Hoofdstuk 15 · 9 minuten lezen
Met jou
De foto van de kamer was genomen vanuit de deuropening. Een bed, een bureau en een stoel met een blauw kussen. Boven het bed hing een ingelijste tekening die op een boot leek, al had de fotograaf vermoedelijk meer aandacht gehad voor het stopcontact. Fenna vergrootte de foto. Er was een raam. Er stond geen fiets in de weg. Ze probeerde zich voor te stellen hoe haar eigen kleren over die stoel zouden hangen.
Marten bukte naast haar over het scherm. 'Die boot kijkt boos.'
'Dat is wind.'
'Jij hebt er meer verstand van.'
Ze scrolde terug naar het bericht van Naja. Het volledige voorstel was er, op tijd om haar met Kerstmis nergens anders aan te laten denken. Nordspor bood zes maanden vanaf de eerste week van februari. Een gemeubileerde kamer, de vaste lasten ervan, baanuren, coaching en het gewone reizen van de groep werden apart betaald. Voor haar eigen leven bleef maandelijks het equivalent van veertienhonderd euro beschikbaar, na de inhoudingen die het programma zelf regelde. Dat laatste had ze uitdrukkelijk gevraagd. Een mooi bedrag boven een rij onbekende aftrekposten had ze niet kunnen uitgeven.
'En die vier plekken?' vroeg Marten.
'Vier gefinancierde rijdsters. Ze hebben niet een bed over waarvoor ze nu toevallig iemand nodig hebben.'
Hij knikte. Ze hoorde haar felheid en legde haar hand even op zijn arm. Hij had het niet kleiner gemaakt. Ze wilde er zelf niet meer van maken dan Naja haar echt had aangeboden.
De definitieve verdeling van het sponsorgeld moest nog door het bestuur worden vastgelegd. Dat zou vóór de meeting eind januari gebeuren. Naja had haar referenties en eerdere resultaten al besproken; het slotweekend was geen examen waarmee Fenna een kamer kon winnen. Ze vroeg nu of Fenna op basis van deze voorwaarden verder wilde. Als de aangekondigde bevestiging volgde, zou er geen nieuw financieel raadsel meer voor haar liggen.
Fenna had naast het scherm een vel papier gelegd. Eten, telefoon, verzekering, vervoer ter plaatse. Zelfs wanneer ze daar negenhonderd voor aanhield, bleef er geld over om af en toe terug te gaan of Marten te bezoeken wanneer haar programma dat toeliet. Haar eigen buffer bleef van haar. Ze hoefde de Nederlandse huur niet uit dit bedrag mee te blijven betalen; ze moest wel werkelijk regelen dat de huur eind januari stopte. De verhuurder had haar verzoek ontvangen. Een antwoord was er nog niet.
'Ik kan dit doen,' zei ze.
Marten ging rechtop staan. 'Ja.'
'Ik bedoel niet alleen dat ik het wil. Het kan. Met mijn werk, als we die laatste maand afronden zoals de planner zei. En met dit geld. Ik hoef niet iedere week te hopen dat iemand anders het gat vult.'
'Dan moet je Naja dat vertellen.'
Ze keek hem aan. Hij had zijn trui binnenstebuiten aan. Dat was haar al een halfuur opgevallen, en ze had het bewaard voor een gunstiger moment. Nu vond ze het moeilijk om het bericht te versturen terwijl hij zo dicht naast haar stond. Niet omdat hij haar tegenhield. Omdat ze wist dat hij straks iets anders op haar gezicht moest zien dan een plan om in de buurt te blijven.
Ze typte dat ze op deze voorwaarden graag kwam, zodra de afgesproken definitieve bevestiging er was. Ze controleerde de Engelse zin, haalde een overdreven beleefd slot weg en verzond hem. Toen draaide ze de laptop dicht.
'Jouw trui is verkeerd om,' zei ze.
