Hoofdstuk 2 · 10 minuten lezen
De mensen op de lijst
'Fleur stuurde een bericht,' zei Jasper. 'Of ik wist wie die dingen had gebracht. Ik stond buiten.'
Hij hield een kartonnen beker tussen zijn tanden terwijl hij de hand die Hester had aangeboden vrijmaakte. Er zat kit op zijn knokkels. Hij was breder geworden, niet alleen bij zijn buik; ook zijn manieren leken meer ruimte in te nemen. Vroeger had hij voortdurend bewogen alsof hij te laat was voor iets leuks. Nu bewoog hij alsof anderen hem ophielden.
'Ik kan nog steeds tegelijkertijd bellen en een auto parkeren,' zei hij. 'Dat is nog geen misdaad.'
'Mooi. Er staan straks een paar praktische vragen in je mail.'
Hij nam de beker uit zijn mond. 'Je begint streng.'
'Ik begin met een achteruitgang waar geen stoelen voor horen.'
'Die heb ik daar niet gezet.'
'Wie wel is minder interessant dan wie ze vandaag weghaalt.'
Er kwam een lach die vermoedelijk voor de grap bestemd was. Hester wees naar de zaal, waar Fleur inmiddels terug was. Jasper vertelde dat twee bestuursleden nergens van wisten. De derde zat in Frankrijk en nam niet op. Hij had geen drukwerk besteld. Wat hem betrof kon de hele stapel de papierbak in. Mensen verveelden zich, zei hij. Als een pand verkocht werd, had iedereen ineens recht op zijn eigen jeugd.
'Het pand is nog niet verkocht,' zei Fleur.
'Dank je. De onderhandelingen waar ik middenin zit, waren me even ontschoten.'
Hester liet hem uitspreken. Ze had geen belang in zijn glimlach of in de manier waarop Fleur die liet passeren. Ze wilde weten wie de eigenaar was, wie werkzaamheden kon bestellen en wie zondag feitelijk over het gebouw ging. Jasper was samen met een externe zakenpartner eigenaar. De stichting huurde de zaal voor het weekend; Fleur kon namens het bestuur programmawijzigingen goedkeuren. De zakenpartner zou niet aan de bijeenkomst deelnemen. Dat legde Hester vast in het draaiboek, met telefoonnummers ernaast.
'Het is een klein evenement,' zei Jasper toen hij de pagina zag.
'Juist. Dan kost het maar twee minuten om af te spreken wie ik bel als een deur niet opengaat.'
Fleur keek tevreden. Dat was niet helemaal in Hesters voordeel: een opdrachtgever die zich achter een coördinator verschool, kon later vergeten welke onenigheid ze zelf had moeten oplossen. Ze schoof het boek daarom naar beiden toe. Jasper las en zette zijn initialen bij de toezegging dat de bouwmaterialen voor zaterdag verdwenen zouden zijn.
In de gang kwamen ze Amir tegen. Hij had een rol witte tape om zijn pols en was de zwarte markeringen op de vloer aan het verwijderen. Jasper stelde hem voor als praktisch beheerder. Amir Benali, dertig, betaalde uren op maandag en woensdag en zaterdag van acht tot vijf. Hij kende het pand sinds de laatste renovatie. Voor constructieve vragen moest Jasper iemand anders laten komen, voegde hij er zelf meteen aan toe.
'Precies wat ik wilde weten,' zei Hester.
Ze liepen de achterroute na. Amir noteerde de beschadigde lamp boven de berging en de levering van een afzetband bij de trap. Hij testte de deursluiting en zei dat het hek naar het jaagpad al jaren nauwelijks werd gebruikt. Voor de ontruiming was de tuin toegankelijk, maar hij zou het hele pad vrijmaken. Hester vroeg geen verklaring dat alles veilig was. Ze vroeg een lijst met afgeronde werkzaamheden en een tijdstip om die zelf na te lopen.
'Als je het op woensdagmiddag wilt doen, ben ik er,' zei hij. 'Vrijdag moet ik naar een ander gebouw.'
Dat was een antwoord waar ze iets aan had.
Fleur vertelde over Sanne de Boer, die tijdens de opbouw en het evenement de vloer zou doen. Ze was tweeënveertig, werkte vaker voor de stichting en had geen zin in vage vrijwilligersuren. Zaterdag half twee tot zes, zondag elf tot vier. Hester schreef haar nummer op. Eén betaalde medewerker op de juiste plaats was meer waard dan zes mensen die allemaal beloofden even bij te springen.
Ruben kwam tegen twaalf uur via de foyer binnen. Hester hoorde hem eerst aan Amir vragen waar het magazijn was. Ze zag een grijze jas over zijn onderarm, een map met een elastiek en een leesbril die hij omhoogduwde toen hij de zaal in keek. Hij bleef niet staan toen hij haar zag. Dat maakte haar nerveuzer dan een aarzeling zou hebben gedaan.
'Hester.'
'Ruben. Fijn dat je er bent.'
'Ik heb de planning meegenomen waar Fleur om vroeg.' Hij legde de map op tafel. 'Niet het hele weekend beschikbaar, wel een paar stukken. Donderdag moet ik gewoon werken.'
Zijn stem was lager, of ze herinnerde zich alleen nog hoe hij tweeëntwintig jaar geleden zijn gelijk probeerde te krijgen. Hij werkte als onderhoudsplanner bij een woningorganisatie in een andere plaats. Geen eigen aannemersbedrijf, zoals iemand haar ooit had verteld. Hij coördineerde monteurs en leveringen. Als een cv-installatie uitviel, ging hij niet zelf met een gereedschapskist rijden. Dat onderscheid maakte hij zonder de verontschuldiging die mensen soms gebruikten wanneer hun werk minder avontuurlijk bleek dan een ander verwachtte.
