Hoofdstuk 6 van 320%

Selecteer een woord of zin in de leestekst en kies wat je ermee wilt doen.

Hoofdstuk 6 · 10 minuten lezen

Onderweg eten

Marten kon Fenna niet zien toen de achttien mannen zich voor de scratch gereedmaakten. Dat hoorde hem niets uit te maken. Het maakte hem ook niet veel uit. Hij zocht alleen nog één keer de plek waar hij haar had achtergelaten, voor hij zich met zijn eigen wedstrijd bezighield.

Rik van Os zei iets over de kou buiten. Er stond condens in zijn haar. Marten antwoordde dat hij van plan was binnen te blijven. Rik grijnsde en keek weer voor zich. Ze hadden ooit een wedstrijd lang gedaan alsof ze niet op elkaar letten. Daarna waren ze samen van de rest weggereden en had Rik hem op de streep geklopt. Sindsdien sprak Rik daar weinig over, wat Marten eigenlijk erger vond.

Bram had hem voor vandaag geen wonder opgedragen. Een goede wedstrijd, aanwezig zijn wanneer er iets gebeurde, geen dag waarop hij na afloop alleen kon zeggen dat het te snel was gegaan. Marten had geknikt. Hij wist hoe een verstandige opdracht klonk. Het was lastiger hem uit te voeren terwijl anderen ook iets van hun middag wilden maken.

De eerste ronden voelde hij dat hij erbij kon blijven. Niet als een passagier die hoopte dat niemand hem iets vroeg. Hij kon reageren, zag gezichten naast zich zonder dat hij meteen alleen naar een wiel wilde kijken. Iemand schoof naar voren. Verderop bleef een andere man net te lang uit het bereik van de groep. Het waren kleine dingen, tot ze ineens de wedstrijd vormden.

Marten ging mee toen het tempo veranderde. Hij hoorde zijn eigen adem, het geluid van de fietsen op het hout en heel even de stem van iemand langs de kant. De naam kon de zijne zijn geweest. Hij keek niet. Op dit moment had hij iets waar hij voor kon zorgen dat niet pas later betekenis kreeg.

Rik zat dichtbij. Dat was tegelijk prettig en vervelend. Marten wist dat hij niet de enige was die het tempo probeerde te lezen. Hij zag hoe Rik zijn hoofd iets kantelde, aandacht voor wat er voor hen gebeurde. Daar kende hij hem van. Niet van gesprekken over talent of van aardige verklaringen achteraf. Van dit gezicht, dat niets uitgaf wat hij niet wilde laten zien.

Halverwege de tien kilometer was Marten nog steeds goed. Dat eenvoudige besef gaf hem een onredelijk goed humeur. Er werd vooraan versneld, de groep veranderde, hij moest meer doen dan hij wilde om de aansluiting te houden. Toch bleef er iets over. Hij was niet alleen bezig een plaats vast te houden die hij in de volgende ronde onvermijdelijk zou verliezen.

Toen hij zelf een kans zag, reageerde hij te laat om er iets moois van te maken. Hij voelde het aan de extra inspanning die er direct op volgde. Hij vervloekte zichzelf niet. Daar had hij geen adem voor. Hij bleef bij wat er nu nog wel gebeurde, bij de mannen die hij kende en de paar die hij vandaag voor het eerst werkelijk opmerkte.

De slotronden gingen sneller dan hij achteraf prettig zou vinden. Een man voor hem verloor iets van zijn vanzelfsprekende houding. Een andere kwam langs zonder dat Marten er meteen achteraan kon. Hij hoorde de bel. De laatste ronde, eindelijk en veel te vroeg tegelijk. Hij reed voor wat er nog mogelijk was en zag pas bij de streep dat er meer mannen voor hem zaten dan hij had gehoopt.

Zevende van achttien. Rik was voor hem geëindigd. Marten vond dat niet belangrijk genoeg om het te vragen en belangrijk genoeg om het in de uitslag op te zoeken.

Bram wachtte tot hij terug was. Ze spraken kort over de wedstrijd. Er waren dingen die Bram wel hadden bevallen en één moment waar hij minder geduld mee had. Marten kon het hem aanwijzen voordat zijn trainer het hoefde te zeggen. Dat hielp niet, maar ze moesten er allebei om lachen.

