Hoofdstuk 32 van 360%

Hoofdstuk 32 · 10 minuten lezen

Toen het stil werd

De agent bleef bij Lena terwijl iemand uit de werkplaats kwam om te vragen waar de map vandaan was gekomen. Hij kende haar naam al. Ze moest uitleggen welke kopieën erin zaten en welke stukken Cor zelf had bewaard. De man schreef het op en zei dat hij mogelijk later meer vragen zou hebben.

‘De doos op de tafel is van Nora,’ zei Lena. ‘Van haar vader. Daar zaten ook papieren in, maar die hadden we apart gehouden.’

‘We spreken haar ook.’

Lena vroeg niet wat Niels tegen de agenten had gezegd. Ze wilde het wel weten. Iedere keer dat een uniform bij de hoek verscheen, keek ze naar de handen en naar wat iemand meedroeg. Arend moest intussen weer aan het werk. Hij vroeg of het goed was dat hij aan de andere kant van de loods verderging. Lena bedankte hem. Hij schoof de lege krat bij de deur vandaan en zei dat ze de stoel mocht houden zolang ze wilde.

Niels kwam tussen twee agenten het pad uit. Zijn handen waren geboeid achter zijn rug. Hij had zijn telefoon en de map niet meer. Bij de hoek hield één van de agenten hem even tegen om langs een geparkeerde fiets te kunnen. Niels keek op. Lena kon niet zien of hij haar werkelijk zag of alleen in haar richting keek.

Ze liet haar beker op haar knieën staan. Toen hij de politieauto bereikte, zei hij iets tegen de agent die het portier opende. De woorden kwamen niet tot haar. Niemand draaide zich om om Lena erbij te roepen. Het gesprek hoorde niet meer bij haar.

De auto reed weg. Lena keek naar de plek waar hij had gestaan. Er kwam een bestelwagen aan die moest wachten voor het achtergebleven portier van de tweede politieauto. De chauffeur stak zijn hand op toen hij door mocht. Achter hem reed een jongen op een fiets met een boodschappentas aan het stuur.

Anouk kwam enkele minuten later uit de hoofdstraat. Ze had haar jas open en hield een telefoon in haar hand. Ze stopte hem weg toen ze Lena zag.

‘Niels is aangehouden,’ zei ze. ‘Voor wat er hier is gebeurd en in verband met het lopende onderzoek.’

Lena knikte. Ze hoorde een beperkte mededeling, de enige die Anouk nu kon geven. Toch kwam de zin vertraagd aan. Aangehouden. Het woord veranderde waar Lena op dat moment naar hoefde te kijken.

‘Ik heb niets opgenomen,’ zei ze.

Anouk keek haar aan. ‘Dat hoefde ook niet.’

‘Ik heb hem gezegd dat de originelen weg waren. Hij had alleen de kopieën.’

‘We hebben die gekregen. We gaan straks rustig door wat u weet. Voor nu wil ik dat u vertelt of u ergens pijn hebt.’

Lena wees op haar zij en zei dat die pijn van dinsdag kwam. Anouk vroeg of ze er opnieuw was geraakt. Lena zei nee. Ze was tegen de rand van de tafel gekomen en had zich door het achterpad gehaast. Ze wilde niet van iedere botsing een letsel maken. De agent naast haar noteerde het toch, zorgvuldig genoeg om de volgorde van de dagen te bewaren.

Cor kwam naar de loods met Nora naast zich. Op zijn bovenarm zat een rode plek. Hij had zijn mouw ervoor opgetrokken. Nora hield de doos voor hem vast terwijl hij aan Anouk uitlegde dat hij het niet goed vond dat Niels er überhaupt achterin was gekomen.

‘Hij liep langs me toen ik met die man stond te tekenen,’ zei Cor. ‘Ik dacht dat hij voor de bonnen kwam. Ik dacht niet dat hij iemand vast ging zetten.’

Lena stond op. Haar benen waren stijf en het duurde een ogenblik voordat ze bij Cor was. Ze legde haar hand niet op de rode plek. Ze pakte zijn andere onderarm kort vast.

‘Je zei dat ik naar buiten moest.’

