Hoofdstuk 2 van 320%

Selecteer een woord of zin in de leestekst en kies wat je ermee wilt doen.

Hoofdstuk 2 · 11 minuten lezen

Voor mannen die het weten

Marten had onderweg naar huis drie antwoorden bedacht die beter waren dan gezellig. Ze waren alle drie te laat en waarschijnlijk minder goed dan hij dacht. Hij zette zijn fiets in de gang, waar het voorwiel zijn jas van de kapstok duwde. De jas viel op zijn hoofd. Ook dat had Fenna mogen zien. Voor het geval ze onder de indruk was geraakt.

Hij woonde al bijna twee jaar in dit appartement en had de kapstok nog steeds niet verplaatst. Voorlopig kon hij eromheen, en verder stond alles waar het moest staan. Een grote tafel bij het raam. Een bank die te kort was om op te slapen, wat een verbetering was ten opzichte van zijn vorige. In de keuken drie pannen waarvan er altijd één in de afwas stond. Hij hoefde niet over iemand anders heen om bij zijn eigen spullen te komen.

Hij hing zijn jas weer op en zette de fiets een stukje verder. Het was geen oplossing. Het was ook geen dringend probleem. Dat beviel hem aan wonen op zichzelf: hij mocht rustig tegen dezelfde kapstok aan blijven lopen.

Boven op de wasmachine lag nog het doosje koffie dat zijn zus hem voor zijn verjaardag had gegeven. Op de voorkant stond een man met een baard en de tekst voor mannen die weten wat ze willen. Marten had geprobeerd het zo neer te zetten dat hij niet iedere ochtend werd uitgedaagd door een pak koffie. Het deurtje van het keukenkastje ging alleen niet meer dicht als het pak erin stond.

Hij zette water op, opende de koelkast en vond de schaal aardappelen die hij gisteren had gekookt. Er lag ook een halve broccoli. De randjes waren geel. Hij sneed het bruikbare stuk af en zette een pan op het fornuis.

Vanavond had hij goed gereden. Niet bijzonder, niet slecht. Een training die deed wat de trainer ervan had verwacht. Hij kon er morgen iets op laten volgen zonder de rest van zijn week te moeten herschikken. Toch bleef hij denken aan Fenna die met haar hoofd een beetje schuin had gevraagd of dat het beste was wat hij kon. Hij had haar willen kussen. Dat was nogal wat voor een vrouw die hem amper tien minuten bij elkaar had gesproken en de helft daarvan om hem had gelachen.

Hij gooide de aardappelen in de pan. Ze gleden tegen elkaar aan in één koude plak. Hij duwde erop met zijn spatel en kreeg de helft over de rand.

Toen zijn telefoon ging, zag hij het als uitstel van het oprapen. Koen. Waarschijnlijk had hij iets gehoord over de wintergroep en wilde hij weten of Marten niet toch alweer voor een seizoen bijtekende. Bijtekenen was een groot woord voor de afspraken waarmee hij de laatste jaren had gereden. Er waren mensen die iets voor hem wilden regelen, er waren bedragen die soms later kwamen dan gehoopt en er was genoeg steun geweest om het telkens nog een keer te proberen. De bijdrage waarop hij afgelopen seizoen had gerekend, hield nu op.

Hij nam op. 'Ik ben aan het koken.'

'Dat had ik nog niet eens gevraagd,' zei Koen.

'Je krijgt geen uitnodiging.'

'Gelukkig. Ik heb al eens bij je gegeten.'

Koen had een fietsenzaak in een dorp buiten Apeldoorn. Ze kenden elkaar van een reeks avonden waarop Marten met een paar andere renners voor klanten over wedstrijden had verteld. De klanten hadden vooral willen weten of dure spullen ze sneller maakten. Koen had telkens aan het eind gezegd dat een goede fiets in ieder geval niet in de weg moest zitten. Daarna had hij het licht bij de kassa aangedaan.

Inmiddels wilde hij dat Marten bij hem kwam werken. Vier dagen, met de uren voor het begeleiden van groepen volwassen recreanten erbij. Verkoop, voorbereiding, mensen helpen een fiets te kiezen waar ze plezier van zouden hebben, de avonden opbouwen die Koen nu nog te vaak zelf deed. Geen titel waar Marten ooit als jongen van had gedroomd. Wel werk waarvoor iemand hem een echt loon wilde betalen.

'Vrijdag staat nog?' vroeg Koen.

'Ja.'

'Kom dan wat eerder. Dan zie je het aan de drukke kant. De rustige heb ik je vorige keer al laten zien. Anders ga je nog denken dat we hier koffie drinken en af en toe een bel verkopen.'

