Hoofdstuk 1 van 360%

Hoofdstuk 1 · 11 minuten lezen

De keukenla

Aan de binnenkant van de voordeur hing een kaartje met een versleten stukje plakband. SLEUTEL MEE, stond erop. De tweede E was tussen de andere letters geperst. Iemand had hem vergeten en later toegevoegd.

Lena hield de deur nog even vast. Op de gangvloer lagen twee reepjes zon, verder niets. Geen schoenen, geen tassen aan de kapstok. Het metertje in haar hand wees dezelfde luchtvochtigheid aan als buiten. Ze zette haar tas neer op de plek waar de schoenen hadden gestaan en keek op haar telefoon naar de opdracht.

Bremstraat 18. Eindcontrole na vertrek huurder. Aanwezig: niemand. Sleutel beschikbaar via opdrachtgever.

Pieter Drost had het toegangskastje voor haar opengemaakt. Hij stond nu op de stoep te bellen, met zijn vrije hand op het dak van zijn auto. Naast de woning lag een strook bestrating die doorliep naar de achterkant van het huizenblok. In de hoek tussen de nummers 16 en 18 groeide een vlier door een scheur in de stenen. Lena had die tijdens haar vorige bezoek al gezien. De takken waren nu voller.

‘Hoelang ben je ongeveer bezig?’ vroeg Pieter, toen hij ophing.

‘Dat hangt af van wat er veranderd is.’

‘Een halfuur?’

Hij had zijn autosleutel al om een vinger hangen. Over een uur, had hij onderweg gezegd, moest hij bij een oplevering aan de andere kant van de stad zijn. Lena had de afspraak niet met hem gemaakt. De vrouw die hem vrijdag had gemaild, was iemand van de planning. In de beschrijving stond dat de schade aan de achterkant was hersteld en dat de woning moest worden afgemeld.

‘Ik bel als ik klaar ben. Wie heeft het herstel uitgevoerd?’

‘Staat in het dossier.’

‘Ik zie geen herstelbon.’

‘Dan vragen we die na. Het gaat vandaag vooral om de status.’

Hij wees met zijn kin naar haar telefoon. Er zat iets haastigs in dat gebaar, alsof het huis zich op haar scherm bevond en het kleine houten huisnummer naast hem alleen voor de bezorgers was.

‘De toestand van de woning,’ zei Lena.

‘Ja. Precies.’

‘En je weet zeker dat hier niemand meer woont?’

‘Sinds eind maart. Je hebt het eerste rapport toch zelf gedaan?’

Daar wachtte hij geen antwoord op. Zijn telefoon ging weer. Hij stak een duim op en liep naar zijn auto.

Lena keek hem na tot hij instapte. Haar eerste bezoek was op zes mei geweest. Niet in maart. Sofie van Dijk had opengedaan in een donkerblauwe trui, haar broekspijpen in twee verschillende sokken gepropt. Ze was van de vroege dienst gekomen en had gevraagd of Lena koffie wilde. Lena had liever water gehad. Ze herinnerde zich dat juist omdat Sofie haar water in een koffiemok had gegeven, met een barstje langs het oor.

In de woonkamer stonden geen meubels meer. Op de muur bleef een rechthoek achter waar een kast had gestaan. Een lichte baan verf erboven, op kniehoogte een donkerder stuk. Er lagen kleine zandkorrels op de vloer, onder een raam dat op een kier stond. Op de plek waar de bank moest hebben gestaan lagen drie muntjes en een dop van een pen, vlak bij de radiator.

Lena liep langzaam naar de achterkant. Ze liet haar tas in de gang. In een leeg huis hoorde ze graag wat haar voeten deden; je merkte een losliggende plaat eerder als er geen radio of gesprek overheen zat. De vloer kraakte onder de doorgang. Datzelfde geluid had ze op zes mei genoteerd. Niet gevaarlijk, alleen een losse verbinding onder de plank. Ze ging door naar de keuken.

Het gordijn hing er nog. Lichtgrijs, met onderaan een klein rood rechthoekje waar een scheur was dichtgezet. De reparatie was te netjes voor een haastklus. Aan de vensterbank plakte een halve cirkel aarde. De pot die daar had gestaan, was weg. Lena keek automatisch naar de vochtplek naast het achterraam.

