Hoofdstuk 27 · 11 minuten lezen
Naast de eerste plek
Fenna had gedacht dat het moeilijk zou zijn om naar Marten te kijken. Het was vooral moeilijk geweest om op te houden. Zijn koers was afgelopen en zij moest terug naar haar eigen middag. Haar lijf had daar minder moeite mee dan haar hoofd. Zodra ze weer bezig was, wilde het vooruit.
Gita vroeg of ze klaar was. Fenna zei ja en schoof haar voet nog eens in haar schoen. Ze wist niet wat ze daar nog aan wilde veranderen. Madelon stond naast hun spullen en vertelde dat ze met haar ouders op de tribune had gezeten. Haar vader had na de scratch gevraagd of alle mensen die niet wonnen toch nog een prijs kregen.
'Dat zou een dure middag worden,' zei Fenna.
'Hij vroeg het heel praktisch. Volgens mij wilde hij weten of hij eerder naar huis kon.'
Ze lachten. Het deed Fenna goed dat Madelon haar vader gewoon belachelijk kon maken terwijl zij zo zenuwachtig was. Niemand hoefde hier alle woorden zacht uit te spreken.
Aan de overkant zag ze Saskia. Zij zag er evenmin uit alsof ze de volgende overwinning al binnen had. Ze praatte met haar eigen begeleider, keek op en bleef met haar blik ergens bij de baan hangen. Fenna moest haar een rit kunnen afpakken. Liever twee. Het verlangen kwam zo gemakkelijk dat ze even niet begreep hoe ze aan iets anders had kunnen denken.
Gita sprak de voorbereiding met haar door. Niet het hele toernooi opnieuw. Ze wilde weten of Fenna begreep wat zij in de eerste rit wilde proberen. Fenna zei wat ze voor zich zag. Gita stelde één vraag, luisterde naar het antwoord en knikte.
Toen ze klaarstonden, hoorde Fenna de speaker hun namen zeggen. Ze kende de hare, maar hij klonk anders door de luidsprekers, groter en wat onpersoonlijker. Op de tribune ging een hand omhoog. Ze keek niet lang genoeg om te zien van wie.
Saskia stond naast haar. Ze hadden elkaar gisteren een hand gegeven en waren nu weer twee mensen die elkaar in de weg zaten. Na het fluitsignaal reden ze weg. Fenna voelde hoe de spanning zich in haar schouders wilde vastzetten en haalde haar aandacht terug naar de andere fiets.
Er gebeurde aanvankelijk minder dan haar benen wilden. Saskia keek, wachtte, nam ruimte in die Fenna liever zelf had gebruikt. Fenna bleef erbij en hoorde haar eigen banden. Ze kon hier niet op haar derde kwalificatietijd gaan zitten. Die tijd had haar naar deze rit gebracht en ging hem niet voor haar winnen.
Ze dacht een kans te zien. Het was geen verzinsel. Ze kon erheen, en deed dat ook. Daarna moest ze vasthouden wat ze had gekozen. Het tempo ging omhoog. Even voelde het alsof ze de rit had opengetrokken op precies het goede moment.
Bij de bel kwam Saskia dichterbij. Fenna hoorde haar voordat ze haar helemaal zag. Ze had haar niet uit de rit gekregen. Nu moest ze sneller blijven dan iemand die daar kennelijk nog wat voor over had.
In de laatste bocht zat Saskia naast haar. Fenna wilde de plek niet afstaan en bleef duwen, met die onredelijke overtuiging dat willen nog ergens een apart vermogen moest zijn. Het verschil kwam toch. Niet groot, wel steeds duidelijker. Aan de streep was Saskia ervoor.
Fenna bleef rijden tot ze terug kon. Ze wist al wat Gita zou zeggen over de uitkomst en wilde vooral weten hoe zij het andere had gezien, het ogenblik waarop het goed leek. Ze ging naast haar staan en trok haar mond open om meteen de hele rit opnieuw te doen.
'Ik weet het,' zei ze.
'Wat weet je?'
'Dat ik hem niet heb.'
'Ja. Over de rest kunnen we praten.'
Het hielp dat Gita geen betere naam voor verliezen zocht. Ze bekeken wat er was gebeurd. Fenna kon iets veranderen voor de volgende rit, niet ineens al haar kwaliteiten omruilen voor die van Saskia. Ze haalde haar handen door haar haar en dronk. Ze had nog een kans. Dat was minder prettig dan nog niet hoeven beginnen, en veel beter dan klaar zijn.
