Hoofdstuk 7 · 9 minuten lezen
Eva's uitleg
Eva had de derde verdieping gekozen om het uitzicht. Ze zei altijd dat je boven de bomen beter kon denken. Beneden verhuurde de eigenaar een ruimte aan een nagelstudio, waar Lena de geur al op de trap rook. Op de overloop hing een jas die al jaren van niemand leek te zijn. De mouwen waren te kort voor de meeste mensen die er werkten.
Eva deed open met een tandenstoker tussen haar lippen. Ze haalde hem weg toen ze Lena zag.
‘Een pitje,’ zei ze. ‘Ik heb zo'n broodje genomen. Ga zitten.’
Er stonden twee mokken klaar op de vergadertafel. Op de ene was de naam van een congres afgedrukt waar ze zeven jaar geleden samen waren geweest. Ze hadden na de laatste lezing anderhalf uur in de rij gestaan voor een vervangende trein. Eva had toen een kaartspel uit haar tas gehaald, alsof zij zulke dingen wist te voorzien.
Nu lagen er drie uitgeprinte pagina's naast haar laptop.
‘Ik heb gekeken,’ zei ze. ‘Volgens mij lopen er verschillende velden door elkaar.’
Lena bleef bij de stoel staan. Ze had de opening voorbereid in haar auto: eerst vragen wat Eva had ontvangen, niet meteen alle verschillen aanwijzen. Het werd iets anders.
‘Ik heb de vrouw op zes mei gesproken. In de eindversie staat dat ze op eenendertig maart weg was. Dat is geen veld dat door een ander veld kan lopen.’
Eva tikte de pagina's recht. ‘Ga nou even zitten. Dan kunnen we het bekijken.’
Lena ging zitten. Buiten bewoog een hijskraan boven een rij populieren. Ergens in het gebouw stond een radio aan.
Eva draaide haar laptop. Ze had twee bestanden open, Lena's bijlage van zeven mei en de pdf uit het portaal. Lena herkende de namen. De oorspronkelijke bijlage had het adres en de datum; de andere eindigde op def. In de bovenhoek stonden versienummers die zijzelf niet had toegekend.
‘Dit is dus jouw oorspronkelijke document,’ zei Eva. ‘En dat is de projectexport. Het adres, de foto's, dat is gewoon uit jouw opname meegenomen.’
‘Niet alle foto's.’
‘Een selectie. Dat doen we vaker. Bewonersgegevens eruit, geen foto's van pasjes of kinderen aan de koelkast.’
Lena keek naar de gecropte keukenfoto. Juist die uitleg maakte het moeilijker. Ze had zelf eens tegen Eva gezegd dat een klant geen complete rondleiding door iemands privéleven hoorde te krijgen. Ze hadden toen besloten om foto's van familiefoto's en briefjes aan koelkasten niet zomaar in exports te laten staan.
‘Dat zou kunnen verklaren waarom die foto smaller is,’ zei ze. ‘Niet waarom de woning leeg zou zijn.’
‘Nee. Dat vraag ik ook na.’
‘Bij wie?’
‘Bij de projectkant. Niels heeft informatie over de status aangeleverd.’
Eva trok haar stoel dichter bij de tafel. De tandenstoker lag naast haar muis, een klein vies ding dat in een ander gesprek niet zichtbaar was geweest.
‘Er zit verschil tussen een opname en een oplevering,’ zei ze. ‘Soms staat het ene in het dossier terwijl er ondertussen iets is afgesproken. Je weet hoe dat gaat.’
‘Wat was er afgesproken?’
‘Een vertrektraject.’
‘Op zes mei was ze er. Ze vertelde dat ze op een reparatie wachtte. Ik heb haar niet horen zeggen dat ze zou vertrekken.’
Eva zei niets. Lena schoof haar papieren naar het midden. Niet haar hele map, alleen het blad met de oorspronkelijke waarnemingen en de alinea die later was veranderd.
‘De conclusie gaat nu ook verder. Hier staat dat de toestand van de woning duurzame bewoning belemmert. Ik heb een plaatselijke vochtplek beschreven. Geen onderzoek waar je die conclusie op kunt baseren.’
‘Ik zie het.’
‘Heb jij dit opgeschreven?’
