Hoofdstuk 31 · 10 minuten lezen
Waar ze nu reed
De kamer was lichter dan op de foto's. Dat was het eerste wat Fenna zag toen ze haar tas neerzette. Het raam nam bijna de hele muur in beslag. Het bed was leeg en opgemaakt. Ze deed haar jas uit en bleef midden op de vloer staan.
Beneden hoorde ze iemand lachen. Haar verhuurster had haar de keuken laten zien, de plek voor de auto, het rek waar ze haar schoenen kwijt kon. Ze had gevraagd of de reis goed was gegaan en haar daarna de tijd gegeven om uit te pakken.
Ze pakte uit. Ze legde haar trainingskleren in de kast, zette haar gewone schoenen naast het bed en stak haar telefoon in de lader. Ze had onderweg al laten weten dat ze er was. Nu stuurde ze Marten een foto van het raam en schreef dat ze niet kon zien of ze hier ook op het weer mocht schelden.
Zijn antwoord kwam terwijl ze haar tandenborstel zocht. Dat mocht overal. Het was een van de weinige internationale afspraken waarvan hij zeker was.
Ze belde hem. Hij nam op met een gezicht dat te groot in het beeld stond. Ze zei dat hij haar niet zo van dichtbij hoefde te bekijken.
'Ik probeer te zien of je er nog bent.'
'Het raam is enorm. Ik verstop me erachter.'
Ze praatten niet lang. Zij moest eten en hij had thuis ook nog dingen te doen. Het was moeilijker om op te hangen dan ze had verwacht, juist omdat ze alleen over haar kamer en de reis hadden gepraat. Ze wilde hem de deur uit kunnen laten en weten dat hij er later weer was. In plaats daarvan drukte ze het gesprek weg en legde haar telefoon neer.
De volgende ochtend reed ze naar de hal waar ze Naja zou ontmoeten. Ballerup was nog een verzameling afslagen en plekken waar haar navigatie meer van wist dan zij. Ze vond de parkeerplaats en bleef even zitten. Ze had hier zo lang naartoe gewerkt dat ze bijna vergeten was hoe het voelde om ergens voor het eerst aan te komen.
Naja stond binnen met een vrouw die een paar jaar jonger leek dan Fenna. Signe, zei ze. Ook sprinter, ook in de groep. Ze spraken Engels. Signe gaf haar een hand en vroeg of ze koffie wilde. Fenna zei ja. Het was goed dat de eerste vraag niet over haar laatste tweehonderd meter ging.
Ze hadden het even over de reis. Signe woonde niet in hetzelfde huis en moest die middag nog naar iets van haar familie. Ze vertelde het met een gezicht dat Fenna overal zou hebben herkend: het zou gezellig zijn en ze wilde er nu al op tijd weg. Naja luisterde terwijl ze haar eigen spullen bij elkaar zocht.
Toen ze de baan zag, voelde Fenna een kleine ontspanning. Hout, lijnen, de kromming die ze met haar lichaam kende. Een nieuwe hal, maar wel een baan waarop ze zich meteen kon voorstellen hoe het rijden zou voelen.
Naja nam de tijd om te zien wat Fenna deed. Ze zei minder dan Fenna had verwacht. Bij het eerste gesprek wilde Fenna te veel vertellen over wat Gita ervan vond. Ze hoorde het zelf toen ze voor de derde keer haar oude coach noemde.
'En wat voelde jij?' vroeg Naja.
Fenna keek naar de baan. Ze kon daar niet met een naam uit Nederland onderuit. Ze beschreef het, eerst wat te snel, daarna beter. Naja stelde een andere vraag. Het werd een gesprek waarvoor ze hier was gekomen, met iemand die nog niet aan een halve zin van haar genoeg had.
Na de sessie was ze moe op een manier die niet alleen in haar benen zat. Signe vroeg of ze mee ging eten. Fenna had willen zeggen dat ze eerst nog iets moest regelen, hoewel ze niet wist wat. Ze hoorde zichzelf ja zeggen.
Ze zaten later tegenover elkaar met borden die nauwelijks op het smalle tafeltje pasten. Signe wilde weten wat Fenna het meest zou missen. Fenna dacht even aan een goed geordend antwoord over vrienden en thuis.
