Hoofdstuk 6 van 360%

Hoofdstuk 6 · 10 minuten lezen

Wat thuis bleef liggen

Op de achterdeur zat een briefje dat Jip met één hand geschreven moest hebben. Melk stond erop, met een pijl naar het woord vol. Daaronder: niet die vieze.

Lena hing haar jas over de leuning van een stoel. In de keuken lag een pak rijstwafels open. De schaar waarmee Jip de verpakking had opengeknipt stak tussen twee wafels; op het aanrecht was een natte kring achtergebleven.

‘Ik heb boodschappen gedaan,’ riep ze naar boven.

‘Ook melk?’

‘Halfvol.’

Er viel een stilte. Toen kwam Jip de trap af, in sokken die over de treden schuurden.

‘Dat is de vieze.’

‘Je koopt anders zelf altijd halfvol.’

‘Pap koopt volle.’

Lena haalde de pakken uit de tas. Er zat een geplette tomaat tussen de appels, iets wat ze in de winkel had kunnen voorkomen als ze daar had opgelet. Jip zette de schaar in de bestekla. Haar rechterarm rustte in de mitella. Ze kon met haar linkerhand meer dan de eerste dagen, maar hield het gebaar waarmee ze een deur opende nog voorzichtig, alsof ook daar iets kon schuren.

‘Ik dacht dat je om vier uur thuis zou zijn,’ zei ze.

‘Het liep uit.’

‘Dat dacht ik al.’

Het was nog geen halfvijf. Lena wilde het zeggen, en begreep op tijd dat Jip niet over dat halfuur sprak. Ze had de laatste dagen steeds gehoord dat iets uitliep. Een gesprek, een e-mail, een bezoek waarvan Lena het adres niet noemde. Op zichzelf kleine verklaringen die gezamenlijk een deur dichtdeden.

‘Was er iets?’ vroeg ze.

‘De presentatie. Ik had gevraagd of je wilde luisteren.’

‘Dat doe ik. Eerst even dit in de koelkast.’

Jip duwde met haar knie de keukendeur verder open en liep naar de woonkamer. Lena bleef bij het aanrecht staan tot de koelkast begon te piepen. Ze had geen zaklamp vergeten in een vreemde woning. Het waren de dingen die thuis wachtten en die nergens werden geregistreerd.

Jip had haar laptop aan de eettafel gezet. De eerste dia toonde een enorm wit vlak met in het midden een foto van een vervallen stationsgebouw. Haar opdracht ging over een plek in de stad die een andere bestemming had gekregen. Ze had het station gekozen waar een dansschool in zat.

‘Je moet wel gewoon kijken,’ zei ze toen Lena haar telefoon naast het toetsenbord legde.

Lena legde hem op het kastje achter de bank, met het scherm naar beneden.

De presentatie duurde zeven minuten. Jip vertelde waarom de kaartjesloketten bewaard waren gebleven en waar nu de garderobe zat. Ze struikelde over het woord herbestemming, lachte kort en begon die zin opnieuw. Bij de laatste dia vroeg ze wat Lena ervan vond.

‘Goed. Vooral dat je laat zien waar de oude deuren nog zitten.’

‘Dat zei je gisteren ook al.’

‘Omdat dat goed is.’

‘Maar begrijp je wat ik daarover zeg?’

Lena keek naar de plattegrond. De danszaal lag dwars over de vroegere wachtkamers. Jip had met een dunne gele lijn aangegeven waar ooit de wand had gestaan. Ze vertelde dat de verschillende wachtkamers vroeger verschillende prijzen hadden gehad. Nu danste iedereen op dezelfde vloer.

‘Je bedoelt dat het gebouw veranderd is zonder dat je alles hoeft weg te halen.’

‘Ja.’ Jip tikte op de foto. ‘En dat je soms juist moet weten wat het was. Anders snap je niet waarom die muur zo raar loopt.’

Ze zei het zonder bijbedoeling. Lena was het die onmiddellijk een verband wilde leggen met haar eigen dag. Ze liet dat voor één keer. Ze vroeg of Jip het opschrift op de laatste foto groter kon maken, omdat het achter in een lokaal moeilijk leesbaar zou zijn. Jip schoof het tekstvak opzij.

