Hoofdstuk 4 van 320%

Selecteer een woord of zin in de leestekst en kies wat je ermee wilt doen.

Hoofdstuk 4 · 10 minuten lezen

De hond in de etalage

Fenna stond al binnen toen Marten bij het restaurant aankwam. Ze droeg een groene trui met een hals die hij nog niet kende, wat een onzinnige gedachte was: hij kende bijna geen van haar kleren. Toch merkte hij dat hij ernaar keek. Ze had haar haar los. Zonder helm leek haar gezicht minder scherp en haar mond juist gevaarlijker.

'Je bent op tijd,' zei ze.

'Ik heb in de auto gewacht om niet wanhopig te lijken.'

'Hoe lang?'

'Vier minuten.'

Ze keek op haar telefoon. 'Ik elf.'

Het was een goed begin. Hij gaf haar een kus op haar wang en voelde daarbij hoe ze met haar hand even zijn bovenarm vasthield. Toen de vrouw bij de deur naar hun reservering vroeg, was hij zijn eigen naam bijna kwijt. Hij vertelde haar dat er een tafel voor twee was besproken, een mededeling waarmee de zaak ongetwijfeld vooruit kon.

Ze kregen een tafel naast een kast met grote potten ingemaakte groenten. In de onderste stond iets dat vroeger misschien een kool was geweest. Fenna boog zich ernaar toe en trok haar wenkbrauwen op. Ze hoefde niets te zeggen. Marten lachte en schoof de stoel die hij voor haar naar achteren had getrokken weer onder de tafel, want zij was al aan de andere kant gaan zitten.

De kaart was klein. Dat beviel hem. Hij wilde vanavond niet met de schaamte van een verkeerde keuze blijven zitten terwijl Fenna iets veel beters kreeg. Hij wees op de dagschotel en zei dat die hier goed scheen te zijn.

'Van wie weet je dat?'

'Een man die ik ken.'

'Heeft die er gegeten?'

'Waarschijnlijk.'

'Je zit het te verzinnen.'

'Het is een zeer goed onderbouwd vermoeden.'

Ze schoof haar kaart een stukje omlaag. 'Volgens mij heb je gewoon trek.'

Dat was waar. Ze bestelden allebei iets anders. Hij een stoofgerecht, zij een gerecht waarvan de serveerster zei dat het met knolselderij kwam. Fenna zei dat ze het dan in ieder geval een eerlijke kans zou geven. Toen de vrouw weg was, keek ze hem aan met een tevredenheid die niets met de bestelling te maken had.

'Je hoeft niet te weten wat hier goed is,' zei ze. 'Ik kan best iets eten wat tegenvalt.'

'Heel geruststellend voor mijn verdere plannen.'

'Wat had jij verder voor plannen?'

Hij nam een slok water. 'Ik dacht eerst eten.'

Ze glimlachte. Het was nog prettiger dan haar lach in de sporthal. Rustiger ook. Hij had vanaf woensdag een kleine voorraad antwoorden aangelegd voor het geval zij iets zei waarop hij anders alleen gezellig wist te produceren. Nu zat ze tegenover hem en kon hij zich er niet een herinneren. Ze hield zijn blik vast tot hij weer moest glimlachen.

Ze vroeg naar zijn vrijdag van vorige week. Hij had haar verteld dat hij bij een fietsenzaak zou gaan kijken. Ze had onthouden dat hij dat niet opwindend had gevonden, al dacht hij niet dat hij precies die woorden had gebruikt.

'Er kwam een vrouw met een fiets terug die ze er pas had gekocht,' zei hij. 'Ze zei dat de versnellingen niet deugden.'

'En?'

'Ze bedoelde dat ze op het ene stukje harder moest trappen dan op het andere. Koen ging met haar naar buiten om het uit te proberen. Ze kwam stralend terug. Hij ook, maar hij keek alsof dat bij het werk hoorde.'

'Je lacht erbij.'

'Het was leuk. Ik had haar al bijna iets veel ingewikkelders willen uitleggen. Dat was dus nergens voor nodig.'

