Hoofdstuk 14 · 10 minuten lezen
De naam onder het werk
Fleur had de drukker al betaald. Dat zei ze niet toen Hester binnenkwam, maar ze legde de factuur boven op de proefdrukken, zo precies dat de hoek gelijkliep met de tafelrand. In de hal trok Amir een kar met ingeklapte stoelen naar de berging. Hij stak zijn hand op en vroeg of het grote doek nog steeds aan de straatkant moest hangen.
'Wacht daar even mee,' zei Hester.
'Tot hoe laat is even?'
'Half twee. Dan heb je van mij een antwoord.'
Hij schreef iets op het karton dat boven op de kar lag en reed verder. Fleur keek hem na. 'Hij kan maar tot vijf uur. Daarna staat hier niemand de hele week op mij te wachten.'
'Daarom wil ik nu besluiten wat er wel kan.'
Tessa zat op de rand van het podium met haar laptop op schoot. Ze had een werklamp meegenomen die op haar eigen accu brandde, omdat ze de kleuren bij het licht uit de hal niet vertrouwde. Op het scherm stond de afbeelding van een beschilderde achterwand: lange stroken rivierwater, met kleine huizen die op omgekeerde dozen leken. Hester herinnerde zich vooral hoe ze die dozen na de voorstelling naar buiten hadden gedragen. Op de proefdruk ernaast stond Ontwerp en begeleiding: Marjan Koster.
'Wie heeft die regel aangeleverd?' vroeg ze.
'Ik,' zei Fleur. 'Uit de oude map.'
'Niet van mij,' zei Tessa. 'Ik heb alleen het beeld aangeleverd, en de maker van de foto ben ik.'
Hester legde de kopie van de brief op tafel, met de bedrukte kant naar beneden. 'Brecht schreef over haar eigen ontwerpen en de verkeerde naam eronder,' zei ze. 'Else en Robin willen dat de bijschriften kloppen.'
Fleur schoof de factuur onder een vel. 'Dan zetten we Marjan en Brecht samen. Dat is toch het eerlijkste als we het niet precies weten?'
'Weten we het niet precies?' vroeg Tessa.
'Jij was erbij.'
'Dat maakt mij niet de maker van alles waar ik een foto van heb.'
Tessa opende een andere map. Daarin stonden scans van enkele losse vellen: potlood, verfproeven, een schets met een dwars door het blad lopende vouw. Ze kwamen uit haar eigen werkmap. Ze had de tekeningen destijds bij een kantoorboekhandel laten kopiëren om bij de fotografie te kunnen bepalen welke delen van het decor in beeld moesten. Waar de originelen nu waren, wist ze niet.
Op één scan stonden vier kleine huizen langs een strook water. Naast het tweede huis had iemand geschreven dat het luik echt open moest kunnen. Daaronder stond Brecht, in kleine letters, en een telefoonnummer dat niet meer gebruikt werd. Hester dacht aan de blauwe vingers waarmee Brecht altijd naar iets wees, een kleur die nog twee dagen in de ribbels van haar huid bleef zitten.
Ze dacht aan een middag in het voorjaar van 2004, niet de laatste week. Ze had bij dezelfde tafel gezeten met een proef van een aankondiging. Brecht stond met één knie op een stoel om een kartonnen huis op de goede hoogte te houden. Het luik zakte steeds dicht. Ze had Hester gevraagd een muntstuk op de rand te leggen, en toen dat niet werkte had ze de munt in haar broekzak gestopt. 'Voorschot,' had ze gezegd. 'Van de penningmeester.'
Hester had gelachen en haar de aankondiging laten zien. Brecht was van de stoel gestapt, had haar hand afgeveegd aan een doek en met een vuile nagel onder de naam van Marjan gewezen. 'En wie heeft dit dan gemaakt?'
'Het gaat over de begeleiding,' had Hester geantwoord.
'Er staat ontwerp.'
Ze had de proef nog eens gelezen. Dat stond er inderdaad. Ze herinnerde zich haar eigen ergernis beter dan de rest: zij wilde het papier voor sluitingstijd wegbrengen en nu moest er weer iets veranderd worden. Brecht had een potlood uit Hesters hand gepakt en haar eigen naam erboven gezet. De punt brak op het hout onder het dunne vel. 'Kijk. Meer ruimte heb ik niet nodig.'
Het was geen lange ruzie geworden. Hester had de correctie meegenomen. Later had Marjan gezegd dat de drukker met de oorspronkelijke versie werkte en dat ze de volgende keer beter zouden opletten. Hester was niet teruggegaan. Dat laatste had ze al die jaren geweten; ze had het alleen nooit als iets over Brecht verteld. In haar verhalen van die middag ging het over een lastig luik en een munt die niet was teruggekomen.
