← De stad tussen twee noten
Inhoudsopgave · hoofdstuk 23 van 32
  1. 1. Een rust van vier tellen
  2. 2. Iemand achter de bank
  3. 3. Een schaal hoort recht
  4. 4. De man zonder soep
  5. 5. De glazen kamer
  6. 6. Het raam dat een deur was
  7. 7. Roos past er ook door
  8. 8. De Hoge Rij
  9. 9. De kortste weg
  10. 10. Waar het warm was
  11. 11. Lea is niet verdwenen
  12. 12. De tafel aan de muur
  13. 13. Twee koffers
  14. 14. De andere kant van Roos
  15. 15. Het afgezaagde stuk
  16. 16. Zeven potten en een raam
  17. 17. Wat er wel klonk
  18. 18. Langs de wind
  19. 19. Thuis is ook ergens
  20. 20. De hangtrap
  21. 21. De verlaten wasruimte
  22. 22. Drie randen
  23. 23. Niet mijn kamer
  24. 24. De dingen die meegaan
  25. 25. Mijn eigen uur
  26. 26. Zonder orgel
  27. 27. De verste rand
  28. 28. De plek tussenin
  29. 29. Waar ik mijn handen hield
  30. 30. Iedereen kan oversteken
  31. 31. De lege plek in de zaal
  32. 32. Een gewone maandag

Hoofdstuk 23 van 32

Niet mijn kamer

Dinsdag stond ik weer bij de tafel onder het afdak. Dit keer zat er al iemand op de stoel die Vina me eerder had aangewezen.

Pek had zijn bril in zijn hand. Ise zat naast hem met een beker tussen haar vingers. Aan de andere kant stond de vrouw uit de keuken in De Rand. Ik herkende haar aan de lange theedoek aan haar schort. Mare noemde haar Ditte toen ze haar een stoel gaf.

Roos kwam naast me staan. Ze keek naar de tafel en toen naar de lege plek waar nog een stoel had kunnen staan. Ik bleef ook staan.

Mare vertelde wat we hadden gezien. Ze begon niet bij onze ontdekking van de trap. Ze begon bij de drie randen die nu langs elkaar heen bewogen. Ze wees naar de buitenkant van De Hoge Rij, die vanaf hier deels achter de muur lag.

Pek luisterde zonder een vraag te stellen. Pas toen Mare klaar was, zette hij zijn bril weer op.

‘Dan haal je de oude richtingen los,’ zei hij.

Ze knikte.

‘En als de nieuwe weg niet ligt, staat mijn werkplaats aan de verkeerde kant.’

‘Alle wijken staan dan nog op hun eigen plek,’ zei ik.

Pek keek naar me. ‘Mijn werk staat niet alleen op mijn eigen plek.’

Hij wees naar de deur van Ise's buurvrouw. Daar stond een kist waar hij aan gewerkt had. De stoel van Gerrit had hij zelf afgeleverd omdat Gerrit niet goed de trap af kon.

Ditte schoof haar stoel dichter bij de tafel. Ze vroeg waar haar eigen straat op de nieuwe verbinding uitkwam. Mare legde uit dat de lage rand van De Rand langs dezelfde open ruimte boog. Hij zou niet meer tegen de oude losse strook eindigen, maar bij de andere twee komen.

Ise stond op om de plek beter te kunnen zien. Zij wist waar de onderste deur zat. Ze zei dat daar geen kamer achter lag, alleen de lege rand naast de berging. Vina knikte. Ze had er de kleine potten wel eens neergezet voordat er een nieuwe plank in de berging kwam.

‘We kunnen eerst alles daarheen brengen,’ zei ik. ‘Dan ligt het klaar. En als we—’

‘Wat alles?’ vroeg Vina.

Ik had geen antwoord. Ik had de balg en de pijpen bedoeld, en tegelijk iedereen die dan op de goede plek zou moeten staan.

Vina legde haar handen op de tafel. ‘Hier kunnen mensen blijven. Niet allemaal in één kamer. Er zijn huizen waar ruimte is. We hebben ernaar gekeken.’

Ze keek naar Ise. Die knikte.

