Hoofdstuk 14 · 9 minuten lezen
Buiten haar werk
De tas die Jip maandag mee naar school wilde nemen lag open op de bank. Een map paste er niet in zolang haar gymspullen onderin zaten. Ze trok ze eruit en hield de zak met haar vrije hand op afstand.
‘Dat kan vast zelfstandig leven inmiddels.’
Lena wilde de zak aanpakken, maar Jip liep er al mee naar de wasmachine. Ze had nog een draagdoek bij zich, al gebruikte ze hem thuis minder. Het ritme van haar bewegingen was veranderd: eerst bedenken hoe ze iets ging doen, dan pas reiken. Lena bleef telkens steken in de seconde daarvoor.
Tom kwam binnen met twee broden en een bak aardbeien. Hij zette alles op het aanrecht en vroeg waar de afwasmachine gebleven was. Er stonden glazen op de plaats waar vroeger de klep van het apparaat vrij kon draaien. Jip had de onderste lade zelf uitgeruimd en een halve selectie op het aanrecht achtergelaten.
‘Aan het oefenen,’ zei ze.
‘Ik zou met de vorken beginnen.’
‘Die zijn al klaar.’
Hij pakte een glas en zocht de kast waar ze nu stonden. Lena wees ernaar. Dat hij twee jaar na de scheiding nog in de verkeerde kast keek, had haar een tijdlang geïrriteerd. Vandaag was ze blij dat hij het vroeg in plaats van alle deuren open te trekken.
Ze hadden afgesproken de komende week door te nemen. Tom moest zijn diensten ruim genoeg weten om te kunnen ruilen; Jip had een schoolafspraak en wilde een middag terug naar haar bijbaantje om met haar leidinggevende te bespreken wat ze voorlopig kon doen. Ze had geen zin om haar moeder te laten bellen. Lena had beloofd eerst met haar naar de agenda te kijken. Haar telefoon lag op de tafel, met het scherm naar beneden.
‘Maandag kan ik niet te laat op school komen,’ zei Jip. ‘Ik heb iets in te halen. En ik ga ook niet vroeg weg om met jou naar een huis te kijken.’
Lena keek haar aan. ‘Dat heb ik niet gevraagd.’
‘Nee. Je vraagt of ik even beschikbaar ben. Dan blijkt dat ik ergens moet wachten omdat jouw afspraak uitloopt.’
Tom deed de laatste glazen in de kast en kwam erbij zitten. Hij pakte zijn eigen telefoon, opende de agenda en legde hem voor zich neer. Jip zag het en schoof hem naar het midden van de tafel.
‘Nu doen we het echt.’
Lena zette haar laptop niet aan. Ze pakte het papieren weekoverzicht dat Jip had gemaakt. Haar dochter had de schooltijden ingevuld en daaronder drie losse regels voor wat ze nodig had. Vervoer stond maar op één plek. Lena had in haar hoofd een hele week om haar heen georganiseerd zonder te weten of dat gewenst was.
‘Dinsdag kan ik die rit doen,’ zei Tom. ‘Donderdag moeten we even kijken hoe laat.’
‘Met de bus kan ook,’ zei Jip. ‘Als mijn tas niet loodzwaar is.’
‘Dan maken we hem lichter,’ zei Lena.
Jip keek naar de open tas op de bank. ‘Dat doe ik zelf. Ik wil weten welke boeken ik laat liggen.’
Tom trok het bakje aardbeien naar zich toe en haalde een beschadigde vrucht ertussenuit. Er kwam een korte stilte waarin Lena het gevoel kreeg dat ze het overleg nog met iets ingewikkelds moest vullen om te bewijzen dat ze meedeed. Ze nam het weekblad en schreef alleen de afspraken op waar hulp was gevraagd.
Haar telefoon zoemde. Jip keek naar het zwarte scherm.
‘Is dat weer van die mensen?’
‘Misschien.’
‘Dan kijk.’
Lena draaide hem om. Het was een mail van Noordhuis. De tekst stond al gedeeltelijk in de melding: zolang geen eensluidend dossier kon worden vastgesteld, werden haar declaraties aangehouden. Men verwachtte dat zij zich onthield van het verspreiden van onvolledige informatie aan derden.
Ze legde de telefoon terug. Jip wachtte. Tom veegde zijn vingers af aan een stukje keukenpapier.
