Hoofdstuk 12 · 12 minuten lezen
De serieuze deelnemers
Fenna wilde eerst een teamnaam hebben. Er was nog geen vraag gesteld, Madelon had haar jas nog aan en Aydin zat naar de lijst met drankjes te kijken, maar Fenna had de pen al vast. Marten vond het buitengewoon prettig dat hij dit kon voorspellen zonder dat het vervelend werd.
'De serieuze deelnemers,' zei hij.
Ze keek op. 'Dat is niet slecht.'
'Je klinkt verrast.'
'Ik wil je motiveren.'
Madelon trok haar jas uit en ging zitten. 'Schrijf maar op. Anders zijn we aan de laatste ronde voordat iedereen zich heeft kunnen herkennen.'
Het café had een lage verhoging waar de quizleider bij een microfoon stond. Er hingen slingers die er vermoedelijk al voor iets anders hadden gehangen. Aan de tafels om hen heen zaten mensen met dezelfde combinatie van goede moed en nog niet ingevulde formulieren. Marten zag een man die hij kende van een meeting en besloot niet meteen op te staan. Hij zat hier graag met deze drie, met Fenna naast hem en haar knie tegen de zijne.
Aydin bracht de drankjes. Madelon tikte met haar glas tegen dat van Fenna en zei dat ze hoopte dat het hele Deense plan doorging. Ze zei het gewoon, niet als een aankondiging voor het hele café. Fenna glimlachte en vertelde dat ze er sinds dinsdag een paar keer op een onhandig moment aan had gedacht. Bijvoorbeeld midden in de vraag of er nog twintig ventieldopjes op voorraad lagen.
'Dan moet je die tellen in een nieuwe taal,' zei Aydin.
'Ik kan nog net mezelf voorstellen. Voor de dopjes zou ik hulp moeten vragen.'
'Goed begin.'
Marten legde zijn hand even op haar bovenbeen. Ze keek naar hem, nog steeds met die blije blik. Ze hoefde hem niet meer uit te leggen waarom dit iets groots was. Hij had haar woensdag horen vertellen, had haar voelen dansen alsof stilstaan voorlopig niet meer de bedoeling was. Hij was blij voor haar. Zo eenvoudig was het begonnen en zo voelde het nog steeds wanneer ze naar hem keek.
De eerste vraag ging over een stad. Fenna schreef iets op voordat de quizleider uitgesproken was. Madelon vroeg of ze op de rest van de vraag wilde wachten. Fenna legde haar hand over het antwoord en zei dat ze natuurlijk bereid was haar mening aan te passen.
'Als er een reden is,' voegde ze eraan toe.
Die reden kwam er niet. Het antwoord was goed. Ze keek zo tevreden dat Marten zijn arm om de rugleuning van haar stoel legde. Het was geen pose die hij had voorbereid. Hij wilde dichtbij haar zitten en zij leunde iets naar hem toe, alsof ze zelf de rest van het gebaar afmaakte.
Bij de muziekronde bleek Aydin meer te weten dan de rest van hen bij elkaar. Hij hoorde in een kort fragment meteen welk instrument de melodie speelde. Fenna dacht aan iets anders. Aydin legde één vinger op het papier.
'Hier weet ik iets van.'
'Ik zei alleen wat ik dacht.'
'Je laat me niet eens een heel antwoord geven.'
Hij had vroeger klarinet gespeeld, vertelde hij. Een paar jaar, serieus genoeg om nog steeds te weten wanneer iemand een ander instrument daarvoor aanzag. Madelon keek hem aan alsof hij had gezegd dat hij een tweede huis bezat. Ze vroeg waarom hij dat nooit had verteld.
'Omdat jullie gewoonlijk vragen waarom iets niet werkt. Dat heeft zelden met mijn klarinet te maken.'
Marten lachte en voelde Fenna naast hem meebewegen. Het instrumentantwoord bleef staan. Toen het goed bleek, zette ze er een sierlijke cirkel omheen en schoof ze de pen naar Aydin. Hij nam hem niet aan. Hij vond het kennelijk voldoende dat ze had moeten toegeven dat hij gelijk had.
Marten kende een filmvraag waarvan hij zeker wist dat het antwoord anders was dan de titel die de rest noemde. Hij verdedigde zijn keuze uitvoerig, met een scène die alleen hij zich herinnerde. Halverwege vroeg Fenna of hij niet twee films bij elkaar aan het vertellen was.
'Dat zou een uitstekende film opleveren,' zei hij.
'Wij zoeken deze film.'
Ze lieten zijn antwoord staan. Het was fout. Marten keek naar het scherm en daarna naar de tafel. Madelon schoof het papier een klein stukje van hem weg. Niemand zei iets. Dat was zo duidelijk opzettelijk dat hij moest lachen voordat ze zelf begonnen.
'Het verhaal is in de loop der jaren beter geworden,' zei Fenna zacht.
Hij keek opzij. Ze kende hem inmiddels goed genoeg om een zin van de avond waarop ze samen hadden gekookt opnieuw tegen hem te kunnen gebruiken. Hij wilde haar zoenen. In plaats daarvan nam hij haar hand onder tafel en voelde haar duim over zijn vingers gaan. Hij kon best één filmvraag verliezen als ze daar nog een tijd mee doorging.
