Hoofdstuk 26 van 320%

Selecteer een woord of zin in de leestekst en kies wat je ermee wilt doen.

Hoofdstuk 26 · 11 minuten lezen

Zesde

De vrouw bij de ingang wenste hem succes en vroeg of hij de volgende keer weer kwam. Marten zei dat hij dat nog niet wist. Ze keek naar het lijstje voor haar en schoof een pen opzij. Voor haar was het een gewone vraag geweest. Hij nam zijn spullen mee en ging verder.

In de hal rook het naar warme lucht, koffie en kleding die te lang in een tas had gezeten. Hij vond Bram bij hun plek. Zijn coach stond met Rik te praten en schoof op toen Marten erbij kwam. Ze namen de middag door. Tien kilometer, veertig ronden, twintig mannen. Geen tussensprints om een slechte positie later met punten goed te maken. De finish was de finish.

'Ik ken het onderdeel,' zei Marten.

'Dan heb je dat alvast mee.'

Hij kleedde zich om. Zijn gewone shirt ging over de rug van de stoel, zijn tas eronder. Hij liet zijn telefoon erin zitten. Gisteren had hij Fenna zien lachen met Madelon na de halve finale. Hij had gewacht tot ze hem misschien nog zou zien en was toen naar huis gegaan. Dat had niet als een groot besluit gevoeld. Alleen als iets wat hij blijkbaar nog kon doen.

Nu zag hij haar verderop. Ze stond met Gita en trok aan de band van haar tas. Ze merkte hem op voordat hij kon kiezen of hij zelf zou groeten. Ze kwam zijn kant op.

'Goed geslapen?' vroeg ze.

'Genoeg.'

'Ik ook. Voor zover ik weet.'

Hij lachte. Hij wilde haar graag vertellen hoe lang hij nog wakker was geweest, wat hij had gegeten, dat hij de vorige avond bij een film in slaap was gevallen en precies het verkeerde stuk had gemist. In plaats daarvan vroeg hij hoe laat haar finale begon. Dat stond na zijn koers gepland.

'Dan moet ik maar een beetje opschieten,' zei hij.

'Dat zou ik sowieso proberen.'

Ze keek naar zijn mond en hij vergat een moment dat ze hier niet alleen stonden. Hij zag aan haar gezicht dat ze het merkte. Ze deed een stap terug.

'Succes, Marten.'

'Jij straks.'

Hij keek haar na tot Bram vroeg of hij nog iets moest regelen. Marten schudde zijn hoofd. Hij kon moeilijk zeggen dat hij het liefst ergens met Fenna in een gang was blijven staan zonder dat iemand hen nodig had. Hij trok zijn schoenen aan en begon aan zijn voorbereiding.

Toen hij later op zijn fiets zat, werd zijn onrust kleiner. Niet weg. Hij kon haar alleen beter kwijt in de dingen die nu volgden. Hij keek naar de mannen om hem heen. Rik maakte een opmerking tegen een renner die zijn rugnummer scheef had zitten. De man vroeg of Rik daar onderweg ook nog zo veel tijd voor zou hebben.

Het eerste rondje van de koers voelde drukker dan het aantal mannen deed vermoeden. Iedereen had benen, een plan en een reden om juist op deze plek te willen zitten. Marten vond een wiel waar hij mee verder kon. Het geluid van de anderen kwam dichtbij en schoof weer van hem af. Hij voelde zijn eigen fiets onder zich en wilde niet ergens anders zijn.

Er ging vroeg iemand. Geen grote afstand, wel genoeg om de groep een besluit voor te houden. Een paar mannen trokken door. Marten schoof mee zonder zelf de hele beweging te willen betalen. De renner kwam terug. Er werd even ruimer gereden, toen schoof het opnieuw op elkaar.

Hij had geweten dat het zo zou gaan en vond het toch prettig om het werkelijk te zien. Hij was er nog op tijd bij, kon de ruimte herkennen voordat die alweer dichtging. Hij keek niet alleen naar de sterkste man voor hem. Hij zag ook wie daarachter zijn benen even stil leek te willen houden maar gewoon moest blijven trappen, wie druk werd wanneer het tempo zakte, wie zijn hoofd draaide naar een vriend.

