Hoofdstuk 26 · 10 minuten lezen
Het boekje bij Cor
Nora stond voor de werkplaats met een papieren zakje waarin twee krentenbollen zaten. Eén was al half op. Ze veegde de kruimels van haar vingers voordat ze Lena een hand gaf.
‘Ik ben wat vroeg,’ zei ze. ‘Cor moest even iemand helpen.’
Lena keek door het raam. Er stond een klant bij de toonbank met een los sleuteltje dat hij tussen zijn duim en wijsvinger liet draaien. Cor luisterde en schudde zijn hoofd. Achter hem hing dezelfde wand met haken en kleine kaartjes die Lena op haar eerdere bezoeken had gezien. Helemaal links stond de deur naar het achterste deel van de werkplaats open.
‘Ik heb niets aangeraakt sinds we hier vorige keer over spraken,’ zei Lena tegen Nora.
‘Dat weet ik. Cor heeft me gebeld.’
Nora keek naar het zakje. Ze bood de tweede krentenbol aan. Lena nam die aan, hoewel ze geen honger had. Aan de overkant parkeerde iemand een fiets half op de stoep. Het stond Lena tegen hoe aandachtig ze nu naar ieder stoppend voertuig keek.
‘Je bent gevallen,’ zei Nora.
‘Dinsdag. Er is een melding van gedaan.’
‘Je hoeft er niet over te vertellen als je niet wilt.’
Lena knikte. Ze aten staand naast elkaar. Nora had geen behoefte om via een gedeelde schrik vertrouwd met haar te raken. Dat was prettig.
De klant vertrok met zijn sleuteltje nog in zijn hand. Cor hield de deur open en zei dat ze binnen konden komen. Er hing een geur van olie en warme stof. Op de toonbank lag een rechthoekige afdruk waar een werkmat was weggehaald. Cor wees hen naar de twee stoelen achterin. Lena kende de smalle doorgang langs de stelling en wist dat die verder liep naar de achterdeur en het gemeenschappelijke pad. Op een haak naast de deur hing Cors jas.
‘Hier liggen zijn spullen,’ zei Cor.
Hij zette een kunststof bak op de tafel. Er zat een bruin kartonnen mapje in, een potlood met een afgekloven uiteinde, twee enveloppen en een dun boekje met een donkerblauwe kaft. Nora pakte eerst het potlood.
‘Deze dingen liet hij overal,’ zei ze. ‘Hij vond dat je altijd een potlood bij je moest hebben. Hij had alleen nooit iets om het mee te slijpen.’
Cor glimlachte. ‘Bij mij gebruikte hij een mesje. Dat heb ik hem verboden. Hij sneed iedere keer in mijn werkmat.’
Nora legde het potlood terug. ‘Typisch.’
Ze pakte het boekje op en sloeg de eerste bladzijde open. Er stond een telefoonnummer op, met in de marge een pijltje en het woord nieuw. Ze ging verder. Lena keek naar de tafel in plaats van over haar schouder te lezen.
‘Je mag straks kijken naar de afspraken over de straat,’ zei Nora. ‘En naar die sleutels. De rest wil ik zelf houden tot ik weet wat ermee moet.’
‘Dat is goed.’
‘Ik weet niet of dit belangrijk is. Ik wil ook niet dat we alles belangrijk maken omdat het van hem is.’
Cor haalde uit het kartonnen mapje een brief die bij de oudere spullen hoorde. Een buurman had Henk gevraagd mee te lezen met een offerte. Er stonden in potlood uitroeptekens naast een bedrag en naast de regel over voorrijkosten. Nora schudde haar hoofd.
‘Die wist hij niet. Dat schreef hij er juist bij. Dat iemand het moest vragen.’
Lena herkende de opzet van een gewone onderhoudsopdracht. De brief hield geen verband met het project van Noordhuis. Ze legde hem terug zodra Nora zei dat er nog een naam van een andere bewoner op stond.
‘Hij heeft niet op alles een antwoord,’ zei Nora. Ze hoorde haar eigen tegenwoordige tijd, slikte en probeerde het niet meteen te herstellen. ‘Hij wilde alleen dat mensen een vraag niet vergaten als er iemand in nette schoenen aan de deur kwam.’
Cor stond op om de deur naar het pad wat dichter te doen. Door de kier waaide koude lucht langs de tafel. Er kwam iemand met een krat lege flessen over het gemeenschappelijke pad; Lena hoorde het rammelen en daarna een deur van een naastgelegen bedrijf. Het achterste stuk van de werkplaats hoorde bij dezelfde gewone straat waar ze straks weer uit zouden komen.
