Hoofdstuk 11 · 12 minuten lezen
Het past
Fenna las eerst de regels boven het bedrag. Daarna het bedrag zelf. Daarna opnieuw de regels erboven, voor het geval er iets stond waardoor ze het niet kon gebruiken zoals ze hoopte. Haar laptop stond op de keukentafel. Naast het scherm had ze een notitieboek gelegd waarin al maanden de gewone uitgaven stonden die ze liever niet op het gevoel liet aankomen.
Het bericht was dinsdagmiddag gekomen, onderweg naar huis. Naja stuurde het voorwaardelijke overzicht voor de zes maanden bij Nordspor. Ze schreef dat Fenna het rustig moest doorlezen voor hun gesprek later die dag. Ze had haar schoenen uitgetrokken, haar laptop geopend en was daarna in een keer bij de onderste regel beland.
Veertienhonderd euro per maand om zelf van te leven, in de voor haar omgerekende begroting. Na wat de organisatie zelf moest inhouden. De gemeubileerde kamer met de vaste lasten stond er apart bij, net als de baantijd, coaching en de gewone reizen van het programma. Ze zouden haar niet een bedrag geven waarvan ze alsnog alle sportkosten en de kamer moest betalen. Ze las die passage nog eens en schreef er met haar pen een dikke streep naast.
Er waren woorden die haar enthousiasme in toom moesten houden. Voorwaardelijk. Definitieve toewijzing. Nog te bevestigen. Ze vond ze niet onredelijk. Ze had alleen meteen een grote behoefte ze te veranderen in namen voor dingen die geregeld waren.
Gita belde terwijl Fenna haar eerste vragen opschreef. Haar coach had Naja intussen gesproken. Over het werk dat Fenna deed, haar sterke en minder sterke kanten, de gewone weken waarin er niemand was om een uitslag mooi te vinden. Fenna vroeg of ze ook over Alkmaar hadden gepraat.
'Ja.'
'Uitgebreid?'
'Lang genoeg. Het is geen ramp die ik uit je levensverhaal hoef te houden.'
Fenna keek naar de cijfers in haar notitieboek. Ze wilde ineens dat Gita aan de andere kant van de tafel zat, zodat ze het bericht samen konden bekijken zonder het helemaal uit te leggen. Tegelijk wilde ze het juist zelf kunnen lezen en begrijpen. Het was haar mogelijke halfjaar, geen schoolreis waar een ander de brief voor kon ondertekenen.
'Ziet het er echt uit?' vroeg ze.
'Het is een serieus voorstel. Vraag Naja wat er nog ontbreekt. Ik ben niet haar boekhouder.'
'Ik ook niet.'
'Gelukkig. Dan hebben jullie meteen iets gemeen.'
Toen het gesprek met Naja begon, stond er achter de Deense coach een raam waarin het buiten al bijna donker was. Ze zaten allebei aan een tafel met een laptop. Dat vond Fenna geruststellender dan ze had verwacht. In haar hoofd had Naja ergens tussen een baan en een rij mensen met belangrijke papieren gestaan. Nu streek ze met haar hand door haar korte haar en vroeg of de verbinding goed was.
Ze spraken Engels. Fenna moest bij de eerste vraag nog even zoeken naar het gewone woord dat ze op haar werk iedere dag zonder nadenken gebruikte. Daarna werd het makkelijker. Naja wilde weten wat er sinds hun vorige gesprek was veranderd. Fenna vertelde over de trainingen, over wat ze in Alkmaar had willen zien en niet had laten gebeuren. Niet alleen de uitslag. Ze probeerde te vertellen waar ze op dit moment iets aan kon veranderen.
'Je vraagt niet om een nieuwe kans omdat alles nu verkeerd gaat,' zei Naja.
'Nee. Het gaat niet verkeerd. Het gaat alleen nog niet zoals ik wil.'
'Wat wil je dan?'
Fenna kwam met haar eerste antwoord te dicht bij winnen. Naja wachtte. Ze had een gezicht dat Fenna niet meteen hielp om met een grap van haar eigen ongeduld af te komen. Ze moest dus opnieuw beginnen. Ze vertelde hoe vaak ze een week had ingericht rond de momenten waarop ze kon trainen, hoe ze goede perioden had gehad en daarna weer een tijd niets met die voortgang had kunnen doen. Ze wilde weten wat er gebeurde als die weken eens bij elkaar hoorden. Als ze niet iedere keer opnieuw iets moest oplossen voordat ze aan rijden toekwam.
Naja knikte. 'En als je hier ook een slechte week hebt?'
'Dan heb ik een slechte week op een plek waar ik de volgende dag verder kan. Ik denk niet dat het hier aan het land ligt.'
Naja glimlachte. Fenna was er blijer mee dan ze wilde laten zien. Ze vertelde dat ze geen nieuw mens verwachtte te worden wanneer ze een grens overstak. Ze wilde beter worden in wat ze al deed. En ja, ze wilde weten hoe het was om daar een halfjaar serieus de ruimte voor te hebben. Ze was tweeëndertig. Ze hoefde niet eerst te doen alsof het nog jaren kon wachten voordat het belangrijk werd.