Hij vertelde over de rest van het bezoek. Hij had geobserveerd, koffie gekregen, geluisterd naar hoe Koen iemand een duurder model afraadde omdat de goedkopere fiets beter paste bij wat de klant ermee wilde doen. Niet heldhaftig, niet eens ongewoon misschien. Het had hem wel aan het denken gezet. Hij zou daar iets kunnen waar iemand anders daadwerkelijk iets aan had, in plaats van wachten tot hij weer aan de beurt was om te laten zien hoe hard hij kon.

Fenna draaide haar glas. 'Ga je het doen?'

'Ik kijk nog een keer. Goed kijken deze keer.'

'Je was toch niet alleen voor de koffie gegaan?'

'Nee.' Hij hield zijn handen even plat op tafel. 'Maar zolang ik het niet doe, kan ik nog van alles worden.'

Ze trok een gezicht. 'Dat is precies het irritante.'

Hij had een grap verwacht. In plaats daarvan vertelde ze over een winter waarin ze bijna had besloten minder te gaan werken om meer te trainen. Bijna was een heel rekbaar woord geweest. Ze was extra gaan werken om het te kunnen betalen, had dat volgehouden en was vervolgens te moe geweest om er veel aan te hebben. Ze vertelde het zonder zichzelf zielig te maken, maar hij merkte hoe graag hij even iets had willen zeggen tegen de vrouw die ze toen was geweest.

Hij boog iets naar haar toe en vroeg hoe ze ermee was opgehouden.

'Door tegen een stapel dozen te gaan zitten en heel hard te vloeken. Het hielp niet, maar het was wel een begin.'

Hun eten kwam. Fenna keek ernaar met de concentratie van iemand die de wedstrijdindeling bestudeerde. Er stond een kleine pan naast zijn bord. Zij had een glanzend stuk groente tussen iets krokants en iets wat in de beschrijving een crème had geheten. Ze tikte met haar vork tegen de knolselderij.

'Je hoeft hem geen voorsprong te geven,' zei Marten.

'Ik wil eerst zien wat hij doet.'

Ze nam een hap, kauwde en wees met haar vork naar hem. 'Goed.'

'Nu ben ik gelukkig.'

Hij kreeg een stukje en zij een lepel stoof. Dat was bijna meteen de afspraak, zonder gesprek. Ze aten en vertelden door elkaar heen. Over de eerste keer dat hij als jongen voor een zaal mensen iets moest zeggen en pas halverwege zijn eigen achternaam niet meer had geweten. Over de gymdocent die haar had proberen uit te leggen dat je niet bij elk spel hoefde te winnen, waarna zij had gevraagd waarom ze dan de score bijhielden. Hij zag het voor zich. Zij op haar twaalfde, beledigd door een wereld die je wel liet rennen maar niet blij liet zijn als je ergens eerder was.

'Was je een vervelend kind?'

'Op papier niet.'

'Een indrukwekkend voorbehoud.'

'Ik kon goed stilzitten als het moest. Alleen niet zonder te denken dat iemand iets beters had kunnen organiseren.'

'En nu?'

'Nu betaal ik zelf voor de stoel.'

Hij lachte. Hij wilde haar aanraken op een manier die niet bij het uitwisselen van eten hoorde. Zijn hand lag naast zijn bord. Zij legde de hare op de rand van de tafel, dichtbij genoeg dat hij de kleine schaafplek aan haar duim zag. Toen hij met zijn wijsvinger de zijkant van haar hand raakte, liet ze hem liggen. Daarna draaide ze haar hand om en streek met haar duim over zijn vingers. Hij was zesendertig en voelde zich daar onmiddellijk aangenaam beroerd van.

Ze bestelden geen dessert. Wel koffie, omdat geen van beiden vroeg of ze weg zouden gaan. Fenna vertelde over Denemarken toen hun lege borden waren weggehaald. Naja had teruggeschreven. Ze zouden de week erop bellen. Het programma lag niet klaar om haar naam erop te zetten; ze wilde eerst kennismaken.

'Ik heb drie keer naar dat bericht gekeken,' zei ze. 'Er stond iedere keer hetzelfde.'

'Lastig. Je hoopt toch op een verrassing.'

'Ik hoopte vooral dat ik het niet per ongeluk zelf had geschreven.'

