Hoofdstuk 20 van 360%

Hoofdstuk 20 · 11 minuten lezen

De brug

Bij de haven lag de straat nog in de schaduw. Aan de overkant werden de ramen van het voormalige douanekantoor door de zon geraakt. Lena fietste langs de kade, haar tas in de fietstas achter haar. De laptop had ze in de loods gelaten. Ze droeg alleen haar agenda, haar portemonnee en de map met kopieën die ze terug had gekregen. Haar telefoon zat in haar jaszak.

Op het water trok een sleepboot langzaam voorbij. Lena kon de man achter het raam niet zien, wel zijn hand die even omhoogging naar iemand op de kant. Ze minderde vaart om een stel wandelaars langs te laten. De vrouw droeg een regenjas over haar arm en het stak haar kennelijk dwars dat ze die de hele middag had moeten meenemen. Lena hoorde haar nog zeggen dat de bui om twaalf uur al was afgelopen.

De fietsbrug lag voorbij de bocht. Aan de kant waar zij vandaan kwam, stond een werkbus half op de berm van de onderhoudsstrook. De schuifdeur was dicht. Een man liep vanaf de bus naar de brug. Hij keek niet op zijn telefoon en droeg geen gereedschap. Lena zag donkergrijze werkkleren en lichte schoenen. Ze nam aan dat hij bij het brugwerk hoorde dat hier af en toe plaatsvond. Er stond geen afzetting, dus fietste ze door.

Halverwege de oprit stapte hij voor haar wiel.

‘Mevrouw, even.’

Ze kneep in haar remmen. Haar voorwiel schoot een stukje naar links op een nat blad en herstelde zich. De man had zijn handen voor zich, laag, alsof hij alleen een vraag wilde stellen.

‘Wat is er?’

‘Die tas.’

Lena keek eerst achterom. Dat had ze later niet moeten doen, zei ze tegen zichzelf, maar toen leek het onmogelijk dat hij iets anders bedoelde dan een loshangende riem of een gevallen voorwerp. Zijn hand ging langs haar heen naar de fietstas.

‘Laat die zitten.’

Hij trok aan het hengsel. Haar fiets stond schuin tussen haar benen. Ze zette haar linkervoet neer, wilde afstappen en voelde hoe het achterwiel opzij werd getrokken. Het stuur drukte tegen haar heup. Daarna kwam ze op haar rechterknie terecht.

Het geluid van haar eigen stem verbaasde haar. Ze riep niet om hulp. Ze zei hard: ‘Wat doet u?’

De man rukte nog een keer aan de tas. De bovenrand van de fietstas bleef haken. Lena keek omhoog en zag zijn kin, een gesloten mond, iets donkers onder de rand van zijn muts. Hij stond met zijn rug naar het licht. Ze zou geen gezicht kunnen tekenen.

Zijn andere hand kwam naar haar jaszak.

Lena trok haar arm voor haar lichaam. Haar elleboog raakte de stang van de fiets. Het deed onmiddellijk pijn. Ze wilde het toestel niet pakken; ze wilde zijn hand van zich af hebben. Ze trapte met haar voet tegen de grond om achteruit te komen en haar fiets schoof mee.

‘Hé!’ riep iemand vanaf de overkant.

De man keek om. Hij liet het hengsel los en stapte over het achterwiel. Lena bleef met haar voet in de fiets klemmen, keek naar de rand van het pad en hoorde snelle stappen. Een portier klapte dicht. Toen pas zag ze de bus bewegen.

Wit, dacht ze. Of heel lichtgrijs. Geen grote belettering aan de zijkant. Achterop stond iets kleins dat ze niet kon lezen. De bus reed achteruit uit de onderhoudsstrook, maakte een ruime bocht en verdween naar de kade. Ze keek naar de nummerplaat en hield twee tekens over die ze al niet meer zeker wist toen ze rechtop zat.

‘Blijf maar even zitten.’

Een vrouw had haar fiets tegen de brugleuning gezet. Ze droeg een felgroene boodschappentas dwars over haar rug. Achter haar kwam een man aangerend die vlak bij de andere oprit had gelopen.

‘Heeft hij iets meegenomen?’ vroeg de vrouw.

Lena keek naar haar tas. Het hengsel was uitgerekt; de rits zat nog dicht. Ze voelde naar haar jaszak. Haar telefoon was er.

‘Volgens mij niet.’