'Klinkt eigenlijk precies als iets voor mij.'

'Jij wilde toch weten hoe het er echt aan toegaat?'

Marten keek naar de aardappelen op de vloer. 'Ja. Dat wilde ik.'

Koen wachtte. Ze hadden het over een start na dit winterblok, niet over morgenochtend ergens achter een balie staan. Hij had de inhoud van het werk met Marten doorgenomen en hem daarna naar huis gestuurd om erover na te denken. Dat laatste bleek hij lastiger te vinden dan het eerste.

'Ik verwacht vrijdag geen toneelstuk,' zei Koen. 'Je komt kijken. Dan zien we wel of je nog zo grappig bent als er iemand met een krom spatbord binnenkomt.'

'Ik kan daar heel hard om lachen.'

'Dan beginnen we met het verschil tussen voor en achter de balie.'

Na het gesprek raapte Marten de aardappelen op. Er zat een kruimel van iets anders aan zijn vinger, iets wat eerder die week brood was geweest. Hij veegde de vloer schoon en at aan tafel, uit de pan. Er kwam niemand die dacht dat hij dat deed omdat hij van streek was. Soms scheelde alleen wonen ook gewoon afwas.

Hij had Koen kunnen vertellen dat hij vanavond iemand had ontmoet. Dat zou vreemd zijn geweest. Koen bood hem werk aan, geen middag waarop ze met hun voeten op tafel over vrouwen gingen praten. Bovendien had hij niet iemand ontmoet op de manier waarop mensen dat bedoelden wanneer ze het later navertelden. Er was een banaan gevallen. Een vrouw had gelachen. Dat was alles.

Ze had hem een hand gegeven alsof ze hem ergens voor wilde feliciteren en daar nog over moest beslissen. Hij nam een hap en keek naar het raam. Hij zag zichzelf zitten, donkerder dan de keuken, met zijn wang een beetje bol van het eten. Hij dacht weer aan de zoolafdruk op zijn helm. Een overtuigende eerste indruk.

Na het eten haalde hij de doos uit de slaapkamer die daar sinds zondag op hem stond te wachten. Hij had geprobeerd zijn kast uit te zoeken. Het gevolg was een keurige stapel gewone kleren en een doos sportspullen die te vol was om dicht te doen. Als hij de inhoud nu teruglegde, kon de doos weg en had hij officieel opgeruimd. Hij schoof hem in plaats daarvan naar de tafel.

Bovenop lagen twee witte shirts van een ploeg die niet meer bestond. Ze hadden er destijds iets van verwacht. Een degelijk programma, een groep mannen die goed met elkaar overweg kon zolang ze niet allemaal tegelijk honger hadden, begeleiding die hen serieus nam. Het waren goede jaren geweest. Marten streek een van de shirts glad en zag de kleine vlek bij de zoom die er na de eerste reis al niet meer uit was gegaan. Iedereen had een verschillende lezing gehad van wat er tijdens die maaltijd door de bus was gevlogen.

Hij ging zitten met het shirt op zijn knieën. Er waren dagen geweest waarop hij oprecht had gedacht dat hij net voor iets groters stond. Dat hoefde hij achteraf niet belachelijk te maken. Hij had veel kunnen doen wat hij anders nooit had gedaan. In een onbekende stad wakker worden en aan het ontbijt meteen weten met wie je moest lachen. Zo hard willen rijden dat een onhandig woord van een trainer de hele middag kon verpesten. Iets winnen en dat de avond daarna nog een keer winnen wanneer iemand ernaar vroeg.

Hij zou het missen. Zelfs de ontbijten om zes uur, met iemand tegenover hem die net zo koppig zat te zwijgen als hij.

Onder de shirts lag een stapel handschoenen. Van sommige was het tweede exemplaar verdwenen. Hij legde de losse in een rij en begon ze op kleur te koppelen. Halverwege hield hij ermee op. Wat had hij hier precies aan het doen? Niemand zou hem bij de volgende training weigeren omdat zijn handschoenen net een ander zwart hadden.

Zijn telefoon trilde. Een bericht van zijn zus. Of de koffie goed was.

Hij maakte een foto van het pak met de man erop en zette eronder dat ze hem voor een lastig publiek had gezet.

Ze stuurde terug dat hij zesendertig was en weleens iets mocht weten.

Hij belde haar. Ze nam op terwijl op de achtergrond iemand klaagde dat er geen slagroom was. Zijn neefje, waarschijnlijk. Die geloofde sinds kort dat ieder toetje incompleet was als het niet ergens op een foto had gestaan.

