Hoofdstuk 13 · 10 minuten lezen
De bon van tien mei
Cor had de winkel niet geopend. Achter het raam hing het bordje met de tijden, onveranderd voor een zondag. Hij wachtte Lena op bij de voordeur en liet haar binnen zonder de lamp boven de toonbank aan te doen. In het achterste deel van de werkplaats stond wel licht aan. Er lag een uit elkaar genomen houten lade op zijn werkbank.
‘Die komt niet van een klant,’ zei hij toen ze ernaar keek. ‘Dus mag hij kapot.’
Een van de ladezijden zat met lijmklemmen vast. Cor maakte met de punt van een schroevendraaier een opgedroogde druppel los. Hij had gezegd dat ze die ochtend kon komen omdat hij toch met het kastje bezig was. Lena wilde hem geen vrije dag laten inleveren aan haar vragen; nu bleek zijn vrije dag grotendeels op dezelfde vierkante meters plaats te vinden als zijn werk.
‘Ik heb gisteren Nora gesproken,’ zei ze.
‘Heeft ze mijn bericht gekregen?’
‘Ja. Ze weet dat er spullen van haar vader liggen. Ze wil daar zelf over beslissen.’
Cor knikte. Hij legde de schroevendraaier naast een doek en duwde de lade van de rand af.
‘Ik heb het niet aan iemand meegegeven. Ook niet aan jou.’
‘Dat vraag ik niet.’
‘Dat zeggen mensen soms vlak voordat ze het toch vragen.’
Hij liep naar een kast bij de achterdeur. Het raam in die deur keek uit op het smalle pad tussen de werkplaats en de lage schutting. Aan het einde was de straat te zien. Een bezorgfiets reed voorbij en verdween achter de hoek. Cor zette de deur op de haak omdat het in de ruimte naar houtlijm rook. De tocht trok door naar de donkere winkel, waar de voordeur gesloten bleef.
Lena hing haar jas aan de rug van een stoel. Ze had haar tablet niet meegenomen, alleen de afdruk van de pagina waarop zeven sleutelsets stonden. Cor ging naast haar zitten en las de regel twee keer.
‘En jouw eerste verslag zei twee.’
‘Dat is wat ik heb genoteerd. Ik heb niet de hele sleuteladministratie van de corporatie gecontroleerd. Ik noteerde wat Sofie mij liet zien en vertelde.’
‘Dat is duidelijk.’
Hij tikte met zijn wijsvinger op de zeven. ‘Een aantal opschrijven is nog geen bewijs dat je al die sleutels hebt gezien.’
‘Daarom kom ik bij u.’
Cor draaide zijn stoel een kwartslag. Op de kast stond een stapel opbergdozen; hij pakte de middelste, zonder te trekken aan de bovenste. Lena kwam overeind om die vast te houden. Hij wachtte tot ze beide handen vrij had en zette de doos op tafel.
‘Ik weet hoe een gewone opdracht klinkt,’ zei hij. ‘Een onderhoudsman staat hier met een set. Hij wil extra sets voor mensen die een paar weken op een adres moeten werken. Dat komt voor.’
‘Heeft hij u verteld dat de woning leeg was?’
‘Hij zei dat ze erin moesten. Er zouden werkzaamheden komen. Ik heb geen vraag gesteld over de huurder.’
‘Wie was hij?’
‘Niels Vos. Die kwam vaker namens RietWonen. Ik wist zijn naam. Hij hoefde mij niet voor iedere opdracht uit te leggen wie hij was.’
Er zaten elastieken om de bundels werkbonnen. Sommige waren met de hand ingevuld, andere geprint. Cor legde geen hele stapel voor haar neer. Hij zocht zelf, las een blad en schoof het onder een andere bundel. Zijn telefoon ging in de winkel. Hij wachtte tot het geluid stopte.
‘Ik heb gezegd dat ik je terug zou bellen,’ zei hij tegen niemand in het bijzonder.
Hij haalde een bon uit het bundeltje voor mei en legde hem voor zichzelf neer. Toen draaide hij hem om.
‘Dit is de betreffende opdracht. Alleen deze.’
Het papier had aan één zijde een afgescheurde rand. Er stond Bremstraat 18, vijf sets, de datum tien mei. In het veld voor opdrachtgever was RietWonen genoteerd. Daaronder stond N. Vos, met een mobiel nummer. Lena las de regels zonder haar telefoon te pakken.