'Dit is een ontwerp van haar,' zei Tessa. 'Dat weet ik. Ze heeft mij uitgelegd waarom er een luik in moest. Een speler moest van binnenuit een brief aangeven. Marjan wilde dat iemand hem gewoon op het podium legde, want dat scheelde werk.'
'Kunnen we dat dan opschrijven?' vroeg Hester.
'Het eerste wel. Dat gekibbel over dat luik hoeft er van mij niet bij. Ik ga geen gesprekken van toen naspelen.'
Fleur liep naar het grote doek dat op twee schragen lag. De bovenste tekst was al gedrukt: Tweeëntwintig jaar samen maken. Hester had die zin maandag als onschuldig tijdsbesef gelezen. Nu telde ze onwillekeurig de jaren waarin er helemaal niets samen was gemaakt, waarin iedereen gewoon ouder was geworden en Brecht tweeëntwintig was gebleven.
'Die kop moet eraf,' zei ze.
'Het is textiel, Hester. Geen vel uit een printer.'
'Dan gebruiken we het niet.'
Fleur liet haar handen langs de rand glijden. 'We hebben het geld niet voor alles twee keer. Het stichtingsbestuur gaat vragen waarom ik deze factuur heb goedgekeurd.'
'Dan krijgen ze het antwoord. De informatie is veranderd.'
'Nee. De informatie was er. Wij hebben die niet gevraagd.'
Die erkenning kwam zo onverwacht dat Hester haar volgende argument niet uitsprak. Fleur stond nog steeds naar het doek te kijken. Ze trok er een los draadje af en legde het op een schraag. Pas daarna pakte ze haar telefoon.
Het telefoongesprek met de drukker duurde vier minuten. De drukker kon kleinere vellen leveren, mits het bestand voor drie uur binnen was. Een nieuw doek kon niet meer op tijd. De al gemaakte kosten bleven staan. Fleur herhaalde het bedrag zacht en vroeg of ze de vellen donderdag zelf mocht ophalen. Toen ze ophing, ging ze aan tafel zitten.
'Ik wil niet dat het wordt alsof ik dit expres heb laten drukken,' zei ze.
'Dat zegt niemand,' antwoordde Hester.
'Nog niet.'
Tessa zette haar laptop op tafel. 'Ik heb expres alleen de prettige foto's geleverd. Dat kan ik alvast wel zeggen. Je vroeg beelden die lieten zien wat deze plek had betekend. Ik koos mensen die lachten en geen afbladderende verf. Maar dat werd vanzelf een verhaal waarin iedereen gelukkig was met hoe het ging.'
'Je hoeft mij niet te sparen,' zei Fleur.
'Ik probeer uit te leggen waar ik iets moet veranderen. Niet jou een betere bekentenis af te nemen.'
Hester trok een lege proefdruk naar zich toe en maakte drie kolommen: beeld, maker en toestemming. Fleur vroeg of dat niet nog meer werk opleverde. Hester zei dat het vijf beelden betrof. De rest kon uit de opstelling. Een kleinere tentoonstelling was nog steeds een tentoonstelling.
Ze begonnen met de rivierwand. Ontwerp Brecht Boon. Uitvoering met vrijwilligers van De Werf. Foto Tessa van Loon. Voor zover ze geen namen konden vaststellen, kwamen er geen verzonnen namen onder. Bij het tweede beeld, een optocht met houten vogels, twijfelde Tessa. Zij wist wie de vogels had gezaagd, niet wie ze had bedacht. Ze zocht in haar papieren map en vond alleen een bestelling voor verf.
'Dan schrijven we wat we weten,' zei Hester. 'Decorstukken voor de optocht, gemaakt bij De Werf. We noemen de begeleiding apart als we die kunnen onderbouwen.'
'Marjan gaat daar niet blij mee zijn.'
'Ze kan een concrete correctie aanleveren.'
Fleur keek op. 'Met bewijs? Ga jij mijn vrijwillige oudvoorzitter straks om bonnetjes van tweeëntwintig jaar geleden vragen?'
'Om uitleg. Net als iedereen.'
Een deur sloeg in de zijgang. Amir riep dat het karretje bleef staan waar niemand erover kon vallen. Hester liep even naar hem toe om de toegang tot de berging te controleren. In de keuken stond een doos met bekers midden op de vloer. Ze schoof die op een tafel. Ze was blij met het gewicht van iets dat zonder discussie kon worden verplaatst.
Amir wees naar de trap. 'En die fotolijst boven? Die moet ik toch niet voor jullie halen?'
'Nee. Boven blijft dicht voor bezoekers. Als er iets nodig is, plannen we dat apart.'
