Hoofdstuk 23 · 10 minuten lezen
Iets wat niet op het schema stond
Op het scherm stond dat de doos zesendertig binnenbanden moest bevatten. Fenna telde er vijfendertig. Ze telde opnieuw, met haar wijsvinger langs de uiteinden. Nog steeds vijfendertig. De collega die haar had geroepen, keek naar de lege kartonnen inzet alsof daar door lang genoeg wachten nog iets uit kon komen.
'Mooi,' zei hij. 'Dus de computer kan ook niet tellen.'
'De computer heeft geen doos dichtgeplakt.'
Ze haalde een ontbrekend exemplaar uit het vak, controleerde de maat en liet hem naast de anderen zakken. Een kleine ingreep. Het probleem was werkelijk weg. Ze trok de tape over de sluiting en gaf de doos door. Aan de andere kant van de gang viel iets om, gevolgd door een vloek en daarna gelach. Ze had dit geluid jaren gehoord zonder te denken dat ze het zou missen.
Het was haar voorlaatste werkweek. Ze had het tegen zo veel mensen gezegd dat de mededeling inmiddels bij haar naam hoorde. Fenna ging naar Denemarken. Fenna moest nog even dit etiket controleren. Fenna wist vast waar de extra verzendzakken lagen. Het vertrek was geen vaag verhaal meer dat ze tijdens de pauze vertelde; iemand was bezig haar vaste uren over te nemen.
Bij haar locker vond ze een vel met de indeling van het magazijn. De nieuwe collega had de vaknummers omcirkeld waar de afwijkende maten lagen. Er stonden er twee verkeerd. Fenna pakte een pen en veranderde ze. Daarna zette ze haar eigen naam bovenaan door. Ze kon het gewoon laten liggen voor degene die het nodig had.
In de kantine at Madelon een yoghurt uit een beker die zo groot was dat er een kleine kamerplant in had gepast. Ze had vanmiddag ook training, maar was eerder begonnen met werken. Haar ene mouw was nat.
'Lekke fles?' vroeg Fenna.
'Nee. Ik heb mijn arm gewassen. Voor de verandering.'
Fenna ging zitten. Haar telefoon gleed uit de jas die ze op de lege stoel naast zich gooide. Ze pakte hem op met het scherm naar haar toe. Geen nieuw bericht. Ze legde hem onder haar boterhammen.
'Daar wordt hij vet van,' zei Madelon.
'Dan glijdt hij makkelijker uit mijn leven.'
'Je bent echt heel slecht te verdragen als je grappig probeert te zijn.'
Dat was een opluchting. Fenna had geen zin in nog een zorgvuldige vraag waarop ze iets zorgvuldigs moest antwoorden. Ze nam een hap. De kaas was aan de rand uitgedroogd. Ze had deze boterham gisteren al willen opeten. Ze trok het harde stukje eraf en voelde zich daarna overdreven zielig om een boterham.
Madelon vertelde dat ze thuis een plank had opgehangen. Fenna vroeg of hij nog hing. Dat deed hij, zei Madelon. De spullen stonden er alleen nog niet op, want dan was het meteen zo definitief.
'Je zou kunnen beginnen met iets zachts.'
'Een helm bijvoorbeeld?'
'Ik ga je niet redden als die naar beneden komt.'
'Dat hoeft ook niet. Jij moet vanmiddag gewoon doen wat Gita zegt.'
Op de terugweg naar haar werkplek dacht Fenna aan het bericht dat ze de vorige avond had willen sturen. Ze had een foto gemaakt van een aardappel met een uitgroeisel dat op een opgestoken duim leek. Ze had hem niet verstuurd. Dat was nog het vervelendste aan uit elkaar gaan: de onbenulligste waarnemingen bleven bij haar liggen. Ze wilde niet alleen weten hoe het met hem ging. Ze wilde hem iets laten zien en zijn antwoord horen.
Ze legde haar telefoon in haar locker en ging weer aan het werk. Tot het einde van haar dienst controleerde ze aantallen, plakte ze etiketten en wees ze een chauffeur naar de juiste deur. Ze maakte een fout met een postcode die ze zelf ontdekte voordat het pakket meeging. Dat was tenminste nog op tijd.
In de hal trok ze later haar schoenen aan terwijl Madelon naast haar haar bidon ondersteboven hield. Er kwam niets uit. Ze schudde ermee, keek er boos naar en zette hem neer.
'Hij is leeg,' zei Fenna.
'Bedankt. Zonder jou was ik hier nooit uitgekomen.'
