Hoofdstuk 10 · 9 minuten lezen
Een middag zonder uitslag
Bram zei pas na afloop dat Marten goed had gereden. Hij was blij dat zijn trainer had gewacht. Het was prettig geweest het een tijdje helemaal zelf te weten, zonder dat het door iemand anders werd bevestigd en daarmee meteen iets werd waar hij de volgende keer weer aan moest voldoen.
Er was tijdens het duurblok een ogenblik geweest waarop hij het tempo niet alleen had verdragen maar er iets mee had willen doen. Hij had gezichten gezien die hij kende en naast de herkenning een kleine, vrolijke onbescheidenheid gevoeld. Waarom zou hij niet een keer degene zijn die iets probeerde? Hij had gereageerd, had werk moeten doen om er iets van te maken en was daarna vermoeid teruggekomen met zin om de volgende keer weer te gaan.
Rik had hem na afloop op zijn schouder geslagen. Geen beloning, meer een vaststelling dat hij er kennelijk weer bij was. Marten had gezegd dat hij vooral geprobeerd had Rik uit zijn zicht te krijgen.
'Dan moet je de andere kant op kijken,' had die geantwoord.
Bram had hen laten praten en daarna de training met Marten doorgenomen. Er waren dingen waar ze verder aan konden werken. Dat was de gewone inhoud van zo'n gesprek. Vandaag was Marten er minder snel klaar mee dan de week ervoor. Hij luisterde, stelde een vraag en herinnerde zich onder het antwoorden ineens waarom hij ooit zo weinig andere plannen nodig had gevonden.
Hij voelde het nog toen hij buiten stond. De kou deed goed op zijn gezicht. Zijn fiets stond al in de auto. Hij had genoeg tijd om naar huis te gaan voordat hij Fenna zou zien. Ze hadden een middag afgesproken zonder wedstrijd en zonder haast om voor een volgende training weer ergens te zijn.
Koen had hem de vorige avond gebeld. De winkelier dacht over een winteravond voor klanten, met een paar sportverhalen en gelegenheid om vragen te stellen. Marten had zich dat onmiddellijk kunnen voorstellen. Niet als een grote voordracht met foto's van hemzelf, maar een gewone avond waarop iets meer gebeurde dan korting op lampen. Hij had verteld over een paar ervaringen. Koen had gelachen en gezegd dat hij ook wel een keer een vrouw uit de sport wilde horen, als Marten iemand wist.
Hij had Fenna genoemd. Ze praatte goed, had iets te vertellen en zou niet eerst drie rondjes om een vraag heen rijden om er aardig uit te komen. Hij had gezegd dat hij met haar kwam, dat ze dat samen wel konden doen. Koen had geen datum vastgelegd. Er was alleen een prettig idee ontstaan dat Marten had laten groeien tot een plan met twee personen erin.
Hij dacht eraan terwijl hij naar huis reed. Hij zou haar er vanmiddag over vertellen. Het was iets om samen te doen, niet weer een bezoek aan een hal waarin ze elkaar tussen twee onderdelen moesten vinden. Hij voelde zich behulpzaam op een manier waar hij weinig moeite voor hoefde te doen.
Fenna kwam tegen tweeën. Ze had voorgesteld naar het zwembad te gaan. Niet om banen te tellen, had ze erbij gezegd, gewoon om ergens in warm water te zitten waar hun telefoons niet mee naartoe konden. Hij had ja gezegd met het voornemen niet te vragen of ze dan een heel ander soort training gepland had. Zij kon ook gewoon ergens zin in hebben.
Ze zoende hem op de mond voordat ze haar spullen neerzette. Hij sloeg een arm om haar heen. Het was fijn dat ze dat inmiddels deed zonder een voorzichtig ogenblik ervoor. Ze keek naar zijn gezicht en vroeg hoe het was gegaan.
'Goed.'
'Dat zie ik.'
'Ik heb mijn tevreden gezicht geoefend.'
'Bij jou is het geloofwaardiger.'
