Hoofdstuk 7 · 10 minuten lezen
Bij haar thuis
Tijdens de training vergat Fenna voor het eerst sinds Alkmaar naar zichzelf te luisteren. Ze voelde haar benen wel, de kracht en de vermoeidheid, maar ze hoefde niet bij iedere poging te vragen of dit nu beter was. Ze deed wat ze met Gita had afgesproken en toen het goed ging, wist ze het voordat iemand iets zei.
Na afloop stond ze met haar handen op haar heupen naast haar fiets. Ze grijnsde. Dat had ze niet opgemerkt tot Madelon haar vroeg of er ergens gratis geld werd uitgedeeld.
'Nee. Het ging gewoon goed.'
'Bij mij ook. Zullen we het ze vertellen?'
Ze keken naar Gita, die met een andere rijdster sprak. Fenna hield twee duimen op. Haar coach zag het, knikte en wees op haar eigen voorhoofd. Een gebaar dat zowel verstandig blijven als doe niet zo vreemd kon betekenen. Fenna vond beide acceptabel. Ze had haar middag al.
Het was geen wonder dat ze alles weer kon. Ze had nooit alles verleerd. Maandag had ze haar gesprek met Gita over Alkmaar nog gevoerd alsof er iets grondig gerepareerd moest worden. Gita had haar laten vertellen en was toen teruggegaan naar het werk dat ze toch al van plan waren geweest. Nu voelde Fenna hoe fijn het was wanneer de dingen die je bleef doen ineens zichtbaar werden. Geen nieuw begin. Een goede donderdag.
Madelon ging eerder weg. Ze moest thuis nog iets afmaken voor een afspraak de volgende ochtend en wilde deze keer niet eindeloos blijven napraten. Bij de deur draaide ze zich om.
'Jij krijgt bezoek, toch?'
'Ja.'
'Veel plezier.'
'Ik zie je maandag.'
'Ik had niet gevraagd wanneer je mij weer zou willen zien.'
Fenna lachte. De plagerij was aardig genoeg om niet kleiner te hoeven doen dan ze zich voelde. Ze wilde hem zien. Niet omdat ze na vandaag iemand nodig had die vertelde dat het goed was gegaan. Ze wilde het goede gevoel meenemen naar haar eigen huis en hem daar bij hebben.
Hij had zijn eigen training later. Voordat ze naar huis reed, stuurde ze hem vanaf de parkeerplaats dat hij maar moest komen wanneer hij klaar was. Er was eten. Ze dacht er een ogenblik over om erbij te zetten dat hij niet op een feestelijke ontvangst hoefde te rekenen. Ze stuurde het niet. Ze had juist wel zin in een feestelijke ontvangst, al bestond die alleen uit hem binnenlaten en de rest van de avond niets meer hoeven.
Haar appartement zag er in het licht van de late middag degelijk en een beetje saai uit. Ze hield van de grote vensterbank en het uitzicht op de kruinen van twee bomen. De bank had ze tweedehands gekocht van een vrouw die oprecht bedroefd was geweest dat haar nieuwe man hem niet mooi vond. Fenna had geen man gehad die ze iets hoefde te vragen. Ze was nog steeds blij met de aankoop.
Ze douchte en bleef daarna in de slaapkamer staan met een schone broek in haar handen. Ze wilde iets aan wat lekker zat. Ze wilde ook dat hij keek. Die twee wensen mochten best tegelijk bestaan. Ze koos een zachte trui en de broek waarin ze zich goed voelde en stopte met denken over de vraag of dat een merkwaardig grote voorbereiding was voor iemand die ze al zwetend had leren kennen.
In de keuken stond het eten al bijna klaar. Ze schoof het laatste werk een beetje op. Als ze nu alles afmaakte, ging ze zitten wachten en zou de tijd onaangenaam zichtbaar worden. Ze zette muziek op, neuriede mee en sneed op haar gemak een laatste stuk groente. Dit was de tijd waar ze zo vaak van had gedacht dat ze hem niet had: ergens naar uitkijken zonder dat het een wedstrijddag hoefde te zijn.
Marten belde aan toen ze haar handen net had afgedroogd. Hij had een schone trui aan en zag eruit alsof hij onderweg nog een keer had nagedacht over wat hij op de drempel ging zeggen. Ze hielp hem er niet mee. Toen hij haar zag, bleef hij een ogenblik staan kijken.
'Hoi,' zei hij.