Madelon stond een eindje verder. Ze stak twee vingers op en trok daarna één vinger in, alsof ze een heel ingewikkelde rekensom voordeed. Fenna schudde haar hoofd. Ze wist wat er nodig was. Twee ritten achter elkaar winnen. Ze hoefde haar vriendin er niet nog bij te hebben als bord met grote letters.
Voor de tweede rit voelde ze haar vermoeidheid op een andere plek. Ze had gisteren drie halvefinaleritten gereden. Saskia ook haar eigen programma. Dat wist ze, maar haar lichaam trok zich weinig aan van de eerlijkheid daarvan. Ze wilde haar opponent moe zien. Er was geen zichtbaar teken dat ze kon gebruiken.
Na het fluitsignaal nam Fenna eerder haar besluit. Ze wilde niet dezelfde vraag nog een keer aan dezelfde vrouw stellen. Het werd sneller, scherper. Ze zag Saskia reageren en voelde een plotseling plezier in het feit dat zij nu iets van haar vroeg.
Ze hield het niet rustig om zichzelf te sparen voor een derde rit die er misschien nooit zou komen. Ze reed. Er kwam geluid van de tribune dat ze niet kon thuisbrengen. Ze hoorde alleen het moment waarop het meer werd.
De bel ging. Het was nu niet mogelijk om ergens anders opnieuw te beginnen. Fenna bleef bij wat er onder haar gebeurde en probeerde Saskia niet al in haar hoofd langs te laten gaan. Ze had nog steeds haar eigen fiets, haar eigen benen, een paar honderd meter waarop alles wat ze voelde werkelijk gebruikt kon worden.
Saskia kwam. Fenna zag haar hand, het stuk stuur, haar schouder. Ze wilde er niet naar kijken en moest het wel zien om te weten waar ze was. Ze zette door. Er was een kort ogenblik waarop ze bijna naast elkaar bleven. Daarna schoof Saskia verder.
Over de streep wist Fenna het. Ze hoefde niemand te horen. Ze bleef rijden en zag de rug van de vrouw die twee keer sneller was geweest waar het telde.
Bij hun spullen stapte ze af en zette haar fiets neer. Ze kwam niet met een vloek of een grap. Gita legde een hand op haar schouder en liet hem weer zakken. Fenna wilde haar eigen bovenbenen afpakken en ergens neerzetten waar zij er even geen last van had.
'Twee-nul,' zei ze.
'Ja.'
Ze knikte. Het klopte. Ze ging zitten en maakte zich los van de dingen die strak om haar heen hadden gezeten. Even was ze alleen maar warm en kwaad en verschrikkelijk moe. Ze had alle redenen om trots te zijn al ergens gehoord voordat iemand ze tegen haar kon zeggen. Ze wilde de laatste meters terug.
Madelon zette zich naast haar. Ze zei niets. Dat hield ze niet lang vol.
'Mijn vader vindt dat je een prijs verdient.'
Fenna staarde haar aan. Toen begon ze te lachen, een kort lelijk geluid dat lucht genoeg maakte om weer adem te halen.
'Krijg ik die van hem?'
'Dat zal wel een folder van iets zijn. Hij neemt overal folders mee.'
Fenna veegde met haar pols langs haar gezicht. De teleurstelling ging niet weg. Er kwam iets anders naast zitten. Ze vroeg hoe laat het was. Madelon vertelde het en zei dat ze straks voor de huldiging terug moest. Zilver was hier werkelijk een tweede plek, met een uitslag en iemand die haar naam ging zeggen. Fenna kon daar moeilijk niet bij zijn omdat ze liever de eerste had gewild.
Madelon vroeg of Fenna straks nog met haar mee ging eten. Er was al iets met haar ouders afgesproken en ze konden er gewoon iemand bij hebben. Fenna schudde haar hoofd. Ze kreeg haar eigen verlangens vandaag alleen in kleine stukken bij elkaar. Eerst omkleden, dan die huldiging, dan naar huis.
'Morgen misschien,' zei ze.
'Ik moet morgen werken.'
Natuurlijk. Madelon had niet met de rest van haar leven gewacht tot Fenna klaar was met dit weekend. Ze vertelde dat ze voor een volgende wedstrijd al vrij had gevraagd. Het was geen grote reis, ze hoefde er niet iemand anders voor te zijn. Ze wilde gewoon beter rijden dan gisteren.
Fenna keek naar haar. 'Dat gaat ook lukken.'
'Ik dacht al. Nu gaat ze iets aardigs zeggen.'
'Dat trek ik heel slecht, dus wen er niet aan.'