‘Die brief kan ik morgen tussen de andere spullen leggen,’ zei Cor. ‘Niet bij de bonnen voor het onderzoek.’
Nora knikte. Ze keek naar het boekje en begon pas toen te bladeren naar de week die ze hier samen moesten bekijken.
Cor ging op de rand van een kruk zitten. Nora bladerde traag. Op een pagina bleven haar vingers liggen. Ze las niet hardop. Haar lip bewoog even, daarna pakte ze haar telefoon en maakte met enige moeite een foto voor zichzelf.
‘Boodschappen,’ zei ze. ‘Hij moest voor mij iets bewaren. Vergeten. Nu staat het hier.’
Lena wachtte. Ze zag niet wat het was en vroeg het niet.
Nora draaide het boekje na een poos naar hen toe. De week van tien mei stond op twee bladzijden. Henk had de datum bovenaan gezet; de verdere regels liepen scheef naar de rand. Tussen medicijnen ophalen en een bedrag voor iets wat Nora niet kon lezen, stond: N.V. sleutels laten maken — Cor.
Lena boog zich voorover, haar knie voorzichtig opzij. ‘Weet je of hij met N.V. Niels bedoelde?’
‘Hij schreef die naam wel meer zo,’ zei Cor. ‘Maar dat is mijn herinnering. Het staat hier niet uitgeschreven.’
Nora keek terug in het boekje. Ze vond op een eerdere pagina Niels naast een nummer dat deels was doorgestreept. Ze liet het zien. Het was een aanwijzing voor de afkorting, geen handschrift dat opeens alles duidelijk maakte.
‘Toen hij op die zondag langskwam, zei hij dat Niels weer sleutels had laten maken,’ zei Cor. ‘Ik zei dat het werk voor onderhoud was. Henk vond dat er veel onderhoud aan die ene deur moest gebeuren.’
‘Had hij Niels hier gezien?’
‘Dat zei hij. Ik weet niet hoe lang hij buiten stond. Ik was aan het werk.’
Lena maakte een aantekening met Cors formulering erbij. De bon van tien mei bestond al, de duplicaten waren geen nieuwe ontdekking. Het boekje zette er een buurman naast die op die dag had opgemerkt wat voor hem al vreemd was geworden.
Nora bladerde naar veertien mei. Er stonden drie regels, waarvan één dwars was doorgestreept. Brood. Ria lamp vragen. Niels bellen / sleutel terug. Achter de laatste regel stond een klein vraagteken. Het tijdstip dat onderaan een andere afspraak leek te horen, was door de vouw lastig te lezen.
‘Dat kan half zeven zijn,’ zei Nora. ‘Of iets anders. Hij schreef cijfers snel.’
‘Dat moeten we niet invullen,’ zei Lena.
Cor knikte. Hij keek naar het boekje zonder het aan te raken. ‘Hij zei dat die blauwe sleutel niet bij alle andere moest komen. Dat had hij van Sofie. Zij had er nog iets aan vastgemaakt.’
Lena zag de lus in de keukenla weer voor zich. ‘Blauw katoen.’
‘Zoiets. Ik onthoud de metalen dingen beter.’
Nora draaide een bladzijde terug. ‘Henk onthield juist dat soort losse opmerkingen. Als iemand zei dat er een ding niet weg moest, werd het zijn taak te zorgen dat het bleef.’
‘Dat lijkt me aardig,’ zei Lena.
‘Soms. Soms gingen mensen het hem niet meer vertellen omdat hij een week later vroeg waarom ze hun belofte niet hadden gehouden.’
Ze sloot het boekje half. ‘Hij belde mij op mijn werk. Niet omdat er iets was. Omdat hij dacht dat het werk wel even kon wachten. Als ik zei dat ik bezig was, hoorde hij dat als vraag om straks nog eens te bellen.’
Lena glimlachte. Nora bleef naar de kaft kijken.
‘Ik was kwaad op hem, de laatste keer dat hij belde. Daar moet ik nu niet een heel mooi verhaal van maken.’
Cor schoof zijn kruk een stukje naar achteren. Hij zei dat hij nog een envelop voor Nora had met spullen die Henk vorige maand had meegenomen. Lena vroeg of ze haar aantekeningen aan Anouk mocht geven. Nora zei ja. Ze wilde dat het boekje werd bekeken door de mensen die onderzochten hoe Henk was gestorven. Zelf bleef ze liever eigenaar van de verhalen die anderen er later mee wilden vertellen.
‘Als ze het origineel nodig hebben, geef ik het af,’ zei ze. ‘Maar ik wil weten aan wie.’
