Hoofdstuk 13 · 10 minuten lezen
De goede kant
Fenna zag haar naam op de vierde regel en keek voor de zekerheid naar de kolom erboven. Geen tussenstand. Dit waren de tijden van alle acht vrouwen. Vierde, en niet met zo'n verschil dat ze er meteen een verhaal over tegenwind bij hoefde te maken. Binnen was geen tegenwind. Ze had andere verhalen voor binnen, maar vandaag had ze ze niet nodig.
Madelon kwam naast haar staan. Ze droeg haar jas open over haar wedstrijdpak en had één handschoen aan. 'Nou. Dat wordt vervelend voor je.'
'Wat?'
'Je moet nu een keer tevreden kijken.'
Fenna liet haar tanden zien.
'Hou maar op. Daar schrikt de vijfde nog van.'
Ze liep met Madelon terug naar hun plek op het middenterrein. Het hout van de Apeldoornse baan glansde onder het licht; ergens hoog in de hal tikte een vlaggenlijn tegen een paal. De mensen met hun tassen en dozen stonden vandaag anders dan tijdens de trainingen. Overal kleine eilanden van jassen, wielen, bekenden die een wedstrijdplek tot hun huiskamer maakten. Fenna vond haar eigen handdoek terug onder Gita's stoel. Voor ze hem kon pakken, zette haar coach haar voet opzij.
'Vierde,' zei Gita. 'Dan nu zorgen dat je niet de hele middag die tweehonderd meter blijft rijden.'
Fenna ging zitten. Haar benen voelden goed. Dat maakte wachten lastig: ze wilde de warmte vasthouden, het harde, prettige gevoel dat haar lichaam kon leveren wat ze vroeg. Ze wilde ook plassen, iets eten en weten waar Marten zat. Hij had gezegd dat hij na de middag kwam. Morgen was zijn eigen scratch. Voor hem was dit een wedstrijdloze zaterdag, voor haar kon het nog een lange middag worden.
Ze pakte haar telefoon. Hij had een foto gestuurd van de achterkant van een bord waarop alleen twee bevestigingsbeugels zichtbaar waren. Ik sta op de parkeerplaats. Uitstekende bewegwijzering hier.
Ze typte dat hij moest kijken aan de kant waar de letters stonden. Daarna legde ze de telefoon weg zonder te controleren of hij dat grappig vond. Ze moest dit kunnen: blij zijn dat hij kwam, en gewoon blijven nadenken over de vrouw tegen wie ze straks reed.
Haar tegenstandster in de kwartfinale was vijfde geworden. Fenna kende haar van eerdere meetings, een renster die niet snel ongeduldig werd. Bij de start keek die even naar haar en knikte. Fenna knikte terug. De official liet hen vertrekken met een fluitsignaal. Drie ronden. Plotseling was alles wat buiten die smalle baan lag ver weg.
Fenna hoorde haar eigen adem te hard, zoals altijd wanneer ze probeerde te luisteren naar iemand anders. In de eerste ronde gaf niemand veel weg. Ze hoorde de andere fiets achter zich en wist hoe nauwkeurig die vrouw haar in het oog hield. Een halve blik opzij was genoeg. Fenna had de neiging het wachten als een bevel op te vatten om dan maar iets te doen.
Dit keer liet ze het ongemak even bestaan. Toen de snelheid toenam, was ze erbij. De bel voor de laatste ronde klonk scherper dan ze had verwacht. Haar tegenstandster kwam naar buiten. Fenna zag het voorwiel naast zich, de schoen die telkens weer in dezelfde hoek opdook. Ze bleef haar eigen lijn volgen. De finish was er voordat haar hoofd een oordeel had kunnen vormen.
Ze reed uit en zocht de uitslag. Haar nummer. Door.
Pas toen ze weer van de fiets was, kwam de uitbundigheid. Ze wilde Gita omhelzen en deed dat bijna, maar haar coach hield een fles voor zich alsof ze ervaring had met deze situaties. Fenna pakte hem aan.
'Dit was beter,' zei Gita.
'Dat vind ik ook.'
'Ik bedoel niet alleen de uitslag.'
'Ik nu wel.'
Gita glimlachte. 'Geniet er vijf minuten van.'