'Mijn vriend,' zei ze.
'Dat is lastig.'
'Hij heeft gezegd dat hij hier komt.'
'Dan moet je hem goede dingen laten zien. Niet alleen onze kleedkamer.'
Fenna lachte. Ze vroeg of Signe iemand had. Nee, zei ze, maar haar moeder gedroeg zich soms alsof dat een tijdelijke storing was die met een paar geschikte namen kon worden opgelost. Fenna vertelde over Madelon, die dat soort bemoeienis vermoedelijk in één middag had afgeleerd. Signe wilde weten of ze haar misschien kon lenen.
De dagen kregen een vorm zonder dat Fenna er iedere ochtend opnieuw om hoefde te vragen. Ze reed, rustte, maakte eten en leerde waar in de supermarkt het brood lag dat ze prettig vond. Ze stuurde Gita een bericht over de eerste training. Ze vroeg Naja naar de volgende. Het programma stond niet meer in een andere toekomst.
Marten begon bij Koen. De eerste avond belde hij haar na het werk. Hij vertelde over een klant die twintig minuten een racefiets had besproken en uiteindelijk wilde weten of er een kinderzitje op kon. Fenna begon te lachen voordat ze wist of hij het zelf ook grappig had gevonden.
'Ik heb het heel serieus genomen,' zei hij.
'Dat hoor ik.'
'Daarna heb ik Koen erbij gehaald. Ik had al een hoop verstandigs gezegd waar ik voor terug moest.'
Ze wilde zijn hele dag horen en merkte halverwege dat ze niet meer goed luisterde. Ze was te moe. Ze zei het. Hij maakte zijn verhaal niet af om toch bij de goede grap te komen. Hij vroeg wanneer ze weer zou bellen en vertelde het einde de volgende keer, toen zij zelf naar die klant vroeg.
Tegen het einde van haar derde week wist ze dat hij werkelijk zou komen. Koen had de zaterdag met hem geregeld en de reis was geboekt. Marten had haar de tijden gestuurd. Ze had ze opgeschreven, hoewel ze het bericht zo vaak had geopend dat er geen noodzaak meer voor bestond.
Op vrijdagavond dacht ze dat de kamer te weinig van haar was om hem erin te ontvangen. Ze had haar spullen uitgepakt, maar alles stond nog precies op de plekken die ze de eerste avond had gekozen. Ze verschoof niets. Ze legde alleen het boek dat ze aan het lezen was naast het bed. Hij hoefde hier niet een keurige tijdelijke Fenna te komen bezoeken.
Zaterdag werkte ze met Naja en de groep voordat ze hem ging ophalen. Ze moest haar aandacht een paar keer terughalen. Signe zag het en vroeg hoe laat haar trein vertrok.
'Niet die van mij.'
'Dat weet ik.'
Fenna grijnsde en ging weer aan het werk. Ze had al lang geen zin meer om te doen alsof hij minder belangrijk was zodat iemand anders haar sport serieuzer kon nemen. Naja liet haar gewoon rijden en haalde haar daarna terug voor een kort gesprek over de sessie. Fenna luisterde. Er was nog tijd.
Bij het station stond ze buiten, met haar jas dicht en haar handen warm van het stuur. Ze was te vroeg. Dat wist ze. De mensen die voorbijkwamen, hadden een reden om hier te lopen die niets met hem te maken had. Ze wilde het plein niet overstaren en deed het toch.
Ze zag hem voordat hij haar zag. Hij liep met een kleine tas over zijn schouder en keek de verkeerde kant op. Ze riep zijn naam. Hij draaide zich om en begon te glimlachen.
Ze liep naar hem toe zonder eerst te bepalen of ze rustig genoeg bewoog. Hij zette zijn tas neer en ving haar in zijn armen. Ze sloeg haar armen om zijn nek, kuste hem en voelde hoe hij naar haar toe boog. Eindelijk was hij niet even groot als het scherm in haar hand.
'Hoi,' zei hij tegen haar mond.
'Je bent hier.'
'Dat was het plan.'
'Ik vind het een goed plan.'