'Het is dinsdag,' zei zijn zus tegen iemand in de kamer. Daarna tegen Marten: 'Ja?'

'Ik denk na over werk en jij komt met een koffiepak dat meer zelfvertrouwen heeft dan ik.'

'Ik had ook die met de eekhoorn kunnen nemen.'

'Dat zou passender zijn geweest.'

'Je hebt het dus geproefd?'

'Nog niet.'

Ze lachte. Hij hoorde een la opengaan en begon de handschoenen weer in de doos te leggen. Aan de andere kant van de lijn zei zijn zus dat de slagroom echt niet ergens achterin verstopt stond.

'Ga je vrijdag naar Koen?' vroeg ze.

'Ja.'

'Mooi.'

'Je klinkt opgelucht.'

'Ik had het ook mooi gevonden als je voor iets anders ging kijken. Je praat al een maand over die winkel. Ik wilde weten of hij nog bestond.'

Hij pakte een handschoen en schoof zijn vingers erin. Er zat een gat aan de zijkant van zijn duim. 'Hij bestaat. Hij heeft het druk.'

'Heel onhandig als je er straks werkt.'

Hij vertelde haar over de training. Ze vroeg of hij goed had gereden. Ja, zei hij, en daar had ze genoeg aan. Geen vraag over hoeveel beter hij nog moest worden, geen ongemakkelijke haast om over iets nieuws te beginnen. Hij dacht aan Fenna die klaar was geweest en toch meer had gewild. Hij kende dat gevoel zo goed dat hij bijna had gevraagd hoe het was gegaan. Hij was blij dat hij het niet had gedaan. Ze had vast al genoeg mensen die haar training bespraken.

'Er is iemand,' zei zijn zus.

Hij keek naar de telefoon. 'In jouw kamer? Daar lijkt het wel op.'

'Nee. Bij jou. Je praat anders.'

'Ik praat met een handschoen aan.'

'Dat verklaart vast een heleboel.'

Hij trok de handschoen uit. 'Ik heb iemand ontmoet. Dat is een tamelijk groot woord voor iemand die meteen op de zoolafdruk op mijn helm wees.'

'Die afdruk zit er zeker nog op.'

Hij liep naar de gang. De afdruk zat er nog.

'Marten.'

'Ja, goed.' Hij pakte een vaatdoek uit de keuken. 'Ik ga nu echt opruimen.'

'Zeg maar dat je van me af wilt.'

'Je wilt weten of ik je koffie op heb en of ik vrijdag ga werken. Ik denk dat we het allebei nog wat langer kunnen volhouden.'

Toen ze ophingen lag het witte shirt alweer tussen de gewone kleren. Hij vouwde het opnieuw op. Bewaren kon ook zonder dat het iedere week uit de kast kwam. Hij legde twee goede shirts apart voor gebruik en maakte een kleine stapel voor de textielbak. Geen plechtige afscheidsceremonie. Eén van de mouwen was gewoon te dun geworden om nog iets te verdragen.

Hij ruimde de tafel af en zette de lege pan in de gootsteen. De doos kon nu dicht. Dat liet hij zo. Het voelde prettig om iets af te maken waarvan niemand hoefde te weten dat hij het de hele week had uitgesteld.

In zijn telefoon zocht hij Madelon op. Ze hadden afgelopen voorjaar een paar ritten naar dezelfde meetings gedeeld. Zij wist nog ongeveer alles wat hij tijdens die reizen had gezegd, vooral de dingen die hij liever niet terughoorde. Hij typte een vraag naar Fenna's nummer, las hem en wiste hem weer. Fenna had zelf gezegd dat ze hem donderdag zou zien. Misschien was dat genoeg.

Hij ging naar de badkamer en keek in de spiegel terwijl hij zijn tanden poetste. Er zat een afdruk van zijn helmriempje op zijn wang. Hij boog iets dichter naar het glas. Zesendertig, ja. Het leek hem niet ineens een schokkende leeftijd. Hij had er alleen nog geen nieuwe voorstelling bij. Over tien jaar nog steeds vertellen dat hij net aan een volgend seizoen begon, wilde hij niet. Morgen al doen alsof alles ervoor maar oefenen was geweest, ook niet.

Hij spoelde zijn mond, liep terug naar de woonkamer en pakte zijn telefoon. Ze had gelachen en ze had hem opgezocht. Dat hoefde hij niet slechter voor te stellen om niet teleurgesteld te kunnen raken.

