Hoofdstuk 7 · 10 minuten lezen
Een gewone ochtend
De studio had geen broodrooster. Hester legde twee boterhammen in een droge koekenpan en keek hoe de ene helft bruin werd en de andere bleek bleef. Het was dinsdag, twintig over zeven. Om acht uur zou haar Rotterdamse opdrachtgever bellen over het verschoven congres. Om kwart over negen kwam Robin. Daar tussenin moest ze Merel spreken voordat haar zus via iemand anders hoorde wat Hester van plan was.
Ze draaide het brood met een vork om en stuurde een bericht. Kun je voor negen uur even bellen? Ik wil je iets vertellen. Ze las het terug en voegde toe dat er geen ongeluk was gebeurd. Ze wist hoe zo'n bericht op een gewone ochtend kon vallen. Haar zus moest misschien broodtrommels klaarzetten voor de kookgroep, iemand vervangen of gewoon een bus halen.
Finn belde voordat ze het brood op een bord had. Hij had haar een foto gestuurd van een kastje dat hij op zijn stage in elkaar had gezet. Hij wilde weten of ze die had gezien of alleen weer dat blauwe vinkje had geproduceerd.
'De hoeken zijn mooi,' zei ze.
'Mam. Het is een verdeelkast. Niet een nachtkastje.'
'Ik heb niet gezegd dat ik mijn nachtlamp erop wilde zetten.'
Ze hoorde hem lachen. Op de achtergrond piepte iets en zei een man dat hij handschoenen moest pakken. Finn was eenentwintig en woonde sinds het voorjaar op zichzelf. Er kwamen nog steeds vragen over huurtoeslag en over hoe lang rijst in de koelkast mocht staan, maar steeds minder. Soms vroeg Hester zich af of ze de goede afloop van opvoeden herkende als die zich voordeed.
'Zit je nog steeds daar?'
'Tot volgende week. In de studio, niet bij oma.'
'Goed. Anders gaat zij weer je spullen wassen en moet je daarvoor zeven boodschappen doen.'
'Ze bedoelt het aardig.'
'Dat kan allebei.'
Ze wilde antwoorden dat hij zijn oma onvoldoende kende. Het was een reflex waar geen aanleiding voor was. Hij kende haar uitstekend op zijn eigen manier. Toen hij vroeg of het met de klus ging, zei Hester dat de oude groep niet zo gezellig was als Fleur gehoopt had.
'Had jij dat wel gehoopt?'
'Ik had gehoopt dat er genoeg stopcontacten waren.'
'Dat vind ik nog het geloofwaardigste.'
Ze spraken af vrijdag te bellen. Hij moest terug naar zijn begeleider. Voor hij ophing zei hij dat ze het kastje echt mocht vergroten op haar telefoon, dan zag ze de afwerking beter. Dat deed ze. Ze bekeek de keurige rijen terwijl haar toast in de pan donker werd. Vervolgens stuurde ze hem een vraag over een label dat ze niet begreep. Het was geen algemeen bericht dat ze trots was, maar hij zou merken dat ze gekeken had.
Het gesprek met de congresklant duurde langer dan gepland. Men wilde de voorbereidingsuren naar de nieuwe maand verschuiven, inclusief de uren die Hester al had gemaakt. Ze ging aan de tafel zitten, opende haar opdrachtbevestiging en las de afspraak voor zonder haar stem te verhogen. Gewerkte uren werden deze maand gefactureerd. Voor de nieuwe datum kon ze pas beschikbaarheid garanderen na een aangepaste planning.
De klant zuchtte. Iedereen moest flexibel zijn. Hester keek naar de uitnodiging voor Brecht die naast haar laptop lag en schoof hem onder haar schrift. Het ene probleem was geen reden om het andere toe te geven. Ze bood aan de leveranciersronde die nog niet begonnen was uit te stellen, maar hield de reeds gemaakte uren buiten de discussie. Toen het gesprek eindigde, had ze minder zekerheid over een opdracht in november en wel een akkoord over de factuur.
Merel had teruggeschreven: Tot halfnegen in de keuken aan de Parkweg. Daarna niet. Hester at staand de toast, pakte haar jas en liep erheen. De Parkweg lag aan de andere kant van de hoofdstraat. Het buurtgebouw was van glas en bleek baksteen, met een reclamebord voor yoga in de hal. In de gemeenschappelijke keuken rook het naar gesneden ui. Merel stond met een vrouw van in de zestig boven een recept dat met magneten aan een kast hing.
