Hoofdstuk 5 · 10 minuten lezen
Zeven sleutelsets
Niels Vos belde woensdag om acht uur. Lena was op dat moment een T-shirt voor Jip uit het droogrek aan het halen. Ze hield de telefoon tussen haar oor en haar schouder en luisterde terwijl ze de stof uit elkaar trok.
‘Je hebt een vraag over de Bremstraat,’ zei hij. ‘Ik heb vandaag eigenlijk geen ruimte, maar ik kan een kwartier maken.’
‘Waar?’
‘Kantoor. Elf uur. Vraag naar mij bij de balie.’
‘Ik heb langer dan een kwartier nodig.’
‘Dan beginnen we ermee. Ik zit midden in twee storingen en een ziekmelding. Neem de tekst mee waar je op doelt.’
Hij klonk niet alsof iemand hem op een geheim had betrapt. Hij klonk als een onderhoudscoördinator die werkelijk twee storingen en een ziekmelding had. Lena legde het T-shirt op tafel en zette een herinnering in haar agenda. Ze was zelf ook wel eens kort tegen iemand die nog niet begreep dat de dag te klein was.
Voor het gesprek maakte ze een vel met de verschillen. Geen betoog. Het bedrag voor het herstel hoorde erop omdat de nieuwe export een ander voorstel deed, maar de vertrekdatum kwam bovenaan. Daarnaast zette ze wat ze op zes mei had gezien. De originele mailbijlage hield ze afzonderlijk; ze wilde geen nieuw bewerkt bestand laten doorgaan voor wat toen was verzonden.
Bij RietWonen liep de receptie over in een ruimte waar bewoners aan een lage tafel konden zitten. Op een scherm stonden drie veelgestelde vragen. Lena had er nooit bij stilgestaan hoe onhandig een wachtlijst voor een gesprek eruitzag als je voor een dichte deur stond en een huis nodig had. Een vrouw aan de balie probeerde iets uit te leggen over haar berging. De medewerker liet haar uitspreken en vroeg daarna welk nummer erop stond. Hij deed het zorgvuldig. Het duurde niet korter doordat er mensen achter haar wachtten.
Niels kwam met een laptop onder zijn arm de gang in. Hij droeg een grijs overhemd dat bij de elleboog nat was. Zijn telefoon hing aan een dun koord aan zijn nek, alsof hij hem anders telkens ergens liet liggen.
‘Lena?’
Ze stonden allebei op dezelfde plek als twee weken eerder, maar toen was er geen aanleiding geweest om hem te onthouden. Hij had haar een planning voor drie adressen gemaild. Eva had gezegd dat hij graag met vaste mensen werkte. Het bespaarde overleg over de manier waarop zij foto's en formulieren aanleverden.
Niels liep voor haar uit naar een kleine vergaderruimte. Ze gingen langs een man die met een dweil een plas water naar een putje trok. Niels bleef staan, vroeg of de loodgieter al onderweg was en wees naar een afgesloten deur. Hij vergat daarbij niet dat Lena achter hem stond.
‘Zie je,’ zei hij. ‘Er gebeurt hier altijd wel iets dat geen kwartier wacht.’
Ze gingen zitten. Op de tafel lag een stapel kartonnen bekers. Niels pakte er twee, keek naar de thermoskan en schonk water voor hen in. Hij zette Lena's beker precies op de onderzetter die iemand voor de kan had gelegd.
‘Goed,’ zei hij. ‘Die Bremstraat.’
Lena legde haar vel neer. ‘Wie heeft mijn export veranderd?’
‘Dat weet ik niet. Ik wist tot gisteren niet dat je meende dat die veranderd was. We gebruiken de versie die we aangeleverd krijgen.’
‘Ik meen het niet. Ik heb ze naast elkaar gelegd.’
‘Laat zien.’
Hij schoof zijn stoel dichter naar de tafel en bekeek de regels. Zijn vinger bleef bij leeg sinds 31 maart liggen.
‘Dat kan uit het opdrachtveld zijn overgenomen. We hebben een vertrekplanning. Dat staat los van wat jij aantreft.’
‘In het rapport staat het als waarneming bij mijn inspectie.’
‘Dan moeten we dat uitzoeken.’
‘Daarvoor zit ik hier.’
Hij knikte en draaide zijn laptop naar zich toe. Lena zag alleen de buitenkant van het scherm, met een beschadigd stickertje op een hoek. Ze hoorde hem typen. Daarna bleef het stil.