Tom kwam terwijl ze naar een betere foto zochten. Hij klopte twee keer tegen het glas, zoals vroeger als hij geen sleutel kon vinden, en hield een boodschappentas omhoog. Jip opende de deur.

‘Melk,’ zei hij.

‘Dank je.’

Hij keek over haar schouder naar de twee pakken op het aanrecht en zette het zijne er zonder commentaar naast. Er zat ook een doos met broodjes in de tas. Hij trok zijn schoenen niet uit. Over een uur begon zijn dienst.

‘Vrijdag nog steeds tien uur?’ vroeg hij aan Lena.

Ze wist niet meteen waarop hij doelde. Op haar telefoon stond het spreekuur als een blauwe balk in de agenda; ze had het er dinsdag ingeschreven. Het was een controle van Jips arm, geen ramp als zijzelf niet meeging, wel een afspraak waar iemand bij moest zijn.

‘Ja. Ik kan rijden.’

‘Ik ben er al voor gevraagd,’ zei Tom. ‘Door Jip.’

Lena keek naar haar dochter.

‘Je zei maandag dat je nog moest kijken,’ zei Jip.

‘Dat heb ik gekeken.’

‘Maar je zei het niet.’

Tom ging op de rand van een stoel zitten. Hij was geen man die uit zichzelf een kringgesprek begon. Zijn handen bleven bij de tas; een nagel had een zwarte rand die hij met zijn duim probeerde weg te wrijven.

‘Ik heb vrijdag vrijgenomen tot twee uur,’ zei hij. ‘Dat kan blijven staan. Dan hoef jij niet alles om te gooien.’

Alles klonk behulpzaam en voelde als een verwijt. Lena wist dat die twee dingen niet hetzelfde waren. Ze zette drie bekers op tafel en vulde er één uit de nieuwe melk.

‘Het is niet mijn bedoeling dat jullie steeds moeten raden of ik er ben.’

‘Dan moet je zeggen of je er bent,’ zei Jip.

‘Je moeder probeert toch—’ begon Tom.

‘Nee,’ zei Lena. ‘Ze heeft gelijk.’

Tom trok zijn hand van zijn nagel weg. Hij zag er niet triomfantelijk uit. Ze had vroeger geregeld dingen aan zijn werk toegeschreven die niets met de taxi te maken hadden. Hij had het andersom met haar inspecties gedaan. Nu moest ze opletten dat een oude rekening niet ongemerkt op tafel kwam.

Ze pakte een vel papier van de printer. Jip trok een gezicht bij het idee van een weekschema, maar schreef zelf school bij donderdag en een vraagteken bij zaterdag. Ze wilde haar vriendin Noor zien, zonder eerst met twee ouders de toestand van elke verkeersdrempel te bespreken. Tom noteerde vrijdag. Lena zette haar naam bij donderdagavond en zaterdagmiddag.

‘En bellen als het verandert,’ zei Tom.

‘Voordat het veranderd is,’ zei Jip.

Lena keek naar haar naam. ‘Ja.’

Er werd daarna niets bijzonders opgelost. Tom vond dat Jip te veel op haar telefoon zat en Jip vond dat hij hetzelfde deed. Ze wilden allebei een broodje met kaas. Lena sneed de broodjes omdat Jip dat met één hand onhandig vond, waarna Jip zei dat ze best zelf boter kon smeren. Het gesprek kreeg de gewone rafels terug. Ze was er dankbaar voor.

Toen Tom was vertrokken, ging Lena naar haar werkkamer. Ze liet de deur open. Op haar bureau lagen de originele inspectiebladen en de afdrukken van het projectportaal in aparte mappen. Ze had kleine gele briefjes gebruikt om verschillen aan te geven. Overdag leek dat zorgvuldig; nu zag het er ook uit als iets waar je gerust nog een avond in kon verdwijnen.