Eva keek naar de tekst. ‘Ik heb de bundeling gedaan. Dat is iets anders dan alle inhoud zelf bepalen.’
Het was een antwoord op een vraag die Lena niet had gesteld. Ze voelde de warmte van de mok nog door het oor toen ze die neerzette.
‘Mijn naam staat onder die inhoud.’
‘Je paraaf staat onder het hele dossier omdat jouw opname erbij hoort.’
‘Niet onder een conclusie die ik niet heb getrokken.’
‘Dat begrijp ik.’
Het begrijpen stopte ergens vóór het beantwoorden. Lena wist hoe goed Eva gesprekken kon afsluiten zonder een deur dicht te slaan. Ze had daar vaak gemak van gehad. Bij klanten die een extra bezoek probeerden los te krijgen, bij aannemers die foto's te laat stuurden. Eva maakte van een weigering een taak die iemand anders eerst moest uitvoeren. Nu lag die taak bij een project waar Lena buiten werd gehouden.
Ze wees op het tweede bestand. ‘Ik wil weten wanneer dit is gemaakt en welke wijzigingen eraan voorafgingen.’
Eva opende de bestandseigenschappen. Als aanmaakdatum stond er acht mei, 16.40 uur. Als auteur stond de naam van het programma. Lena schreef datum en tijd op.
‘Daar zou ik niet te veel uit afleiden,’ zei Eva. ‘Als je een pdf opnieuw opslaat, verandert zoiets ook. En dit is de versiecode van de export, niet van jouw brondocument.’
Lena keek op. Ze had nog niets over de versiecode gevraagd.
‘Hoe werkt dat dan?’
‘Elk dossier krijgt een reeks. Foto's, rapport, status. Er zijn meer stukken dan alleen jouw verslag.’
‘Kunnen we de reeks zien?’
Eva zette het venster met de eigenschappen dicht. ‘Niet in deze pdf.’
‘In de omgeving waar jij het hebt gemaakt?’
‘Een deel. Ik heb ook losse invoer gekregen.’
Ze pakte een van haar afdrukken. Het was een schema van wat bij een export hoorde: opdrachtgegevens, fotoverwijzingen, statusvelden, akkoord. Ze had er met potlood een pijl bij gezet. Lena zag een systeem waarin echte informatie heel gemakkelijk naast andermans bewering kon gaan staan, waarna één naam onderaan de betrouwbaarheid van allebei suggereerde.
‘Wie heeft het akkoord gegeven?’
‘Voor de projectgegevens Niels.’
‘En voor mijn tekst?’
‘Daar was geen aparte ronde meer voor voorzien.’
Het antwoord kwam zachter. Lena legde haar pen neer.
‘Jij hebt dus mijn paraaf gebruikt zonder me de aangepaste tekst te sturen.’
‘Je had in die week wel iets anders aan je hoofd.’
‘Dat is geen toestemming.’
Eva zette beide handen op tafel, de vingers een beetje gespreid. Ze had Lena na het ongeluk eten gebracht. Geen ovenschotel met een kaartje, gewoon een bak nasi van een zaak op de hoek. Ze had bij de keuken gezeten terwijl Jip boven sliep en gezegd dat Lena zich niet druk moest maken over de stapel opdrachten. Er waren redenen geweest waarom Lena haar had vertrouwd. Die verdwenen niet doordat nu iets niet klopte; ze maakten het juist moeilijker om op een antwoord aan te dringen.
‘Ik probeer te reconstrueren wat er gebeurd is,’ zei Eva. ‘Ik heb niet alles hier.’
‘Wat heb je wél?’
‘Jouw mail. De foto's. De exportaanvraag.’
‘Mag ik die aanvraag zien?’
Eva knikte, al duurde het even voordat ze haar mailbox opende. Ze zocht op het adres. Er verschenen meer berichten dan Lena had verwacht: onderwerpregels met aanvulling, sleutelstaat en planning. Eva klikte één bericht open dat op acht mei was verzonden. De afzender was Niels. Lena las het adres op het scherm, maar Eva scrolde naar de bijlagen voordat ze het hele bericht had kunnen zien.
‘Dit is de aanvulling op de projectvelden.’
Er waren twee bijlagen. Lena vroeg om de tekst van de mail. Eva scrolde terug.
