Hoofdstuk 3 van 320%

Selecteer een woord of zin in de leestekst en kies wat je ermee wilt doen.

Hoofdstuk 3 · 10 minuten lezen

Vier rijdsters

In het krat zaten driehonderd zadeltasjes die op geen van de afbeeldingen in het systeem leken. Fenna hield er een omhoog. Het was kleiner dan haar vuist en voorzien van een lus die volgens de beschrijving niet bestond. Ze draaide het om. De lus bestond nog steeds.

'Als je hard genoeg kijkt, wordt het vanzelf het goede artikel,' zei Madelon achter haar.

'Ga jij niet bijna naar huis?'

'Nog elf minuten. Die moet ik zinvol besteden.'

Fenna legde het tasje op de werktafel. Op het scherm stond een keurige, langwerpige uitvoering waarmee iemand vermoedelijk genoeg gereedschap voor een kleine verhuizing kon meenemen. Dit exemplaar bood plaats aan een huissleutel en enige hoop. Ze had er al vier dozen van gecontroleerd. De aantallen klopten, de leverancier klopte, alleen het product deed niet mee.

Ze meldde de afwijking bij de voorman en schoof het krat naar de plek voor uitzoekwerk. Daarmee bleef de order voor een winkel in Groningen staan. Vervelend, maar minder vervelend dan vier dozen met de verkeerde tasjes uitsturen en morgen vier dozen terugkrijgen. De voorman bekeek het artikel, vloekte zacht en vroeg of ze de andere levering eerst kon doen.

'Als die niet in een sleutelhanger is veranderd.'

Hij antwoordde niet. Hij was al aan het bellen. Fenna pakte de nieuwe lijst en liep naar het volgende vak.

Ze vond het werk niet erg. Dat verraste mensen die haar buiten het magazijn kenden. Die spraken over haar baan alsof het een tegenstander was die ze met voldoende resultaten ooit zou verslaan. Ze vond het prettig wanneer een bestelling compleet was, wanneer ze een nieuweling kon wijzen op het vak dat een rij verder zat dan logisch leek en wanneer er aan het einde van een dienst iets daadwerkelijk af was. Het probleem zat in het aantal uren dat overbleef. Ook een prima baan nam tijd in beslag.

Bij het vak met binnenbanden zat een jonge collega op zijn hurken met twee dozen naast zich. Hij had de maten verwisseld en hield nu de verpakkingen naast elkaar, alsof het verschil hem persoonlijk was aangedaan. Fenna hielp hem de dozen terugzetten. Hij vertelde ondertussen over de scooter die hij met zijn broer aan het repareren was. Geen vraag naar haar training. Geen opmerking over hoeveel fietsen ze thuis had. Ze luisterde naar een verhaal over een vastgeroeste bout en merkte dat ze rustiger werd.

Toen ze pauze had, zat Madelon nog in de kantine. Haar dienst was afgelopen; ze at de rest van haar lunch voordat ze naar een afspraak ging. Ze had haar jas al aan en haar koffiebeker tussen haar handen. Het was een nieuwe beker, knalroze, met een deksel dat niet paste. Ze had het schuin op de rand gelegd.

'Je hebt er iets mee gedaan,' zei ze zodra Fenna ging zitten.

'Waarmee?'

'Met het telefoonnummer. Je hebt dat gezicht.'

'Ik heb gewoon een gezicht.'

'Ja, daar zijn we allemaal aan gewend.'

Fenna trok het folie van haar brood. Afgelopen woensdag had Madelon haar gevraagd of ze een bericht van Marten mocht doorsturen. Ze had ja gezegd en vervolgens drie keer moeten lezen wat hij zelf had gestuurd. Geen ingewikkelde toenadering: of ze volgende week zin had om samen iets te eten. Ze had geantwoord dat dat afhing van zijn talent om een menu te lezen zonder dingen te laten vallen. Hij had haar een foto van een keurig recht bord gestuurd. In de dagen erna hadden ze over een paar volstrekt onbelangrijke dingen geappt. Het was prettig geweest dat ze die dingen even aan hem wilde vertellen.