‘We hebben hem zien trekken,’ zei de man. ‘Ik dacht eerst dat u elkaar kende.’

Lena wilde opstaan. Haar knie protesteerde. De vrouw stak een hand uit en Lena pakte die zonder eerst te vragen hoe ze heette.

‘Ik moet bellen,’ zei ze.

‘Ja. De politie.’

Daar had ze zelf aan gedacht, maar de vanzelfsprekendheid waarmee een ander het zei hielp haar. Ze pakte haar telefoon. Haar vingers schoven een keer langs het scherm zonder dat er iets gebeurde. Ze keek naar haar duim, waarin een smalle donkere veeg zat. Geen bloed; vuil van het pad.

Toen de telefonist vroeg wat er aan de hand was, wist ze nauwelijks hoe ze de eerste zin moest beginnen.

‘Een man heeft geprobeerd mijn tas te pakken. Ik ben gevallen. Op de fietsbrug bij de oude haven.’

Ze noemde welke oprit. De vrouw naast haar wees naar een straatnaambord alsof Lena de buurt niet kende. Lena las het toch voor. De bus was weg. Ze kon niet zeggen of de man alleen was geweest. De telefonist vroeg of zij gewond was en of er iemand bij haar bleef. Lena keek naar haar knie, die door de gescheurde stof van haar broek zichtbaar was, en naar de man die haar fiets van het pad tilde.

‘Twee mensen.’

De telefonist bleef rustig vragen stellen. Lena antwoordde en voelde met haar vrije hand aan haar tas. De map zat binnenin, geen enkel vel ontbrak. Ze had geen zin om aan deze mensen uit te leggen waarom iemand kopieën van een inspectierapport zou willen hebben. Ze wist niet eens of dat de reden was geweest.

De vrouw vroeg of ze het hengsel mocht losmaken uit de fietstas. Lena knikte. De man zette de fiets tegen de leuning, zo ver mogelijk van de doorgang.

‘Wat een gek,’ zei hij.

Lena schrok van hoe graag ze het daarbij had gelaten. Een gek, een gewone dief, een verkeerde minuut op de verkeerde brug. Als hij iets over haar werk had geroepen, zou ze een verband hebben. Hij had alleen om de tas gevraagd.

Ze belde Anouk zodra de eerste verbinding was verbroken. Die nam niet op. Lena liet een korte voicemail achter, noemde de brug en zei dat de melding al was gedaan. Daarna stuurde ze hetzelfde in een bericht. Ze staarde even naar het scherm en belde Tom.

‘Kun je komen?’

‘Waar?’

Zijn stem veranderde voordat ze iets had verteld.

Er kwamen twee agenten. Eén ging bij de getuigen staan, de ander vroeg Lena wat er was gebeurd. Ze beschreef het opnieuw, deze keer met het vreemde korte moment waarin ze had gedacht dat er iets van haar fiets was gevallen. De agent keek naar de tas, naar de knie en naar haar handen. Hij vroeg of ze haar hoofd had gestoten.

‘Volgens mij niet.’

‘Weet u dat zeker?’

Ze bewoog voorzichtig haar nek. Ze herinnerde zich het stuur tegen haar heup, haar knie op het pad, haar elleboog tegen de fiets. Haar hoofd had nergens tegenaan gezeten. Ze zei het zo.

Hij vroeg wat ze van de bus wist. Lena noemde de kleur en de tekens die ze dacht te hebben gezien, met de waarschuwing dat ze ze niet vertrouwde.

‘Dus niet een kenteken waarvan u zeker bent.’

‘Nee.’

Hij noteerde de onzekerheid. Ze wees aan waar de bus had gestaan. De mannelijke getuige had de achterzijde vanuit een andere hoek gezien en overlegde met de andere agent. Lena probeerde niet mee te luisteren. Twee half onthouden beelden moesten geen volledig verhaal worden doordat iedereen het met elkaar eens wilde zijn.

‘Kan dit met mijn werk te maken hebben?’ vroeg ze.

‘Heeft u een reden om dat te denken?’

Ze noemde Anouk en de zaak rond Bremstraat achttien. De agent vroeg naar haar contactgegevens en luisterde. Hij zei niet dat het onmogelijk was. Hij zei ook niet dat het daarmee vaststond.

‘We geven het door. U blijft bij wat u zelf heeft gezien.’