Hij zag hoeveel het voor haar betekende. Niet alleen de kans op beter worden. Ze zat anders wanneer ze erover vertelde, met haar hele aandacht vooruit. Hij kon zich herinneren dat hij zelf zo had gezeten. Hij wist alleen niet of dat vorig jaar was geweest of veel langer geleden.

'Een halfjaar,' zei hij.

'Ja. Als het lukt.'

'Je wilt het echt.'

'Heel graag.' Ze keek hem recht aan. 'Dat wilde ik je wel zeggen.'

'Je hoeft mij niet te overtuigen.'

'Dat ben ik ook niet aan het doen.'

Hij knikte. Het antwoord was precies genoeg om hem te laten horen waar hij niet naar had gevraagd. Er was nog niets tussen hen waarop hij een toekomst kon plakken. Ze aten voor het eerst samen. Toch had hij zichzelf al ergens in de komende weken neergezet, alsof zijn stoel daar nu gereserveerd was. Ze schoof hem niet weg. Ze bleef alleen zelf ook iets anders willen.

Buiten stonden hun auto's aan verschillende kanten. Fenna stopte haar handen in haar jaszakken en vroeg of hij een stukje wilde lopen. Hij wees de kant op waar de straat breder werd. Ze liepen langs donkere winkels, een snackbar waar twee mannen naar een scherm boven de kassa keken en een rij geparkeerde fietsen met natte zadels. Het miezerde nauwelijks. Ze hield haar gezicht omhoog alsof ze het pas later op de avond zou voelen.

Bij een oversteek drukte hij op de knop. Fenna drukte er meteen nog een keer op.

'Ik had hem al,' zei hij.

'Ik wilde ook iets doen.'

Aan de overkant bleef ze staan voor een etalage vol lampen. Er brandde er één, een ronde op een kleine tafel. Ze keek er niet echt naar. Hij zag het aan het feit dat ze door het glas naar zijn spiegelbeeld keek. Toen hij naast haar ging staan, draaide ze haar gezicht naar hem.

'Ik ga niet nog een straat wachten tot je het vraagt,' zei ze.

Hij had haar kunnen vertellen dat hij al een tijdje een goede plek zocht. Dat er geen goede plek was zolang hij nadacht over wat hij moest doen met zijn handen. In plaats daarvan legde hij een hand tegen haar wang. Haar huid was koud van de regen. Hij boog naar haar toe en zij kwam hem tegemoet.

De eerste kus was kort, vooral omdat ze er allebei om glimlachten. Bij de tweede trok zij hem dichterbij aan de voorkant van zijn jas. Hij voelde haar mond warm worden onder de zijne. Even vergat hij het geluid van een auto achter hen en het natte trottoir onder zijn schoenen. Haar hand schoof tegen zijn nek, haar vingers in het korte haar daar. Hij had geen beter antwoord voor vanavond kunnen bedenken.

Toen ze losliet, bleef hij dichtbij. Fenna keek langs hem heen. 'We staan wel behoorlijk in het licht.'

Hij draaide zijn hoofd naar de etalage. Achter het glas stond een grote keramieken hond met een lampenkap op zijn kop. Ze stonden er precies voor.

'We kunnen doen alsof het bij de winkel hoort,' zei hij.

Ze legde haar voorhoofd tegen zijn borst en lachte. Hij sloeg zijn armen om haar heen. De regen tikte zacht op zijn jas. Ze bleven staan tot ze haar gezicht weer ophief en hem met haar neus even tegen de kin duwde.

Ze liepen terug met hun handen in elkaar. Zijn auto kwam eerder dan de hare. Ze stonden ernaast en hij wilde niet instappen. Ze ging op haar tenen staan en zoende hem nog eens, langzamer nu, zonder iets van grappig te willen zijn.

'Dank je voor het eten,' zei ze.

'Ik heb het niet gemaakt.'

'Ik had de hele avond al het vermoeden.'

Ze maakten een afspraak om elkaar de volgende week te zien en gingen ieder naar hun eigen auto. Hij keek haar na tot ze om de hoek verdween. In zijn auto zette hij de verwarming aan en bleef nog even zitten. Zijn telefoon lag op de passagiersstoel. Hij had haar nu meteen iets kunnen sturen. Een bewijs dat hij goed was in het stuk na een kus, dat hij geen man was die na een fijne avond ineens vergeten was hoe woorden werkten.