'Als je de paprika kleiner wilt, mag dat,' zei haar zus. 'Maar niet steeds naar mij kijken of het goed is. Het wordt soep, geen examen.'
De vrouw lachte en schoof een snijplank naar zich toe. Merel zag Hester bij de deur en wees naar een hoektafel. Ze maakte eerst de uitleg af. Er kwamen vanavond twaalf deelnemers en vier gasten. Iemand die haar moeder meenam had gevraagd of ze later mocht aanschuiven. Merel zei dat ze één portie apart zou houden. Ze beloofde geen extra tafel die niet in de kamer paste.
Hester trok een stoel naar achteren. Het was vreemd om haar zus een grens te horen stellen zonder die er meteen met een vriendelijk aanbod naast te verzachten. Misschien deed Merel het altijd zo en was Hester er zelden bij.
Een man kwam uit de voorraadkast met een zak meel tegen zijn borst. Hij vroeg aan Hester waar de bloem moest. Ze had hem al bijna een plank aangewezen toen ze merkte dat hij haar alleen koos omdat ze geen schort droeg. Ze wees naar Merel in plaats van naar een kast.
'Zij heeft hier de leiding.'
Merel keek even om, noemde de juiste plek en vroeg hem meteen de hoeveelheid op het vel naast de deur te noteren. De man liep door. Het was een onbeduidend moment, maar Hester had in een vreemde keuken binnen een minuut een voorraadbeheer kunnen verstoren. Ze ging op haar handen zitten tot haar zus naar de tafel kwam.
'Vijf minuten,' zei Merel toen ze tegenover haar ging zitten.
'Robin Boon is hier. Ze heeft de uitnodigingen gebracht.'
'Brechts dochter?'
'Ja. Ze werkt mee aan de inrichting.'
Merel keek door de glazen wand naar de hal. Iemand met een boodschappentrolley liep voorbij. 'Dat was dus die jonge vrouw gisteravond.'
'Fleur wist wie ze was.'
'Natuurlijk wist Fleur dat.'
Hester vertelde over het gesprek, over Daans opmerking en over de brief bij Else. Ze hoorde zichzelf de gemakkelijke kanten eerst noemen. Merel tikte met haar duim tegen de rand van de tafel.
'En wat wilde je míj vertellen?'
'Ik heb gezegd dat jij niet bij me was toen Brecht viel. Tegen Robin. Vanochtend ga ik dat bij de politie corrigeren.'
Merel stond meteen op. Ze ging niet weg; ze pakte de stoel van de tafel naast hen en zette hem recht. Toen draaide ze zich om.
'Je hebt het al verteld.'
'Ja.'
'Gistermiddag vroeg je nog wat ik wilde. Een paar uur later besluit je het alsnog.'
'Het is mijn verklaring.'
'Met mijn naam erin.'
Hester had dat antwoord verwacht en toch zat ze er niet op voorbereid bij. De woorden waarmee ze zichzelf in de studio moed had ingesproken, waren allemaal juist geweest: ze mocht haar eigen leugen corrigeren, ze hoefde daarmee niet te wachten op toestemming. Maar ze hadden haar niet verteld hoe ze naar haar zus moest luisteren wanneer die daardoor opnieuw werd aangewezen.
'Ik had je gisteravond moeten bellen,' zei ze.
'Ja.'
'Ik wist niet hoe laat je thuis was.'
'Niet doen. Ik heb gewoon een telefoon.'
Hester knikte. De vrouw bij het aanrecht zette een deksel op een pan. Ze keek hun kant op en vroeg of er iets was. Merel antwoordde dat ze iets met haar zus besprak en zo kwam helpen. Geen verklaring over een familiecrisis, geen haastige glimlach om Hester buiten de kamer te houden.
'Wat ga je zeggen?' vroeg ze.
Hester herhaalde de precieze correctie. Ze had Merel pas na de klap gezien. Ze had Brecht niet zien vallen, had niemand bij de trap gezien en kon niets zeggen over de oorzaak. Ze zou niet zeggen dat haar zus iets had gedaan.
'Dát heb je wel gedacht.'
'Ja.'
'En dat dacht je blijkbaar al die tijd terwijl je mij hielp met formulieren en mijn verhuizing.'
'Ik wist het niet.'
'Dat is geen antwoord op wat ik zeg.'