'Je zat er tenminste weer in,' zei Bram.

Marten knikte. Hij had er meer mee willen doen. Dat hij dat wilde was beter dan opgelucht zijn dat het voorbij was.

Toen hij zich had omgekleed, stond Fenna met Madelon en Aydin klaar. Ze had zijn tas bij haar voeten gezet en leunde met haar schouder tegen de muur. Hij zag haar mond bewegen terwijl Aydin iets vertelde. Daarna lachte ze en keek op. Haar gezicht werd anders toen ze hem zag. Geen grote verandering. Genoeg om te willen weten of hij het volgende week weer zou zien.

'We hebben de broodtrommelman niet gevonden,' zei ze.

'Ik ook niet. Hij is waarschijnlijk al aan zijn avondeten begonnen.'

Ze liepen samen naar buiten. De fietsen gingen terug in de auto's waarmee ze waren gekomen. Aydin reed met Madelon; zijn koffer en haar fiets pasten bij hun eigen spullen achterin. Marten reed met Fenna. Ze had haar auto die ochtend bij hem neergezet. Nu wilde hij vooral iets eten en een stoel zonder sporttas ernaast.

Hun idee om in Alkmaar iets te zoeken strandde op een vol restaurant en op Madelon die zei dat ze niet eerst nog een selectieprocedure wilde doorlopen voor een kom soep. Ze spraken af onderweg te stoppen. Fenna schoof de navigatie naar hem toe, zette de verwarming een beetje lager en vroeg of hij muziek wilde.

'Alles behalve dat nummer met die fluit.'

'Er zijn meerdere nummers met een fluit.'

'Dat merk ik telkens wanneer ik denk dat het voorbij is.'

Ze koos iets anders. Na een paar minuten bleek ze het refrein beter te kennen dan de zanger zelf. Ze zong zacht mee, keek af en toe naar buiten en hield een van haar handen los op haar bovenbeen. Marten had er graag de zijne op gelegd. Hij deed het niet. Hij wilde niet ontdekken dat hij daardoor een afslag miste en die twee dingen voortaan met elkaar verbonden moesten blijven.

Het verkeer ging trager. Eerst in korte stukken, daarna stonden ze bijna stil. Achter een rij rode achterlichten was nergens een verklaring te zien. Fenna zocht op haar telefoon of er iets werd gemeld. Werkzaamheden. Geen ongeluk. Dat was het goede nieuws; de aangekondigde vertraging was het andere nieuws.

Madelon belde. Fenna nam op en zette haar op de luidspreker.

'Wij stoppen bij de volgende mogelijkheid,' zei Madelon. 'Aydin heeft zojuist gezegd dat hij ook jou zou eten als je geroosterd was.'

'Heel onprofessioneel,' zei Fenna.

'Ik heb mijn werk af,' zei Aydin op de achtergrond.

Marten lachte. Hij had honger, maar geen haast om alleen thuis te zijn. Fenna zocht een plek waar ze allebei konden stoppen en sprak af dat ze elkaar bij de ingang zouden vinden.

Er waren nog twee lege tafels naast elkaar. Ze schoven er één aan en namen eten dat ze konden aanwijzen. Aydin zette zijn bord neer met de zorg van een man die nu nergens meer over wilde onderhandelen. Madelon had iets met saus genomen en vroeg of iemand geloofde dat de tomaat die ernaast lag meetelde als groente.

'Voor vandaag alles,' zei Fenna.

Ze kwamen terecht in een discussie over het slechtste eten dat ze onderweg ooit hadden gekregen. Aydin won met een ontbijt waarbij de eieren nog in de verpakking waren uitgedeeld. Madelon dacht dat dit best goed nieuws kon zijn zolang de rest van de reis het niet erg vond. Marten vertelde over een hotel waar er een grote foto van een ontbijt in de eetzaal hing maar niemand kon vinden die het maakte.

Fenna luisterde met haar kin in haar hand. Ze zag er moe uit en aantrekkelijk op een manier waar hij iets mee wilde dat hier niet kon. Toen hij een woord niet kon vinden, vulde ze een volstrekt verkeerd woord in. Hij ging ermee door. Madelon rolde met haar ogen en vroeg of ze misschien ergens anders konden zitten als dit de hele winter zou duren.