Gita kwam hun kant op met het programma voor de laatste voorbereiding. Ze vroeg hoe de benen voelden. Fenna begon over de dienst van die ochtend.
'Je benen,' herhaalde Gita.
'Goed. Wat zwaar bij het opstaan. Nu goed.'
Dat bleek een bruikbaar antwoord. Ze gingen aan het werk. Tijdens het eerste deel dacht Fenna nog aan haar telefoon, aan het ingehouden bericht, aan de kamer die ze binnenkort leeg zou achterlaten. Daarna bleef er minder plaats voor over. Ze moest kijken, rijden, voelen wanneer ze te veel wilde voordat ze werkelijk snelheid had. Gita hield het kort als ze terugkwam. Eén ding per keer. Fenna vond dat vandaag uitzonderlijk prettig.
Bij een poging die ze zelf minder had gevonden, liet Gita haar juist langer praten. Fenna wees naar de baan en zei dat ze het aan het einde had moeten herstellen. Ze had het gevoeld in haar heupen, alsof ze zichzelf net te vroeg uit de beweging had gehaald. Gita keek naar haar eigen notities en liet haar vertellen waar dat begonnen was. Daar waren woorden voor nodig die Fenna nu even niet had. Ze maakte een ongeduldig gebaar.
'Dat dus,' zei ze.
'Daar kan ik niets mee.'
Fenna wilde zeggen dat ze het toch had gezien. Ze liep in plaats daarvan een stukje mee naar de rand van hun materiaalplek en wees opnieuw, dit keer preciezer. Gita knikte. Haar antwoord was korter dan de uitleg waarvoor Fenna zo haar best had moeten doen. Het was ook bruikbaar. Bij de volgende opdracht lukte het beter. De opluchting verraste haar; ze was niet naar de hal gekomen om iemand te laten merken hoe moeilijk ze het had.
Madelon kwam later naast haar staan en vroeg of ze had gezien hoe haar eigen poging was gegaan. Fenna moest nee zeggen. Ze had aan zichzelf gedacht, en daarna aan het feit dat ze aan zichzelf dacht. Madelon nam het niet behulpzaam van haar over. Ze vertelde enthousiast wat er beter was gegaan en deed het met haar handen zo onhandig voor dat Fenna een stap opzij moest.
'Ik kan het op de fiets beter,' zei Madelon.
'Ik hoop het.'
Toen Madelon weer wegliep, wist Fenna tenminste waar ze de volgende keer naar moest kijken. Er waren hier ook dingen aan het gebeuren waarvoor ze niet het middelpunt hoefde te zijn.
Bij de volgende poging wilde ze iets overdoen dat niet slecht was geweest. Ze hoorde zichzelf bijna om meer vragen en wist al wat Gita zou zeggen. Het maakte haar kwaad dat ze zo voorspelbaar was, ook als er verder van alles veranderde.
'Nog iets bijzonders?' vroeg Gita.
'Nee.'
'Dan hou je dat vast.'
Naast het materiaal stond Saskia van Dam met een man die Fenna niet kende. Saskia trok haar jasje over haar schouders en vroeg hoe laat ze volgende week zaterdag moest beginnen. Fenna wist het nog niet uit haar hoofd. Ze keken samen in het bericht van de organisatie. De uitnodigingsmeeting paste hen allebei, zei Saskia. Geen heel weekend waarin je voortdurend ergens heen werd geroepen.
Fenna zag hoe Saskia met haar duim een opgedroogd stukje tape van een tas peuterde. Ze wilde haar volgende week verslaan. Dat verlangen was helemaal onaangetast. Het leek haar even onredelijk dat ze een vrouw die zo gewoon naast haar stond zo dringend achter zich wilde laten.
'Wat?' vroeg Saskia.
'Niets. Ik probeer te bedenken hoe ik jou volgende week ga irriteren.'
'Je bent lekker op tijd.'
Saskia deed de tas dicht. Haar metgezel vroeg of ze nog langs de supermarkt moesten. Ze keek hem aan alsof hij dit had kunnen bespreken op een moment dat zij niet met iemand anders praatte. Toen zei ze dat er geen brood was. Fenna moest lachen. Saskia keek terug.
'Hij heeft net drie kwartier gehad om dat te bedenken,' zei ze.
Na de training vond Fenna Madelon bij de bank. Ze trok haar shirt uit met haar hoofd nog halverwege in de stof en kreeg het niet verder. Madelon gaf een ruk aan de zoom. Fenna's haar kwam er in een stijve pluk achteraan.
'Je ziet er uitstekend uit.'