‘Sofie van Dijk,’ zei hij. ‘Daar is over gesproken. De vertrekafspraak liep al langer.’
‘Ze was op zes mei thuis.’
‘Een vertrekafspraak is niet altijd de dag waarop het laatste bekertje mee is. Mensen bewaren spullen, slapen nog een nacht, komen opruimen. Ik kan niet in iedere woonkamer gaan staan.’
‘Dat hoeft u niet. Ik stond erin. Ze zei dat zij daar woonde.’
Lena merkte dat ze u had gezegd. Tot nu toe spraken ze elkaar aan met je. Ze hoorde het zelf, hij leek het niet op te merken.
‘Wat verwacht je dan dat ik nu doe?’ vroeg Niels.
‘De onjuiste status uit mijn rapport halen. Vaststellen wie de tekst heeft aangeleverd. En uitleggen waarom Noordhuis van mij een eindcontrole vraagt als het herstel niet is uitgevoerd.’
‘Noordhuis begeleidt het project. De corporatie blijft voor deze woningen aanspreekpunt tot er andere afspraken zijn. Er lopen verschillende taken tegelijk. Soms wordt de voorbereiding alvast ingepland.’
‘Maar er staat na herstel.’
‘Dan heeft de planning dat te vroeg uitgestuurd. Dat gebeurt. We hebben niet voor niets mensen die ter plaatse gaan kijken. Als er niets hersteld is, schrijf je dat op.’
Hij keek naar haar vel. ‘Dat weet jij ook.’
Ze wist het. Als zij haar huidige waarnemingen zou opschrijven en de eerste conclusie verder liet staan, had het project twee stukken die samen een heel andere geschiedenis leken te vertellen. Een ongeschikt verklaarde lege woning, later nog niet hersteld. Daarin was Sofie op zes mei nergens meer nodig.
‘Ik ga vandaag niet bevestigen wat ik toen niet heb vastgesteld,’ zei ze.
‘Dat vraagt niemand.’
‘Pieter heeft gevraagd om afmelding en koppelt de betaling daaraan.’
Niels wreef zijn hand over zijn voorhoofd. ‘Dan heeft hij dat verkeerd gezegd. Ik bel hem. We hebben geen belang bij een inspecteur die dingen gaat opschrijven omdat iemand betaalt.’
Hij klonk daarbij overtuigend genoeg om haar even het gevoel te geven dat het gesprek eenvoudiger werd. Ze wees naar de volgende regel.
‘De vochtconclusie. Ook die heb ik niet geschreven.’
‘Misschien zijn de opmerkingen van een andere deskundige toegevoegd.’
‘Dan moet daar diens naam onder. Geen zinnen tussen mijn zinnen, met mijn paraaf onder het geheel.’
‘Ik begrijp het. We kijken naar de definitieve bundeling. Heb je Eva hierover gesproken?’
‘Ze zou vergelijken.’
‘Dat is misschien de kortste weg. Eva weet precies welke versie jullie exporteren.’
Lena had Eva's terugbelafspraak nog niet gekregen. Haar collega had dinsdag gemaild dat ze de middag verkeerd had ingeschat en woensdag op haar eigen kantoor was. Niels wist misschien welke mappen van wie kwamen omdat hij met hen samenwerkte. Het hoefde niet meer te betekenen. Ze zette een klein streepje naast zijn naam op haar eigen vel en liet hem uitpraten.
‘Dan de sleutels,’ zei ze.
Hij keek voor het eerst weg van het papier voordat ze klaar was met haar vraag. Zijn blik ging naar de deur, niet naar de laptop.
‘Zeven sets,’ zei Lena. ‘Waar komt dat aantal vandaan?’
‘Toegang voor het project. Onderhoud, aannemers. De gewone administratie.’
‘Ik heb bij mijn bezoek twee aanwezige sets genoteerd. Niet de hele sleuteladministratie van een renovatie die nog niet begonnen was.’
‘Dat zal door elkaar zijn gelopen. Ze hoeven niet tegelijk in het huis te liggen. Je weet hoe dat gaat.’
‘Van wie kwam de toestemming om extra toegang te maken?’
Hij schoof het vel een handbreedte van zich af. ‘Daar ga ik eerst de betreffende stukken voor opzoeken. Anders krijg je een antwoord dat morgen weer aangepast moet.’
‘Goed. Ik wil dat antwoord schriftelijk.’
