Hoofdstuk 35 · 12 minuten lezen
Een huis is geen bewijsstuk
Sofie stond al bij de deur van Bremstraat 18 toen Lena haar fiets aan de overkant neerzette. Yara had een kleine bestelauto geleend. De achterdeuren stonden open; binnen lagen twee dekens en een rol plakband. Ria kwam uit haar eigen huis met een pak koekjes dat niemand gevraagd had.
‘Ik heb ook koffie,’ zei ze. ‘Je moet alleen zeggen wanneer jullie toe zijn aan een pauze.’
Sofie nam de koekjes aan en gaf ze aan Yara. ‘Dat zeg ik.’
De toegang was voor deze zaterdag met haar afgesproken. De corporatie had de sleutels laten controleren en Sofie kon haar eigen spullen halen. Wat er met haar woningdossier moest gebeuren stond nog niet vast. Het huis was geen opslagplaats voor de politie geworden, geen museum voor wat anderen zich moesten herinneren. Sofie hield haar eigen sleutel bij de deur en wachtte met omdraaien totdat Yara naast haar stond.
‘Wil jij even mee de keuken in?’ vroeg ze Lena.
‘Als je dat wilt.’
‘Alleen omdat je kunt kijken naar die plek naast het achterraam. Ik wil weten of er nou echt iets anders is. De rest pakken we zelf.’
Lena knikte. Ze had geen nieuwe opdracht aangenomen om het huis in één blik goed te keuren. Ze kon Sofie vertellen wat ze zag, met de beperking erbij. De onafhankelijke controle en de werkzaamheden liepen via anderen.
Binnen was de lucht zwaar van een huis dat te weinig gelucht was. Sofie zette het voorraam open. Ze bleef er even met haar handen op de vensterbank staan. Op de plek waar Lena bij haar tweede bezoek een paar sporen van het eerste had herkend, stond nu een lege boodschappentas. De stoel bij de keukentafel was naar de muur geschoven.
Yara zette een doos neer en schreef met dikke stift keuken op de korte kant. Ze vroeg Sofie of de borden mee moesten. Sofie zei ja, ook de blauwe met de afgesleten rand. Ze had ze van een collega gekregen toen die samen ging wonen en geen twee serviezen nodig had.
Lena deed de kastdeur niet zelf open. Ze wachtte tot Sofie haar naar het achterraam wenkte. De gordijnen hingen er nog. Het rode reparatielapje was zichtbaar toen Sofie het licht naar binnen liet. Ze trok het gordijn op en liet de zoom tussen haar vingers glijden.
‘Ik heb die schort ook ingepakt,’ zei Sofie. ‘Waar ik dit uit geknipt heb. Hij zit bij de werkkleren, hoewel ik hem daar allang niet meer voor gebruik. Ik had het gordijn uit die klemmende deur getrokken en dacht nog dat de scheur meeviel. Hij werd alleen steeds groter.’
Ze gaf de zoom aan Lena om te voelen hoe dun het andere deel was geworden. Daarna liet ze hem vallen en wees naar de vochtplek. Lena keek in hetzelfde licht als op zes mei. De plek leek niet groter. Een nieuwe kleur aan de rand kon van drogen komen, maar zonder meting en controle van het herstel zou ze er geen conclusie aan verbinden.
‘Ik wil niet weer iets opschrijven dat ik niet heb vastgesteld,’ zei ze.
Sofie knikte. ‘Ik vroeg ook niet om een brief. Ik wilde alleen niet nog een keer horen dat ik alles verkeerd zag.’
‘Er is een plek. Die was er bij mijn eerste bezoek ook. Daarmee was toen niet deze hele woning onbewoonbaar.’
Daarna nam ze Lena mee naar boven. In de slaapkamer keek Sofie naar het raam en daarna naar haar bed. Er lag een schone hoes over het matras. De wasmand stond halfvol naast de kast. Sofie sloeg haar armen over elkaar en bleef in de deuropening staan.
‘Ik weet niet of ik hier nog wil slapen.’
Lena zei niets. Yara kwam de trap op en vroeg of ze de bedpoten moesten losmaken voor de bus. Sofie zei dat dat nog niet hoefde; het bed ging niet vandaag mee. Ze wilde eerst de kleren, de administratie die van haar was en de spullen voor haar werk.
‘Het wordt anders alweer alsof ik nu vertrokken ben omdat ik die doos pak,’ zei ze.
Yara leunde tegen de deurpost. ‘Dan laten we de doos toch even staan.’
Sofie liep naar haar kast. Ze haalde haar werkkleren van de plank en legde ze op het bed. Ze had een eigen afspraak met haar werkgever gemaakt over haar diensten. Die wilde ze na dit weekend langzaam weer oppakken. Het zou betekenen dat ze tijdelijk extra reistijd had vanuit Duinwaard. Ze had het opgezocht, zei ze, en het met iemand van het werk doorgenomen. Niet alles wat ze daarna moest doen was onderdeel van een dossier.
Lena ging naar beneden om Yara te helpen met de ingepakte dozen. Sofie bleef boven. Even later hoorde ze haar bellen. Het ging over de tijden van een dienst en iemand die al had geruild. Sofies stem werd sneller bij de gewone woorden over aankomst en omkleden.