Na een paar ronden kwam Rik naast hem. Geen gesprek, alleen een korte blik. Daarna zat hij alweer verder naar voren. Marten liet hem gaan. Hij hoefde niet iedere verplaatsing te beantwoorden alsof hij anders nooit meer terug zou komen.

De groep trok lang uit. Marten merkte dat hij zelf te ver naar achteren zat om er plezier van te hebben en werkte zich terug naar een plek waar hij kon zien wat er vooraan gebeurde. Het kostte moeite. Niet veel op zichzelf, wel iets wat hij straks nog een keer zou moeten opbrengen als hij weer op dezelfde manier bleef zakken.

Het tempo bleef hoog genoeg om de vragen kort te houden. Mee of niet. Een wiel houden, even ruimte laten, weer aansluiten. Er zat geen mooie uitleg tussen de besluiten. Hij zou er later wel een lopend verhaal van maken. Nu moest hij er gewoon mee rijden.

Ongeveer halverwege gingen er twee mannen kort na elkaar weg. Eerst de renner in het lichte shirt, daarna een man met rode mouwen die net snel genoeg meeging om samen iets te hebben. Marten zag het gebeuren. Voor hem zette iemand aan. Hij wachtte een ogenblik omdat het wiel voor hem al bewoog, omdat hij niet opnieuw alles zelf wilde dichtmaken, omdat er altijd meer dan één reden was voor het besluit dat je nam.

De twee bleven voor hen uit. Er zaten nog geen onoverbrugbare meters tussen. Marten reed een stuk mee in een poging om de achtervolging op gang te krijgen. Naast hem kwam iemand naar voren, deed iets wat op een overname leek en liet het daarna weer zakken. Het werd geen vloeiende beweging. De groep bleef achttien mannen groot, met achttien verschillende ideeën over wie er nu iets moest doen.

Hij voelde de ergernis stijgen. Dit kende hij ook. Het gedeelde belang dat net niet groot genoeg was om de gezamenlijke inspanning vanzelf te laten ontstaan. Hij wilde naar voren roepen dat ze moesten rijden. Dat zouden ze niet harder gaan doen omdat hij het onvriendelijk vroeg.

Hij ging zelf. Niet om in zijn eentje een heldendaad te verrichten, maar omdat de afstand voor hem nog een koers was en geen verhaal voor later. Een paar mannen kwamen mee. Hij hoorde ze, voelde het tempo aantrekken en hoopte dat het nu zou blijven lopen.

Een ronde zag het er zo uit. Daarna moest hij een wiel laten voorgaan en kwam de groep weer op hem terug. De twee vooraan reden door. Er was nog steeds geen ronde verschil. Ze waren zichtbaar en veel te ver weg om voor een geruststellend beeld te zorgen.

Marten beet zijn tanden op elkaar. Hij had moeite gedaan en er niet genoeg voor teruggekregen. Hij had ook niet de benen om nu weg te rijden en te doen alsof hij al dat overleg niet nodig had. Dat moest hij weten terwijl de koers nog liep, niet pas bij een beker drinken achteraf.

Er volgden een paar ronden waarin hij dacht aan helemaal niets wat met een volgend seizoen te maken had. Zijn mond was droog, zijn bovenbenen brandden en hij keek naar de rug voor hem alsof daar iets te vinden was wat hem nog een meter kon besparen. Hij kende de man niet goed. Voor deze minuten was hij belangrijker dan bijna iedereen die hij wel kende.

De twee leiders hielden hun voorsprong. De groep zag het nu ook. Er kwam weer vaart, alsof iedereen nog snel wilde goedmaken wat ze hadden laten liggen. Marten schoof op. Hij wilde niet alvast genoegen nemen met de plek die hij op dat moment toevallig had.

Bij het bord zag hij het aantal resterende ronden dalen. Hij hoefde het niet voortdurend opnieuw uit te rekenen. Het leek alsof de afstand korter werd terwijl de twee vooraan juist hun eigen ritme vasthielden. Hij kon hun gezichten niet zien. Dat vond hij opeens vervelend, alsof zij minder moeite hadden dan hij doordat hij hun moeite niet kon bekijken.

Rik zat voor hem, een andere man ertussen. Er kwam ruimte aan de zijkant. Marten herkende de verleiding om daar meteen gebruik van te maken. Hij had nog weinig over. Hij had niet niets over. Hij reed verder en hield de mannen voor hem in het oog.