Madelon gaf haar een duw tegen haar knie. Fenna legde haar hand er even overheen. Ze had haar vriendin willen vertellen dat ze haar zou missen. Het was meer dan het gezamenlijk werken en het rijden; Madelon zou gewoon verdergaan op een plek waar Fenna niet iedere keer binnenkwam. Ze wist alleen niet hoe ze dat nu kon zeggen zonder dat het op een verzoek leek om te blijven wachten.
'Ik kom deze week nog langs,' zei ze.
'Bel eerst. Mijn huis is klein genoeg zonder dat jij ineens in de deur staat.'
Fenna knikte. Ze stond op toen Gita haar wenkte en zag Madelon nog even haar eigen programma in de tas stoppen.
Saskia kwam er ook bij voordat ze naar de prijsuitreiking moesten. Ze stak haar hand uit, maar Fenna gaf haar een korte omhelzing. Saskia was warm en rook naar dezelfde ingespannen middag.
'Goed gedaan,' zei Fenna.
'Dank je. Jij ook.'
'Dat ga ik straks heel volwassen vinden.'
Saskia lachte. Ze vertelde iets over de tweede rit, een moment waarop ze er zelf niet zeker van was geweest. Fenna wilde weten welk. Ze praatten erover zonder de uitkomst te veranderen. Het was merkwaardig bevredigend om te horen dat ze haar werk had bezorgd. Fenna had daar geen nieuwe eindstand voor nodig.
Bij de uitreiking stond ze naast de hoogste plek en keek naar de fotograaf, daarna naar de mensen achter hem. Ze zag Gita en Madelon. Verderop stond Marten met zijn jas open. Hij klapte. Hij maakte geen bijzonder teken dat alleen voor haar bedoeld was. Ze wilde naar hem toe en moest nog even blijven staan.
Na de foto's kwam de andere kant van het weekend: spullen verzamelen, iemand bedanken, een tas vinden die onder een andere terecht was gekomen. Ze stopte de medaille boven in haar tas, uit de buurt van de andere spullen. Ze kwam aan het einde van de middag zelf ook weer tussen de gewone dingen terecht.
Haar telefoon had berichten van thuis. Haar moeder had meegekeken met wat iemand haar van de uitslagen had gestuurd. Ze vond Fenna's gezicht op de foto heel klein. Fenna stuurde een grotere foto en kreeg bijna meteen drie uitroeptekens terug. Daarna schreef haar moeder dat er soep was als ze nog langs wilde komen. Fenna wilde naar haar eigen huis. Ze zei dat ze morgen de laatste dozen zou komen brengen.
Bij de uitgang vond Marten haar terwijl ze op Madelon wachtte. Hij keek eerst naar de tas aan haar schouder en toen naar haar gezicht.
'Er zit een medaille in,' zei ze.
'Ik zag je ermee.'
'Ik waarschuw alleen dat ik straks misschien gewichtig loop.'
'Je liep al zo.'
Ze lachte. Hij stond binnen handbereik. Ze raakte hem niet aan. De gewone lichtheid tussen hen maakte haar juist duidelijk hoeveel ze nog niet aan het doen waren.
'Ik vond het mooi,' zei hij.
Ze keek naar hem. Hij ging niet uitleggen wat zij zelf anders moest voelen bij haar uitslag. Ze zag de teleurstelling van zijn eigen middag nog in zijn gezicht. Ze stonden hier allebei met iets wat ze meer hadden gewild.
'Ik wil je zien,' zei ze.
'Dat doe je.'
'Niet hier. Niet steeds met een fiets of een tas ertussen.'
Hij keek kort opzij. Madelon kwam uit de gang en zag hen staan. Ze stak één hand op en liep door naar buiten. Fenna zou haar zo volgen.
'Morgenavond?' vroeg hij.
Ze dacht aan haar laatste werkweek, die al achter haar lag, aan de dozen die ze maandag nog moest brengen en de afgesproken resterende vrije dagen tot het einde van haar contract. Er was tijd. Ze hoefde er niet eerst iets anders uit weg te organiseren.
'Ja.'
'Bij mij?'
'Goed.'
Zijn gezicht veranderde. Er was nog niets opgelost, maar ze had hem iets gevraagd waarvoor ze niet samen in een sporthal hoefden te wonen. Ze voelde weer de vermoeide kracht van haar lijf. Het wilde nu geen sprint meer.
Buiten liep ze met Madelon naar hun auto's. Haar vriendin vroeg niets tot de fietsen geladen waren. Toen keek ze over haar geopende portier.
'Ik heb mijn vader beloofd dat je nog een keer vriendelijk op een foto gaat.'
'Deze week?'
'Liever dit jaar.'
Fenna haalde de medaille boven uit haar tas. Ze hield die even omhoog en trok voor Madelons telefoon het meest zelfvoldane gezicht dat ze kon maken.