‘Dat moest je ook.’

‘Ik wilde je niet achterlaten.’

‘Je hebt hulp gehaald.’

Hij keek over haar schouder naar de stoel. ‘Was je daar? Ik ken die man. Had ik maar meteen bedacht dat jij daarheen kon.’

‘Dat hoefde jij niet te bedenken.’

Cor begon weer over de leverancier, maar Nora onderbrak hem. Hij moest zijn afspraak van die middag verzetten en zijn arm laten bekijken. Ze wilde hem best brengen, zei ze, zodra ze zijn winkel had afgesloten. Cor keek naar Anouk of die hier een uitspraak over kon doen.

‘Er is iemand die zo naar uw arm kijkt,’ zei Anouk. ‘En uw verklaring plannen we opnieuw. U hoeft niet beide nu te regelen.’

Nora gaf Cor de doos terug en trok haar eigen autosleutel uit haar tas. Hij vroeg of ze niet eerst naar huis moest. Zij zei dat de radio rustig in de auto kon blijven staan. Voor haar zoon was opvang geregeld. Het waren haar afspraken. Cor hield op met tegenwerpen.

Lena's tas stond nog in de werkplaats. Een agent bracht hem naar haar toe nadat de inhoud was doorgenomen. De map bleef voorlopig bij de stukken die werden vastgelegd. Ze kreeg uitleg over hoe ze de spullen later kon terugvragen. Ze moest controleren of haar eigen telefoon, die ze zelf nog bij zich had, dezelfde was die Niels had aangewezen. Dat klonk onnodig precies, tot ze besefte hoeveel betekenis mensen later aan een kleine verkeerde formulering konden hechten.

Haar jas zat los over de tas heen. Het liniaaltje en de kaartenmap gingen met Nora mee. Lena keek naar het etui boven op de doos en merkte dat ze het fijn vond te zien dat het dicht zat. Die spullen hadden op de tafel gelegen toen Niels binnenkwam. Ze waren nog steeds van Nora.

‘Ik wil geen foto van hem in de krant met mijn vaders naam erboven,’ zei Nora tegen Anouk.

‘Daar beslissen wij niet alleen over. Maar we delen uw persoonlijke spullen en adres niet met een journalist.’

‘Ik ga Amir zelf bellen. Ik wil hem zeggen wat hij van mij wel kan gebruiken.’

Anouk knikte. Ze maakte geen bezwaar tegen dat gesprek, maar wees Nora erop dat zij alleen over haar eigen waarnemingen kon vertellen. Nora zei dat ze dat begreep. Lena ging er niet tussen staan als tussenpersoon. Amir had Nora's nummer met haar toestemming; Nora kon hem bereiken zonder Lena.

Pas toen ze aan de rand van de straat stond, belde Lena Tom. Ze begon bij wat er werkelijk gebeurd was en vertelde daarna waar ze was. Ze hoorde zijn richtingaanwijzer tikken.

‘Ik zet even stil,’ zei hij.

Ze wachtte. De stilte in de verbinding was gemakkelijker te verdragen dan zijn stem terwijl hij tegelijk verkeer beoordeelde. Hij zei dat hij haar kon halen. Ze vertelde dat haar fiets achter de werkplaats stond.

‘Die kan later. Wil je dat ik nu kom?’

‘Ja.’

‘Goed. Ik ben er over een kwartier. Jip is thuis bij mij. Ik vertel haar alvast dat jij veilig buiten bent, tenzij jij haar eerst wilt bellen.’

Lena moest haar keel schrapen. ‘Vertel dat. Ik bel haar zo zelf.’

Hij gaf haar niet de schuld dat ze een afspraak had gemaakt en zei niet dat hij haar ervoor had gewaarschuwd. Hij vroeg of zij nu alleen was. Ze zei dat Cor en Nora er nog waren en dat de politie haar verhaal opnam. Tom zei dat ze niet weg hoefde te lopen om hem beter tegemoet te komen. Hij wist het adres.

Jip nam op vóór het eerste volledige belsignaal. Op de achtergrond hoorde Lena een kraan.