De agent vroeg of er foto’s gemaakt mochten worden van de beschadigde tas en de fiets. Lena zei ja. Toen hij naar haar broek wees, schoof ze haar jas opzij zodat de gescheurde stof zichtbaar was. Ze voelde zich plotseling ongemakkelijk, alsof ze met een slordige afspraak op een werkbezoek was verschenen. Hij maakte de foto en vroeg of er nog iets was dat zij kwijt was geraakt.

‘Mijn pen misschien. Die zit normaal in het buitenvak.’

Hij keek naar de grond. Ze deed hetzelfde. Een pen lag onder de leuning, vlak bij een plukje gras. De agent vroeg haar even te wachten en keek ernaar. Lena had hem bijna zelf opgepakt. Dat was haar vaste manier om een rommelig moment af te sluiten: alles van de grond, de fiets recht, doorlopen. Nu stonden andere mensen nog stil bij de plek waar zij weg wilde.

Lena trok haar jas dichter om zich heen. De zon verwarmde haar rug, terwijl ze het koud had onder haar armen. Ze dacht aan Sofie, die had gezegd dat Niels haar rooster kende. Lena had de afgelopen dagen iedereen verteld waar ze heen zou gaan, soms achteloos terwijl ze haar telefoon tussen schouder en oor klemde. De brug lag niet op een geheime route. Er waren genoeg mensen die haar daar konden tegenkomen. Die kennis maakte het moeilijker, niet gemakkelijker.

Tom kwam vanaf de kade lopen. Zijn taxi stond verderop; het taxibord was van het dak. Hij hield zijn sleutels nog in zijn hand. Lena zag hem haar beschadigde broek bekijken en daarna haar gezicht.

‘Wat is er precies gebeurd?’

‘Hij trok aan mijn tas.’

Tom keek naar de agent en wachtte totdat Lena haar verhaal af had. Hij vroeg niet waarom ze alleen had gefietst. Daar was ze dankbaar voor. Als hij het wel had gevraagd, had ze hem waarschijnlijk een verwijt gemaakt dat weinig met de vraag te maken had.

‘Ik neem haar mee,’ zei Tom.

De agent vroeg waarheen. Tom keek naar Lena.

‘Naar huis,’ zei ze. ‘Mijn huis.’

Ze kregen de gegevens voor het vervolg en Lena bevestigde dat ze bereikbaar was. De vrouw met de groene tas had haar naam en telefoonnummer aan de agent gegeven. Toen ze vertrok, zei ze dat ze morgen weer over de brug zou fietsen, maar eerst even opzij zou kijken.

‘Dank je,’ zei Lena.

De vrouw trok haar tas recht. ‘U riep heel boos.’

‘Ik was ook boos.’

‘Dat hoorde ik.’

Pas nadat ze weg was, voelde Lena haar lip beven.

Tom liep met de fiets naar de auto. Lena droeg haar tas zelf. Hij vroeg of dat ging en ze zei ja. Bij het portier begon ze aan de rits te prutsen. Ze moest opeens zien dat haar agenda er nog zat. De map schoof naar buiten, een hoekje scheurde aan het karton. Tom hield een hand onder de papieren.

Hij klapte de achterbank van de stationwagen neer om de fiets mee te kunnen nemen. Er lagen twee lege flesjes in de ruimte voor de bagage. Hij legde die opzij en maakte plaats, zonder te vragen of ze de fiets liever op de brug wilde laten staan. Lena hoorde het voorwiel langs de bekleding schuren en maakte zich even zorgen over zijn auto. Het was een absurd kleine zorg waarvoor in haar hoofd nog wel ruimte bleek te zijn.

‘Zal ik hem even vasthouden?’

Ze gaf hem de tas. Het kostte meer moeite dan het zou mogen.

In de auto rook het naar het doekje waarmee hij het dashboard schoonmaakte. Er zat een klein wit plekje op het stuur dat hij al maanden probeerde weg te poetsen. Lena keek ernaar terwijl Tom wegreed. Ze kon de straat nog gewoon herkennen. Geen minuut uit haar leven was verdwenen. Toch leek het onmogelijk dat ze nog geen kwartier geleden had nagedacht over de mail van de Veldhof.

‘Jip is thuis?’ vroeg ze.

‘Ja. Ik heb gezegd dat ik je moest ophalen.’

‘We moeten haar vertellen wat er is gebeurd.’

‘We?’