De reactie van de dossieradministratie was om 16.19 uur gekomen. De medewerker bedankte haar voor het toesturen van haar oorspronkelijke verslag. Binnen de projectomgeving werd alleen de geaccordeerde eindversie bewaard. Aanvullende stukken dienden via de projectcoördinatie te worden aangeleverd. Rechtstreekse toevoeging van een eerdere conceptversie was daarom niet mogelijk.

Ze las de alinea nog eens. Er stond geen weigering om fouten te herstellen. Er stond dat de tekst waarmee ze een fout kon aantonen buiten het systeem bleef zolang iemand die mogelijk bij die fout betrokken was het niet doorstuurde.

Onderaan stond een naam, Selma, en een rechtstreeks nummer. Lena belde.

‘U hoeft mijn verslag niet aan te merken als concept,’ zei ze toen de medewerker haar bericht had gevonden. ‘Het was de versie die ik na de opname heb verzonden.’

Selma legde uit dat zij concept gebruikte voor alles wat vóór de laatste accordering lag. Het was een aanduiding in hun systeem, geen oordeel over het document.

‘Van wie is die laatste accordering?’

‘Dat kan ik in dit venster niet zien.’

‘Kunt u dan wel vastleggen dat ik die versie betwist?’

‘Als melding. Dat is al gebeurd via de balie, volgens mij.’

Ze klonk niet ongeïnteresseerd. Ze klonk als iemand die alleen de knoppen had waar ze voor was aangenomen. Lena vroeg of de melding aan het adres was gekoppeld of ook aan het rapport. Selma moest dat navragen. Ze beloofde terug te mailen.

‘Laat de melding in ieder geval openstaan,’ zei Lena. ‘Ook als de coördinator meldt dat er telefonisch contact is geweest.’

‘Dat zet ik erbij.’

Toen ze ophing, was Jip in de deuropening komen staan. Ze hield de doos met broodjes tegen haar buik.

‘Is dit zo'n ding waar je heel boos van wordt maar heel aardig bij praat?’

Lena glimlachte. ‘Dat klopt ongeveer.’

‘Heeft iemand iets kapotgemaakt?’

‘Iemand heeft een verslag veranderd waar mijn naam onder staat.’

Jip bleef staan. Lena had tot nu toe gezegd dat een dossier niet klopte, dat ze iets moest uitzoeken. Het was de eerste keer dat ze thuis een handeling noemde waar iemand verantwoordelijk voor was.

‘Is dat strafbaar?’

‘Dat weet ik nog niet precies. Ik ga advies vragen.’

‘Maar jij hebt het niet veranderd?’

‘Nee.’

‘Waarom staat jouw naam er dan onder?’

Lena schoof de map dicht. ‘Omdat ik die versie niet zelf heb nagekeken toen hij in het portaal kwam. Ik heb erop vertrouwd dat het hetzelfde verslag was.’

‘Omdat ik toen gevallen was?’

‘Dat was die week. Maar dat maakt het niet jouw schuld.’

‘Dat weet ik.’

Het kwam snel, te snel om te begrijpen hoe zeker Jip ervan was. Lena keek haar aan.

‘Ik had het anders moeten regelen. Als ik niet kon werken, had ik de controle moeten uitstellen of iemand moeten vragen om het echt te controleren. Dat had ik vóór die tijd trouwens ook beter moeten doen.’

Jip zette de doos op een lege plek van het bureau. ‘Dus nu moet je ze vertellen dat je het niet hebt gedaan.’

‘En dat ik een deel van mijn eigen werk niet goed heb geregeld.’

‘Dat laatste zou ik niet als eerste zeggen.’

‘Jij bent zestien.’

‘Daarom zeg ik het tegen jou. Ik word er niet voor betaald.’

Lena lachte. Toen Jip weer naar boven liep, bleef de deur open. Ze begon aan een antwoord aan Selma waarin ze de aanduiding concept corrigeerde en de ontvangstbevestiging van haar originele mail toevoegde. Ze haalde de zin dit is ongehoord weg. Het was ongehoord, maar Selma kon daar geen extra knop mee krijgen.