'Dat is het zweet. Geeft volume.'
'Zonde om te douchen dan.'
Fenna ging zitten en liet haar armen tussen haar knieën hangen. Ze had goed gewerkt. Niet alles was raak geweest, maar haar lijf voelde gebruikt op de manier waarvoor ze het wilde gebruiken. Ze wist precies wie ze dat nu wilde vertellen. Niet omdat hij er een betere training van zou maken. Omdat hij zich zou kunnen voorstellen hoe ze hier zat, met haar rode gezicht en haar haar dat ergens heen wilde.
'Ik mis hem,' zei ze.
Madelon liet de dop van haar fles vallen. Ze pakte hem op en veegde hem aan haar broek af. 'Ja.'
'Dat is geen nieuws, zeker.'
'Voor mij niet.'
Fenna wachtte. Madelon schoof een voet onder de bank om haar tas naar zich toe te trekken. Ze begon niet over wat Fenna zou moeten doen. Ze zocht een sok en vond een appel.
'Heb jij weleens iets tegen iemand gezegd en pas later gehoord hoe het klonk?' vroeg Fenna.
'Ik werk met jou.'
Fenna lachte tegen haar zin. 'Ik bedoel iets wat je niet terug kunt maken door het beter uit te leggen.'
Madelon trok haar sok aan. 'Ik denk dat dat bij iedereen gebeurt. Ik ga nu douchen. Als je hier nog zit wanneer ik terugkom, moet je van me mee naar buiten.'
Ze liet Fenna achter met de appel op de bank. Het was geen boodschap; Madelon had hem gewoon niet meer nodig gehad. Fenna stopte hem in haar eigen tas en ging ook douchen.
Thuis stond er een lege doos naast de twee die al vol waren. Haar moeder had haar zondag een stapel gebracht. Fenna schreef keuken op de zijkant en streepte het door toen ze besloot er boeken in te doen. Ze haalde ze uit de kast, veegde de plank af en bleef zitten met een oud paperbackje waarvan de rug losliet. Ze wist niet eens meer hoe het eindigde. Ze legde het bovenop.
Voor de tweede doos moest ze langs de plek waar Marten meestal zijn schoenen had uitgetrokken. Er lagen nu haar eigen slippers. Ze had hem ooit gevraagd ze niet zo netjes naast elkaar te zetten. Dan leek het alsof ze allebei op inspectie wachtten. Hij had daarna één schoen een halve slag gedraaid en gevraagd of hij nu door mocht. Ze miste hoe hij haar gezicht had bekeken om te zien of ze erom lachte.
Ze zette de doos bij de deur. In de keuken waste ze een mes en maakte twee boterhammen. Geen zin om te koken was niet hetzelfde als geen eten hoeven. Ze at staand, vond dat ongezellig en ging aan tafel zitten. De stoel tegenover haar stond er gewoon. Er hoefde niets over gezegd te worden om hem op te merken.
Ze pakte haar telefoon. Ze schreef dat ze hoopte dat zijn voorbereiding goed ging. Dat was waar, en ook een heel handige manier om niet te zeggen waarvoor ze hem werkelijk wilde spreken. Ze wiste de zin.
Daarna schreef ze: Ik wilde je vandaag iets stoms laten zien. Toen miste ik je zo dat ik er boos van werd. Ik weet nog steeds niet hoe wij moeten met straks. Maar ik mis jou, niet alleen hoe het was. Dat wilde ik zeggen.
Ze las het twee keer. Bij de tweede keer wilde ze de derde zin weghalen omdat hij zoveel minder mooi was dan de rest. Ze liet hem staan. Daarna verstuurde ze het bericht en legde de telefoon op tafel, vlak bij haar bord.
Ze kon nu de hele avond blijven wachten op het scherm. Ze stond op, haalde de volgende stapel boeken en zakte ermee door haar knieën bij de doos. Een dun fotoboek gleed tussen twee andere uit. Het viel open op de vloer, precies op een foto waarop ze zelf met een veel te grote fiets stond. Ze zette er haar hand op voordat de rug verder kon scheuren.
Op de foto lachte ze naar iemand buiten beeld. Ze herinnerde zich die middag niet. Ze wist wel hoe lang ze al graag op een fiets wilde zitten. Ze stopte het boek mee in de doos en duwde de flappen naar binnen. Voor het dichtplakken had ze tape nodig. Die lag op de keukentafel.
Ze liep terug. Haar telefoon was nog donker. Ze pakte de rol tape op, draaide hem om haar vingers en zocht met haar nagel naar het uiteinde.