Ze lachte. Hij kon niet zeker weten of het over hem ging of over iets wat hij niet kende. Hij wilde haar vragen of ze al een nieuw bericht uit Denemarken had, maar vertelde eerst over Koen. De avond, de klanten, zijn eigen verhalen die deze keer misschien nuttiger waren dan aan tafel iemand van zijn eten afhouden. Toen kwam hij bij haar.
'Ik heb gezegd dat wij het wel samen kunnen doen.'
Ze keek hem aan. 'Wanneer?'
'Er is nog geen datum.'
'Nee, wanneer heb je dat gezegd?'
'Gisteren. Het was gewoon een idee.'
'Van jou.'
Hij liet zijn hand zakken. Ze had haar jas nog aan. Ze stonden midden in zijn woonkamer en hij voelde zich ineens alsof hij aan een gesprek was begonnen waarvan hij een belangrijke zin had overgeslagen.
'Ik dacht dat je dat leuk zou vinden.'
'Vraag het dan.'
'Vind je dat leuk?'
Ze schudde haar hoofd. Niet lachend, niet heel boos. 'Je hebt al gezegd dat we komen.'
'Ik kan toch terugbellen?'
'Ja. Dat zou ik doen.'
Hij keek naar haar. Hij had allerlei redenen klaar waarmee hij het minder stom kon maken. Ze had zelf over die kans willen vertellen. Het was niet voor niets dat Naja haar wilde spreken. Ze was goed in dingen uitleggen. Het waren allemaal redenen die niets veranderden aan het feit dat hij Koen had laten denken dat zij al ja had gezegd.
'Je hoeft er niets mee op te lossen,' zei ze. 'Ik heb werk en ik train. Op een vrije avond wil ik soms alleen maar bij jou zijn.'
Hij had zich voorbereid op een afwijzing van zijn plan en hoorde pas laat wat ze daarachter had gezegd. Ze wilde bij hem zijn. Niet in een winkel vragen beantwoorden zodat zijn idee een echte avond werd. Gewoon hier, met hem.
'Ik bel hem straks,' zei hij.
'Goed.'
Ze trok haar jas uit en hing hem op. Hij kon alsnog uitleggen dat hij alleen iets prettigs had willen doen. Hij liet het. Hij vroeg of ze nog naar het zwembad wilde en ze zei natuurlijk, alsof het één het ander niet had veranderd. Hij was haar er dankbaar voor zonder dat hij precies wist hoe hij dat moest laten zien.
Hij belde Koen terwijl zij in de keuken een glas water dronk. Het gesprek duurde kort. Hij had te snel gezegd dat Fenna ook zou komen, zei hij. Dat stond helemaal niet vast. Koen antwoordde dat het dan maar goed was dat hij nog niets had rondgestuurd. Als Marten zelf wel wilde, bespraken ze later een datum en vergoeding.
Toen hij ophing, stond Fenna in de deuropening. Hij hield zijn telefoon even omhoog om aan te geven dat het geregeld was. Ze knikte en kwam naar hem toe.
'Ik vond dat over langzaam rijden een rotopmerking van mezelf,' zei ze.
Hij was even stil. 'Ik weet dat je het niet zo bedoelde.'
'Ik zei het wel.'
'Ja.'
Ze keek hem aan. Hij legde zijn hand tegen haar gezicht en streek met zijn duim langs haar wang. Ze hoefden niet alsnog een beter gesprek van woensdag te maken. Ze stonden hier nu en ze wilden allebei nog ergens samen naartoe. Hij pakte zijn tas en vroeg of ze de weg wist.
In het zwembad bleek warm water iets waar ook een groot deel van Apeldoorn belangstelling voor had. Er waren gezinnen, twee mannen die samen heel ernstig op één plek bleven hangen en een groep vrouwen die afwisselend lachte en niets zei. Marten zag genoeg mensen om even te moeten beslissen of hij zin had gezien te worden. Daarna zag hij Fenna, die hem wenkte, en werd de vraag een stuk eenvoudiger.