‘Je vader komt me halen,’ zei ze. ‘Ik kom eerst daarheen.’

‘Heeft die man je aangeraakt?’

Lena ging met haar rug tegen de muur staan. ‘Hij hield me tegen met een stoel en pakte mijn map. Ik ben achterom weggegaan. Ik ben niet opnieuw gevallen.’

‘Je klinkt raar.’

‘Ik ben geschrokken.’

‘Oké.’

De kraan ging uit. Jip vroeg niet wat er in het dossier stond. Ze wilde weten of Niels nog vrij kon rondlopen. Lena vertelde dat hij was aangehouden en dat zij niet wist wat er daarna juridisch moest gebeuren. Ze wilde haar dochter nu geen onbeperkte veiligheid beloven uit opluchting.

‘Maar vandaag loopt hij niet achter je aan.’

‘Vandaag zit hij bij de politie.’

Jip ademde uit. ‘Ik heb mijn werk gebeld. Ik ga vanmiddag niet.’

‘Je hoeft niet voor mij thuis te blijven.’

‘Dat heb ik zelf gezegd. Ik ga morgen wel. Ze hadden al iemand die kon ruilen.’

Lena hield haar antwoord even vast. ‘Goed. Dan zien we elkaar zo.’

Tom had tijdens het rijden één vraag gesteld: of ze haar gordel zelf om kon doen zonder haar pijnlijke zij te belasten. Lena had het geprobeerd en ja gezegd. Hij had haar daarna niet laten vertellen terwijl ze langs de fietsbrug reden. Ze keek naar het water en merkte dat ze haar handen op haar tas had gelegd. De tas ging mee, de map nog niet.

Bij het verkeerslicht vroeg ze of hij Jip had gezegd dat het voorbij was.

‘Ik heb gezegd dat jij veilig was en dat de politie er was. Dat was wat jij me vertelde.’

‘Ze gaat toch dingen lezen.’

‘Dan vraagt ze het ons. We kunnen haar niet laten denken dat er niks gebeurd is omdat ze ergens iets leest.’

Lena knikte. Het licht sprong op groen. Tom trok rustig op en zette het geluid van de radio zachter. Ze hoefde geen verslag te maken van iedere minuut om te bewijzen dat ze nu weer bij haar gezin kon zijn.

Het huis van Tom rook naar gebakken ei toen ze er aankwamen. Jip had een pan op het fornuis gezet en vroeg meteen of Lena iets wilde eten. Lena zei dat ze misschien eerst wilde zitten. Tom zette een glas water op de eettafel. Er lag een bord met een gebakken ei dat aan één kant dubbel was gevouwen.

‘Dat was de derde poging,’ zei Jip. ‘Ik kan niet met die spatel doen wat ik wil.’

Lena ging aan tafel zitten. Ze pakte de vork die naast het bord lag. Het ei had een zoute, harde rand. Ze at een paar happen voordat ze merkte dat ze honger had.

Tom vroeg welke afspraken de politie nog met haar moest maken. Lena vertelde dat haar aanvullende verklaring de volgende ochtend zou worden opgenomen en dat ze op tijd bericht zou krijgen. De eerste informatie van deze middag had ze al gegeven. Ze legde haar telefoon op tafel en liet het geluid aan. Niemand vroeg het hele verhaal opnieuw.

Na het eten ging Jip op de bank zitten, haar knieën opzij. Tom nam de pan van het fornuis. Lena wilde opstaan om te helpen en bleef toen zitten. Ze keek naar het kleine litteken op een van zijn vingers, de keer dat hij ooit een glas had laten vallen. Ze kende die hand nog. Ze kon hier een uur blijven zitten en straks weer naar haar eigen huis gaan. Tom draaide de kraan open en vroeg of ze nog thee wilde. Lena zei ja.

‘Ik wil straks naar mijn eigen huis,’ zei ze. ‘Kun jij me brengen?’

‘Ja.’

‘En ik wil Jip niet zonder afspraak meeslepen.’

Jip keek van de bank op. ‘Ik heb al besloten dat ik bij papa eet. Morgen kom ik naar jou. Als jij terug bent van dat gesprek.’