Marten keek naar het wasetiket aan zijn zij. 'Dat is een bewust gekozen kerstdetail.'
'Bij je zus gaan ze dat niet begrijpen.'
Hij trok de trui uit. Ze keek naar de streep huid tussen zijn shirt en zijn broek. Ze had zojuist een belangrijke beslissing voorbereid en wilde daarna blijkbaar vooral een man uit zijn kleren zien komen. Dat leek haar een uitstekend gebruik van de middag.
'Wacht even,' zei ze.
Hij hield de trui voor zich. 'Wat nu weer?'
Ze ging op haar knieën op de bank zitten en trok hem aan zijn broekband dichterbij. Hij legde zijn hand in haar nek. De kus begon haastig en werd trager toen hij de trui liet vallen. Ze voelde zijn glimlach tegen haar mond.
'We moeten over een uur weg,' zei hij.
'Dan zul je een beetje op moeten schieten.'
Hij tilde haar niet op. Hij stootte eerst met zijn knie tegen de tafel, vloekte zacht en vroeg of ze misschien zelf een stukje kon opschuiven. Fenna lachte terwijl ze hem naar zich toe trok. Het was precies dit wat ze in geen enkele berekening kwijt kon. De manier waarop hij dichterbij kwam als zij naar hem lachte. Zijn hand die haar gezicht even zocht voordat hij haar weer kuste.
Later lag ze half onder hem met een sok nog aan. Zijn telefoon gaf ergens tussen de kussens geluid. Hij stak zijn hand eronder, haalde hem tevoorschijn en keek niet op het scherm.
'Mijn zus,' zei hij. 'Die voelt het als de aardappelen te lang opstaan.'
'Je kunt niet weten dat zij het is.'
'Dat is waar. Misschien ligt de winkel vol bezorgde klanten.'
Hij legde de telefoon op tafel. Fenna trok met haar tenen aan de sok. Het lukte niet. Marten keek toe, pakte uiteindelijk de punt en hielp hem uit. Hij hield de sok omhoog met de ernst van iemand die een heel kleine vis had gevangen.
'Bedankt,' zei ze. 'Je mag mee naar Denemarken voor dit onderdeel.'
Zijn gezicht veranderde nauwelijks. Ze zag het toch. De grap kwam op een plek die nog gevoelig was. Ze stak haar hand uit en legde hem op zijn borst.
'Dat was een grap.'
'Ik weet het.'
Ze wilde er overheen, terug naar het warme gemak van tien seconden geleden. Maar in de auto naar zijn familie zouden ze geen beter moment vinden. 'Ik wil niet dat dit iets is wat we doen tot ik wegga.'
Marten keek naar haar. 'Dat klinkt goed.'
'Je mag er ook zelf iets over zeggen.'
Hij kwam overeind en ging naast haar zitten. 'Ik denk ook aan je als er niks gebeurt. Wat jij zou zeggen over iets wat ik zie. En dan kom je langs en heb je het over totaal iets anders.'
Ze lachte zacht. Hij streek haar haar achter haar oor. 'Ik wil jou als mijn vriendin. Niet alleen deze winter. Ik weet nog niet hoe ik dat moet doen als je er niet bent.'
'Ik ook niet.' Ze trok haar benen op. 'Maar ik ben niet ondertussen op zoek naar iemand die beter in mijn week past.'
'Gelukkig. Die zou best eens kunnen bestaan.'
Ze gaf hem met haar blote voet een duw. 'Ik probeer iets te zeggen.'
'Ik ook.' Hij pakte haar voet en hield hem vast. 'Ja. Met jou.'
Ze keek naar zijn hand om haar hiel. Er was niets beslist over een reisdag, een weekend of de boot op die muur. Maar hij had haar zojuist een plaats gegeven die ze ook wilde. Ze boog zich naar hem toe en kuste hem zonder haast. Daarna moesten ze allebei zoeken naar hun kleren.