Niemand had eroverheen geschilderd. De rand was nog even scherp. Op de muur zaten de vier gaatjes van het plankje dat Sofie had weggehaald om de plek te laten zien. Dat plankje stond tijdens hun bezoek tegen de koelkast. Sofie had er haar bovenarm aan gestoten en een woord gezegd dat Lena niet in een rapport had hoeven opnemen.

Nu was ook de koelkast verdwenen. De waterleiding eindigde in een afgedopte kraan. Er was geen nieuw kitwerk rond het raam. Onder de vensterbank lag oud stof dat niet door recente werkzaamheden kon zijn gekomen. Ze trok het rolgordijn een stukje op en richtte haar lamp op de hoek. Een spin liep weg achter de rand van het kozijn.

Ze maakte een foto van de plek en noteerde: geen zichtbaar herstel overeenkomstig opdrachtbeschrijving.

Dat was voorlopig alles wat ze kon zeggen. Ze zou vandaag geen bedrag noemen, geen verklaring geven over de oorzaak zonder de achterzijde te bekijken. Bij hun vorige bezoek was haar voorlopige oordeel eenvoudig geweest: eerst het lek opsporen, vervolgens drogen en pas daarna afwerken. Er waren in die hoek geen grote verrassingen geweest. Wel een vrouw die haar brood op het aanrecht had laten staan omdat ze nog niet aan ontbijt was toegekomen.

Lena legde haar lamp op het aanrecht. Toen ze de onderste kastdeur opende, schoot een kunststof bakje naar voren. Ze ving het met haar knie op. Er zat een spons in, hard en krom van ouderdom. De leiding onder de gootsteen was droog.

De la erboven klemde halverwege. Ze trok hem een paar centimeter verder open. Achter de hoek van de bestekhouder lag een sleutel, met een blauw katoenen lusje door het oog. Het koord was niet meer blauw op de plaats waar het vaak was vastgepakt. Daar was het bijna grijs.

‘Voor als ik mezelf buitensluit,’ had Sofie gezegd. ‘Maar dan moet ik natuurlijk wel iemand hebben die hem hier kan pakken.’

Ze had gelachen om haar eigen constructie en Lena had gevraagd hoeveel sets er in gebruik waren. Twee. Eén in haar tas, één in de la. De corporatie had voor onderhoud een eigen toegang moeten regelen. Sofie had iets over Niels gezegd, maar Lena wist niet meer wat. Ze had op dat moment naar het plafond gekeken.

Ze raakte de sleutel niet aan.

Op haar telefoon opende ze de eerdere dossierstukken. Het bestand stond bovenaan: rapport van inspectie, Bremstraat 18. Haar naam eronder, het logo van haar kleine bureau. De datum van het bezoek klopte. Verderop, naast de rubriek gebruik, stond: woning leeg sinds 31 maart.

Ze scrolde terug naar boven. Soms werd een bestand van de naastgelegen woning onder hetzelfde projectnummer gehangen. Ze controleerde huisnummer, postcode, datum. Alles wees naar dit huis. De foto bij het achterraam was van haar. Ze herkende de schuine glans van haar eigen lamp op het glas. Maar de foto was smaller dan zij hem had gemaakt. Het losse plankje en de rand van de koelkast waren eraf.

De sleutel in de la bleef in haar ooghoek liggen.

Lena las het stuk over de vochtplek. Ze ging met haar duim langzaam naar beneden, regel voor regel. Het woord langdurig stond er. Ook ernstig. Een paar zinnen later ging het over een combinatie van gebreken die voortgezet gebruik van de woning onwenselijk maakte. Ze had die zin niet geschreven. Ze had het woord voortgezet zelfs niet gebruikt, daar was ze zeker van.

Haar telefoon trilde. Pieter.

‘Al een beeld?’ vroeg hij.

‘Ik heb een vraag over het eerste rapport.’

‘Ja?’

Aan de andere kant hoorde ze een richtingaanwijzer. Hij reed kennelijk al.

‘De status is anders dan wat ik bij mijn bezoek heb aangetroffen. En de tekst over de schade is niet mijn tekst.’

‘Heb je de goede bijlage?’

‘Mijn naam staat erop.’

‘Dat bedoel ik. Misschien zit jouw oude versie ertussen. Ik heb alleen de laatste.’

‘De laatste zegt dat de woning eind maart leeg was. Op zes mei was de huurder hier.’