Ze gingen in het warme gedeelte zitten. Hij had gedacht dat hij zich meteen loom zou voelen. Eerst voelde hij vooral alle plekken waar hij vanmorgen had gewerkt. Zijn bovenbenen, zijn schouders. Hij legde zijn armen langs de rand en keek naar Fenna. Zij had haar ogen dicht en haar hoofd een beetje achterover.
'Ik heb besloten dat dit ook sport is,' zei ze.
'Waarom?'
'Omdat ik er goed in ben.'
Hij lachte. Ze deed één oog open en keek of het gelukt was. Hij had nog niet vaak iemand zo zichtbaar plezier zien hebben in haar eigen gelijk. Hij schoof iets dichterbij. Ze zocht zijn voet met de hare en liet haar ogen weer dichtvallen.
Het was verleidelijk de ochtend opnieuw te vertellen. Hoe goed het was gegaan, wat Bram had gezegd, wat hij de volgende keer wilde proberen. Hij zou er een heel gesprek van kunnen maken waarin hij zich nuttig, interessant en redelijk gelukkig voelde. Hij bleef zitten. Het water bewoog om hen heen. Een kind riep ergens om iemand die het niet hoorde. Fenna bewoog haar voet tegen de zijne.
Na een tijdje keek ze op. 'Ben je in slaap gevallen?'
'Ik denk na.'
'Mag hier ook.'
'Ik wilde net vragen of ik nog iets moest presteren.'
'Je zit behoorlijk recht. Dat kan minder.'
Hij liet zich wat lager zakken. Ze keek tevreden en leunde met haar schouder tegen hem. Ze praatten over niets waarvoor hij een antwoord hoefde te hebben. De tandenborstel die ze altijd kwijt was, een buurman die bij het groeten iedere keer leek te twijfelen of hij haar kende, het kind dat nu kennelijk de hele familie tegelijk wilde verzamelen. Hij vertelde over zijn neefje, dat een tijdje had gedacht dat Marten alleen maar in een wielerbroek bestond. Op de verjaardag van zijn zus had hij teleurgesteld gevraagd waarom hij een gewone broek droeg.
'Ik snap hem wel,' zei Fenna.
Hij draaide zijn hoofd naar haar. 'Dat is heel ongeschikt om hier te zeggen.'
'Jij begon.'
Ze kuste hem kort. Niet lang genoeg om meer aandacht te krijgen dan nodig was en lang genoeg dat hij zich afvroeg of ze eerder naar huis konden. Ze keek hem aan en schudde haar hoofd. Ze wilde eerst nog blijven zitten. Hij vond dat steeds beter te verdragen.
Toen ze later een paar rustige stukken zwommen, maakte zij er geen wedstrijd van. Hij verwachtte het wel. Hij merkte dat hij steeds opzij keek en moest erom lachen toen ze hem vroeg of hij soms bang was te verliezen.
'Ik wil weten of je nog komt.'
'Ik ben er.'
Hij draaide zich naar haar toe. Ze bleven even tegenover elkaar in het water, met het geluid van alle andere mensen om hen heen. Ze kwam dichterbij en streek een natte haarlok uit zijn voorhoofd. Daarna wees ze naar de kant.
Buiten was de middag kouder geworden. Ze liepen naar de auto en deden hun jassen dicht zonder het onhandig te vinden dat ze allebei ineens minder te zeggen hadden. In zijn auto zette hij de verwarming aan. Fenna liet haar hoofd tegen de stoel rusten.
'Wil je vanavond bij mij eten?' vroeg ze.
'Alleen als je niets bijzonders hoeft te doen.'
'Ik hoef nooit iets bijzonders te doen. Ik wil het soms.'
Hij knikte. Ze legde haar hand op zijn been, heel gewoon, zonder hem aan te kijken. Bij het eerste stoplicht keek hij even naar haar. Ze glimlachte zonder haar hoofd op te tillen.
Bij haar thuis liet hij haar voorgaan. Hij hing zijn jas op en bleef even in de deuropening staan terwijl zij het licht aandeed. Ze keek om en vroeg of hij nog iets wilde zeggen.
'Nee,' zei hij. 'Ik kijk even.'
Ze liet hem kijken. Daarna kwam ze terug, nam zijn hand en trok hem de kamer in.