Ze spraken over de groep. Vier rijdsters op de gefinancierde plekken, allemaal met eigen ervaring. Naja zou de sprintbegeleiding doen. Het programma gebruikte gehuurde baantijd in de buurt van Ballerup. Geen vaste toegang op ieder uur dat Fenna daar toevallig zin in had. Er was een programma waar ze deel van zou uitmaken, met andere mensen die evenveel reden hadden om er iets van te willen maken.
Fenna vroeg hoe de beslissing genomen zou worden. Niet pas door te kijken wie eind januari het mooiste resultaat liet zien, zei Naja. Ze verzamelden de gegevens nu. De sponsors moesten hun deel bevestigen, de organisatie de plekken toewijzen. Er zou vóór die laatste wedstrijdperiode duidelijkheid over de totale financiering moeten komen. De afzonderlijke bevestiging en de praktische afhandeling volgden daarna.
'Ik kan je niet vragen je huis en je werk op te zeggen op basis van dit papier,' zei Naja. 'Ik wil wel weten of je, als het wordt wat hier staat, wilt komen.'
'Ja,' zei Fenna.
Het kwam sneller dan de vraag bij haar binnen was. Ze lachte en begon toen zelf de vragen te stellen die ze had opgeschreven. Over de kamer. Over wat wel en niet onder de reizen viel. Over de maanden, vanaf de eerste week van februari. Over het geld dat ze beschikbaar zou hebben nadat de organisatie haar eigen posten had verwerkt.
Naja beantwoordde ze zonder de vragen vervelend te vinden. Waar iets nog moest worden vastgelegd, zei ze dat. Fenna vroeg het soms een tweede keer met andere woorden. Dat was haar niet helemaal eigen. Bij een gesprek over een wedstrijd deed ze liever alsof ze alles meteen begreep. Dit ging over waar ze zou wonen en wat er overbleef om zelf een leven mee te leiden. Ze wilde niet slim lijken en in februari ontdekken dat ze iets anders had gehoord dan bedoeld was.
Toen Naja moest afronden, vroeg ze of Fenna nog iets kwijt wilde. Er was ineens heel veel wat ze wilde zeggen: dat ze er al aan had gedacht welke tas mee moest, dat ze het overzicht sinds vanmiddag waarschijnlijk vaker had gelezen dan Naja zelf, dat ze best bang was dat het alsnog niet door kon gaan. Ze zei dat ze graag wilde komen en schreef na afloop de vragen op die nog openstonden.
Daarna bleef ze aan tafel zitten. Geen groot gebaar. Ze zette haar voeten stevig op de vloer en begon te rekenen.
In Nederland kwam er ongeveer veertienhonderdvijftig per maand uit haar werk binnen. Haar gewone maanden kostten meer. Niet uitbundig veel meer, wel genoeg om de spaarrekening die ze de winter in had meegenomen langzaam kleiner te maken. Vierduizend tweehonderd had daarop gestaan. Ze kende dat begincijfer precies omdat ze het de laatste tijd zo vaak naast een volgende maand had gezet.
In het Deense overzicht verdween het grootste verschil. Wonen stond apart. De vaste sportkosten stonden apart. Ze schreef haar eigen gewone dingen op: eten, telefoon, verzekering, vervoer ter plekke. Met wat ruimte voor tegenvallers kwam ze op een bedrag waar ze voor het eerst niet onmiddellijk meer diensten bij moest gaan bedenken. Er zou ook iets overblijven voor eigen reizen. Ze keek een tijd naar dat laatste. Niet de vrijheid om alles te doen. Wel genoeg om niet bij ieder plan eerst een reden te zoeken waarom het niet kon.
Ze maakte de optelling nog een keer, met een wat ruimere schatting. Het paste nog steeds. Als ze ging, moest ze haar verhuurder spreken en het werk echt afronden. Of ze haar spullen ergens bij familie kon zetten, moest ze nog vragen. Ze schreef de dingen op die ze wilde uitzoeken zodra de kans concreter was.
Bij die gedachte legde ze haar pen neer. Ze had hem in haar hoofd al een plaats gegeven tussen de dingen waar ze over nadacht. Niet als een uitgave. Dat was gemakkelijk genoeg om zichzelf te vertellen. Als iemand naar wie ze heen wilde kunnen. Ze zag hem voor zich op zijn bank, zoals hij zaterdag had gezeten voordat ze naar het zwembad gingen. Ze had er zin in hem te vertellen dat er ruimte in die nieuwe maanden zou kunnen zijn. Ze had nog geen idee wat hij met die ruimte zou willen.
Ze belde hem niet meteen. Ze at iets, maakte haar bericht aan Naja af en verstuurde het. Daarna liet ze de laptop dicht. Ze had de antwoorden gehoord en de bedragen nagerekend. Ze wilde er nu een avond mee leven zonder het overzicht nog eens te openen.