Marten stond achter haar stoel. Hij had zijn handen in zijn zakken en keek haar zo openlijk aan dat ze ineens wist hoe bezweet ze was. Dat zou hem na al die weken nauwelijks kunnen verrassen. Toch streek ze over haar voorhoofd voordat ze hem begroette.
'Zag er snel uit,' zei hij.
'Dat is hier meestal de bedoeling.'
'Ik ben blij dat je het zegt. Ik had morgen een heel ander plan.'
Hij boog zich naar haar toe en kuste haar, kort, gewoon tussen de sporttassen. Ze wilde haar hand in zijn nek leggen en hem daar houden. In plaats daarvan raakte ze zijn pols aan. De huid boven zijn kraag was nog koud van buiten.
'Je bent er,' zei ze.
'Ik had toch gezegd dat ik kwam?'
'Ja.' Ze nam een slok. Het was een stomme zin geweest en helemaal de goede. Hij stond hier. Ze hoefde niet geestig te doen om daar iets aan toe te voegen.
In de halve finale reed ze tegen Saskia van Dam. De snelste tijd van de dag, en Saskia liep erbij alsof ze pas net besloten had dat ze ook nog een beetje zou fietsen. Ze zat op een bank haar haar opnieuw vast te maken toen Fenna langsliep.
'Goed gereden,' zei Saskia.
Fenna wilde iets even ongedwongens terugzeggen. 'Jij ook' klonk bij deze uitslag alsof ze een leerkracht was die iedereen een beurt gaf. Ze zei het toch. Saskia glimlachte en vroeg of Fenna de wachttijd ook altijd langer vond worden wanneer het goed ging.
'Ik vind alles langer duren als ik wacht.'
'Ja, daar zit iets in.' Saskia trok de laatste haarlus strak. 'Tot zo.'
Ze verloor de eerste rit van de halve finale met voldoende verschil om niet te hoeven discussiëren over de finishfoto. Het ergste was dat ze onderweg al voelde waar het misging en het niet meer ongedaan kreeg. Ze had Saskia's aanzet zien komen, was een fractie te laat mee en had de rest van de ronde geprobeerd die fractie uit te wissen. Aan het eind was het meer geworden.
Bij de tweede rit nam ze zich voor niet achter de eerste aan te rijden. Toch kwam de vorige rit terug toen ze Saskia voor zich zag. Ze werd voorzichtig op een manier die haar weinig opleverde. Toen ze eindelijk iets durfde, had Saskia al besloten. Nul tegen twee. De uitslag was helder; de boosheid had meer tijd nodig.
Ze bleef op haar stoel zitten met de fles tussen haar knieën. Gita liet haar vertellen wat ze had gedaan. Het begin kwam er te snel uit, alsof haar coach anders zou denken dat ze zelf niets had gemerkt. Halverwege hield ze op.
'Ik hoor het mezelf doen.'
'Wat?'
'Uitleggen dat ik het eigenlijk wel kan.'
Gita wees met haar pen naar de fles. 'Je rijdt straks om de derde plaats. Daar kun je iets doen met wat je net gemerkt hebt.'
Fenna draaide de dop dicht. Ze wilde geen verstandig gesprek over een waardevolle middag. Ze wilde Saskia nog een keer treffen en het ditmaal winnen. Maar Saskia reed om goud en zij niet. Dat was niet oneerlijk. Het was erger: het klopte.
Marten kwam pas naast haar zitten toen Gita met de organisatie sprak. Hij raakte met zijn knie de hare. Ze keek naar hun benen, zijn spijkerbroek en haar blote bovenbenen onder de rand van het pak. Een man met een bezem probeerde achter hun stoelen langs te komen. Marten schoof op en bracht daarmee zijn knie nog dichter bij haar.
'Ik wil nu niet horen dat het knap is,' zei ze.
'Mooi. Ik wilde vragen of die reep naast je vrij was.'
Ze pakte hem op en gaf hem de helft. 'Je krijgt alleen het kleine stuk.'
Hij bekeek de scheve breuk. 'Een verrassend harde wereld.'
Terwijl hij at, keek ze naar zijn mond. Het was volslagen ongepast om nu vooral te willen weten hoe het zou zijn als hij haar tegen de keukenkastjes drukte. Het had niets te maken met haar verloren halve finale, en misschien juist alles met het feit dat haar lichaam nog zo nadrukkelijk aanwezig was. Ze wilde niet alleen netjes op haar volgende rit wachten.