In de pauze ging hij met Aydin naar de bar. Zijn vriend vroeg hoe het met Koen stond. Hij had gehoord over het werkvoorstel, zonder dat Marten precies wist via wie. In deze kring kon een gewone afspraak zich sneller verspreiden dan de uitslagen waar ze samen de hele dag op hadden gewacht.
'Ik vind het leuker dan ik dacht,' zei Marten.
'Dat klinkt vervelend.'
'Erg.'
Aydin bestelde, draaide zich naar hem toe en vroeg wat er vervelend aan was. Niet uitdagend. Hij vroeg het alsof hij de logica wilde begrijpen voordat hij die in zijn hoofd opborg. Marten keek naar de tafel waar Fenna en Madelon over iets gebogen zaten. Ze waren allebei aan het praten. Ze zouden straks vermoedelijk zeggen dat ze uitstekend naar elkaar hadden geluisterd.
'Ik weet nog hoe ik wil rijden,' zei hij. 'Ik weet niet of dat genoeg is om de rest steeds weer te regelen.'
Aydin knikte en vertelde dat hij een deel van zijn eigen werk nog steeds miste sinds hij meer voor zichzelf deed. Daar was hij toch niet mee opgehouden voor hij al iets anders had opgebouwd. Daarna stonden de drankjes klaar en moesten ze terug naar hun tafel.
Fenna keek op toen Marten ging zitten. 'Ik heb je iets toegeschreven,' zei ze.
'Nu al?'
'Een antwoord. Je weet het alleen nog niet.'
Hij bekeek het. Het was inderdaad iets wat hij wist. Ze keek zo stralend naar zijn instemmende gezicht dat het bijna moeilijk werd er niet om te lachen. Hij streek met zijn hand over haar rug en bleef een ogenblik aan de rand van haar trui hangen. Ze hield op met het uitleggen van het antwoord aan Madelon en keek hem heel even aan.
De laatste ronden gingen minder goed. Een plaatje dat volgens Fenna nergens anders op kon lijken, leek volgens de juiste antwoorden juist ergens anders op. Madelon verloor een discussie op een manier waar ze eerst beledigd en daarna zo hard lachend op reageerde dat de quizleider even moest wachten. Ze eindigden in de middenmoot. Niet laatste, nergens recht op. Aydin vond dat een uitstekende uitkomst voor een team met deze naam.
Bij het afscheid vroeg Fenna of ze een volgende keer weer mee mocht. Madelon zei dat ze eerst drie werkdagen nodig had om de samenwerking te beoordelen. Fenna gaf haar een kus op haar wang. Aydin moest vroeg weg de volgende ochtend en liep alvast naar buiten. Ze spraken nog kort over de meeting van volgende week in Apeldoorn. Dan zouden hun namen weer apart op lijsten staan en zou hij werk hebben terwijl zij reden.
Marten liep met Fenna naar hun auto's. Ze hadden ieder zelf gereden en haar auto stond vlak bij de zijne. Het was koud, maar niet zo koud dat ze meteen instapten. Ze vroeg of hij nog wilde wandelen. Hij wilde. Ze liepen zonder bestemming een paar straten door, ver genoeg van het café om het geluid van de andere bezoekers kwijt te raken.
Ze vertelde over een bericht van Naja. Een aanvulling op het overzicht, een antwoord op één van haar vragen. Ze had het op haar telefoon staan en vroeg of hij het wilde zien. Hij las het terwijl ze onder een straatlamp stonden. De eerste week van februari stond er nu zo gewoon tussen andere zinnen dat hij er pas bij de tweede keer lezen naar bleef kijken.
'Vlak na januari,' zei hij.
Ze keek hem aan en begon te lachen. 'Dat is de gebruikelijke volgorde.'
'Ja. Ik hoorde het mezelf zeggen.'
'Het voelt nog steeds dichtbij en ver weg tegelijk.'
Hij gaf haar de telefoon terug. Het was maar een paar weken na Kerst. De kerst die hij met zijn zus nog niet eens had afgesproken. Er lag nog een heel stuk winter voor hen en tegelijkertijd kreeg haar mogelijke vertrek nu een plaats tussen alle gewone afspraken. Hij had niets aan zijn kalender veranderd. Toch zag hij opeens de zaterdagmiddagen waarop zij niet kon komen en de avonden waarop hij niet zomaar naar haar toe kon rijden.
Fenna stak haar hand in de zijne. Ze liepen verder. Hij luisterde naar wat ze vertelde over de groep, over de kamer waar nog geen definitieve foto van was en over hoe lastig ze het vond niet alvast dingen te gaan regelen. Hij kon zich haar daar voorstellen. Hij wilde zich er ook bij kunnen voorstellen zonder meteen de man te worden die aan het begin van een treinreis al naar de terugweg informeerde.
'Je zou kunnen komen,' zei ze.
'Ik weet het.'
'Niet ieder weekend. Dat bedoel ik niet.'
