Dan zou ik ook moeten blijven wanneer Mare iets over de planten zei.

Ik ging naar buiten.

Op de galerij bleef ik staan. Van beneden hoorde ik een stem die een deur openriep. Aan het raam van Mares kamer hingen de rode zakjes stil.

Ik liep de trap af zonder iets te dragen. Daardoor wist ik niet wat ik met mijn handen moest doen.

Je kunt ook zonder opgeslagen leesplek lezen.

Naar mijn leesplek

Fabliva op je beginscherm

Heeft je browser een installatieknop? Kies dan App installeren. Je kunt ook het browsermenu openen en kiezen voor Toevoegen aan beginscherm.

Op een iPhone of iPad vind je dit via de deelknop in Safari. Je kunt Fabliva ook gewoon in je browser blijven gebruiken.

Wat kan beter?

Een fout gevonden of een idee? Je hoeft geen naam of e-mailadres in te vullen. Zet geen privégegevens in je bericht.

Je bericht wordt naar Fabliva verstuurd. Gebruik 10 tot 2.000 tekens.