Niels vroeg om de status volgens de nieuwe planning mee te nemen en het dossier die middag gereed te maken. Het moest aansluiten bij de volgende tranche. Er stond dat de aanvullende bundeling buiten de oorspronkelijke vergoeding viel en apart kon worden gedeclareerd.
‘Wat is die tranche?’ vroeg Lena.
‘Een groep woningen. Voor de projectafrekening.’
‘Lege woningen?’
‘Opgeleverde woningen, denk ik.’
‘Denk je?’
‘Lena, ik doe hun afrekening niet. Ik lever documenten aan.’
Ze sloeg een hand naar haar voorhoofd en liet hem daar even liggen. Lena zag geen verdoofd slachtoffer van een ingewikkeld programma. Ze zag haar collega, die beslissingen had genomen en nu hun randen probeerde terug te duwen.
‘Wat kreeg je voor die aanvullende bundeling?’
Eva keek haar aan. ‘Dat gaat je eigenlijk niet aan.’
‘Het gaat over een dossier met mijn naam.’
‘Een vergoeding voor extra werk. Zoals jij ook extra werk declareert.’
Lena liet de vergelijking liggen. Extra betaling kon normaal zijn. Een haastige mail kon normaal zijn. Een vertrekplanning kon normaal zijn. Het was de combinatie met de onjuiste tekst waar ze niet omheen kon.
‘Stuur mij deze mail met de bijlagen zoals je hem hebt ontvangen,’ zei ze. ‘En de wijzigingen die jij hebt verwerkt. Niet nog een nieuwe pdf met een betere formulering.’
Eva wreef met haar hand langs de rand van de laptop. ‘Ik moet eerst nagaan of daar projectgegevens in zitten die ik zomaar mag delen.’
‘Je kunt mijn eigen rapport en de veranderingen erin toch niet voor me verbergen met een beroep op dat project?’
‘Dat zeg ik niet.’
‘Dan wil ik het vandaag ontvangen.’
Eva knikte niet meer. ‘Ik probeer het vandaag. Ik heb nog twee afspraken.’
Ze keken elkaar aan over de twee mokken. De koffie was koud. Lena dacht aan de rij voor die trein, aan het gemak waarmee Eva ooit vier vreemden had laten meespelen. Het zou prettig zijn geweest als dit iemand was die zij nooit aardig had gevonden.
‘Sofie is niet bereikbaar,’ zei Lena.
Eva's hand bleef stil op de muis liggen. ‘Dat had je gezegd.’
‘En een buurman die haar met brieven hielp is vorige week overleden. Achter die huizen.’
‘Ik heb dat gelezen.’
‘Ik weet niet of het met elkaar te maken heeft. Maar ik ga niet wachten tot jullie projectafrekening klaar is voordat ik vertel wat er in mijn naam is veranderd.’
‘Wie is jullie?’
Het was de eerste keer dat Eva iets scherp vroeg. Lena liet haar blik op het scherm rusten.
‘Dat weet ik nog niet.’
Eva klapte de laptop niet dicht. Ze schoof hem wel terug naar haar eigen kant van de tafel. Lena verzamelde haar papieren. Ze had geen bewijs dat Eva van de verdwijning wist, geen bewijs dat de betaling iets anders was dan werk. Wel een gesprek waarin vragen over haar eigen tekst steeds met uitleg over andere onderdelen werden beantwoord.
Bij de deur zei Eva dat ze de status bij Niels zou navragen.
‘Vraag niet alleen de status na,’ zei Lena. ‘Vraag wie de vertrekdatum heeft vastgesteld en waarop.’
‘Ja.’
‘En bewaar wat je al hebt. Ook die tussenbestanden en de oorspronkelijke mails.’
Eva haalde de tandenstoker van tafel en gooide hem weg. ‘Dat doe ik altijd.’
Beneden rook de trap nog naar nagellak. Lena ging niet meteen de straat op. Ze schreef op haar telefoon een kort verslag van wat ze had gezien: mail van Niels, acht mei; aanvullende bundeling, apart declareerbaar; geen aparte controle van haar gewijzigde tekst. Bij de bestandsdatum zette ze dat die op zichzelf niets bewees.
Ze sloeg het op voordat ze nog een keer kon besluiten dat het schrijven over Eva ongepast was.