Hij stuurde Madelon: Wil je Fenna mijn nummer geven? Ik wil haar mee uit vragen. Voor de duidelijkheid: dat kan ik zelf.

Madelon antwoordde met een foto van een kat op een sporttas. Daarna: Hij zegt dat het goed is. Ik vraag het ook nog aan Fenna.

Marten ging op de te korte bank zitten en legde zijn voeten op tafel. Hij had willen zeggen dat ze helemaal geen haast hoefde te maken. Hij stuurde het niet. Dat was een onzinnig bericht na een verzoek dat hij zelf om halfelf had gedaan.

Hij opende het gesprek met Koen en bevestigde dat hij er vrijdag eerder zou zijn. Daarna legde hij zijn telefoon naast zich. Hij dacht aan Fenna's gezicht toen ze had gezegd dat ze niet op hem wachtte. Hoe ze haar kin iets optilde, klaar om met hem te lachen als hij tenminste iets bruikbaars teruggaf. Hij wilde haar een keer zien zonder dat een van hen een fiets vast moest houden. Aan een tafel misschien, met iets te eten dat niet uit een tas kwam. En genoeg tijd om erachter te komen of ze altijd zo keek wanneer ze iemand aardig vond.

Hoofdstukken

Als de baan weer leeg is

  1. 01Nog een keer10 minuten
  2. 02Voor mannen die het wetenJe leest nu11 minuten
  3. 03Vier rijdsters10 minuten
  4. 04De hond in de etalage10 minuten
  5. 05Zesde van acht10 minuten
  6. 06Onderweg eten10 minuten
  7. 07Bij haar thuis10 minuten
  8. 08Een gewone vrijdag11 minuten
  9. 09Een verboden woord9 minuten
  10. 10Een middag zonder uitslag9 minuten
  11. 11Het past12 minuten
  12. 12De serieuze deelnemers12 minuten
  13. 13De goede kant10 minuten
  14. 14Het vakje ernaast10 minuten
  15. 15Met jou9 minuten
  16. 16Twee kaartjes9 minuten
  17. 17Wat er niet meer paste10 minuten
  18. 18Aan deze kant9 minuten
  19. 19De uren ertussen10 minuten
  20. 20Nog een seizoen11 minuten
  21. 21Bij de deur10 minuten
  22. 22Een gewone woensdag9 minuten
  23. 23Iets wat niet op het schema stond10 minuten
  24. 24Wat hij terugstuurde11 minuten
  25. 25Drie ritten10 minuten
  26. 26Zesde11 minuten
  27. 27Naast de eerste plek11 minuten
  28. 28Het antwoord voor Koen10 minuten
  29. 29Wat ze hem wilde vragen10 minuten
  30. 30Ja10 minuten
  31. 31Waar ze nu reed10 minuten
  32. 32Mei10 minuten

Leesinstellingen

Kies wat voor jouw ogen prettig leest.

Tekstgrootte
100%

Leesgereedschap

Mijn leesnotities

Alleen in jouw browser. Ook opgenomen in je boekenplank-back-up. Maximaal 2000 tekens.

Mijn bladwijzers

Gebruik het bladwijzericoon naast een alinea om een stukje terug te vinden.

FABLIVA

Vind je volgende verhaal

Zoek op titel, onderwerp of genre.

FABLIVA

Een idee of iets dat beter kan?

Help ons Fabliva mooier te maken. Een account is niet nodig.

Je bericht gaat per e-mail naar hello@fabliva.com. We gebruiken het alleen om je feedback te behandelen. Vul je een e-mailadres in, dan kunnen we reageren.

Liever via e-mail? hello@fabliva.com
FABLIVA

Je verhalen, een tik dichterbij.

Zet Fabliva op je beginscherm. Je kunt hier ook gewoon verder lezen.

Je offline boeken

Bewaarde boeken staan op dit apparaat. Je kunt per boek ruimte vrijmaken; je leesplek en notities blijven bewaard.

Boektaal: Nederlands

Verder in de nieuwe editie

Neem je leesplek en passende bladwijzers over. De eerdere editie, leesplek en notities blijven bewaard.

Wat betekent dit woord?

De korte verklaringen en vertalingen hieronder staan op je apparaat en werken ook offline.

Dit opent een externe website met alleen het gekozen woord. Er gaat geen zin of boektekst mee.

Laat dit hoofdstuk voorlezen

Kies een stem en luister eerst naar een korte proef. De beschikbare stemmen verschillen per apparaat.

Bij een online stem ontvangt de spraakdienst de tekst die je laat voorlezen. Lokale stemmen verwerken deze op je apparaat.