Zijn telefoon lichtte op. Hij legde een vinger op het scherm en liet de oproep gaan. De afwijzing maakte het gesprek vriendelijker; hij koos voor haar vragen boven een volgende storing. Lena voelde hoe bereid ze daardoor was een paar minuten langer op een verklaring te wachten.
‘Die gordijnen hangen er nog, toch?’ vroeg hij. ‘Dat lapje dat zij erin had gezet. De aannemer moet weten wat behouden moet blijven.’
‘Ik heb geen opdracht gehad om spullen voor een aannemer te inventariseren.’
‘Nee. Het is alleen iets dat zij eerder vroeg. Laat maar. Daarvoor is weer een andere lijst.’
Het rode herstelstukje stond niet op de geknipte foto. Het had op haar oorspronkelijke foto gestaan, lager dan de vochtplek. Niels kon het huis eerder hebben gezien; dat was normaal voor zijn werk. Hij kon ook met Sofie hebben gesproken. Het zinnetje maakte hem niet schuldig. Maar het maakte zijn eerdere afstand, dat hij niet in elke woonkamer kon staan, iets minder bruikbaar als uitleg voor alles wat hij niet wist.
‘Wanneer heb je haar voor het laatst gesproken?’ vroeg Lena.
‘Dat moet ik opzoeken.’
‘Is ze ergens anders gaan wonen?’
‘Ook dat is niet iets wat ik zonder haar toestemming aan jou ga doorgeven.’
Daar had hij een punt. Lena merkte hoe vervelend het was als een antwoord redelijk klonk en tegelijk hielp om het gesprek op een lastig moment te stoppen.
‘Dan wil ik dat je mijn vraag om contact aan haar doorgeeft,’ zei ze.
‘Ja. Maar we moeten even zorgen dat niet iedereen tegelijk aan haar gaat trekken. Die vrouw heeft al een hoop aan haar hoofd gehad.’
‘Wat dan?’
‘Daar ga ik hier niet over spreken.’
Hij klapte de laptop dicht. Het kwartier was ruimschoots verstreken. Op de gang praatten twee mensen langs elkaar heen over een afsluiting bij een school; er was een echte werkdag achter deze deur, vol dingen die Lena niet kende.
‘Ik vraag de bundeling na bij Eva,’ zei Niels. ‘En je krijgt een reactie op die sleutelvraag. Intussen kunnen je feitelijke waarnemingen van maandag gewoon in het projectdossier.’
‘Met mijn toelichting dat de eerdere tekst wordt betwist.’
Hij trok zijn mond een beetje naar opzij. ‘Dat is meteen een stevig woord.’
‘De status en de conclusies zijn niet van mij. Ik kan het er niet naast laten staan zonder dat te zeggen.’
‘Dan moet dat zorgvuldig. Je weet dat er bewoners wachten op duidelijkheid. Zij hebben er geen last van gehad dat het dossier te snel loopt.’
Hij had zij gezegd alsof hun belangen op tafel lagen en Lena haar vragen daar bovenop zette. Ze dacht aan Ria's soep. Aan de vrouw die op dertien mei nog van een dienst thuiskwam. Het was dezelfde groep waar hij naar verwees, maar geen enkele van die mensen zat nu aan hun tafel.
Bij de deur gaf hij haar een hand. De palm was droog, zijn overhemd bij de elleboog inmiddels ook. Hij liep meteen naar de man met de dweil om te vragen hoe het met de loodgieter stond.
Lena bleef bij de balie staan en vroeg om een ontvangstbevestiging van haar verzoek. De medewerker wist niet waarover het ging. Zij schreef haar naam, het adres en de drie gevraagde stukken op. Hij maakte er een melding van en gaf haar een nummer.
‘Hebt u vandaag nog foto's van de schade?’ vroeg hij.
‘Die lever ik apart aan.’
Hij knikte. Hij had niets verkeerd gedaan, hoefde geen blik te krijgen alsof hij persoonlijk de hele administratie belichaamde. Lena bedankte hem en ging naar buiten.
In haar auto schreef ze het gordijn op, en zette er meteen bij dat dit geen bewijs van iets was. Ze noteerde ook wat Niels had toegezegd. Tegen het einde van het vel was haar keurige lijst vol pijlen gekomen.
Ze pakte een nieuw blad. Daar zette ze bovenaan dat Sofie op zes mei aanwezig was, zoals zij zelf had gezien. Het stond er minder elegant dan woning in gebruik. Ze liet het zo staan.