Ze pakte zijn hand en nam hem mee naar de auto. Hij keek naar haar, toen naar de straat, alsof hij wilde zien wat zij de afgelopen weken steeds zag. Ze begon te vertellen voor hij ernaar vroeg. Bij de afslag naar haar kamer moest hij lachen omdat ze plotseling haar verhaal onderbrak om op te letten.
'Ik ken het nog niet helemaal.'
'Ik heb nog niets gemerkt.'
Ze liet hem haar kamer zien, de keuken, de plek waar ze 's ochtends at als ze op tijd was. Ze had zijn bezoek vooraf met haar verhuurster afgestemd. Beneden wenste die hen een goed weekend en ging verder met wat ze aan het doen was. Fenna nam Marten mee naar boven en deed de deur achter hen dicht.
Hij keek rond. Zijn tas bleef op de grond staan. Ze voelde de zenuwen terugkomen, het korte onbenullige vermoeden dat hij haar hier nog vreemd zou vinden. Hij zette een stap naar haar toe en legde zijn handen op haar heupen.
'Ik heb je gemist.'
'Ik jou ook.'
Ze kuste hem. Deze keer hoefde ze niet meer na een minuut op te hangen. Ze schoof zijn jas van zijn schouders en hij trok haar tegen zich aan. De kamer had een deur, een groot raam en een bed dat niet alleen voor haar ruim genoeg was. Een tijdlang was dat alles wat ze ervan hoefde te weten.
Later aten ze ergens in de buurt. Ze koos een plek die ze kende en liet hem iets proberen wat zij lekker vond. Hij vertelde over zijn eerste weken in de winkel en over hoe zwaar zijn voeten soms voelden na een dag waarop hij nauwelijks had gefietst. Ze vroeg of hij weleens aan haar magazijndiensten had gedacht.
'Daar moest ik in de eerste week ineens aan denken,' zei hij.
'Dan weet je nu waarom ik weleens meteen op de bank wilde.'
Hij knikte, nam een hap en vroeg hoe Naja werkte. Fenna vertelde meer dan ze telefonisch had gedaan. Ze wilde hem laten zien hoe het hier was, niet alleen verklaren dat ze het naar haar zin had. Hij luisterde. Op een gegeven moment stopte ze omdat ze zag dat hij naar haar keek.
'Wat?'
'Je vertelt anders als je echt tegenover me zit.'
'Langer?'
'Ook.'
Ze schopte zacht tegen zijn schoen onder de tafel. Hij pakte haar hand en bracht die naar zijn mond.
Zondag liepen ze zonder haast een stuk door de omgeving. Fenna wist niet de mooiste route. Ze kozen bij een kruising wat hun het prettigst leek, kwamen langs een tuin waar iemand al veel te vroeg iets groens verwachtte en bleven een tijd op een bankje zitten. Er was niets wat ze vóór drie uur moesten hebben gezien om het bezoek te laten tellen.
Ze spraken over haar eerste terugreis naar Nederland. Eind maart kon ze een paar dagen komen als onderdeel van haar gewone vrije tijd. Ze hadden het met haar programma en zijn werk afgestemd. De reis stond al vast. Ze wilde naar Madelon, haar moeder en vooral naar de stoel naast hem aan tafel.
'Je moeder eerst,' zei hij.
'Dat beslis ik nog wel.'
De volgende ochtend had ze training. Marten ging mee naar de hal en bleef kijken vanaf de plek waar bezoekers konden zitten. Ze zag hem voor ze aan de sessie begon. Daarna moest ze met Naja werken en haar eigen bewegingen maken. Af en toe, wanneer ze terugkwam, zag ze waar hij zat.
Na afloop liep ze naar hem toe, haar benen warm, haar haar plat van haar helm. Ze had goed gewerkt. Ze zei het voordat hij iets kon vragen. Hij stak zijn handen naar haar uit en zij ging bij hem staan.
'Mooi,' zei hij.
'Meer krijg je straks wel te horen.'
'Daar reken ik op.'
Ze keek naar zijn gezicht en begon te grijnzen. De hele middag lag nog voor hen voordat hij terug moest. Ze vroeg of hij mee wilde eten, pakte haar tas en ging met hem naar buiten.