'Goed. Ik ga geen ladders door een volle zaal dragen omdat iemand ineens toch nog een lijst wil.'
Terug aan tafel zag ze dat Fleur de kop van het programma had doorgestreept. Daaronder stond in haar handschrift Werk uit De Werf, namen en herinneringen, met een vraagteken erachter.
Hester belde Robin. Ze nam niet meteen op. Er kwam een bericht: Sta met een paneel. Bel zo. Hester zette de vijf voorgestelde bijschriften in één document, maakte van de twijfelpunten vragen en stuurde het rechtstreeks naar haar. Geen openbare link, geen verzoek om binnen tien minuten de geschiedenis van haar moeder te beheren.
Tessa keek op haar horloge. 'Ik moet om twaalf uur weg. Er is een kledingwinkel die morgen open wil zonder vingerafdrukken op zijn nieuwe etalage.'
'Ik dacht dat je vandaag hier zou blijven,' zei Fleur.
'Tot twaalf uur. Dat stond in mijn mail. Het is betaald werk.'
Fleur begon iets te zeggen, stopte en pakte haar agenda. 'Dan lopen we die vijf nu af.'
Het derde beeld toonde een groep bij de achterkant van het gebouw. Ruben stond links, half met zijn rug naar de camera. Tessa wilde het niet opnemen. Het was onderdeel van de contactreeks die ze dinsdag hadden bekeken. Het zei iets over routes en aanwezigheid, maar voor een tentoonstelling zou elk oog naar de rand van het beeld gaan. Hester was het met haar eens.
'Er kan ook gewoon geen foto van hem hangen,' zei ze.
'Dat ziet eruit alsof we hem weglaten,' zei Fleur.
'We vragen wat hij wil. Als hij geen foto wil, krijgt hij geen foto. Dit is geen aanwezigheidsbewijs voor de hele groep.'
Fleur schreef Ruben bellen op haar lijst. De kleine handeling betekende meer dan de nieuwe kop. Maandag zou ze een portret hebben gekozen, daarna een bericht gestuurd dat het mooi was geworden.
Robin belde terug toen ze aan het laatste bijschrift werkten. Op de achtergrond klonk het ratelen van een rolmaat. Ze had de teksten vluchtig gelezen en vroeg of de kist met dierenmaskers nog bestond. Die had Brecht volgens Else gemaakt voor een schoolvoorstelling; de kinderen hadden de dieren zelf gekozen. Hester wist het niet en beloofde ook niet dat ze de kist zou zoeken.
'Als de maskers er niet zijn, hoeft er geen nieuwe versie te komen,' zei Robin. 'Ik wil geen namaakspullen omdat er anders een hoek leeg blijft.'
Tessa stak haar duim op. Hester vroeg toestemming voor de twee ontwerpafbeeldingen. Robin gaf die voor de lokale opstelling, zonder publicatie van de hele brief of verkoop van afdrukken. Fleur schreef de beperking bij de bestanden. Het zag eruit als doodgewone administratie. Hester merkte hoe graag ze daarop terugviel, maar deze keer beschermde het papier tenminste degene aan wie het werk toebehoorde.
Om vijf voor half twaalf stuurde Fleur de definitieve bestelling. Ze koos eenvoudige zwarte tekst op ongestreken papier. Ze zou de vellen op bestaande panelen bevestigen. Het grote doek bleef op de schragen liggen totdat Amir het kon oprollen. Hij kwam de hal binnen, zag hun gezichten en vroeg alleen of het antwoord klaar was.
'Geen doek aan de straat,' zei Hester. 'Wel drie panelen in de foyer. Ik teken de plek op je plattegrond.'
Fleur volgde hen naar de deur. Buiten wachtte een leverancier met een krat glazen. Hij had een ander contactnummer geprobeerd en niemand bereikt. Er zou een toeslag komen als de aflevering nogmaals moest. Fleur tekende de bon zonder tegen te spreken. Toen de man weg was, vroeg ze of Hester haar eigen uren had bijgehouden.
'Ja.'
'Ook het gesprek van vanochtend?'
Hester keek naar de lege plek boven de entree. 'Voor zover het over het programma ging.'
'Dit gaat straks allemaal op één rekening staan. Bestuurders zien geen verschil tussen persoonlijke geschiedenis en een begroting die overschreden wordt.'
'Dan splits ik mijn specificatie.'
Fleur knikte, maar glimlachte niet. Ze liep terug naar de tafel om de mail aan haar bestuur te maken. Hester tekende de drie panelen op de plattegrond en gaf Amir het potlood. Hij wees de rand van de foyer aan, waar de deur helemaal open moest kunnen. Samen schoven ze het eerste rechthoekje twintig centimeter op.