Hoofdstuk 8 · 9 minuten lezen
Geen vertrekverklaring
Bij Mieke stond een lege paraplubak met een dweil ernaast. De leenparaplu's waren allemaal meegenomen, zei de receptionist, en niemand dacht eraan ze terug te brengen als de zon scheen. Lena zette haar eigen exemplaar in de bak. Ze wilde niet aan het einde van de middag bij iemand horen die iets vergeten was.
Mieke haalde haar op uit de wachtkamer. Haar kantoor was klein, met een ronde tafel naast een bureau dat grotendeels onder stapels papier verdwenen was. Op een stoel lag een open doos met een waterkoker. Het oude apparaat deed het volgens Mieke nog, maar alleen als je de schakelaar vasthield, en dat was voor haar geen koffiepauze meer.
‘Wil je iets drinken? Dan gaan we het nieuwe inwijden.’
Lena zei thee. Ze legde haar map op de ronde tafel en wachtte tot Mieke de stukken had bekeken.
‘Dit is jouw verslag?’
‘De eerste drie bladen. De andere drie komen uit het projectportaal.’
Mieke maakte twee stapels. Ze schreef de data op een apart vel, zonder de papieren van Lena te markeren.
‘En je was ingehuurd voor een opname. Door wie?’
‘Noordhuis. De woningen zijn van RietWonen. Eva doet voor verschillende opdrachten de bundeling.’
‘Wie gaf jou de toegang?’
‘Bij de eerste opname Sofie zelf. Niels had de afspraak geregeld, maar zij deed de deur open. Afgelopen maandag heeft Pieter het toegangskastje opengemaakt. Hij zei dat het een lege woning was en dat de toegang was geregeld.’
‘Heb je gezien wat die toestemming inhield?’
‘Nee. Toen ik merkte dat het niet klopte, heb ik de opname gestopt.’
Mieke schreef ook dat op. Ze vroeg naar de opdrachtbevestiging, naar de naam onder de e-mails en naar de manier waarop Lena normaal de eindversie controleerde. Er was geen vraag waar Lena zich achter een technische term kon verschuilen.
‘Ik krijg meestal de bundeling terug. Dan kijk ik of mijn bevindingen goed zijn opgenomen.’
‘Meestal?’
‘De laatste maanden is het naar het portaal gegaan. Met een melding dat het gereed was.’
‘En die heb je deze keer niet geopend.’
‘Nee.’
Het woord lag kort tussen hen in. Mieke maakte er geen groter woord van. Ze keek naar de passage over duurzame bewoning en vroeg wat Lena feitelijk had onderzocht.
Lena vertelde over de plaatselijke vochtplek, de staat van de afwerking, wat ze met haar meter had kunnen vaststellen en wat ze niet had opengelegd. Ze zou zelf nooit uit die opname hebben geconcludeerd dat Sofie er niet langer kon wonen. Er was reparatie nodig. Een zwaardere conclusie vroeg meer onderzoek.
‘Dus dit verschil moet je helder maken,’ zei Mieke. ‘Voor mensen die niet weten wat een opname kan aantonen.’
Ze draaide het veranderde verslag naar Lena toe.
‘Ik ben bang dat ze haar hiermee uit huis hebben gezet.’
Mieke keek even naar de klok, niet om haar te haasten, maar alsof ze wilde bepalen hoe ver ze in één gesprek konden komen.
‘Een inspecteur kan geen huur beëindigen door een vakje aan te kruisen. Ook een corporatie moet een vertrek kunnen onderbouwen met de juiste afspraken of procedure. Een bouwkundig rapport vervangt dat niet.’
Lena voelde haar schouders zakken. Mieke zag het.
‘Maar iemand kan een onjuist rapport wel gebruiken om druk te zetten. Tegen een huurder zeggen dat blijven zinloos of gevaarlijk is. Bij andere mensen de indruk wekken dat een vertrek al geregeld is. Dat is waarom ik wil weten welke stukken naast dit rapport bestaan, en wie ze heeft gezien.’
‘Een vertrekverklaring?’
‘Bijvoorbeeld. Of een aanbod voor andere woonruimte. Correspondentie over reparatie. Wat Sofie zelf heeft gezegd of ondertekend. We weten nog niet wat er is.’