De laatste ronden veranderden het geluid. Op de tribune ging iemand staan; hij zag het zonder te weten wie. Er werd geroepen. De twee vooraan hadden nog genoeg afstand om die plek niet uit handen te geven.

Hij hoorde de bel. Niet een mooi afgerond geluid, maar iets wat door de rest heen kwam en waarvoor zijn benen geen nieuwe voorraad beschikbaar hadden. Hij voelde de groep versnellen. Hij moest nu rijden met wat er nog was.

Rik ging mee naar voren. Marten had het wiel niet meer precies waar hij het wilde. Er kwam een ander tussen, schoof door en liet hem opnieuw kiezen. Hij kon achter deze man wachten tot het niet meer kon, of nu zelf de meters rijden die niemand hem cadeau ging doen.

Hij ging. Zijn gezicht trok strak zonder dat hij er iets aan kon veranderen. De ruimte naast hem werd een fiets en toen nog een. Hij hoorde de adem van iemand heel dichtbij. Voor hen waren de leiders al naar de streep gegaan. Hier was het nog niet klaar.

Uit de laatste bocht zag hij nog drie mannen uit zijn groep voor zich. Hij reed op een van hen in, kwam dichterbij en kreeg hem niet meer te pakken. De lijn schoot onder hem door. Zijn lijf wilde nog kracht zetten toen het nergens meer voor telde.

Hij bleef rijden. De mannen om hem heen werden losser, groter, mensen met schouders die weer konden zakken. Rik keek zijn kant op en stak een hand op. Marten knikte. Hij kon nog niet zeggen waarvoor.

Zesde, bleek toen hij terugkwam. De twee vooruit hadden het gehouden. Hij was de vierde van de achttien daarachter. Geen ronde achterstand, geen andere telling die er een betere middag van kon maken.

Bij de spullen liet hij zich op de stoel zakken. Bram gaf hem iets te drinken. Marten nam het aan en kreeg de dop niet meteen open. Zijn vingers deden alsof ze een eigen gesprek waren begonnen. Hij zette de fles op zijn knie en probeerde het opnieuw.

'Zesde,' zei hij.

'Ja.'

'Ik had die twee moeten volgen.'

Bram ging naast hem staan. 'Je zag het.'

'Dat maakt het niet beter.'

'Nee.'

Marten keek naar de baan. Er kwamen andere renners in beeld. De middag ging verder zonder dat iemand hem hoefde te vragen of hij daar al klaar voor was. Hij wilde de koers opnieuw. Vanaf die ene ronde waarin hij had gewacht. Het was een onredelijk verlangen en heel precies.

Bram vroeg wat er daarna was gebeurd. Marten vertelde over de poging om de groep mee te krijgen, over de benen die hij toen al nodig had gehad en het wiel dat hem op het einde niet meer had geholpen. Zijn coach liet hem praten en corrigeerde één detail. Er was wel overgenomen, zei hij, alleen niet lang genoeg.

Marten knikte. Dat maakte uit. Hij wilde zijn eigen koers niet verbeteren door alle anderen onbruikbaar te verklaren. Hij had zesde gereden. Beter dan de vorige keer, niet goed genoeg om te krijgen wat hij vanmiddag had gewild.

Toen Rik kwam, had Marten zijn adem terug. Zijn vriend keek naar de fles in zijn hand.

'Zit er nog wat in? Jij keek alsof je hem met je ogen wilde openmaken.'

'Dat is een nieuw systeem.'

'Handig. Ik was zevende. Dan kun jij het voordoen.'

Ze bleven even bij elkaar staan. Rik wilde weten waar hij langs was gekomen. Marten wees en beschreef het zo dat hij in het verhaal vermoedelijk iets gemakkelijker had bewogen dan in werkelijkheid. Rik trok zijn wenkbrauwen op. Marten lachte en maakte het kleiner. Hij hoefde er geen afscheidstoespraak van te maken om niet te doen alsof het hem niets kon schelen.

Na het omkleden hing hij zijn natte kleren uit over een open tas en zocht zijn gewone shirt. Hij trok het aan. Door de stof voelde hij nog hoe warm zijn rug was. Hij was teleurgesteld en had honger. Hij kon zich niet herinneren dat die twee ooit netjes op elkaar hadden gewacht.