Donderdag hadden ze elkaar na hun afzonderlijke trainingen kort gezien. Geen avondvullend optreden deze keer. Hij had nog nat haar gehad en zij had zijn mond bekeken terwijl hij iets over zijn auto zei. Pas thuis had ze begrepen dat ze geen idee had wat er met de auto was.

'Vrijdag gaan we eten,' zei ze.

'Welke vrijdag?'

'Deze.'

Madelon tikte met haar lepel tegen haar beker. 'Goed. Ik was bang dat jullie eerst een seizoen lang over fruit gingen corresponderen.'

'We zijn niet uitsluitend op dat terrein deskundig.'

'Ik hoop het voor je.' Ze nam een slok, vergat het losse deksel en kreeg een streep koffie op haar kin. Fenna schoof haar een servet toe zonder te lachen. Dat vond Madelon kennelijk erger. 'Je mag best iets zeggen.'

'Ik zou nooit misbruik maken van een zwak moment.'

'Marten is zesendertig, hè. Misschien maakt hij nog weleens iets kapot dat niet vanzelf weer aangroeit.'

'Jij bent negenentwintig en je kunt niet uit een beker drinken.'

Madelon lachte. Ze depte haar kin droog en zette de beker weg. 'Hij lijkt me aardig. Verder wil ik er niets mee te maken hebben. Mijn fiets staat volgende week in Alkmaar naast de jouwe en ik wil geen tien uur lang horen hoe aardig hij is.'

'Je kunt bij Gita gaan staan.'

'Die gaat zeggen dat ik moet opletten.'

Ze vertrok, met een haastig zwaaien naar iemand die haar bij de deur nog iets wilde vragen. Fenna bleef met haar brood achter. Ze verheugde zich op Alkmaar. Madelon zou haar op haar onzin aanspreken en daarna zelf een goede wedstrijd proberen te rijden.

Aan het einde van haar dienst waren de tasjes nog niet opgelost. Er hing nu een rood briefje aan het krat en de voorman had zijn glimlach voor leveranciers opgebruikt. Fenna ruimde haar tafel op en schreef op welke dozen ze had gecontroleerd. De collega met de scooter stak zijn hand op. Ze vroeg hem morgen te vertellen of het ding weer liep.

Buiten was het koud genoeg om de rits van haar jas tot onder haar kin te trekken. Ze ging naar huis en zette de douche aan. Ze verlangde al de hele ochtend naar een warm bad, hoewel er in haar badkamer geen stond. Vandaag bleef ze iets langer onder het warme water staan.

Ze had met Gita afgesproken om eind van de middag te bellen. Een training op papier bespreken was meestal een kort gesprek. Dit keer had haar coach een bericht gestuurd met de vraag of Fenna een kwartier had. Ze had niet gevraagd waarom. Ze was bang geweest dat het antwoord al genoeg zou zijn om de hele dienst naar haar telefoon te willen kijken.

Gita belde precies op tijd. Op de achtergrond hoorde Fenna een portier dichtgaan.

'Ik zit stil,' zei haar coach. 'Jij ook?'

'Ik heb een boterham en zit op mijn eigen bank. Niet erg indrukwekkend.'

'Prima. Dan kan ik iets vertellen zonder dat je ondertussen een doos uit een stelling trekt.'

Fenna zette haar bord op de armleuning. Gita vertelde over Naja Holm, een sprintcoach die zij kende uit de sport. Naja was bezig met een kleine groep in Denemarken, Nordspor. Er was steun voor een halfjaar met vier ervaren rijdsters. Geen losse week waarin je vooral zelf de rekening betaalde. Een trainingsperiode met vaste begeleiding, gehuurde baantijd en voldoende geld om iets te kunnen afspreken dat langer duurde dan een weekend.

'Ze zoekt geen nieuw talent dat ze nog moet leren fietsen,' zei Gita. 'Ze zoekt mensen die weten wat ze doen en nog beter willen worden. Ik heb je naam genoemd. Met de vraag of ik dat met jou mocht bespreken.'

Fenna zette haar voeten op de grond. Ze kon zich niet herinneren dat ze ze had opgetrokken.

'Wat betekent steun?'