Het tikken hield op.

‘Dat kan ik zo niet beantwoorden. Daarvoor moet je bij Niels zijn. Die heeft de woningen van de corporatie onder zich.’

‘Ik wil hem spreken voordat ik verderga.’

‘Over het herstel?’

‘Over de opdracht en het gebruik van mijn verslag.’

Pieter zuchtte niet hard, maar ze hoorde het toch. ‘Ik geef het door. Kun je ondertussen gewoon je controle doen?’

‘Ik ga nu geen eindcontrole verklaren.’

‘We vragen een waarneming. Meer niet.’

‘Dan krijg je een waarneming. Geen bevestiging van een lege woning per een datum waarop ik hier niet was.’

Ze hing op voordat hij nog een term kon voorstellen die hetzelfde betekende.

In de keuken was het koud. Niet onaangenaam koud, maar net koud genoeg om haar rug voelbaar te maken onder haar overhemd. Het raam stond nog maar een paar minuten open; de radiator was koud. De klok boven de deur stond op zeventien over elf. Het oude snoer liep langs de deurstijl naar het stopcontact. Op haar telefoon was het negen over tien.

Ze zette de kastdeur weer dicht en schoof de la terug. Hij bleef iets verder uitsteken dan de andere. Daar was hij eerder ook op vastgelopen.

Uit de gang kwam een geluid. Eén voorzichtige klop, gevolgd door een tweede. Lena keek door de woonkamer naar de openstaande voordeur. Op de drempel stond een vrouw met een boodschappentas in beide handen. In de tas stak een prei omhoog. Ze had een blauwe jas aan die voor dit weer te warm was.

‘Woont u hier straks?’ vroeg ze.

‘Nee. Ik ben inspecteur.’

‘O. Dan zit ik verkeerd.’

De vrouw keek naar de lege muur en zette één voet naar achteren.

‘Zoekt u Sofie?’ vroeg Lena.

Het gezicht van de vrouw veranderde. Niet veel, alleen een mond die niet meteen antwoordde.

‘Hebt u haar gesproken?’

‘Ik ben hier twee weken geleden geweest. Vandaag zou de woning leeg zijn.’

‘Dat is ze nu ook.’

‘Weet u wanneer ze is vertrokken?’

De vrouw bewoog de tas naar haar andere hand. Een plastic zakje kraakte onder de prei. ‘Dat moet u maar aan haar vragen.’

‘Ik heb geen telefoonnummer van haar. De afspraak liep via de opdrachtgever.’

‘Dan hebben die mensen dat toch?’

Lena wilde zeggen dat ze daar zojuist naar op zoek was, maar liet het achterwege. De vrouw wist niet wie ze tegenover zich had. Een inspecteur kwam voor de meeste mensen controleren wat zij verkeerd deden of hoeveel geld ze moesten betalen. Lena kon haar kaartje laten zien, maar dat vertelde alleen dat ze een bedrijf had.

‘Ik heet Lena Wouters. Ik heb hier de lekkage bekeken. Weet u of er sindsdien iemand geweest is om die te herstellen?’

‘Dat zou ik niet weten.’

De vrouw liep al naar de stoep. Toen ze zich omdraaide, zat haar blik op het toegangskastje naast de deur.

‘U laat dat ding niet openstaan, hè?’

‘Nee.’

‘Goed.’

Ze vertrok naar de woning aan de overkant. Een man in een bezorgbus moest voor haar wachten. Ze stak haar hand op zonder naar hem te kijken.

Lena liep naar de gang, tilde haar tas op en haalde haar visitekaartjes uit het zijvak. Daarna legde ze ze weer terug. Ze zou de vrouw geen vraag opdringen op haar eigen stoep.

De toestemming in haar opdracht was gebaseerd op een vertrokken huurder. Misschien was Sofie werkelijk verhuisd en stond er een verkeerde datum in het dossier. Dan was het slordigheid. Misschien was er een administratieve afspraak die Lena niet kende. Maar haar tekst was veranderd. Dat kon ze nu al zien. Als ook het vertrek niet vaststond, had ze hier niets te zoeken totdat duidelijk was wie toestemming mocht geven.

Ze maakte geen foto's van de sleutel of het kaartje. De vochtplek had ze al. Ze noteerde het tijdstip waarop ze haar controle had onderbroken en belde het nummer dat Pieter haar per bericht had gestuurd. Niels Vos nam niet op.

