Hoofdstuk 12 · 11 minuten lezen
Het rijtje huizen
Ria had vier stoelen op de stoep gezet. Op twee daarvan lag een kussen; op de andere twee een stapel brieven. De klaptafel tussen de stoelen bleek te smal voor haar koffiekan en de bak koekjes. Wanneer iemand naar een brief wees, moest de kan verplaatst worden. Lena zette haar fiets tegen het hek en vroeg of ze iets kon dragen.
‘Die tafel is niet van mij,’ zei Ria. ‘Als je hem verzet, klapt hij dicht. Hij heeft één goede plek en daar staat hij.’
Het was zaterdagmorgen. Verderop werd een auto uitgezogen met een verlengsnoer door een bovenraam. In een voortuin zat een jongen op zijn hurken bij een lekke bal. Het gewone gebruik van de straat maakte het moeilijker de huizen alleen te zien als nummers op een lijst. Er waren mensen die vandaag hun gordijnen zouden wassen, die uit moesten zoeken of ze een klein hondenluik mochten plaatsen. Lena had de afgelopen week bijna uitsluitend naar achterdeuren en vochtsporen gekeken.
Amir stond aan de overkant te praten met een man in een schort. Hij stak zijn hand op toen hij haar zag, maar maakte eerst zijn gesprek af. Ria trok een brief uit de bovenste stapel.
‘Die is van mij. Je hoeft dus niet te vragen of je ernaar mag kijken.’
‘Ik wil wel weten wat u ermee wilt.’
‘Weten of dit klopt.’
De brief bood een vergoeding bij tijdige oplevering. Op de tweede bladzijde stond dat de bewoner bevestigde de woning leeg achter te laten. Er zat een voorgedrukte datum bij. Ria had hem rood omcirkeld.
‘Ik heb helemaal niet gezegd dat ik die dag weg kon. Ze zeiden dat het formulier alleen was om de mogelijkheden open te houden.’
‘Heeft u getekend?’
‘Nee. Henk zei dat ik eerst met iemand moest praten die er geen geld voor kreeg.’
Ze legde de brief terug op de stapel. De rode cirkel was zorgvuldig getrokken en aan het eind toch buiten de lijn geschoten.
Een vrouw uit een van de huizen kwam naar hen toe met twee dichte enveloppen. Ze hield ze tegen haar borst toen ze Amir zag oversteken.
‘Ik wil niet in de krant.’
‘Dan spreekt u niet met mij,’ zei Amir. ‘U kunt wel met Lena of uw adviseur praten. Ik ga ook geen papieren fotograferen omdat ze hier liggen.’
De vrouw keek naar Ria. Die legde een stapel brieven op de andere stoel en wees naar de vrijgekomen plek. Ze ging zitten, maar bleef haar enveloppen vasthouden. Haar naam hoefde Lena voor dit gesprek niet te weten. Ze vertelde dat ze een bezoek had gehad van iemand die zei dat haar huis leeg moest zijn voordat de staat van het dak onderzocht kon worden. Twee dagen later was een formulier bezorgd waarop het bezoek een akkoord heette.
‘Ze zijn binnen geweest?’ vroeg Lena.
‘Alleen in de gang. Ik moest weg, naar mijn zus. Mijn zus was geopereerd. Hij zag mijn tas en zei dat het goed uitkwam.’
‘Heeft u afgesproken dat u ging verhuizen?’
‘Ik ging vier nachten naar mijn zus.’
Lena vroeg of Mieke haar mocht bellen. De vrouw dacht daar lang over na. Ze trok één envelop een paar centimeter uit de andere en duwde hem terug.
‘Ik wil niet dat zij denken dat ik ruzie maak.’
‘U mag vragen wat een formulier betekent voordat u iets tekent. Mieke werkt voor u. Zij kan bespreken hoe het contact gaat.’
‘U werkt voor hen.’
De opmerking kwam zonder verwijt, als een herinnering aan iets wat Lena mogelijk had vergeten.
‘Ik heb een inspectie voor hen gedaan. Het verslag dat nu onder mijn naam wordt gebruikt, wijkt af van wat ik schreef. Ik heb dat gemeld. U hoeft mij daarom niet meteen te vertrouwen.’
De vrouw keek naar de twee stapels op de stoel. ‘U kunt toch zien of een dak slecht is?’
‘Na de juiste inspectie kan ik daar iets over zeggen. Ik heb uw dak niet bekeken. Over die brief weet Mieke meer dan ik.’
Uiteindelijk schreef de vrouw zelf haar telefoonnummer op een losse bladzijde uit Ria's boodschappenblok. Ze vouwde hem dubbel voordat ze hem aan Lena gaf. Haar brieven hield ze bij zich. Toen ze wegliep, stond de deur van haar huis al open. Iemand had daarachter het hele gesprek afgewacht zonder naar buiten te komen.