Lena knikte. Tom droogde zijn handen en vroeg of ze iemand bij zich wilde hebben vanavond. Zij zei dat ze er nog niet zeker van was. Ze zou het laten weten voordat hij terugreed.

Er kwam een bericht van Cor. De rode plek zou een blauwe worden, schreef hij. Hij had na veel tegenspreken toch iemand naar zijn arm laten kijken. Nora bracht hem thuis en had zijn winkel op slot gedaan. Hij vroeg of haar fiets kon blijven staan tot de volgende dag.

Lena antwoordde dat dat kon. Daarna legde ze haar telefoon terug op de tafel. Jip had een programma aangezet waarin iemand probeerde een kast door een te klein trappenhuis te krijgen. Lena keek mee. Ze miste de uitleg, zag drie mensen ruzie krijgen over welke kant naar boven moest en hoorde Jip zacht lachen.

Na een paar minuten merkte Tom op dat de kast op die manier nooit om de hoek ging. Jip zei dat hij dat vorige keer ook had gezegd en toen paste hij wel. Lena bleef zitten terwijl ze discussieerden. Ze had vandaag niets meer aan de kast te meten.

Hoofdstukken

De sleutel lag er nog

  1. 01De keukenla11 minuten
  2. 02De versie in het portaal10 minuten
  3. 03Wat Cor had gemaakt10 minuten
  4. 04De vrouw die bleef10 minuten
  5. 05Zeven sleutelsets10 minuten
  6. 06Wat thuis bleef liggen10 minuten
  7. 07Eva's uitleg9 minuten
  8. 08Geen vertrekverklaring9 minuten
  9. 09Onder haar eigen naam9 minuten
  10. 10Een val is nog geen verklaring10 minuten
  11. 11Rubens rekening10 minuten
  12. 12Het rijtje huizen11 minuten
  13. 13De bon van tien mei10 minuten
  14. 14Buiten haar werk9 minuten
  15. 15Wat de bijlage bewijst10 minuten
  16. 16Aan de andere kant van de lijn11 minuten
  17. 17Wie voor een leeg huis betaalde10 minuten
  18. 18Eva had op bewaren gedrukt11 minuten
  19. 19Een klant minder11 minuten
  20. 20De brug11 minuten
  21. 21Wie ze wel belde10 minuten
  22. 22Sofie kiest11 minuten
  23. 23Geen broer om achter te schuilen10 minuten
  24. 24Een tafel met glazen water10 minuten
  25. 25Een antwoord aan Jip10 minuten
  26. 26Het boekje bij Cor10 minuten
  27. 27Wat Sofie zag11 minuten
  28. 28Voor iemand anders tekenen11 minuten
  29. 29Wat Henk opschreef11 minuten
  30. 30De verkeerde bezoeker10 minuten
  31. 31De deur naar het achterpad10 minuten
  32. 32Toen het stil werdJe leest nu10 minuten
  33. 33De verklaring die bleef10 minuten
  34. 34Wat haar handtekening kostte12 minuten
  35. 35Een huis is geen bewijsstuk12 minuten
  36. 36De sleutel die zij zelf gaf11 minuten

Leesinstellingen

Kies wat voor jouw ogen prettig leest.

Tekstgrootte
100%

Leesgereedschap

Mijn leesnotities

Alleen in jouw browser. Ook opgenomen in je boekenplank-back-up. Maximaal 2000 tekens.

Mijn bladwijzers

Gebruik het bladwijzericoon naast een alinea om een stukje terug te vinden.

FABLIVA

Vind je volgende verhaal

Zoek op titel, onderwerp of genre.

FABLIVA

Een idee of iets dat beter kan?

Help ons Fabliva mooier te maken. Een account is niet nodig.

Je bericht gaat per e-mail naar hello@fabliva.com. We gebruiken het alleen om je feedback te behandelen. Vul je een e-mailadres in, dan kunnen we reageren.

Liever via e-mail? hello@fabliva.com
FABLIVA

Je verhalen, een tik dichterbij.

Zet Fabliva op je beginscherm. Je kunt hier ook gewoon verder lezen.