‘Ze houden een betaling tegen,’ zei Lena. ‘En ze willen dat ik niet met anderen over het dossier praat.’
‘Mogen ze dat?’ vroeg Jip.
‘Dat moet iemand bekijken die mijn contract kent. Ik ga daar morgen advies over vragen.’
‘Bij wie?’ vroeg Tom.
Lena noemde het contact bij haar beroepsverzekeraar. Ze had het nummer al opgezocht, maar nog niet gebeld. Ze had zichzelf verteld dat eerst duidelijk moest zijn wat Eva had gedaan. Dat klonk ordelijk en stelde vooral het gesprek over haar eigen fout uit.
‘Je weet al genoeg om te vragen wat je moet doen,’ zei Tom.
‘Ja.’
Hij leek meer te willen zeggen en hield in. Lena schreef op het weekblad: verzekering bellen. Het was niet Jips afspraak en hoorde er niet tussen. Ze zette het alsnog op een afzonderlijk briefje.
‘Wat is er nu eigenlijk gebeurd?’ vroeg Jip.
Lena zette haar handen op tafel. ‘In een verslag staat dat een huis leeg was. Ik ben er geweest toen er nog iemand woonde. Mijn eigen tekst zegt iets anders. Iemand heeft een andere versie onder mijn naam laten verschijnen.’
‘Je had hem niet gelezen.’
‘De definitieve versie niet. Dat had ik wel moeten doen.’
‘Omdat ik was gevallen?’
‘Ik heb daarom werk aan Eva overgelaten. Dat is een normale keuze. Ook dan blijf ik verantwoordelijk om te kijken wat er onder mijn naam weggaat. Jij hoeft daar niets voor recht te trekken.’
Jip boog over haar tas en haalde een los blad uit een map. Ze bleef ermee zitten. Lena kon niet zien of ze het gesprek wilde beëindigen of het papier alleen nodig had.
‘Dus je gaat morgen nog steeds achter die vrouw aan.’
‘Ik probeer contact mogelijk te maken. Ik heb de politie gesproken en een huurdersadviseur. Het moet niet alleen via mij lopen.’
‘Waarom niet?’
‘Omdat zij eigen hulp moet kunnen kiezen. Omdat ik niet weet wat er gebeurd is.’
Tom vroeg of er concrete bedreigingen waren. Lena vertelde over de druk rond de opdracht en over het verzoek niet met derden te praten. Ze zei dat een bewoner overleden was en dat er vragen waren over de gebeurtenissen in dezelfde straat. Ze gebruikte geen woorden die ze bij Anouk niet had kunnen onderbouwen.
‘De politie kijkt naar wat ik heb verteld. Ik ga niet zelf iemand volgen.’
Jip schoof haar blad onder de map. ‘Maar je gaat wel naar iedereen toe.’
‘Op afspraak. Soms voor werk, soms omdat iemand mij iets wil laten zien. Als het verandert, moet ik dat zeggen.’
‘Tegen wie?’
Ze keek eerst naar Tom en toen terug naar haar dochter. ‘Tegen degene die moet weten waar ik ben. En tegen jou als het onze afspraken verandert. Ik wil je niet de hele dag berichtjes laten controleren.’
‘Ik wil ook geen halve antwoorden krijgen omdat je denkt dat ik dan rustig blijf.’
De opmerking trof haar harder dan de vraag naar de betaling. Lena had Jip de afgelopen dagen broodjes toegeschoven en ritten geregeld. Ze had over haar werk gepraat in zinnen die eindigden voordat haar dochter iets kon vragen. Een huis was een dossier geweest, een afwezige vrouw een contactverzoek. Buiten de loods werkte die taal niet.
‘Je hebt gelijk,’ zei ze. ‘Als ik niet weet hoe iets zit, kan ik dat gewoon zeggen.’
Jip haalde haar schouders op, voor zover dat comfortabel ging. ‘Dat hoor ik liever dan dat het allemaal bijna klaar is.’
Ze verdeelden de komende dagen. Tom zou dinsdag vervoer regelen en die middag bereikbaar blijven. Jip koos zelf wanneer ze bij hem zou eten; niet als noodoplossing voor haar moeder maar omdat dat de week minder vol maakte. Donderdag zouden ze het opnieuw bekijken. Lena zette geen brede afspraak als altijd bereikbaar op het blad. Zij konden niet blijven wachten in een lege strook van haar agenda.