Lena had graag gehoord dat de verkeerde datum het hele dossier onmiddellijk waardeloos maakte. Mieke gaf haar iets wat minder prettig was: een route waarbij elk onderdeel apart moest worden bekeken.
‘Kun jij haar dossier opvragen?’
‘Niet zomaar omdat jij hier zit. Ik kan Sofie helpen als zij dat wil en mij daarvoor inschakelt. Ik kan jou wel uitleggen hoe je jouw eigen betrokkenheid zorgvuldig vastlegt.’
Ze schonk de thee in. De nieuwe waterkoker maakte na het uitschakelen nog een paar kleine tikjes. Mieke liet de gebruiksaanwijzing op haar bureau liggen.
‘Heb je contact met haar?’
‘Niet. Ria heeft haar mijn nummer gestuurd. Ze heeft nog geen contact opgenomen.’
‘En iemand heeft haar na die vertrekdatum nog gezien?’
‘Ikzelf op zes mei. Ria op dertien mei. Dat laatste mag ik doorgeven, heeft Ria gezegd. Ze had eerst twaalf mei genoemd en heeft haar eigen agenda erbij gepakt.’
Mieke knikte. ‘Laat die correctie staan. Mensen herinneren zich geen kalender met een camera in hun hoofd.’
‘Dat maakt het toch zwakker?’
‘Het maakt duidelijk wat iemand wel en niet zeker weet. Dat is belangrijker dan een volmaakte eerste zin.’
Lena dacht aan haar lijst met verschillen. Bij elk nieuw stukje informatie had ze de neiging gehad het meteen naast een ander stukje te leggen, tot het leek te passen. Ria had haar daarin meer geholpen met een verkeerde datum die werd gecorrigeerd dan met een goed klinkende zekerheid.
Ze vertelde over Henk. Dat Cor hem had gekend, dat hij bewoners hielp met brieven, dat hij achter het blok was gevonden. Ze vertelde ook wat Ria had gezegd over stemmen op de avond ervoor. Mieke luisterde zonder iets op haar vel aan te wijzen.
‘Ria heeft zelf met de politie gesproken?’
‘Ja. Ik weet niet precies wat ze aan hen heeft verteld. Aan mij geen namen, geen woorden die ze kon verstaan.’
‘Dan maak je van jouw aantekeningen geen tweede verklaring namens haar. Je kunt zeggen dat je met haar hebt gesproken en dat zij zelf informatie heeft gegeven.’
‘Ik weet niet of de politie al iets over Sofie weet.’
‘Dat kun je navragen. En jouw eigen waarneming en de stukken melden. Je hoeft niet eerst te weten of er een misdrijf is gepleegd om relevante feiten door te geven.’
Het woord politie had vanaf maandag aan de rand van alles gelegen. Lena had gewacht op een definitieve reden om het te gebruiken. Iets wat een inspecteur kon aanwijzen en bewijzen. Maar Sofie was geen lekkage die eerst groot genoeg moest worden om te worden gemeld.
‘Ik wil ook niet iemand als vermist melden die gewoon ergens anders zit.’
‘Zeg wat je weet. Onbereikbaar voor jou is iets anders dan vermist. Vertel wanneer je haar hebt gezien en waarom de stukken je zorgen geven. Als zij veilig is en geen contact wil, is dat ook informatie waarmee zorgvuldig moet worden omgegaan.’
Mieke schoof een leeg vel naar haar toe.
‘Laten we jouw feiten op volgorde zetten. Daaronder de vragen. Niet door elkaar.’
Lena begon met zes mei. Mieke hield haar tegen toen zij wilde schrijven dat Niels had gelogen over het vertrek. Ze kon vastleggen wat er in het dossier stond, wat Niels had gezegd en waarmee haar eigen waarneming in strijd was. Welke bedoeling hij daarbij had gehad, wist ze niet.
Het nam bijna een halfuur in beslag. Achter haar verhaal zaten kleine dingen die ze eerst niet belangrijk had gevonden: wie de sleutel maandag had meegenomen, op welk moment Pieter had gezegd dat de woning leeg was, welke foto's van haarzelf waren. Mieke vroeg of ze stukken had meegenomen uit het huis.
‘Nee.’