Beneden trok Yara een deken uit de bus. ‘Ik heb haar twee weken lang nooit zo horen praten,’ zei ze.
‘Wat bedoel je?’
‘Dat ze zich aan iemand ergert zonder dat ze daarna meteen denkt dat hij haar iets aan kan doen.’
Ze legde de deken over de bovenste doos. Lena hoorde Sofie boven zeggen dat zij de eerste ochtend niet ook het werk van de ander ging doen. Ze hoopte dat het gesprek even gewoon was als het klonk. Ze ging niet vragen wie de collega was of wat er precies was afgesproken.
Ria kwam pas binnen nadat Yara haar had geroepen. Ze maakte koffie en zette de koekjes op tafel. Toen ze iets wilde vragen over de laatste avond van Henk, hield ze op midden in de zin.
‘Je hoeft het niet opnieuw te vertellen,’ zei ze tegen Sofie, die inmiddels de trap af kwam. ‘Ik vergeet soms dat je het al zo vaak hebt moeten zeggen.’
Sofie ging op de lege stoel zitten. ‘Ik wil vandaag over de dozen praten.’
Ria knikte en vroeg welke spullen in de kleine bus pasten. Er ontstond een discussie over de lamp met de schuine kap. Yara wilde hem apart houden omdat hij niet tussen de dozen tegen een ruit kon worden gezet. Sofie zei dat hij ook op haar schoot mocht. Ria vond dat daar een vreemde boete voor zou kunnen bestaan. Lena kende geen dergelijke regel en zei alleen dat het verstandiger was de lamp in een deken vast te leggen. Yara vroeg haar om de deken uit de bus te halen.
Op de stoep kwam Nora hen tegemoet. Ze was naar haar vaders woning geweest met haar zoon en bleef niet bij Bremstraat 18 naar binnen kijken. Zij zou die middag met enkele buren bij Ria zitten. Ze wilde geen bijeenkomst bij de trap en geen toespraken voor een rij microfoons. De buren die Henk gekend hadden mochten een foto of iets anders meenemen.
‘Ria wil soep maken,’ zei ze. ‘Ik heb gezegd dat ik het niet weet met dat weer. Ze maakt hem toch.’
Sofie vroeg of zij even mocht komen en weer weggaan wanneer ze wilde. Nora antwoordde dat iedereen dat mocht. Ze voegde er zachter aan toe dat ze Sofie graag zag, als het lukte.
Ze liepen samen naar de bestelauto met de lamp. Nora hield de deken vast terwijl Lena de voet tussen twee stevige dozen zette. Yara trok de deur niet dicht voordat Sofie had gezien waar hij stond. Sofie keek, knikte en zei dat het zo goed was.
Bij Ria aan tafel kwam de soep inderdaad. De tuin was te nat om te zitten. Nora's zoon speelde bij een vriend; hij had die ochtend zelf gekozen een foto mee te geven van een pannenkoek die boven een bord hing. Zijn opa hield het bord vast, zijn eigen gezicht half buiten beeld. Nora zette de foto tegen de suikerpot.
Cor kwam met een eenvoudige lijst die hij in zijn werkplaats had gemaakt. Hij had de foto niet van tevoren gezien en de lijst was te klein. Hij nam het zonder commentaar weer mee om een andere te maken. Dat gewone ongemak hielp Lena meer dan een perfect klaargezet tafeltje zou hebben gedaan.
Er kwamen verhalen die elkaar tegenspraken. Ria zei dat Henk altijd op tijd was geweest. Een buurman antwoordde dat hij op zondag pas tegen twaalven aan kwam zetten als er werk aan een tuinhek was. Nora zei dat hij zelf negen uur wel vroeg genoeg vond, maar andere mensen er dan niet uit bed wilde bellen. Ze kregen geen overeenstemming. Ria zette meer soep op tafel.
Sofie bleef ruim een halfuur. Ze vertelde dat Henk iedere keer opnieuw gevraagd had of haar fietsband niet te zacht was, ook wanneer ze hem de avond ervoor had opgepompt. Nora lachte. Dat deed hij bij haar ook, zei ze, en ze reed al jaren op banden waar je nauwelijks iets aan kon zien.
Lena vertelde niets over het afsprakenboekje. Ze had het gevoel gehad dat ze iets waardevols over Henk moest bijdragen en besefte bij de suikerpot dat ze hem nauwelijks had gekend. Ze kon een broodje aangeven en luisteren naar mensen die zijn zinnen wel konden nadoen. Toen Sofie opstond, stond Yara met haar op. Niemand vroeg of ze al zo snel wegging.
Mieke had aan het einde van de middag tijd voor een kort gesprek. Sofie had gevraagd of Lena erbij wilde blijven voor de technische vragen. In het kantoor lagen nu andere papieren dan de week ervoor. Er stond een voorstel in voor verdere ondersteuning bij de woonkeuze, maar er waren nog voorwaarden die Sofie wilde begrijpen en die schriftelijk moesten worden uitgewerkt.