‘Tien mei was ook een zondag.’
‘Ja. Hij had gebeld of ik iets kon doen omdat hij het de volgende ochtend nodig had. Ik was hier. Net als nu.’
‘Klonk het dringend?’
‘Haastig. Dat is bij hem vaker. Hij zei niet dat er iemand buiten in de kou stond. Het was gewoon een verzoek voor het werk.’
‘Vijf extra sets?’
‘Vijf. Er was een set waarvan ze gemaakt konden worden. Die heeft hij weer meegenomen, plus wat ik gemaakt had.’
Lena keek opnieuw naar haar eigen blad. Twee aanwezige sets op zes mei. Vijf nieuwe op tien mei. Het getal paste, te goed bijna. Ze had de neiging de hele route achter die overeenkomst te leggen: zeven sleutels, zeven manieren om zonder Sofie binnen te komen. Maar de bon vertelde niet wie een sleutel had gekregen. Hij vertelde wat Cor had geleverd en aan wie.
‘Heeft hij die set teruggebracht?’
‘Nee.’
‘Weet u wie er daarna mee naar het huis ging?’
‘Nee. Ik heb mijn eigen deur daarna dichtgedaan. Ik volg mijn klanten niet.’
Lena boog naar de datum. De volgorde was werkelijk zichtbaar. De export met zeven sets stond al op acht mei in het portaal; de bestelling volgde twee dagen later. Iemand had dus een aantal opgenomen dat toen niet door Cors levering verklaard kon worden. Zelfs die gedachte behoefde een beperking: er kon ergens anders een set zijn geweest, of een eerder plan. Ze schreef de twee datums naast elkaar in haar eigen blok en liet de ruimte voor een conclusie leeg.
Cor keek naar de afdruk. ‘Ik zei die eerste keer al dat er duplicaten waren. Ik wilde niet zomaar mijn boekhouding neerleggen. Daar staan ook namen in van mensen die hun sleutel op vakantie verliezen.’
‘Dat begrijp ik.’
‘Ik ben gisteren blijven zitten met de vraag voor wie ik dan voorzichtig ben. Ik wil geen verhaal verspreiden over een klant dat ik niet kan waarmaken. Ik wil ook niet doen of deze opdracht nooit is geweest.’
Hij legde zijn hand op de bon, niet om hem terug te nemen maar om te voorkomen dat hij in de tocht verschoof.
‘Je mag opschrijven wat erop staat. Geen foto van de stapels. Deze bon ga ik zelf met de politie bespreken.’
Lena gaf hem Anouks contact en het referentienummer. Ze zei dat Cor zijn eigen woorden moest gebruiken, ook over wat hij niet had gevraagd. Hij keek lang naar het kleine papiertje en schreef de naam over in zijn adresboek.
‘Ze moeten mij bellen,’ zei hij. ‘Ik stuur geen foto naar een adres en neem aan dat daarmee alles is gebeurd.’
‘Dat kunt u afspreken.’
Hij pakte zijn telefoon uit de winkel en zette het nummer erbij. Daarna liet hij de bon weer in de bundel zakken. Lena kon geen kopie meenemen. Ze voelde een korte teleurstelling waar ze zich voor schaamde. Zijn besluit zou minder bruikbaar zijn voor een discussie met Noordhuis en beter voor het onderzoek waarvoor hij zijn eigen gegevens leverde.
Cor vroeg of ze koffie wilde. Ze hielp hem de mokken zoeken; er stonden drie op verschillende plekken en één was gevuld met kleine schroeven. Hij pakte een vierde uit een kast boven de gootsteen.
‘De nette is zeker voor bezoek,’ zei Lena.
‘Die met schroeven was eerst de nette.’
Hij zette koffie met een klein apparaat waarvan het deksel open bleef staan. Er ontstond een plas naast het kopje. Cor trok een doek onder de lade vandaan en veegde hem weg.
‘Henk vond dit geen koffie. Hij zei dat ik niet moest proberen de bonen persoonlijk te beledigen.’
‘Nora zei dat hij haar merk te duur vond.’
‘Alles was te duur wanneer hij het zelf moest kopen. En als een buurman iets nodig had, leende hij hem gerust de helft van wat hij in zijn portemonnee had.’
Cor zette het tweede kopje neer en ging weer zitten. In de open deur bewoog de lucht langs de mouwen van Lena's jas.