Hij reed eerst naar huis. Daar trok hij zijn jas uit en hing hem naast de fiets, aan de andere haak. Toen stuurde hij dat de hond hen bij de volgende date waarschijnlijk zou herkennen.

Haar antwoord kwam toen hij zijn schoenen uitschopte. Ik hoop dat hij er geen verwachtingen bij heeft.

Marten ging op de bank zitten en las het nog eens. Buiten begon het harder te regenen. Hij zou morgen moeten trainen, zaterdag, er was niets veranderd aan de ochtend die hem te wachten stond. Hij zette de wekker en zocht op zijn telefoon de foto die hij van de etalage had gemaakt nadat zij weg was. De hond keek vrolijk onder zijn lampenkap vandaan. Fenna stond er niet op. Toch was het een foto van haar geworden.

Hoofdstukken

Als de baan weer leeg is

  1. 01Nog een keer10 minuten
  2. 02Voor mannen die het weten11 minuten
  3. 03Vier rijdsters10 minuten
  4. 04De hond in de etalageJe leest nu10 minuten
  5. 05Zesde van acht10 minuten
  6. 06Onderweg eten10 minuten
  7. 07Bij haar thuis10 minuten
  8. 08Een gewone vrijdag11 minuten
  9. 09Een verboden woord9 minuten
  10. 10Een middag zonder uitslag9 minuten
  11. 11Het past12 minuten
  12. 12De serieuze deelnemers12 minuten
  13. 13De goede kant10 minuten
  14. 14Het vakje ernaast10 minuten
  15. 15Met jou9 minuten
  16. 16Twee kaartjes9 minuten
  17. 17Wat er niet meer paste10 minuten
  18. 18Aan deze kant9 minuten
  19. 19De uren ertussen10 minuten
  20. 20Nog een seizoen11 minuten
  21. 21Bij de deur10 minuten
  22. 22Een gewone woensdag9 minuten
  23. 23Iets wat niet op het schema stond10 minuten
  24. 24Wat hij terugstuurde11 minuten
  25. 25Drie ritten10 minuten
  26. 26Zesde11 minuten
  27. 27Naast de eerste plek11 minuten
  28. 28Het antwoord voor Koen10 minuten
  29. 29Wat ze hem wilde vragen10 minuten
  30. 30Ja10 minuten
  31. 31Waar ze nu reed10 minuten
  32. 32Mei10 minuten

Leesinstellingen

Kies wat voor jouw ogen prettig leest.

Tekstgrootte
100%

Leesgereedschap

Mijn leesnotities

Alleen in jouw browser. Ook opgenomen in je boekenplank-back-up. Maximaal 2000 tekens.

Mijn bladwijzers

Gebruik het bladwijzericoon naast een alinea om een stukje terug te vinden.

FABLIVA

Vind je volgende verhaal

Zoek op titel, onderwerp of genre.

FABLIVA

Een idee of iets dat beter kan?

Help ons Fabliva mooier te maken. Een account is niet nodig.

Je bericht gaat per e-mail naar hello@fabliva.com. We gebruiken het alleen om je feedback te behandelen. Vul je een e-mailadres in, dan kunnen we reageren.

Liever via e-mail? hello@fabliva.com
FABLIVA

Je verhalen, een tik dichterbij.

Zet Fabliva op je beginscherm. Je kunt hier ook gewoon verder lezen.

Je offline boeken

Bewaarde boeken staan op dit apparaat. Je kunt per boek ruimte vrijmaken; je leesplek en notities blijven bewaard.

Boektaal: Nederlands

Verder in de nieuwe editie

Neem je leesplek en passende bladwijzers over. De eerdere editie, leesplek en notities blijven bewaard.

Wat betekent dit woord?

De korte verklaringen en vertalingen hieronder staan op je apparaat en werken ook offline.

Dit opent een externe website met alleen het gekozen woord. Er gaat geen zin of boektekst mee.

Laat dit hoofdstuk voorlezen

Kies een stem en luister eerst naar een korte proef. De beschikbare stemmen verschillen per apparaat.

Bij een online stem ontvangt de spraakdienst de tekst die je laat voorlezen. Lokale stemmen verwerken deze op je apparaat.