Amir vroeg of Ria haar eigen aanbod met hem wilde bespreken. Hij zette zijn recorder niet aan toen zij ja zei. Eerst vroeg hij waarvoor haar naam gebruikt mocht worden en welke gegevens buiten het verhaal moesten blijven. Lena liep met haar map naar het hek. Ze hoorde geen verontwaardigd interview, maar de traagheid van twee mensen die dezelfde vraag niet meteen hetzelfde begrepen.
Bij het volgende huis ging een man met een kruk in de deuropening zitten. Hij had Lena zien komen en wilde weten of zij de voorzieningen weer kon laten aansluiten. De stroom werkte, zei hij, maar in een brief stond dat er vanwege werkzaamheden tijdelijk iets onderbroken kon worden. Hij wilde zijn etensvoorraad niet nog eens weggooien.
‘Nog eens?’ vroeg Lena.
‘Jaren geleden. Een storing. Nu beloven ze tenminste dat je weet wanneer ze komen. Er staat alleen geen dag bij.’
Ze voelde hoe gemakkelijk ze een tweede recente afsluiting had kunnen opschrijven. De brief ging over een aangekondigde mogelijkheid; de kapotte diepvriesinhoud behoorde bij een eerdere storing. Ze vroeg toestemming het betreffende blad te lezen en wees hem op het nummer voor vragen. Hij had gebeld. De medewerker wist ook niet wanneer er in zijn woning iets zou gebeuren.
‘Laat uw adviseur die vraag schriftelijk stellen,’ zei Lena. ‘Ik ga niet voorspellen wat hier wordt afgesloten.’
De man haalde zijn kruk naar binnen en vroeg of ze de deur voor hem kon vasthouden. Binnen stond een grote pot basilicum op de trap. Er zat nauwelijks nog blad aan. Hij vertelde dat zijn kleindochter hem de plant had gegeven en steeds vroeg of hij hem water gaf. Hij gaf iedere dag water. Aan zijn stem hoorde Lena dat hij het vermoeden begon te krijgen dat dat juist verkeerd was.
Toen ze terugliep, was Amir klaar met Ria. Hij had alleen een paar regels genoteerd. Ria schonk koffie in een beker die Lena niet had besteld.
‘Je lijkt iemand die vergeet dat er vandaag ook nog moet worden gegeten.’
‘Ik heb ontbeten.’
‘Dat zegt mijn dochter ook wanneer ze alleen een appel heeft genomen.’
Een vrouw met een kartonnen doos kwam vanaf de hoek naar hen toe. Ze zette de doos niet neer. Ria stond op en vroeg of ze alles alleen had moeten uitzoeken. De vrouw schudde haar hoofd, klein en moe.
‘Niet alles. Ik heb besloten dat ik niet alles dit weekend hoef te doen.’
Lena wist wie zij moest zijn voordat Ria haar voorstelde. Nora Roos keek eerst naar Amir en daarna naar de papieren.
‘Ik wil niet dat mijn vader nu de man wordt die alles wist.’
‘Dat wil ik ook niet,’ zei Amir. ‘Als u met me wilt spreken, maken we apart een afspraak.’
‘Vandaag niet.’
Hij zette een stap terug. Nora draaide zich naar Lena.
‘U bent naar hem aan het vragen.’
‘Ik probeer te begrijpen hoe het met de bewoners ging. Hij hielp Sofie met brieven, heb ik gehoord. Meer weet ik niet uit mezelf.’
Nora verschoof de doos. Aan één kant begon de bodem los te laten. Lena vroeg of ze hem mocht overnemen en zette hem na Nora's knik op de lege stoel. Er lagen geen geheime dossiers in, maar een vaas, twee mokken en een pak ongeopende koffie.
‘Ik neem dingen mee die anders blijven liggen tot ik ze niet meer wil,’ zei Nora. ‘Die koffie heeft hij speciaal voor mijn bezoek gehaald. Daarna klaagde hij dat het merk duur was geworden.’
Ria lachte zacht. ‘Hij zette ook altijd te veel.’
‘En daarna moest je een tweede kopje drinken, want weggooien vond hij zonde.’
Nora ging niet zitten. Ze legde haar handen op de doos en keek naar de overkant, waar de stofzuiger nog steeds draaide. Lena vroeg of Henk wel eens afspraken buiten zijn huis bewaarde.
‘Zijn boekjes bedoel je?’
‘Cor noemde ze.’
‘Hij kon ze thuis nooit vinden. Hij had er één in de binnenzak van zijn jas, één naast de telefoon. Dat naast de telefoon gebruikte hij ook voor boodschappen. Dan kwam hij met waspoeder thuis omdat hij niet meer wist op welke bladzijde het brood stond.’