De volgende ochtend sprak ze de planner in het magazijn. Ze bleef na het doorspreken van de dienst even staan en zei dat er mogelijk iets in februari veranderde. De vrouw schoof haar stoel naar achteren en luisterde. Ze was niet verrast dat een sporter over iets anders dan het werk begon; wel dat het nu over maanden ging.
'Als het doorgaat, wil je dan weg?'
'Ja.'
'Kom het zeggen zodra je iets zekerder weet. Dan gaan we kijken hoe we dat netjes afronden. Ik kan niet zes maanden een lege plek in het rooster houden.'
'Dat vraag ik ook niet.'
Ze spraken af dat Fenna na het volgende concrete bericht terugkwam. Er was geen einddatum afgesproken en geen groot afscheid begonnen. Ze ging gewoon haar werk doen. Toch stond ze die ochtend anders bij de orders. Een collega vroeg of ze in januari dan nog wel kwam bowlen met het personeel. Ze zei dat ze, als het kon, graag wilde zien of iedereen ook buiten het magazijn zo zeker wist waar hij heen moest.
Bij de pauze vroeg Madelon waarom ze zo zat te kijken. Fenna vertelde haar de hoofdlijn. Haar vriendin hoorde het aan, stelde twee praktische vragen en begon toen over haar eigen planning. Ze had een week moeten ruilen om in december op het juiste moment vrij te zijn. Het gesprek liep vanzelf naar haar toe en Fenna vond dat prettig. Dit nieuws hoefde niet ieder ander aan tafel voor de rest van de dag stil te zetten.
Toen ze na haar dienst buiten stond, pakte ze haar telefoon. Marten had een bericht gestuurd over zaterdag. Aydin en Madelon wilden naar een quizavond. Of zij ook zin had. Ze las het en glimlachte. Ja, schreef ze. En of hij thuis was, want ze wilde hem vandaag al iets vertellen.
Hij zei dat hij er was. Ze reed naar hem zonder eerst naar haar eigen huis te gaan. Ze had haar werkkleren nog aan en voelde zich er een ogenblik merkwaardig in, tot hij opendeed en naar haar gezicht keek in plaats van naar de broek die ze iedere werkdag droeg.
'Goed nieuws?' vroeg hij.
'Het zou echt kunnen. Het past.'
Hij liet haar binnen en ze begon te vertellen. Niet het hele overzicht, niet de posten die ze al twee keer had nagerekend. Ze vertelde over Naja's vragen, over de groep, over het gevoel dat ze bij haar eigen naam een plaats kon horen die niet ieder weekend opnieuw ter discussie stond. Hij luisterde en vroeg één keer of het geld voldoende was om er ook gewoon van te leven. Ze knikte. Onder de voorwaarden die er nu lagen wel. Dat was juist het nieuwe.
'Dat is nogal wat,' zei hij.
'Ik ben er blij mee. Ik wil dat jij het weet.'
Hij glimlachte, liep naar haar toe en sloeg zijn armen om haar heen. Ze voelde hem lachen tegen haar haar. Het was niet dezelfde lach als wanneer ze een grap maakte. Ze bleef tegen hem aan staan tot ze zelf weer wilde kijken. Hij had zijn handen op haar rug. Ze trok hem naar zich toe en zoende hem.
'Ik heb niets feestelijks in huis,' zei hij.
'Ik ook niet. Dat hoeft niet.'
'We kunnen iets gaan halen.'
'Ik wil even hier zijn.'
Ze keek om zich heen en zag zijn telefoon op tafel. Ze vroeg of er muziek op kon. Hij keek haar verbaasd aan, pakte het toestel en zocht iets wat ze allebei kenden. Het duurde te lang naar haar zin. Ze pakte zijn hand al voordat de muziek begon.
'Wacht even,' zei hij.
'Je kunt op ieder moment beginnen.'
Dat bleek niet helemaal waar. De eerste maat was nog niet geweest toen ze al samen om hun eigen haast moesten lachen. Daarna vond hij haar ritme, of zij het zijne. Ze wist het niet en had geen behoefte er een wedstrijd van te maken. Hij hield haar hand vast en trok haar naar zich toe. Ze draaiden langzaam door zijn woonkamer, vlak genoeg bij elkaar dat ze zich kon voorstellen dat hij begreep wat ze nog niet goed wist te vertellen.
Ze had zo lang dingen willen doen die veel vroegen dat het een vreemd genoegen was zomaar iets te krijgen wat ze fijn vond. Zijn hand op haar rug. Zijn mond naast haar slaap. Iemand die haar blij hoorde zijn en dichtbij bleef. Er stond nog niets vast voor februari. Ze hoefde die onzekere zin niet iedere keer voor haar eigen enthousiasme te zetten.
Toen de muziek ophield, bleven ze nog een tijdje staan. Hij vroeg of ze wilde blijven eten. Ze zei ja en legde haar gezicht even tegen zijn hals. Ze zou straks nog naar huis moeten, haar spullen hebben voor de volgende dag. Voor nu trok ze hem nog een beetje dichterbij en begon ze hetzelfde lied zelf zacht te neuriën. Hij bewoog met haar mee.