Onder het voorstel lag de transportlijst die Sofie voor haar eigen spullen had opgevraagd. Mieke schoof hem naar haar toe. Twee verhuizers hadden op zaterdag zestien mei de woonkamer leeggehaald en de koelkast meegenomen. De opdracht kwam van Noordhuis; Niels had de toegang en de renovatieaanvraag geregeld. De vervoerde meubels stonden volgens de bevestiging nog bij het transportbedrijf, in een opslag buiten Rietdam. De bovenverdieping was niet ontruimd.
Sofie las de regels met de namen van de voorwerpen. ‘Ze hebben dus mijn bank wel gevonden. Ik kreeg alleen te horen dat het nagevraagd werd.’
Lena dacht aan Pieter, die zij dezelfde vraag had gesteld zonder een antwoord te ontvangen. Ze kende nu de datum en de opdracht voor het transport. Het was geen verklaring van wat er op donderdagavond bij de trap was gebeurd. Het was een antwoord op wat twee dagen daarna met Sofies spullen was gedaan.
‘Die kleine tafel hoort er ook bij,’ zei Sofie. ‘Er staat alleen bijzettafel. Het is de tafel van mijn oma.’
Mieke noteerde de aanvulling. Sofie wilde haar meubels terug, maar niet met een bus voor een deur staan waar ze nog niet wilde blijven. Ze koos voor bewaren tot er een bruikbare bezorgafspraak bij haar nieuwe woonkeuze kon worden gemaakt. Voor de koelkast wilde ze eerst de maten weten; die had zij zelf gekocht en zij wilde niet dat iemand anders zonder overleg besloot hem af te voeren.
‘Wie betaalt die opslag en het bezorgen?’ vroeg ze.
‘Dat laat ik beantwoorden en in de regeling vastleggen,’ zei Mieke. ‘Je krijgt geen kosten akkoord om het vandaag maar opgelost te noemen.’
Sofie trok de lijst dichter naar zich toe en zette een streep naast de tafel. Ze wilde de inventaris zelf controleren voordat er een afspraak over teruggave werd gemaakt. Mieke schreef op bij wie ze de bezichtiging van de opslag moesten regelen.
‘Ik wil kunnen zeggen dat ik niet terug wil,’ zei Sofie. ‘Zonder dat het betekent dat ik achteraf toch maar vrijwillig ben vertrokken in maart.’
Mieke zette haar bril af. ‘Dat zijn twee verschillende dingen. We houden de correctie over die datum overeind. En we bespreken wat je nu zelf wilt, nadat je behoorlijk bent geïnformeerd. Je hoeft geen woning te kiezen om een verkeerd dossier gelijk te geven.’
Sofie las de regel onder haar naam. Er werd om een bevestiging gevraagd dat zij een voorkeur voor een andere woonplek wilde onderzoeken. Ze pakte geen pen. Ze vroeg eerst wat er gebeurde als er voorlopig geen passend huis beschikbaar was en wie haar tijdelijke kosten besprak.
Mieke gaf niet op alles een direct antwoord. Ze schreef twee vragen op om aan de corporatie te stellen. Ze zou de voorwaarden niet als geregeld beschouwen voordat daar een duidelijk antwoord op was. Sofie vroeg ook of ze haar werk kon blijven bereiken met de vroege diensten. Op een aangeboden woning aan de andere kant van Rietdam zou ze anders niet kunnen reageren, zei ze; de naam van de stad alleen was onvoldoende.
Lena keek op toen Sofie haar om hulp vroeg bij het beoordelen van een mogelijk appartement. Ze zei dat ze graag een eerste praktische lijst met haar kon doornemen. Voor een nieuwe onafhankelijke inspectie kon Mieke iemand zoeken die niet betrokken was geweest bij het oude dossier.
Sofie leunde achterover. ‘Ik vroeg of je wilde kijken naar de trap en de ramen. Maar ik snap het.’
‘Ik wil wel mee als jij me dat vraagt. Maar als er bouwkundige twijfel is, moet iemand die er verder buiten staat die beoordeling doen.’
Yara maakte een aantekening op haar telefoon, voor de vragen die Sofie bij een bezichtiging zelf wilde stellen. Sofie zei dat ze geen raam wilde dat je alleen open kon zetten als je eerst een bed verschoof. Ze wilde een bergplek voor haar fiets en geen geluid van een laadplaats onder haar slaapkamer. Het waren wensen van iemand die een woning zocht. Lena hoorde het verschil met een lijst die uitsluitend beschreef waar Sofie tegen beschermd moest worden.
Pas na de bespreking tekende Sofie voor ontvangst van het voorstel, met erbij dat de vragen nog openstonden. Mieke maakte een kopie voor haar. Dat leek Lena geen spectaculair einde van de middag. Het was een handeling die nog ruimte liet voor een echt antwoord.
Buiten vroeg Sofie of Lena haar tas tot aan de bus kon dragen. Yara wachtte bij de open deur. Lena legde de tas neer waar Sofie hem hebben wilde en liep terug naar haar eigen fiets. De bedpoten zaten nog niet in de bus. De lamp wel, precies waar Sofie hem had laten vastzetten.