'Nee.'
Ze stonden stil. Er kwam een fietser langs die op het laatste moment naar de overkant stuurde om een plas te vermijden. Fenna keek hem na en toen weer naar Marten.
'Wat is er?' vroeg ze.
Hij haalde adem. Het was eenvoudiger geweest als hij het had kunnen uitleggen als een probleem met reizen, met geld of met de dagen die hij straks bij Koen zou werken. Dat waren echte dingen. Hij zou ze alleen gebruiken om niet te hoeven zeggen wat hij zelf het lastigst vond.
'Ik heb zo vaak ergens gezeten terwijl de rest van mijn leven hier doorging,' zei hij. 'Dan stuurde ik foto's en vroeg ik hoe het was. Ik liep de dagen af te tellen tot ik terug kon. Dat wil ik niet weer, de hele tijd wachten.'
Fenna keek naar hun handen. Hij wilde die van haar niet loslaten en wist even niet of dat het makkelijker of moeilijker maakte om eerlijk te zijn.
'Wil je niet dat ik ga?'
Hij antwoordde niet meteen. Ze bleef staan en wachtte zonder hem te helpen met een aardige uitleg. Hij had haar leuk gevonden omdat ze niet voor iedere scherpe vraag een zachtere versie verzon. Nu merkte hij hoe gemakkelijk het was dat alleen prettig te vinden zolang hij een goed antwoord had.
'Een deel van mij wil dat je hier blijft,' zei hij.
Ze keek op. Hij zag het aan haar gezicht voordat ze iets zei: daar zou ze niet voor zorgen door het Deense voorstel kleiner te maken. Ze wilde weg. Hij wist het. Hij had haar het zelf horen zeggen, had haar in zijn eigen woonkamer rond zien draaien van plezier omdat het mogelijk werd.
'Ik wil wel gaan,' zei ze. 'Als het doorgaat.'
'Ja.'
'Ook nu.'
Hij knikte. Dat was de zin die hij niet om kon buigen door nog even iets anders te zeggen. Ze wilde hem nog zien en ze wilde daarheen. Hij had beide dingen graag gehoord toen ze los van elkaar bestonden. Nu stonden ze naast elkaar en moest hij nog uitvinden wat hij zelf werkelijk kon aanbieden.
Ze liepen terug zonder dat de kou het gesprek voor hen hoefde af te breken. Hij vroeg niet of ze dan misschien langer kon wachten met beslissen. Zij vroeg niet of hij met haar mee kon. Hij vertelde dat hij op sommige dagen erg graag bij Koen wilde beginnen en op andere dagen nog kwaad werd om het feit dat hij dat graag wilde. Ze zei dat ze dat begreep. Hij wist niet of ze het helemaal begreep, maar ze probeerde het niet op te lossen.
Bij de auto's bleef ze naar hem toe gedraaid staan. 'Ik wil je nog steeds zoenen,' zei ze.
'Dat is goed nieuws.'
'Ik zeg het maar.'
Hij kwam dichterbij en ze legde haar handen tegen zijn borst. Ze kuste hem langzaam, zonder dat er ineens een antwoord tussen hen moest ontstaan. Hij hield haar vast. Het was koud langs de hals van zijn jas en warm waar ze tegen hem aan stond.
'Ga je mee naar huis?' vroeg hij.
'Ja.'
Ze reden ieder in hun eigen auto naar zijn appartement. Hij was iets eerder en deed de deur open zodra ze de trap op kwam. Ze trok haar jas uit en bleef even in de gang staan. Hij wachtte niet op een grap. Hij pakte haar hand en nam haar mee naar de woonkamer.
Daar zaten ze nog een tijd naast elkaar. Ze praatten over de quiz, over de film die hij niet kende en veel te goed had verdedigd. Ze liet hem vertellen en onderbrak hem pas toen hij er opzettelijk iets bij verzon. Hij had zijn arm om haar heen en voelde haar lachen.
Later in bed voelde hij hoe ze haar voet tegen zijn enkel legde. Ze vroeg of hij het licht uit wilde doen. Hij deed het en bleef nog een tijdje op zijn rug liggen. Ze lagen zo dichtbij dat hij niets hoefde te vragen om haar te kunnen aanraken. Hij streek met zijn vingers langs haar arm en zij schoof naar hem toe.
Ze vielen niet meteen in slaap. Ze zoenden, hielden elkaar vast en praatten zacht tot de zinnen korter werden. Er kwam geen besluit over februari. Wel vroeg ze of hij haar volgende week na haar onderdelen nog wilde zien. Hij zei dat hij haar graag wilde zien.
Toen ze uiteindelijk sliep, bleef Marten nog even wakker. Hij hoorde een auto stoppen beneden en ergens een deur dichtgaan. Fenna's adem was rustig. Hij had een arm om haar heen gelegd en voelde haar bij iedere ademhaling een beetje bewegen. Ze was hier, op deze zaterdagavond in zijn bed, en hij hield haar vast tot hij zelf ook slaperig werd. Morgen kon hij haar vragen hoe laat ze koffie wilde.