Lena stelde voor Anouk samen te bellen. Nora pakte haar telefoon. Zij sprak; Lena bleef naast haar zitten en vulde alleen aan toen Nora vroeg welke eerder bekeken werkbonnen ermee samenhingen. Anouk kon het origineel via de afgesproken overdracht ontvangen. Er zouden gegevens over herkomst en ontvangst worden vastgelegd. Cor bood aan Nora naar het bureau te brengen als dat uitkwam. Lena hoefde niet de tussenpersoon te worden met iemands persoonlijke spullen in haar beschadigde tas.
Ze maakten met toestemming foto’s van de relevante bladzijden. Nora wilde die zelf versturen via de wijze die met Anouk was afgesproken. Lena schreef op welke pagina’s ze had gezien en dat het tijdstip bij de doorgestreepte afspraak onduidelijk was. Daarna ging het boekje terug in de bak.
Cor nam de envelop uit een kastje achter de toonbank. Op dat moment begon zijn telefoon te rinkelen. Hij keek naar het scherm en trok zijn wenkbrauwen op.
‘RietWonen,’ zei hij. ‘Misschien over de bonnetjes.’
Hij nam op en liep een paar stappen van de tafel weg. Lena kon zijn antwoorden horen, niet de stem aan de andere kant.
‘Ja, die heb ik nog.’
Een pauze.
‘Dat zijn mijn werkbonnen. Die gaan niet weg omdat de opdracht afgesloten wordt.’
Hij keek naar Nora en stak zijn vrije hand op alsof hij wilde aangeven dat het even duurde.
‘Stuur maar een verzoek. Nee, ik leg ze niet bij de ingang neer.’
Toen hij ophing, bleef hij met het toestel in zijn hand staan.
‘Niels,’ zei hij. ‘Wil de papieren over de sleutelsets ophalen. Om de administratie compleet te maken. Hij zei dat er ook bonnen voor eventuele schade bij moeten.’
‘Heeft hij jou verteld waarom nu?’ vroeg Lena.
‘Projectcontrole. Ik heb gezegd dat hij het moet aanvragen. De relevante originelen van mijn eigen bonnen gaan eerst zoals afgesproken naar de politie. Daarover heb ik een verklaring gedaan.’
Nora stond op. ‘We brengen dat boekje nu maar, als dat past.’
Cor keek naar de klok. Hij moest zijn zaak even sluiten of wachten op iemand die de balie kon overnemen. Hij belde een buurman uit het pand naast hem; die zou over tien minuten komen. Lena keek naar de open achterdeur. Er was niets gebeurd behalve een telefoontje met een administratief verzoek. Toch zat haar rug strak tegen de stoel.
‘Ik licht Anouk in over dat verzoek,’ zei Cor.
‘Zeg wel precies wat hij heeft gevraagd,’ antwoordde Lena. ‘Niet dat hij het boekje wilde. Daar heeft hij het niet over gehad.’
‘Dat weet ik.’
Ze knikte. Ze hoefde Cor niet toe te spreken alsof hij nooit iets voorzichtig had behandeld.
Hij noteerde het tijdstip en de woorden die hij zich herinnerde. Nora stopte het boekje in een schone envelop en schreef haar naam erop. Het originele materiaal zou die middag worden overgedragen. Bij Cor zouden alleen de gecontroleerde kopieën van de relevante bonnen en bladzijden blijven. Voor vrijdag spraken ze af de andere spullen voor Nora gereed te zetten. Lena zou helpen de bouwkundige papieren te herkennen die Henk voor de buren had bewaard; daarvoor hoefde ze geen opsporingsmateriaal onder zich te houden.
Nora pakte de envelop en de bak. Lena droeg de envelop met losse oudere spullen naar Cors auto, met Nora naast zich. Haar toestemming maakte van de handeling iets eenvoudigs. Bij de auto gaf Lena alles terug en controleerde niet nog een keer wat erin zat.
‘Hij had me graag laten kijken of die achtertrap deugde,’ zei Lena.
Nora bleef even staan. ‘Dat zou hij hebben gezegd, ja.’
‘Ik kan nu niets zeggen over de val. Alleen wat ik van het huis weet.’
‘Zeg dat dan ook als anderen het vragen.’
Cor kwam buiten met zijn jas aan. Hij noemde dat de agent die zij zouden spreken klaarstond; het adres en het afgesproken tijdstip had hij op een briefje. Nora stapte bij hem in. Voordat de deur dichtging, keek ze naar Lena.
‘Tot vrijdag.’
‘Tot vrijdag.’
Lena bleef aan de stoep staan tot de auto wegreed. Ze had voor Anouk een nieuwe aantekening, voor zichzelf een afspraak en voor Henk een beeld van een potlood dat werkmatten beschadigde. Geen van die dingen kon zij voor iets anders gebruiken.