'Goed voorbereid.'
'Dit was de lange versie.'
Ze trok hem naar binnen en zoende hem. Hij legde zijn handen op haar middel. Het was meteen anders dan buiten naast een auto, met de kou die je toch weer in beweging kreeg. Ze kon blijven staan. Dat deed ze dan ook, tot hij glimlachend zijn voorhoofd even tegen het hare legde.
'Er was eten?' vroeg hij.
'Ja. Er is ook nog steeds eten.'
Ze liet hem zijn jas ophangen en ging hem voor naar de woonkamer. Hij keek rond. Ze had verwacht dat ze daar iets bij moest uitleggen, de plek van de bank of de lege hoek waar ooit een kast had gestaan. Ze zei niets. Hij ging bij het raam staan en wees op het huis aan de overkant.
'De onze hebben mooiere gordijnen.'
'De onze?'
'De buren waar ik op uitkijk. Niet meteen zo tevreden kijken.'
Ze ging naast hem staan en gaf hem een duw met haar schouder. Hij bleef naar buiten kijken, maar zijn hand zocht de hare. Toen ze haar vingers door de zijne stak, trok hij haar een beetje naar zich toe. Ze had geen bezwaar tegen tevreden kijken. Ze zou er vast nog beter in worden.
Tijdens het eten vertelde hij over een jongen uit zijn duurgroep die een heel verhaal had gehouden over hoe rustig hij ging beginnen en daarna vanaf het eerste moment nergens anders aan had gedacht dan winnen. Fenna kende de jongen niet. Ze kende het soort mens wel. Ze zei dat een rustige opbouw vooral prettig was wanneer anderen hem uitvoerden.
Marten legde zijn vork neer. 'Dit is waarom ik jou liever niet als tegenstander heb.'
'Je zou ook niet weten waar je me kwijt moest.'
'Ik heb al een paar voorstellen.'
Ze keek hem aan. Hij at verder met een gezicht dat onschuldig wilde zijn maar de poging niet erg serieus nam. Ze streek met haar voet langs zijn enkel onder de tafel. Hij stopte met kauwen en keek naar haar alsof ze iets oneerlijks had gedaan. Ze liet haar voet liggen.
Hij vroeg naar haar training en zij vertelde het deel dat hij zou begrijpen zonder er een verslag van te maken: hoe lekker het was geweest om niet telkens haar laatste slechte wedstrijd mee te hoeven nemen. Ze merkte dat ze steeds iets dichter naar de tafel boog wanneer ze enthousiast werd. Marten luisterde en lachte toen ze zichzelf onderbrak.
'Ik praat veel.'
'Je bent ergens blij mee.'
'Jij wilde alleen eten.'
'Dat heb ik nooit gezegd.'
Ze sloeg haar ogen even neer. Hij had het niet als een nieuwe grap bedoeld, niet alleen. Haar voet lag nog tegen de zijne. Ze kon zijn warmte door hun sokken voelen, of ze dacht dat ze dat kon. Het was genoeg om de rest van het gesprek iets anders mee te geven. De dingen die ze vertelden waren niet minder interessant. Ze hoorde alleen ook hoe zijn stem klonk wanneer hij een zin niet helemaal afmaakte.
Na het eten ruimden ze samen de tafel af. Hij vroeg waar iets moest staan en zij wees. Ze keek naar zijn handen terwijl hij de kraan opendraaide. Handen die eerder die avond om een stuur hadden gelegen en nu in haar keuken heel gewoon een bord afspoelden. Ze vond het zo aantrekkelijk dat ze zichzelf er even om uitlachte. Ze ging achter hem staan en legde haar armen om zijn middel.
Hij draaide de kraan dicht.
'Ik kan het ook langzaam doen,' zei hij.
'Laat het maar staan.'
Hij draaide zich om. Ze kuste hem en voelde hoe hij zijn hand tegen haar rug legde. Nu was het geen begroeting meer, geen kus die eindigde omdat een van hen nog iets wilde zeggen. Ze kwam dichterbij en hij zocht haar mond alsof hij haar de rest van de avond al had willen onderbreken. Ze trok zich even terug om naar hem te kijken. Zijn ogen waren donkerder dan in de sporthal. Hij keek op zijn beurt naar haar mond.
'Blijf je?' vroeg ze.
'Graag.'