Ria wees naar de straat. ‘Bij Cor liet hij soms iets liggen wanneer hij erna naar de markt ging. Je vader vond het onzin een tas mee te nemen en kocht dan toch aardappels.’
‘Cor vertelde dat er nog iets van hem ligt,’ zei Nora. ‘Ik heb gezegd dat het geen haast heeft. Ik wil niet dat mensen nu overal spullen van hem gaan verzamelen voor een verhaal.’
‘Dat is aan u,’ zei Lena. ‘Ik zal Cor niet vragen mij dat te geven.’
Nora keek haar nog een ogenblik aan. ‘Hij was ook wel irritant. Dat mogen jullie onthouden. Als iemand niet meteen een brief wilde bespreken, stond hij de volgende dag nog een keer voor de deur. Met dezelfde brief.’
Ria pakte haar koffiekan. ‘Ja. Hij heeft me een keer achterna gezeten tot de glasbak.’
Nora trok de bovenkant van de doos recht. Ze keek om zich heen en vroeg of iemand een stuk tape had. Lena had in haar fietstas een rol voor tijdelijke markeringen. Ze haalde hem en hield de bodem tegen terwijl Nora de scheur vastplakte. De tape was felgeel. Nora drukte de uiteinden met haar duim aan.
‘Dan herken ik in ieder geval de doos.’
Toen ze wegging, bleef er een kort stil moment rond de tafel. Amir schoof zijn notitieblok dicht. Hij vroeg Lena of ze met hem een stukje wilde lopen. Ria hield de papieren bij zich; het contactnummer voor Mieke stak Lena in het afgesloten vak van haar map.
Bij de hoek stond een bord van Noordhuis achter een leeg raam. Er zat een witte kras in de bedrukking, op de plek waar de belofte over ruimte voor de buurt begon. Amir liet Lena niet stoppen voor een foto.
‘Ik heb je correctie gezien,’ zei hij. ‘Je wilt toch niet alleen dat ik opschrijf dat iemand je naam misbruikt?’
‘Nee.’
‘Je controleerde de definitieve versie niet.’
‘Dat klopt.’
‘Ik kan niet schrijven dat je vanaf het begin protesteerde. Dat deed je pas toen je terugging.’
‘Dat heb ik niet gevraagd.’
Hij knikte. Ze kwamen bij de plek waar het trottoir versmalde door een boomwortel. Lena liep achter hem langs. Ze had deze straat in haar werk altijd stuk voor stuk bekeken. Eén dak, één muur, één verzoek. Nu zag ze formulieren die dezelfde beweging maakten: iets voorlopigs veranderde zonder gesprek in iets dat een bewoner geacht werd al te hebben besloten.
Amir vroeg welke stukken hij mocht gebruiken om haar bewering te controleren. Ze sprak af haar eigen oorspronkelijke verslag en de betreffende export te tonen, met persoonlijke gegevens afgeschermd. Voor publicatie zou hij de wederpartijen gelegenheid geven te reageren. Hij zou haar woorden onder haar eigen naam gebruiken. Zij kon geen bewonersverklaringen namens hen vrijgeven.
‘Dat levert waarschijnlijk een onaangenaam telefoontje op,’ zei hij.
‘Die heb ik al.’
‘Ook van mensen die jou tot nu toe gewoon werk gaven.’
Lena keek naar het bord achter het raam. Haar naam hoefde niet op de gevel te staan om eronder te zitten.
‘Controleer me,’ zei ze. ‘Schrijf wel precies wat je kunt vaststellen. Er woont een vrouw die ik niet kan bereiken. Dat is geen ruimte voor een titel waar we later spijt van krijgen.’
Amir stopte zijn notitieblok in zijn tas. ‘Ik heb geen titel nodig voordat ik haar gehoord heb.’
Ria belde hen terug. Ze stond met haar telefoon naast de tafel en wilde één ding verbeteren: ze had eerder gezegd dat de werkbus maandag in de straat stond. Op haar kalender zag ze nu dat haar afspraak elders op dinsdag was. Die ochtend had ze de bus bij thuiskomst gezien. Over de maandag wist ze alleen wat een ander haar had verteld.
Lena schreef de verbetering op bij haar eerdere notitie. Ria keek ongemakkelijk naar de papieren.
‘Er zijn die week zoveel mensen langsgekomen.’
‘Daarom vraag ik het opnieuw,’ zei Lena.
Ze namen de tafel mee naar binnen voordat hij dichtklapte. Ria hield het blad vast en Lena de losse poot. Eenmaal in de gang bleef hij open staan. Ria wees hem een plek naast de kapstok, waar hij kennelijk wel mocht wiebelen. Buiten bleef één stoel achter met het kussen erop. Lena zette hem tegen de gevel en stopte haar rol gele tape, die op de koffiekan was blijven liggen, weer in de fietstas.