Merel ging weer zitten, maar niet tegenover haar. Ze schoof de stoel een stukje van de tafel af, schuin naar de deur. Hester zag de tijd op de magnetron. Ze hadden twee minuten over. In een andere situatie zou ze daar een gerichte vraag uit hebben gehaald. Nu bleef ze zitten zonder die te gebruiken.
'Ik dacht dat je bang was,' zei ze uiteindelijk. 'En dat ik degene was die iets moest doen.'
'Ik wás bang. Dat gaf jou geen recht om de rest zelf in te vullen.'
'Dat begrijp ik nu.'
'Nee, je bent het nu aan het horen. Dat is iets anders.'
Een deelnemer kwam binnen met een te grote tas aardappelen. Merel nam hem over en zei dat hij ze op de lage tafel mocht zetten. Ze wees op het schort dat voor hem klaarhing. Toen ze zich weer naar Hester draaide, had ze haar volgende taak al in haar hand: een rol etiketten voor de voorraadbakken.
'Ga maar. Je afspraak.'
'Wil je mee?'
'Je luistert nog steeds niet.'
Hester stond op. Ze had het beter kunnen verpakken, een aanbod voor een andere dag kunnen doen, naar Bram kunnen vragen. Het zou de deur niet eenvoudiger maken. Ze zei dat ze haar vanmiddag zou laten weten dat het gesprek had plaatsgevonden en verder niets namens haar zou afspreken.
'Dat laatste wil ik graag schriftelijk,' zei Merel.
De scherpte was terecht. Hester nam haar jas van de stoel en liep naar de hal. Achter haar begon Merel iemand uit te leggen hoe je een pan verplaatste met twee mensen. Het was een eenvoudige instructie, helder verdeeld. Hester duwde de glazen deur open en bleef buiten staan tot ze haar tas goed over haar schouder had.
Op de terugweg belde ze haar Rotterdamse klant nog één keer. Niet om terug te komen op de factuur, maar omdat ze had beloofd een nieuw tijdslot voor te stellen. Ze regelde een kort overleg voor donderdag op afstand en stuurde de oude opdrachtbevestiging mee. Ze kon best besluiten dit verleden niet langer te ontwijken en tegelijk een afspraak nakomen. Het ene hoefde het andere niet de hele dag op te eten.
Bij de studio stond Robin naast de voordeur. Ze hield haar telefoon in één hand en had in de andere een papieren zak van de bakker. Haar haar was nat bij de slapen. Ze had haastig gedoucht of gefietst door motregen; Hester vroeg het niet.
'Ik ben wat vroeg. Zal ik buiten wachten?'
'Ik moet alleen mijn schrift pakken.'
Robin liep niet mee naar binnen voordat Hester het had aangeboden. Op tafel lag nog het bord met de korsten. Hester schoof het naar het aanrecht en zag Robin naar de laptop kijken.
'Je had ander werk.'
'Ja. Dat heb ik nog steeds.'
'Ik kan ook alleen naar die afspraak.'
'Ik heb daar zelf iets te zeggen.'
Robin knikte en maakte de zak open. Er zaten twee kleine broodjes in. Ze had niet ontbeten en in de haast twee broodjes besteld in plaats van één. Hester nam er een aan. Buiten moesten ze linksaf, had ze opgezocht. Het politiebureau lag aan de andere kant van het stationsplein. De afspraak was bevestigd op haar naam en die van Robin. Geen belofte dat er iets heropend werd, geen aanwijzing dat ze de rest alvast mochten uitzoeken.
Ze stuurde Merel het bericht voordat ze vertrokken: Ik begrijp dat dit ook jouw naam raakt. Ik vertel alleen wat ik zelf heb gezien en gelogen. Ik spreek niets namens jou af. Ze liet het woord begrijp staan, al zou haar zus misschien opnieuw antwoorden dat ze pas aan het luisteren was.
Robin wachtte tot ze de deur had afgesloten. Op de hoek liet Hester haar eerst oversteken. Een bestelwagen sloeg af en de chauffeur stak verontschuldigend zijn hand op. Ze liepen langs het station, twee vrouwen op weg naar een afspraak die niet voor hen kon beslissen wat er verder met de dag moest gebeuren. Hester at het broodje op omdat ze straks niet hongerig tegenover een rechercheur wilde zitten. De kruimels bleven aan haar vingers plakken; ze veegde ze af aan een papieren servet dat Robin haar zonder commentaar gaf.