‘Goed. Als je straks iets wilt aanvullen, houd je bij waar het vandaan komt. En geef de originele bestanden door als daarvoor een zorgvuldige route is afgesproken. Niet alleen jouw overzicht.’
Ze spraken af dat Lena haar correctie van het bouwkundig verslag zelf zou maken. Mieke zou kijken of de begeleidende tekst helder onderscheid maakte tussen eigen waarnemingen en andere informatie. Voor vragen over haar zakelijke verantwoordelijkheid moest Lena daarnaast haar eigen adviseur of verzekeraar raadplegen. Mieke was hier geen vertegenwoordiger van alle partijen.
‘En als Sofie contact opneemt?’ vroeg Lena.
‘Vraag wat zij wil. Je mag haar mijn gegevens geven. Je hoeft mij haar verblijfadres niet te sturen. Ik hoef dat niet om het eerste gesprek met haar te voeren.’
Lena schreef het nummer van Mieke op een apart kaartje, alsof ze het daardoor sneller zou kunnen doorgeven. Ze merkte dat ze haar hoop daar al aan vastmaakte: eerst Sofie vinden, dan zou ze begrijpen hoe de data waren ontstaan. Misschien had Sofie daarvoor helemaal geen energie. Ze kon niet verlangen dat die vrouw haar dossier kwam oplossen.
Buiten regende het nog. Lena zat in de auto en keek naar de twee vellen die ze samen hadden gemaakt. De natte paraplu lag op een krant bij de voetenruimte. Ze belde de politie via het algemene contactnummer en vertelde dat zij informatie had over het adres Bremstraat achttien en de bewoning ervan. De medewerker vroeg niet wat zij van de dood van Henk dacht. Hij vroeg haar naam en hoe zij aan de informatie kwam.
Ze begon bij haar werk. Haar stem klonk gewoner dan ze zich voelde. Ze zei dat een rapport onder haar naam na haar eigen opname was gewijzigd. Dat de vrouw die volgens het gewijzigde dossier al vertrokken was op zes mei nog in de woning had verbleven. Dat zij de bewoonster sinds haar vragen niet kon bereiken. Dat een buurman die betrokken was geweest bij bewonersvragen onlangs achter het blok was overleden.
‘Hebt u gezien wat er met die man is gebeurd?’ vroeg de medewerker.
‘Nee.’
‘En kent u de bewoonster persoonlijk?’
‘Van die opname. Niet daarbuiten.’
Hij vroeg of ze Sofies telefoonnummer had en of ze anderen die haar hadden gezien als contact mocht noemen. Lena legde uit dat ze geen rechtstreeks nummer had. Ze gaf haar eigen waarnemingen en de naam van Ria, met de beperking die Ria had gesteld. Ze zei niet dat ze bewijs van moord had. Niemand had dat woord nodig om de melding te noteren.
De medewerker vroeg haar de originele documenten te bewaren. Ze kreeg een registratienummer en de mededeling dat iemand contact kon opnemen voor meer informatie. Hij kon haar niet vertellen wat er al bekend was over Henk of Sofie. Lena had dat ook niet mogen verwachten.
‘Als u iets nieuws ziet of er een directe onveilige situatie ontstaat, neemt u opnieuw contact op,’ zei hij.
Ze schreef ook die zin op, niet omdat hij een geheim signaal bevatte, maar omdat ze zojuist had ondervonden hoeveel een rustig gesprek kon veranderen. Er was nog geen antwoord. Wel stond haar informatie nu ergens buiten het project dat haar eerdere verslag als concept behandelde.
Toen ze de auto startte, belde Jip. Ze vroeg of Lena op tijd zou zijn. Er waren wraps in huis en ze wilde niet wachten tot acht uur.
Lena keek op de klok. Het verkeer op de uitvalsweg was langzaam, maar ze hoefde niet terug naar haar kantoor om een map te halen. Alles wat voor die dag nog nodig was zat naast haar.
‘Ik ben over een halfuur thuis,’ zei ze. ‘Zet jij de oven alvast aan? Dan ben ik er voordat hij warm is.’
‘Zo lang duurt dat niet.’
‘Dan kort daarna.’
Jip vertelde welke instelling ze had gekozen. Lena luisterde tot het einde. Pas toen het gesprek afgelopen was, zette ze haar richtingaanwijzer aan.