'Dat moet zij je uitleggen. Ik ga geen bedrag uit een gesprek aan je doorverkopen. Ze wil eerst weten of jij belangstelling hebt. Daarna kan ze iets concreets sturen.'

'Zeker belangstelling.'

'Lees het straks eerst. Het is geen reis die je morgen kunt boeken.'

Gita gaf haar genoeg om vragen te kunnen stellen. De groep zou in februari beginnen, voor zes maanden. In de buurt van Ballerup. Fenna kende de naam van de baan, maar had er nooit gereden. Naja wilde haar recente resultaten zien en iets over hoe ze nu trainde. Niet een door Fenna zelf geschreven belofte dat ze binnenkort iedereen zou verslaan. Gita had aangeboden over het trainingswerk te vertellen als Fenna dat wilde.

Ze keek naar haar sportschoenen onder de tafel. De ene stond op zijn zij, met een steentje in het profiel. Haar wereld werd niet groter terwijl ze ernaar keek. Er stond nog steeds een bord met brood op de bank. Toch wilde ze ineens overal tegelijk naartoe.

'Waarom ik?'

'Omdat jij al jaren behoorlijk rijdt en niet klaar bent. En omdat er niet voor iedere groep een negentienjarige gevonden hoeft te worden.' Gita zweeg even. 'Je hoeft mij niet te verkopen dat je hard wilt werken. Ik weet dat al. Naja nog niet.'

Fenna vroeg naar de andere rijdsters, naar de plek om te wonen en naar wat er zou gebeuren als ze in januari niet reed zoals ze hoopte. Gita wist een deel; voor de andere vragen verwees ze haar naar Naja. Dat maakte Fenna ongeduldig. Ze wilde iets vast kunnen pakken. Liefst een tas. Liefst de tas waarin ze meteen alles kon stoppen.

'Het is ook geen selectie namens een bond,' zei Gita. 'Naja leidt die groep. Ik kan je haar adres geven, meer niet.'

'Geef maar.'

'Je klinkt alsof je al op de stoep staat.'

'Ik heb nog pantoffels aan.'

'Vergeet die dan niet.'

Na het gesprek bleef Fenna even zitten. Daarna pakte ze haar laptop en schreef Naja een bericht. Ze hield het korter dan haar eerste poging, waarin ze ook bijna had uitgelegd waarom ze op haar zestiende was gaan sprinten. Ze had belangstelling voor een gesprek. Ze stuurde haar recente wedstrijdoverzicht mee en vroeg welke informatie Naja verder nodig had.

Pas toen het weg was, pakte ze haar bord weer. Het brood was aan de randen droog geworden. Ze at het op met een ongeduld dat ze al lang niet meer zo aangenaam had gevonden. Ze zou daarvoor weg moeten. Uit het magazijn, uit haar woning, uit de vanzelfsprekende opeenvolging van diensten en trainingen die ze ondertussen zo goed kende dat een andere week al een onderneming leek. Ze had er zin in. Dat was het eenvoudige, bijna gênante antwoord op alle vragen die ze zichzelf nog zou gaan stellen.

Haar telefoon lichtte op. Marten vroeg of vrijdag zeven uur nog goed was. Hij had een klein restaurant voorgesteld dat ze allebei kenden zonder er ooit te hebben gegeten. Een plek waar geen van beiden eerst een verhaal over een eerdere succesvolle avond hoefde te vertellen.

Ze tikte ja. Daarna bleef haar duim boven het scherm hangen. Ze had nog niets met deze man, afgezien van een stevige neiging om met hem te praten. Het was dus belachelijk om het nieuws nu al aan hem door te geven. Ze kon gewoon vrijdag gaan eten. Mensen aten voortdurend met elkaar zonder erbij te vertellen wat ze in februari gingen doen.

Ze typte dat ze mogelijk een halfjaar in Denemarken kon gaan trainen. Dat ze nog niets zeker wist, maar dat haar winter niet automatisch betekende dat ze daarna in Apeldoorn zou blijven.

Ze las het en trok haar neus op. Het klonk alsof ze hem een auto wilde verkopen waarvan de versnellingsbak niet deugde. Ze wiste de tweede zin. Toen stuurde ze alleen de eerste, met erachter dat ze er erg veel zin in had.