Na de lunch liep Tom met Jip naar de bakker om te zien of haar zaterdagrooster nog paste bij haar herstel. Het was haar bijbaantje; ze wilde het gesprek zelf voeren. Tom zou buiten blijven als ze hem niet nodig had. Lena ruimde de keuken op en bleef met haar telefoon bij de open vaatwasser staan. De mail van Noordhuis gaf haar telkens dezelfde druk in haar borst.
Ze las hem nu volledig. Aan het eind stond een verzoek om maandagochtend een aangepaste oplevering te sturen, zonder de kanttekeningen die de beoordeling door derden zouden bemoeilijken. Er zat geen voorbeeldtekst bij. Zij moest dus zelf bepalen welke zinnen verdwenen en daarmee opnieuw haar naam onder iets plaatsen waar de schrijver van de mail geen naam bij wilde zetten.
Lena zocht de berichtwisseling over het oorspronkelijke verslag erbij. Niet om hem te beantwoorden, eerst om de juiste stukken voor het advies bij elkaar te houden. Ze liet alle documenten waaruit bewonersgegevens bleken gesloten. Op een apart vel noteerde ze wat ze aan de verzekeraar wilde vragen: melding van mogelijk misbruik, eigen onvolledige eindcontrole, voorwaarden voor verdere communicatie. De antwoorden zou ze niet alvast invullen.
Daarna schreef ze Noordhuis dat haar correctie bleef staan. Een wijziging moest berusten op nieuwe, controleerbare bevindingen. Als Marten Sloof een gesprek wilde, kon zij een afspraak maken waarbij een eigen adviseur aanwezig was. Zij zou hem geen versie sturen waarin haar waarneming van de bewoning was weggehaald.
Ze las de mail hardop. Bij het woord adviseur voelde ze weerstand: zij was de expert, zij moest haar eigen tekst kunnen beschermen. Maar precies daar had ze steeds iets vergeten. De technische inhoud kende ze. Het gesprek dat men ervan maakte, kon ze niet met een vochtmeter beoordelen.
Na verzending zette ze de telefoon in de slaapkamer aan de oplader. Ze ging terug naar de wasmachine en opende de deur. Het programma dat Jip had gekozen was klaar. De gymzak lag in de trommel, naast een handdoek die nog om zichzelf gedraaid zat. Lena legde beide in een mand en hing ze buiten op. Het was droog genoeg voor de handdoek en waarschijnlijk te koel voor de zak. Ze liet hem toch buiten.
Jip en Tom kwamen terug met een klein brood dat niet op de boodschappenlijst stond. Jip had haar werkafspraak verzet naar een moment waarop haar leidinggevende meer tijd had. Ze was niet teleurgesteld. Ze had het zelf gevraagd, vertelde ze, omdat er tijdens de lunch een rij tot buiten stond.
Tom keek naar de telefoon die ontbrak op de tafel. Lena zei dat ze advies ging inwinnen en de gevraagde nieuwe versie niet zou sturen.
‘Je had hem ook kunnen sturen en de volgende dag verbeteren,’ zei hij.
Ze keek verbaasd op.
‘Dat bedoel ik niet als voorstel. Zo heb je werk soms opgelost. Eerst zorgen dat niemand hoeft te wachten.’
‘Ik weet het.’
‘Nu wacht er iemand op een huis, of op een antwoord over haar huis. Die kan jouw extra werkdag niet terugkrijgen.’
Jip sneed het brood met het kleine mes. Ze hoorde de opmerking maar mengde zich er niet in. Lena vroeg of Tom nog koffie wilde. Hij wees naar zijn agenda; hij moest rijden. Ze spraken de dinsdagtijd nog eenmaal af, op een manier die niet van een telefoontje achteraf zou afhangen.
Toen hij vertrokken was, plakte Jip het weekblad aan de koelkast. Lena gaf haar een magneet die tussen de kassabonnen lag. Onder het blad hing het briefje voor de verzekering. Jip trok het los.
‘Deze hoort bij jou.’
Lena stak het in haar eigen agenda. Ze zou maandagochtend eerst bellen, voordat ze nog een werkruimte binnenliep om de schade met een nieuw document kleiner te maken.