'We zijn net begonnen,' zei Fenna.

Hij keek naar haar. Ze nam een hap en keek niet weg. Het had een grap kunnen zijn. Hij wilde het even niet vragen.

Bij het afscheid spreidde Aydin zijn armen uit om te laten zien dat hij geen gereedschap meer vast had. Niemand vroeg hem iets te verhelpen. Madelon trok haar capuchon op en liep met hem naar de auto. Fenna en Marten bleven nog even bij de ingang staan. Achter het glas werd hun tafel al afgeveegd.

'Goed dat we samen zijn gegaan,' zei ze.

'Ja.'

'Ik was een nogal gezellige passagier na die kwartfinale geworden.'

'Je hebt niet op het dashboard geslagen.'

'Ik heb mijn handen thuis leren houden.'

Hij zoende haar. Ze legde haar hand tegen zijn buik, vlak onder zijn jas. De deur ging open naast hen en ze stapten allebei een beetje opzij zonder elkaar meteen los te laten. Een oudere man liep langs en wenste hun een prettige avond op een toon waar Marten geen commentaar bij nodig had.

In de auto kwam het gesprek vanzelf weer bij reizen. Hij vertelde over het appartement waar hij ooit met drie andere renners had gezeten. Vier natte handdoeken, een kookplaat die het op eigen voorwaarden deed en een vriezer met één zak ijs waar niemand eigenaar van wilde zijn. Het was grappig geweest, vaak. Na zes weken had hij zo graag een stoel willen hebben waarop nog niemand anders een natte broek had gelegd dat hij erover had gedroomd.

'En toen had je eindelijk een eigen huis?' vroeg ze.

'Toen mocht ik eerst nog ergens anders slapen.'

'Je maakt het heel aantrekkelijk.'

'Het was niet slecht. Dat is het lastige. Je kunt niet blijven zeggen dat je ergens vanaf wilt zolang het je ook veel geeft.'

Ze keek naar de weg. 'Ik ben juist zo benieuwd. Naar rijden op een plek waar ik niet eerst nog door mijn werkweek heen moet.'

'Ja.'

'Niet omdat ik hier alles vervelend vind. Ik ben niet mijn hele leven aan het ontvluchten.'

'Dat dacht ik ook niet.'

Hij meende het. Hij kon haar voor zich zien in een andere hal, met dezelfde vastberadenheid waarmee ze vandaag haar jas niet had willen aantrekken. Hij wist hoe fijn het kon zijn om daar helemaal in te zitten. Zij zou dat halve jaar graag nemen. Hij wilde na een reis kunnen uitpakken zonder al te bedenken wat er over een paar dagen weer mee moest.

Toen ze bij hem aankwamen, was het laat genoeg om de tassen niet meteen uit te zoeken. Hij vroeg of ze nog binnen wilde komen. Ze zei ja voordat hij een reden had bedacht waarom ze dat zou willen.

Hij maakte thee. Zij bekeek het uitzicht uit zijn woonkamer en zei dat de overburen een uitstekende lamp hadden om onder verhoord te worden. Hij keek mee. Op de bovenverdieping van het huis aan de overkant scheen een kaal peertje fel boven een tafel. Hij had het nog nooit opgemerkt.

'Je woont hier al een tijdje,' zei ze.

'Ik kijk gewoonlijk niet zo onderzoekend naar mensen hun verlichting.'

'Ik wilde beleefd iets over je uitzicht zeggen.'

'Gelukt.'

Ze gingen op de bank zitten. Te kort om op te slapen, ruim genoeg om naast elkaar steeds dichterbij te gaan zitten. Hij legde zijn mok neer en wachtte tot zij de hare ook had neergezet. Toen trok ze hem aan zijn trui naar zich toe. Hij wilde alleen nog een keer voelen hoe ze hem zoende wanneer niemand haar naam riep of naar zijn fiets vroeg. Ze schoof een hand onder zijn trui. Hij legde de zijne tegen haar rug en merkte hoe langzaam ze haar adem uitblies.

Toen ze haar voorhoofd tegen zijn schouder legde, liet hij haar even zo zitten. Hij had geen verhaal klaar om dit makkelijker te maken. Het was al makkelijk genoeg om haar vast te houden.