Ze draaide haar hoofd naar hem. Hij keek op de weg.

‘Ik vertel het,’ zei Lena. ‘Ik bedoel dat ik het niet wil uitstellen.’

Haar telefoon trilde. Anouk. Lena zette de verbinding niet op de luidspreker. Ze luisterde naar de eerste vraag, antwoordde dat ze bij Tom in de auto zat en dat de politie ter plaatse was geweest. Vervolgens beschreef ze voor de derde keer wat ze zelf wist. Anouk vroeg of er woorden waren gebruikt waaruit bleek dat de man haar kende. Lena gaf zijn twee korte zinnen weer.

‘Verder niets?’

‘Niets wat ik gehoord heb.’

Anouk zei dat ze contact zou opnemen met de collega’s van de melding. Ze wilde Lena later uitgebreider spreken, als ze thuis was en niet meer onderweg. Er volgden praktische afspraken over bereikbaarheid en wat Lena moest doen als de man terugkwam of zij opnieuw werd benaderd. Geen belofte dat het morgen opgelost zou zijn.

Tom draaide hun straat in. Bij de hoek liet hij een fietser voor, een jongen met een enorm pakket op de bagagedrager. Lena keek tot die voorbij was. Haar tas stond tussen haar voeten. Ze legde haar hand op het beschadigde hengsel en zei tegen Anouk dat ze binnen zou blijven totdat ze elkaar opnieuw hadden gesproken.

Hoofdstukken

De sleutel lag er nog

  1. 01De keukenla11 minuten
  2. 02De versie in het portaal10 minuten
  3. 03Wat Cor had gemaakt10 minuten
  4. 04De vrouw die bleef10 minuten
  5. 05Zeven sleutelsets10 minuten
  6. 06Wat thuis bleef liggen10 minuten
  7. 07Eva's uitleg9 minuten
  8. 08Geen vertrekverklaring9 minuten
  9. 09Onder haar eigen naam9 minuten
  10. 10Een val is nog geen verklaring10 minuten
  11. 11Rubens rekening10 minuten
  12. 12Het rijtje huizen11 minuten
  13. 13De bon van tien mei10 minuten
  14. 14Buiten haar werk9 minuten
  15. 15Wat de bijlage bewijst10 minuten
  16. 16Aan de andere kant van de lijn11 minuten
  17. 17Wie voor een leeg huis betaalde10 minuten
  18. 18Eva had op bewaren gedrukt11 minuten
  19. 19Een klant minder11 minuten
  20. 20De brugJe leest nu11 minuten
  21. 21Wie ze wel belde10 minuten
  22. 22Sofie kiest11 minuten
  23. 23Geen broer om achter te schuilen10 minuten
  24. 24Een tafel met glazen water10 minuten
  25. 25Een antwoord aan Jip10 minuten
  26. 26Het boekje bij Cor10 minuten
  27. 27Wat Sofie zag11 minuten
  28. 28Voor iemand anders tekenen11 minuten
  29. 29Wat Henk opschreef11 minuten
  30. 30De verkeerde bezoeker10 minuten
  31. 31De deur naar het achterpad10 minuten
  32. 32Toen het stil werd10 minuten
  33. 33De verklaring die bleef10 minuten
  34. 34Wat haar handtekening kostte12 minuten
  35. 35Een huis is geen bewijsstuk12 minuten
  36. 36De sleutel die zij zelf gaf11 minuten

Leesinstellingen

Kies wat voor jouw ogen prettig leest.

Tekstgrootte
100%

Leesgereedschap

Mijn leesnotities

Alleen in jouw browser. Ook opgenomen in je boekenplank-back-up. Maximaal 2000 tekens.

Mijn bladwijzers

Gebruik het bladwijzericoon naast een alinea om een stukje terug te vinden.

FABLIVA

Vind je volgende verhaal

Zoek op titel, onderwerp of genre.

FABLIVA

Een idee of iets dat beter kan?

Help ons Fabliva mooier te maken. Een account is niet nodig.

Je bericht gaat per e-mail naar hello@fabliva.com. We gebruiken het alleen om je feedback te behandelen. Vul je een e-mailadres in, dan kunnen we reageren.

Liever via e-mail? hello@fabliva.com
FABLIVA

Je verhalen, een tik dichterbij.

Zet Fabliva op je beginscherm. Je kunt hier ook gewoon verder lezen.