Op de voicemail stond zijn naam. Ze liet de hare achter en vroeg om een terugbelafspraak over Bremstraat 18. Ze zei niet dat iemand hier na eind maart had gewoond. Ze zei niet dat er iets was vervalst. Ze wilde dat gesprek met hem voeren, niet met de opslag van zijn telefoon.

Bij de voordeur bleef ze nog even staan. Het kaartje hing scheef; het plakband was aan de bovenkant losgekomen. Ze bracht haar hand omhoog om het weer vast te drukken en liet hem toen zakken.

Ze trok de deur dicht, voelde aan de klink en stopte de toegangssleutel terug zoals afgesproken. In de auto opende ze het rapport nog een keer. Onder de laatste alinea stond haar paraaf, dezelfde kleine haak die ze vroeger met een volle achternaam had gezet. Sinds een paar jaar gebruikte ze die losse krul.

Daarboven stonden de zeven sleutelsets.

Lena legde haar telefoon op de stoel naast zich en startte de auto niet. Sofie had haar beide sleutels zelf laten zien. De blauwe had ze terug in de keukenla gelegd. Ze waren met twee mensen in die keuken geweest. Lena had die dag alleen op één plek haar werk gedaan, en iemand anders had er inmiddels een ander bezoek van gemaakt.

Hoofdstukken

De sleutel lag er nog

  1. 01De keukenlaJe leest nu11 minuten
  2. 02De versie in het portaal10 minuten
  3. 03Wat Cor had gemaakt10 minuten
  4. 04De vrouw die bleef10 minuten
  5. 05Zeven sleutelsets10 minuten
  6. 06Wat thuis bleef liggen10 minuten
  7. 07Eva's uitleg9 minuten
  8. 08Geen vertrekverklaring9 minuten
  9. 09Onder haar eigen naam9 minuten
  10. 10Een val is nog geen verklaring10 minuten
  11. 11Rubens rekening10 minuten
  12. 12Het rijtje huizen11 minuten
  13. 13De bon van tien mei10 minuten
  14. 14Buiten haar werk9 minuten
  15. 15Wat de bijlage bewijst10 minuten
  16. 16Aan de andere kant van de lijn11 minuten
  17. 17Wie voor een leeg huis betaalde10 minuten
  18. 18Eva had op bewaren gedrukt11 minuten
  19. 19Een klant minder11 minuten
  20. 20De brug11 minuten
  21. 21Wie ze wel belde10 minuten
  22. 22Sofie kiest11 minuten
  23. 23Geen broer om achter te schuilen10 minuten
  24. 24Een tafel met glazen water10 minuten
  25. 25Een antwoord aan Jip10 minuten
  26. 26Het boekje bij Cor10 minuten
  27. 27Wat Sofie zag11 minuten
  28. 28Voor iemand anders tekenen11 minuten
  29. 29Wat Henk opschreef11 minuten
  30. 30De verkeerde bezoeker10 minuten
  31. 31De deur naar het achterpad10 minuten
  32. 32Toen het stil werd10 minuten
  33. 33De verklaring die bleef10 minuten
  34. 34Wat haar handtekening kostte12 minuten
  35. 35Een huis is geen bewijsstuk12 minuten
  36. 36De sleutel die zij zelf gaf11 minuten

Leesinstellingen

Kies wat voor jouw ogen prettig leest.

Tekstgrootte
100%

Leesgereedschap

Mijn leesnotities

Alleen in jouw browser. Ook opgenomen in je boekenplank-back-up. Maximaal 2000 tekens.

Mijn bladwijzers

Gebruik het bladwijzericoon naast een alinea om een stukje terug te vinden.

FABLIVA

Vind je volgende verhaal

Zoek op titel, onderwerp of genre.

FABLIVA

Een idee of iets dat beter kan?

Help ons Fabliva mooier te maken. Een account is niet nodig.

Je bericht gaat per e-mail naar hello@fabliva.com. We gebruiken het alleen om je feedback te behandelen. Vul je een e-mailadres in, dan kunnen we reageren.

Liever via e-mail? hello@fabliva.com
FABLIVA

Je verhalen, een tik dichterbij.

Zet Fabliva op je beginscherm. Je kunt hier ook gewoon verder lezen.