Zijn antwoord kwam een paar minuten later. Dat klinkt goed. Vrijdag vieren we de mogelijkheid. Ik zal het restaurant waarschuwen.

Fenna legde haar telefoon met het scherm op tafel en liep naar de keuken. Ze pakte twee glazen voordat ze merkte dat ze voor zichzelf water ging inschenken. Het tweede zette ze terug. Ze had hem iets willen vertellen en hij wilde het met haar vieren. Vrijdag kon niet vroeg genoeg komen.

Ze zette de radio aan. Bij het tweede nummer zong ze mee, te hard voor de dunne muur naast haar keuken. Er werd niet geklopt. Ze sneed een ui en begon aan het eten, met haar laptop nog open op tafel en een bericht naar Denemarken dat ze niet telkens opnieuw hoefde te versturen.

Hoofdstukken

Als de baan weer leeg is

  1. 01Nog een keer10 minuten
  2. 02Voor mannen die het weten11 minuten
  3. 03Vier rijdstersJe leest nu10 minuten
  4. 04De hond in de etalage10 minuten
  5. 05Zesde van acht10 minuten
  6. 06Onderweg eten10 minuten
  7. 07Bij haar thuis10 minuten
  8. 08Een gewone vrijdag11 minuten
  9. 09Een verboden woord9 minuten
  10. 10Een middag zonder uitslag9 minuten
  11. 11Het past12 minuten
  12. 12De serieuze deelnemers12 minuten
  13. 13De goede kant10 minuten
  14. 14Het vakje ernaast10 minuten
  15. 15Met jou9 minuten
  16. 16Twee kaartjes9 minuten
  17. 17Wat er niet meer paste10 minuten
  18. 18Aan deze kant9 minuten
  19. 19De uren ertussen10 minuten
  20. 20Nog een seizoen11 minuten
  21. 21Bij de deur10 minuten
  22. 22Een gewone woensdag9 minuten
  23. 23Iets wat niet op het schema stond10 minuten
  24. 24Wat hij terugstuurde11 minuten
  25. 25Drie ritten10 minuten
  26. 26Zesde11 minuten
  27. 27Naast de eerste plek11 minuten
  28. 28Het antwoord voor Koen10 minuten
  29. 29Wat ze hem wilde vragen10 minuten
  30. 30Ja10 minuten
  31. 31Waar ze nu reed10 minuten
  32. 32Mei10 minuten

Leesinstellingen

Kies wat voor jouw ogen prettig leest.

Tekstgrootte
100%

Leesgereedschap

Mijn leesnotities

Alleen in jouw browser. Ook opgenomen in je boekenplank-back-up. Maximaal 2000 tekens.

Mijn bladwijzers

Gebruik het bladwijzericoon naast een alinea om een stukje terug te vinden.

FABLIVA

Vind je volgende verhaal

Zoek op titel, onderwerp of genre.

FABLIVA

Een idee of iets dat beter kan?

Help ons Fabliva mooier te maken. Een account is niet nodig.

Je bericht gaat per e-mail naar hello@fabliva.com. We gebruiken het alleen om je feedback te behandelen. Vul je een e-mailadres in, dan kunnen we reageren.

Liever via e-mail? hello@fabliva.com
FABLIVA

Je verhalen, een tik dichterbij.

Zet Fabliva op je beginscherm. Je kunt hier ook gewoon verder lezen.

Je offline boeken

Bewaarde boeken staan op dit apparaat. Je kunt per boek ruimte vrijmaken; je leesplek en notities blijven bewaard.

Boektaal: Nederlands

Verder in de nieuwe editie

Neem je leesplek en passende bladwijzers over. De eerdere editie, leesplek en notities blijven bewaard.

Wat betekent dit woord?

De korte verklaringen en vertalingen hieronder staan op je apparaat en werken ook offline.

Dit opent een externe website met alleen het gekozen woord. Er gaat geen zin of boektekst mee.

Laat dit hoofdstuk voorlezen

Kies een stem en luister eerst naar een korte proef. De beschikbare stemmen verschillen per apparaat.

Bij een online stem ontvangt de spraakdienst de tekst die je laat voorlezen. Lokale stemmen verwerken deze op je apparaat.