Ze moest naar huis, zei ze later. Ze wilde haar spullen hebben, morgen rustig wakker worden. Hij knikte en bracht haar naar haar auto. Bij het portier zoende ze hem opnieuw.

'Donderdag?' vroeg ze.

'Ik zal eten in huis hebben.'

'Bij mij. Dan kun je zien hoe dat werkt.'

Hij lachte en stak zijn hand op toen ze wegreed. Binnen stonden de twee mokken op tafel. De hare stond half naast het onderzettertje. Hij pakte ze op, zette ze in de keuken en liet de tas met zijn wedstrijdspullen nog even waar hij lag. Hij had dorst, trek en zin in donderdag. De zevende plaats stond op zijn telefoon. Hij hoefde er vanavond niet nog een keer naar te kijken.

Hoofdstukken

Als de baan weer leeg is

  1. 01Nog een keer10 minuten
  2. 02Voor mannen die het weten11 minuten
  3. 03Vier rijdsters10 minuten
  4. 04De hond in de etalage10 minuten
  5. 05Zesde van acht10 minuten
  6. 06Onderweg etenJe leest nu10 minuten
  7. 07Bij haar thuis10 minuten
  8. 08Een gewone vrijdag11 minuten
  9. 09Een verboden woord9 minuten
  10. 10Een middag zonder uitslag9 minuten
  11. 11Het past12 minuten
  12. 12De serieuze deelnemers12 minuten
  13. 13De goede kant10 minuten
  14. 14Het vakje ernaast10 minuten
  15. 15Met jou9 minuten
  16. 16Twee kaartjes9 minuten
  17. 17Wat er niet meer paste10 minuten
  18. 18Aan deze kant9 minuten
  19. 19De uren ertussen10 minuten
  20. 20Nog een seizoen11 minuten
  21. 21Bij de deur10 minuten
  22. 22Een gewone woensdag9 minuten
  23. 23Iets wat niet op het schema stond10 minuten
  24. 24Wat hij terugstuurde11 minuten
  25. 25Drie ritten10 minuten
  26. 26Zesde11 minuten
  27. 27Naast de eerste plek11 minuten
  28. 28Het antwoord voor Koen10 minuten
  29. 29Wat ze hem wilde vragen10 minuten
  30. 30Ja10 minuten
  31. 31Waar ze nu reed10 minuten
  32. 32Mei10 minuten

Leesinstellingen

Kies wat voor jouw ogen prettig leest.

Tekstgrootte
100%

Leesgereedschap

Mijn leesnotities

Alleen in jouw browser. Ook opgenomen in je boekenplank-back-up. Maximaal 2000 tekens.

Mijn bladwijzers

Gebruik het bladwijzericoon naast een alinea om een stukje terug te vinden.

FABLIVA

Vind je volgende verhaal

Zoek op titel, onderwerp of genre.

FABLIVA

Een idee of iets dat beter kan?

Help ons Fabliva mooier te maken. Een account is niet nodig.

Je bericht gaat per e-mail naar hello@fabliva.com. We gebruiken het alleen om je feedback te behandelen. Vul je een e-mailadres in, dan kunnen we reageren.

Liever via e-mail? hello@fabliva.com
FABLIVA

Je verhalen, een tik dichterbij.

Zet Fabliva op je beginscherm. Je kunt hier ook gewoon verder lezen.

Je offline boeken

Bewaarde boeken staan op dit apparaat. Je kunt per boek ruimte vrijmaken; je leesplek en notities blijven bewaard.

Boektaal: Nederlands

Verder in de nieuwe editie

Neem je leesplek en passende bladwijzers over. De eerdere editie, leesplek en notities blijven bewaard.

Wat betekent dit woord?

De korte verklaringen en vertalingen hieronder staan op je apparaat en werken ook offline.

Dit opent een externe website met alleen het gekozen woord. Er gaat geen zin of boektekst mee.

Laat dit hoofdstuk voorlezen

Kies een stem en luister eerst naar een korte proef. De beschikbare stemmen verschillen per apparaat.

Bij een online stem ontvangt de spraakdienst de tekst die je laat voorlezen. Lokale stemmen verwerken deze op je apparaat.