'Ik moet zo weer,' zei ze.
'Ik zit niet op je fiets.'
'Gelukkig maar.'
Hij legde zijn hand even op haar bovenbeen, boven de knie. Geen aanmoediging, geen onderzoek naar een spier. Gewoon zijn hand. Ze legde de hare erop. Toen Gita terugkwam, haalden ze ze allebei weg met de snelheid van twee mensen die iets verborgen wat iedereen al kon zien.
Om het brons reed ze tegen de andere verliezende halvefinaliste. Fenna had geen zin meer om tevreden te moeten zijn met bijna. Bij de eerste rit bleef ze kalm genoeg om niet alles tegelijk te willen herstellen. Ze won. Daarna werd het moeilijker, omdat één gewonnen rit ineens iets was dat ze kon kwijtraken. In de tweede reed haar tegenstandster langer naast haar dan Fenna prettig vond. Ze hield vol tot de lijn en moest daarna wachten tot de official het aanwees.
Twee tegen nul. Derde. Ze reed nog een ronde zonder te proberen haar gezicht ernstig te houden.
Madelon stond bij hun spullen te klappen met haar ene handschoen nog aan. Gita liet haar fles dit keer zakken toen Fenna naar haar toe kwam. Het was geen grote omhelzing, meer twee armen en een fiets die in de weg zat. Fenna lachte tegen de schouder van haar coach. Ze voelde ineens hoe moe ze was.
Bij de korte huldiging keek ze niet naar Marten. Ze wilde dit onthouden vanuit de plek waar ze stond: haar voeten op het verhoginkje, het gewicht van het kleine medaillon aan het lint, Saskia die naast haar een trui over haar pak trok en met de halsopening bij haar oor bleef hangen. Fenna hielp de stof naar beneden. Saskia bedankte haar en vroeg waar de fotograaf stond. Zo gewoon kon winnen er dus ook uitzien.
Later, bij haar auto, hield Fenna de medaille voor Martens gezicht. 'Deze kun je gewoon aanraken.'
'Mag ik hem ook dragen?'
'Dan komt er iemand uit de organisatie achter je aan.'
Hij liet het schijfje over zijn vingers glijden en gaf het terug. Ze stopte het in het zijvak van haar tas, waar het tegen haar autosleutel tikte. Ze wilde niet alleen naar huis rijden. Ze wist al voordat ze het vroeg dat ze zich vervelend zou voelen als hij zei dat hij rust nodig had. Morgen moest hij rijden. Natuurlijk mocht hij zijn eigen avond willen.
'Kom je na het eten naar mij?' vroeg ze. 'Of ik naar jou. Ik wil je vanavond zien.'
Hij keek haar aan. 'Dat kan.'
'Je hoeft niets te vieren als je niet wilt.'
'Ik lust heel goed eten als iemand anders derde is geworden.'
Ze grijnsde, maar zijn antwoord was nog niet wat ze vroeg. Ze stapte dichterbij en pakte de rand van zijn jas. 'Ik bedoel ook daarna.'
'Dat dacht ik al.' Zijn stem werd zachter. 'Bij mij? Ik moet morgen vroeg op en dan heb ik mijn spullen bij de hand.'
'Ik ben waarschijnlijk toch wakker.'
Hij kuste haar tegen de koude zijkant van de auto. Ze schoof haar handen onder zijn jas, voelde zijn trui en de warmte eronder. Het mocht even onhandig zijn, met hun tassen op de grond en een portier dat iemand verderop dichtgooide. Toen ze loslieten, streek hij met zijn duim langs haar kaak.
'Je hebt nog een heel klein beetje iets aan je neus,' zei hij.
Fenna trok haar hand terug en wreef erover. 'Waarom zeg je dat nu pas?'
'Ik wilde weten of de winnaar van het brons gevaarlijk was.'
Ze gaf hem een duw tegen zijn schouder. Niet hard genoeg om hem weg te krijgen. Die avond zou ze naar zijn huis gaan met schone kleren, haar eigen eten als hij daar prijs op stelde, en de medaille ergens onder in haar tas. Ze hoefde hem niet mee naar bed te nemen om te weten dat ze goed had gereden. Marten wel, dacht ze, en ze lachte al voordat hij vroeg wat er was.