Bij de doorgang vond hij Fenna. Ze hield haar helm tegen haar zij en keek hem aan voordat ze iets zei.

'Ik heb je gezien.'

'Dat dacht ik al.'

'Goed gereden.'

Hij haalde zijn schouders op. Ze liet de woorden staan en vroeg daarna niet of hij dat zelf ook vond. Hij was haar daar dankbaar voor. Ze keek even naar de baan. Haar eigen finale moest nog beginnen.

'Ga je kijken?' vroeg ze.

'Ja.'

Ze knikte, en hij zag wat het antwoord haar deed voordat ze zich omdraaide. Hij had zijn eigen fiets nog op te bergen en kon niet zomaar achter haar aan. Hij bracht hem naar hun plek, pakte zijn eten en ging daarna een plek zoeken vanwaar hij de finale kon zien.

Hoofdstukken

Als de baan weer leeg is

  1. 01Nog een keer10 minuten
  2. 02Voor mannen die het weten11 minuten
  3. 03Vier rijdsters10 minuten
  4. 04De hond in de etalage10 minuten
  5. 05Zesde van acht10 minuten
  6. 06Onderweg eten10 minuten
  7. 07Bij haar thuis10 minuten
  8. 08Een gewone vrijdag11 minuten
  9. 09Een verboden woord9 minuten
  10. 10Een middag zonder uitslag9 minuten
  11. 11Het past12 minuten
  12. 12De serieuze deelnemers12 minuten
  13. 13De goede kant10 minuten
  14. 14Het vakje ernaast10 minuten
  15. 15Met jou9 minuten
  16. 16Twee kaartjes9 minuten
  17. 17Wat er niet meer paste10 minuten
  18. 18Aan deze kant9 minuten
  19. 19De uren ertussen10 minuten
  20. 20Nog een seizoen11 minuten
  21. 21Bij de deur10 minuten
  22. 22Een gewone woensdag9 minuten
  23. 23Iets wat niet op het schema stond10 minuten
  24. 24Wat hij terugstuurde11 minuten
  25. 25Drie ritten10 minuten
  26. 26ZesdeJe leest nu11 minuten
  27. 27Naast de eerste plek11 minuten
  28. 28Het antwoord voor Koen10 minuten
  29. 29Wat ze hem wilde vragen10 minuten
  30. 30Ja10 minuten
  31. 31Waar ze nu reed10 minuten
  32. 32Mei10 minuten

Leesinstellingen

Kies wat voor jouw ogen prettig leest.

Tekstgrootte
100%

Leesgereedschap

Mijn leesnotities

Alleen in jouw browser. Ook opgenomen in je boekenplank-back-up. Maximaal 2000 tekens.

Mijn bladwijzers

Gebruik het bladwijzericoon naast een alinea om een stukje terug te vinden.

FABLIVA

Vind je volgende verhaal

Zoek op titel, onderwerp of genre.

FABLIVA

Een idee of iets dat beter kan?

Help ons Fabliva mooier te maken. Een account is niet nodig.

Je bericht gaat per e-mail naar hello@fabliva.com. We gebruiken het alleen om je feedback te behandelen. Vul je een e-mailadres in, dan kunnen we reageren.

Liever via e-mail? hello@fabliva.com
FABLIVA

Je verhalen, een tik dichterbij.

Zet Fabliva op je beginscherm. Je kunt hier ook gewoon verder lezen.

Je offline boeken

Bewaarde boeken staan op dit apparaat. Je kunt per boek ruimte vrijmaken; je leesplek en notities blijven bewaard.

Boektaal: Nederlands

Verder in de nieuwe editie

Neem je leesplek en passende bladwijzers over. De eerdere editie, leesplek en notities blijven bewaard.

Wat betekent dit woord?

De korte verklaringen en vertalingen hieronder staan op je apparaat en werken ook offline.

Dit opent een externe website met alleen het gekozen woord. Er gaat geen zin of boektekst mee.

Laat dit hoofdstuk voorlezen

Kies een stem en luister eerst naar een korte proef. De beschikbare stemmen verschillen per apparaat.

Bij een online stem ontvangt de spraakdienst de tekst die je laat voorlezen. Lokale stemmen verwerken deze op je apparaat.