‘Dan hoeft niemand op een losse rand te wachten,’ zei Vina.

‘Dan ben ik mijn kamer kwijt,’ zei Mare.

Haar stem was rustig. Ik keek naar de groef in de tafel. Die hield op bij de zaagrand.

‘Je kunt met je broer hier komen,’ zei Ise. ‘Of bij je vader blijven. Dat bedoelen we.’

Mare kneep haar handen om de rand van de stoel. ‘Ik weet wat jullie bedoelen.’

Er viel een stilte. Uit het straatje kwam het geluid van iemand die een emmer neerzette. Ditte schoof haar theedoek van de grond terug op haar schoot.

‘Ik wil mijn moeder kunnen zien,’ zei Mare. ‘En naar mijn eigen huis terug. Zoals nu. Zonder dat we moeten hopen dat iemand boven blijft spelen.’

Ise keek naar haar. Ze reikte niet over de tafel om haar hand te pakken. Er zat te veel hout tussen.

Pek deed zijn bril weer af en wreef over het glas. ‘Dan moeten we weten waar we op wachten als het niet lukt.’

Ze begonnen over de werkelijke plekken. Wie bij welke rand kon staan. Welke oude verbinding eerst leeg moest zijn. Wie er nog spullen aan de overkant had liggen die niet achter mochten blijven. Ik kende de meeste namen niet. Ik hoorde wel hoe weinig ik eraan had om steeds als eerste iets te willen zeggen.

Roos ging bij de rand van het plein staan. Ise kwam naast haar en wees iets aan. Ze praatten even over de lege kamer met de planten. Toen kwam Ise terug en zei dat zij bij de onderste deur kon blijven. Niet iedereen hoefde over te steken als het spannend werd.

Ditte knikte. Ze zou voor haar eigen kant mensen vragen die de rand kenden. Ze zei niet dat ze er dan allemaal waren. Eerst wilde ze weten wie dat wilde doen.

Pek keek naar mij. ‘Je hebt die lus vastgehad.’

Ik knikte.

‘Hoe zwaar?’

Ik hield mijn hand op. Ik beschreef hoe de rand had getrokken zonder echt los te komen. Dat ik hem had kunnen laten zakken en dat hij tegen de muur terug was gegaan. Ik zei ook dat ik niet had geprobeerd hem verder te trekken.

Mare keek naar me.

‘Dan kan daar iemand staan,’ zei Pek. ‘Maar alleen als er aan de andere kant ook iemand weet wat hij vastmaakt.’

‘Ik weet waar de haak zit,’ zei Mare.

Ik wilde zeggen dat ik dan naast haar zou staan. Het was niet aan mij om dat voor ons allebei vast te leggen. Ik wachtte tot ze naar me keek.

‘Wil je mee naar die buitenrand?’ vroeg ze.

‘Ja.’

Ze knikte.

Toen we bij de tafel vandaan liepen, bleef ik naast haar. Ik wilde vragen wanneer ze het gingen doen. Ik begon al met de vraag en hield op omdat Mare haar hand op de leuning legde.

‘Wil je dat de weg er komt,’ vroeg ze, ‘of wil je dat het nu snel klaar is?’

Ik keek naar de treden onder ons. Ik had meteen ja willen zeggen. Op welke helft wist ik niet.

‘De weg,’ zei ik uiteindelijk.

Mare haalde haar hand van de leuning en liep verder. Ik kwam achter haar aan.

Je kunt ook zonder opgeslagen leesplek lezen.

Naar mijn leesplek

Fabliva op je beginscherm

Heeft je browser een installatieknop? Kies dan App installeren. Je kunt ook het browsermenu openen en kiezen voor Toevoegen aan beginscherm.

Op een iPhone of iPad vind je dit via de deelknop in Safari. Je kunt Fabliva ook gewoon in je browser blijven gebruiken.

Wat kan beter?

Een fout gevonden of een idee? Je hoeft geen naam of e-mailadres in te vullen. Zet geen privégegevens in je bericht.

Je bericht wordt naar Fabliva verstuurd. Gebruik 10 tot 2.000 tekens.