Onderweg naar zijn zus oefende Marten geen introductie. Hij vroeg of ze een schaal op haar schoot kon houden omdat hij hem in de achterbak niet recht kreeg. Er zaten spruitjes in, vertelde hij. Fenna bekeek de folie.
'Ik had ook thuis kunnen blijven.'
'Dan hadden ze jou deze schaal gebracht.'
Ze liet hem de achterklep nog een keer controleren. De hele rit had ze het gevoel dat ze iets kwetsbaars vervoerde wat ze niet had besteld. Bij een verkeerslicht tilde hij de folie op om te kijken of het nog goed ging. Ze tikte op zijn hand.
'Afblijven. We zijn er bijna.'
Zijn zus opende de deur voordat ze hadden aangebeld. Ze droeg een jurk en gewone dikke sokken. Fenna vond dat meteen geruststellend. In de gang stond een paar veel te grote schoenen naast een kinderjas die niet meer bij de lengte van de eigenaar paste. Het neefje kwam aanlopen, keek naar de schaal en zei: 'Die van hem doen we altijd nog even in de oven.'
'Dit is Fenna,' zei Marten. 'Mijn vriendin.'
Het duurde niet langer dan een seconde. Geen blik naar haar om te controleren of het mocht. Fenna voelde het tot achter haar knieën. Ze gaf zijn zus een hand, kuste haar toen die vooroverboog en stond een ogenblik onhandig te lachen omdat ze te veel dingen tegelijk had geprobeerd.
Aan tafel kreeg ze geen verhoor over haar sport. Zijn zus wilde weten of zij ook altijd at alsof iemand het bord meteen weer weg zou halen. Marten protesteerde. Zijn neefje liet een foto zien van een kerststuk dat op school was omgevallen; de belangrijkste verdienste van de foto was dat de meester er precies op het verkeerde moment langs liep. Fenna wilde hem nog een keer zien. Ze lachte te hard en moest een slok water nemen.
Marten zat naast haar met zijn onderarm op de rand van haar stoel. Hij vertelde een verhaal waarin zijn zus een stuk ouder was geweest dan zij zich herinnerde. Zij onderbrak hem op ieder punt waarop hij beter uit het verhaal probeerde te komen. Fenna had hem nog niet vaak zo horen lachen: geen verhaal naar een publiek toe, maar iemand die niet kon winnen omdat de ander erbij was geweest.
Toen de Deense kans ter sprake kwam, vertelde Fenna wat ze zelf zou gaan doen. Korter dan vanmiddag. De schaal ging rond, iemand vroeg of ze haar fiets meenam, het neefje wilde weten hoe je daar met geld betaalde. Marten at zijn spruitjes. Hij maakte er geen gezamenlijke verhuizing van en liet haar ook niet alleen praten tegen een muur van bezorgdheid. Hij vroeg zijn zus om de schaal door te geven en legde onder tafel zijn hand op Fenna's knie.
Bij het afscheid kreeg ze een bakje eten mee. Ze probeerde te zeggen dat ze thuis genoeg had. Zijn zus keek naar Marten. 'Hij ook. Toch doe ik het.'
Buiten was het koud genoeg dat Fenna haar neus in haar sjaal moest duwen. Marten nam de lege schaal over. Ze stak haar hand in de zak van zijn jas en zocht de zijne. Het was een ongemakkelijke manier van lopen. Hun passen pasten niet, haar elleboog zat klem, en ze kon haar eigen auto die thuis voor haar deur stond ineens heel goed missen.
'Je zus is leuk,' zei ze.
'Ze heeft zich ingehouden.'
'Jij niet.'
Hij keek opzij. 'Wanneer?'
'Bij de deur.'
Hij kneep in haar hand. Ze liepen nog een paar passen zo door, tot hij de schaal neer moest zetten om zijn autosleutel te pakken. Fenna bukte er al naar. 'Nee,' zei ze toen hij ook boog. 'Jij rijdt. Ik bewaak de spruitjes.'