Ze nam hem mee naar de slaapkamer. Er was niets plechtigs aan, behalve het ogenblik waarop ze allebei even bleven staan en beseften dat dit nieuw was. Hij streek haar haar achter haar oor. Zij legde haar hand op zijn borst en voelde onder de stof hoe warm hij was. Ze wilde niet wachten tot het ogenblik vanzelf voorbijging. Ze trok haar trui uit en zag zijn gezicht veranderen.
Hij legde zijn hand tegen haar zij en boog zich naar haar toe. Ze rilde toen hij haar daar kuste. Ze sloot haar ogen en liet zich tegen hem aan leunen.
Soms moesten ze lachen, zacht en dichtbij. Ze vond de plek bij zijn hals waar hij even stil van werd en onthield hem. Hij trok haar dichter tegen zich aan toen zij iets in zijn oor zei wat ze een week geleden nog nauwelijks had durven denken.
Hij vroeg of ze condooms had. Ze wees naar het nachtkastje en zoende hem opnieuw voordat ze het licht naast haar bed uitdeed. Het licht van buiten was genoeg om zijn gezicht nog te zien. Hij bleef naar haar kijken en ze wilde niet langer raden of hij wel begreep hoe graag ze dit wilde. Ze trok hem naar zich toe.
Daarna had ze geen zin om veel te zeggen. Ze lag met haar wang tegen zijn schouder, warm en loom, en luisterde naar hem. Zijn adem werd rustiger. Hij streek met zijn vingers over haar arm, iedere keer dezelfde langzame beweging, zonder iets op te willen schieten. Ze had zin om dichterbij te gaan liggen en merkte dat ze al zo dichtbij lag als mogelijk was.
'Dat was een goed voorstel,' zei hij.
Ze glimlachte tegen zijn huid. 'Ik weet niet meer wie het deed.'
'Ik wil best de eer delen.'
Ze tilde haar hoofd op. Hij lag naar haar te kijken met een tevredenheid die ze herkende en toch nog niet aan haarzelf had verbonden. Ze zoende hem, kort deze keer, en ging weer liggen. Ze hoefde het niet meteen grappig te maken. Hij kon ook gewoon blij zijn dat hij bij haar was.
Een tijdje later gingen ze de keuken in om water te halen. Ze had haar trui weer aangetrokken en hij zijn broek. Het was komisch genoeg om samen voor de gootsteen te staan en te merken hoe gewoon je dat wilde laten lijken. Hij zette zijn glas neer en schoof een arm om haar heen. Ze legde haar hoofd tegen hem aan en keek naar het donkere raam.
'Ik had eigenlijk een heel ander idee van vanavond,' zei ze.
'Een slecht idee?'
'Nee. Meer praten.'
'We kunnen alsnog beginnen.'
Ze draaide zich naar hem toe. 'Je mag ook even je mond houden.'
Dat begreep hij meteen. Ze voelde hem glimlachen toen ze hem zoende. Er stond nog afwas. Buiten reed een auto langs. Er was nergens iemand die ze moesten laten weten dat de avond zo geworden was.
Later in bed vroeg hij hoe laat ze op moest. Ze zei het en hij maakte niet het gebruikelijke gezicht van mensen die vonden dat ze vroeg leefde. Hij vroeg of hij dan ook op zou staan. Ze dacht er even over na, langer dan het antwoord nodig had. Ze wilde hem morgenochtend zien. Niet als een verrassing die weg was voordat ze goed had gekeken.
'Ik vind het gezellig als je er bent,' zei ze.
Hij glimlachte. 'Dat is een uitstekend woord.'
Ze kneep even in zijn arm. Niet omdat hij fout zat. Omdat hij zich herinnerde hoe onbeholpen hij datzelfde woord in de hal had gebruikt en zij het nu heel ernstig meende.
Toen het stil werd, bleef ze nog even wakker. Het bed was smaller met hem erbij, warmer. Ze had zichzelf de afgelopen week niet voorgespiegeld dat ze alleen maar een nieuwe leuke kennis wilde. Ze had hem willen zoenen, willen aanraken, willen weten hoe hij zonder de rest van de wereld erbij was. Nu lag hij naast haar en ze had nog steeds zin in hem. Het vooruitzicht van slapen deed daar niets aan af.
Ze draaide zich op haar zij, naar hem toe. Hij deed zijn ogen open en vroeg zacht of alles goed was. Ze knikte, legde haar hand op zijn borst en merkte dat zijn hand er meteen overheen kwam. Ze viel eerder in slaap dan ze had verwacht.