Voor de bredere correctie opende ze een nieuw document. Ze zette het adres bovenaan, de datum van haar opname en de datum van het veranderde bestand. Daaronder schreef ze dat de bewoonster aanwezig was geweest. Ze stopte na drie alinea's. Ze had nog vragen waarvoor ze advies nodig had; een haastig tweede verslag mocht niet hetzelfde onduidelijke leven krijgen als het eerste.

In plaats van het te versturen mailde ze Mieke dat ze donderdag wilde spreken. Ze noemde de bezette woning en de onjuiste vertrekdatum, geen vermoedens over Henk. Mieke antwoordde binnen tien minuten met een tijd en de vraag om alleen haar eigen stukken mee te brengen. Geen documenten van bewoners waarvan zij niet wisten dat ze werden gedeeld.

Lena schreef de afspraak in haar agenda. Daaronder stond Jips presentatie, een klein groen blokje dat ze eerder die dag bijna had overgeslagen. Ze liet het staan, ook al was het afgelopen.

Om zes uur ging ze beneden koken. Ze schraapte het zachte deel van de tomaat weg en gebruikte de rest in de saus. Jip kwam vragen of er genoeg was voor morgen. Lena had daar deze keer een antwoord op.

Hoofdstukken

De sleutel lag er nog

  1. 01De keukenla11 minuten
  2. 02De versie in het portaal10 minuten
  3. 03Wat Cor had gemaakt10 minuten
  4. 04De vrouw die bleef10 minuten
  5. 05Zeven sleutelsets10 minuten
  6. 06Wat thuis bleef liggenJe leest nu10 minuten
  7. 07Eva's uitleg9 minuten
  8. 08Geen vertrekverklaring9 minuten
  9. 09Onder haar eigen naam9 minuten
  10. 10Een val is nog geen verklaring10 minuten
  11. 11Rubens rekening10 minuten
  12. 12Het rijtje huizen11 minuten
  13. 13De bon van tien mei10 minuten
  14. 14Buiten haar werk9 minuten
  15. 15Wat de bijlage bewijst10 minuten
  16. 16Aan de andere kant van de lijn11 minuten
  17. 17Wie voor een leeg huis betaalde10 minuten
  18. 18Eva had op bewaren gedrukt11 minuten
  19. 19Een klant minder11 minuten
  20. 20De brug11 minuten
  21. 21Wie ze wel belde10 minuten
  22. 22Sofie kiest11 minuten
  23. 23Geen broer om achter te schuilen10 minuten
  24. 24Een tafel met glazen water10 minuten
  25. 25Een antwoord aan Jip10 minuten
  26. 26Het boekje bij Cor10 minuten
  27. 27Wat Sofie zag11 minuten
  28. 28Voor iemand anders tekenen11 minuten
  29. 29Wat Henk opschreef11 minuten
  30. 30De verkeerde bezoeker10 minuten
  31. 31De deur naar het achterpad10 minuten
  32. 32Toen het stil werd10 minuten
  33. 33De verklaring die bleef10 minuten
  34. 34Wat haar handtekening kostte12 minuten
  35. 35Een huis is geen bewijsstuk12 minuten
  36. 36De sleutel die zij zelf gaf11 minuten

Leesinstellingen

Kies wat voor jouw ogen prettig leest.

Tekstgrootte
100%

Leesgereedschap

Mijn leesnotities

Alleen in jouw browser. Ook opgenomen in je boekenplank-back-up. Maximaal 2000 tekens.

Mijn bladwijzers

Gebruik het bladwijzericoon naast een alinea om een stukje terug te vinden.

FABLIVA

Vind je volgende verhaal

Zoek op titel, onderwerp of genre.

FABLIVA

Een idee of iets dat beter kan?

Help ons Fabliva mooier te maken. Een account is niet nodig.

Je bericht gaat per e-mail naar hello@fabliva.com. We gebruiken het alleen om je feedback te behandelen. Vul je een e-mailadres in, dan kunnen we reageren.

Liever via e-mail? hello@fabliva.com
FABLIVA

Je verhalen, een tik dichterbij.

Zet Fabliva op je beginscherm. Je kunt hier ook gewoon verder lezen.