‘Ik wil zijn woorden niet overal gaan navertellen,’ zei hij. ‘Ik hoor mezelf nu al praten alsof hij alleen nog een goeie man was. Hij kon ook ieder gesprek kapen. Ik had een keer een klant die moeite had met lezen. Henk begon over drie brieven tegelijk. Die man wilde alleen weten wanneer zijn cilinder terug was.’
Lena dronk. De koffie was inderdaad sterk, met een smaak die lang achter haar tong bleef zitten.
‘Was hij op veertien mei hier?’
Cor keek naar de kast waarin de dozen stonden. ‘Daar moet ik rustig naar kijken. Ik heb dingen in mijn hoofd aan de dag vastgemaakt omdat ik later hoorde wat er gebeurd was. Zijn spullen liggen hier, dat staat vast. Ik ga niet nu een uur noemen omdat jij hoopt dat ik het weet.’
‘Dat wil ik ook niet.’
‘Je kijkt wel zo.’
Lena zette haar kopje neer. Hij had gelijk. Iedere beperking voelde als een klein gat waar iemand weer door weg kon komen. Ze moest die gaten laten bestaan voordat ze probeerde ze te vullen.
‘Ik zou willen weten waar hij die avond was. Ik heb daar geen eigen informatie over.’
‘De politie mag me vragen wat ik weet. Nora beslist over de spullen. Dat kan naast elkaar.’
Hij schoof met zijn voet een kruk naar de werkbank, pakte de lade en bekeek de gelijmde hoek. Lena vroeg of hij nog contact met Niels had gehad sinds hij haar vragen had gehoord.
‘Niet hierover. Er kwam een bericht of een andere opdracht klaar was. Die stond los van deze straat.’
‘Heeft u geantwoord?’
‘Dat hij hem op een werkdag kon halen. Ik ga niet alles wat hij ooit gevraagd heeft verdacht maken.’
Ze knikte. Het kleine gesprek over een gewone bestelling bracht iets terug wat ze dreigde te verliezen: mensen die hun werk nog deden en tegelijk één concrete opdracht opnieuw bekeken. De administratie werd niet vanzelf één groot bewijsmiddel omdat zij een vervalst verslag had gevonden.
Cor vroeg wat de opdrachtgever op haar correctie had gezegd. Lena vertelde dat de opdracht was stopgezet en dat de betaling nog ter discussie stond.
‘Dus je hebt straks tijd,’ zei hij.
Ze keek op. Hij hield de lade vast met zijn duimen aan de binnenkant.
‘Dat was geen grap. Je mag die tijd niet allemaal hier gebruiken om te wachten op wat ik me misschien herinner.’
‘Ik kom alleen op afspraak.’
‘Dat bedoel ik. Zorg dat je ook iets anders doet. Ik heb Henk vaak gezegd dat niet iedere brief meteen opgelost kan worden. Hij hoorde daarin dat ik het probleem niet serieus nam.’
Lena ruimde haar blad op. Hij had niet gezegd dat ze moest ophouden. Ze zou dat antwoord misschien makkelijker hebben gevonden dan het onderscheid dat hij maakte.
Bij haar vertrek liep ze achterom. Cor had zijn fiets op het smalle pad gezet; om de voordeur open te doen moest hij de winkel weer in. De achterdeur kwam uit naast de gootsteen. Aan de ene kant eindigde het pad bij een dichte schutting, aan de andere kant liep het naar de straat. Lena stapte om het voorwiel heen en hield haar map tegen zich aan toen de wind onder de bladen kroop. De deur bleef achter haar op de haak. Cor droeg de doos met werkbonnen naar de kast.
Ze stuurde Anouk thuis een kort bericht: Cor wilde zelf spreken over zijn opdracht van tien mei. Ze vermeldde dat zij met zijn toestemming de betreffende bon had gezien en geen origineel had meegenomen. De vijf sets noteerde ze apart van haar eigen waarneming. Dat haar verslag door iemand was aangepast, betekende niet dat zij ieder verband mocht presenteren als iets wat ze had gezien.
Daarna belde haar telefoon. Het was het nummer van Noordhuis dat ook op de opdrachtbevestiging stond. Ze liet de oproep overgaan totdat de beller stopte. Er verscheen meteen een bericht dat Marten Sloof haar maandag wilde spreken over de ontstane situatie. Niet over de nieuwe bevindingen. Niet over Sofie.
Ze legde de telefoon op tafel en las het bericht nogmaals voordat ze haar jas uitdeed.