'Er is achter wat te doen,' zei Jasper.
'Dat zie ik in je mail. Ik kom eerst even mijn tijden afspreken.'
Jasper kneep zijn papieren beker in. Hester keek naar Rubens lijst. Hij had op zaterdag ruimte tot één uur; zondag kwam hij als bezoeker. Verder kon hij woensdag aan het eind van de middag helpen met leveringen. Geen onbeperkt aanbod. Ze schreef het precies zo over.
'Heb jij ook post gekregen?' vroeg Fleur.
Ruben legde zijn bril in de map. 'De gewone uitnodiging per mail. Verder alleen het bericht van Fleur.'
'Met zo'n kaart?' Fleur wees naar de stapel.
'Er ligt er hier dus ook een voor mij.'
'Hier ook die van Brecht,' zei Jasper.
Er viel niets luidruchtigs stil. In de gang bleef Amir tape lostrekken. Buiten sloeg een portier dicht. Ruben keek naar de envelop die Hester hem liet zien en vervolgens naar haar.
'Jij hebt dit toch niet verzonnen als onderdeel van het programma?'
'Nee.'
'Goed.'
Jasper zei dat mensen het vroegere ongeval gebruikten om de verkoop te verstoren. Hester vroeg welke mensen. Hij haalde zijn schouders op. Dat was juist het probleem, zei hij, je wist nooit wie zich ermee ging bemoeien. Ruben stond op en stak de handen in zijn jaszakken.
'De verkoop heeft daar niets mee te maken,' zei hij. 'Niet alles gaat over jouw financiering.'
'Ik probeer hier alleen iets overeind te houden.'
'Dan moet je daarover praten.'
Fleur begon over de lunch, alsof broodjes een geschil konden verplaatsen naar een geschikter tijdstip. Hester vroeg Ruben of hij later met haar de achterzijde wilde bekijken. Hij zei dat hij een halfuur had en eerst Amir zocht. Jasper nam zijn beker mee naar het kantoor boven. Op de derde trede draaide hij zich om.
'Ik wil geen circus zondag. Dat staat niet in het huurcontract.'
'Het programma gaat ter akkoord naar Fleur,' zei Hester. 'De gebruiksvoorwaarden hebben we allebei.'
Ze hoorde hem boven een sleutel omdraaien. Voor het eerst sinds haar aankomst was ze blij dat ze geld voor deze opdracht vroeg. Een factuur maakte relaties niet eenvoudig, maar gaf haar tenminste één heldere reden om ergens te zijn.
Merel belde toen Hester buiten haar broodje at. Op de stoep aan de zijkant stond een bankje waar de stichting een plantenbak naast had gezet. In het oude pand hadden ze nooit planten in leven gehouden. Hester had daar een grap over willen maken toen ze Merels naam op het scherm zag.
'Je bent dus echt begonnen,' zei haar zus.
'Dat was het plan.'
'Mama vraagt of je morgen mee eet. Zes uur. Ze heeft blijkbaar al voor ons ingekocht.'
'Ze kan het ook aan mij vragen.'
'Dat zei ik. Maar ik belde toch al.'
Hester wilde weten waarom ze toch al belde. Merel was aan het werk, zei ze, ze kwam straks even langs om de keuken te bekijken. Misschien kon haar kookprogramma op zondag iets bijdragen, maar alleen als het paste binnen hun eigen budget. Ze ging haar deelnemers niet vragen gratis een evenement van vroeger te redden.
'Prima,' zei Hester. 'Ik had je juist willen zeggen dat je geen eten hoeft te maken.'
'Dat bepaal ik zelf wel.'
De toon verraste haar. Of liever: hij verraste haar te laat. Ze kende die snelle correctie van haar zus, alleen had ze hem vroeger makkelijk voor vermoeidheid aangezien. Hester haalde een zaadje van het broodje van haar broek.
'Ik bedoel dat er een cateraar begroot is. Als jij iets wilt doen, bespreken we een vergoeding.'
'Dat klinkt al beter.'
Er klonk een deur op de achtergrond en Merel antwoordde iemand dat de grote pan nog een kwartier nodig had. Toen ze weer sprak, ging haar stem niet zachter.
'Heb je die rare uitnodiging gezien?'
'Ja.'
'Fleur stuurde me dat er een pakket was. Bram vond het nogal dramatisch.'
'Er zat hier ook een voor Brecht bij.'
Merel vroeg niets. Hester hoorde hoe ze haar telefoon overpakte. 'Ik kom vanmiddag,' zei ze. 'Ik moet nu terug.'
Na het gesprek bleef Hester nog even zitten. Ze had haar zus niet gevraagd wat er achter die korte onderbreking zat. Ze zou haar straks zien. Een vraag werd er niet beter van als iemand hem naast een kokende pan moest beantwoorden.
Marjan belde voordat Hester haar broodje had opgegeten. Uiteraard had Merel intussen verteld dat ze gebeld had. Hun moeder kon een familiebericht laten reizen alsof het een pakket was dat overal een ontvangstbevestiging moest krijgen.
'Dinsdag, hè?' zei Marjan. 'Dan maak ik iets wat jij ook kunt eten.'
'Ik eet vrijwel alles, mam.'
'De vorige keer wilde je geen saus.'
'Dat was toen ik vlak daarna moest rijden en al laat was.'
'Dus morgen gewoon saus. Hoe is het in het gebouw?'
Hester vertelde over de vrije achterdeur, de vloerbezetting en de planning. Marjan kende Sanne, natuurlijk kende ze Sanne; ze had ooit geholpen bij een aanvraag voor haar vereniging. Hester hoorde dat er zaterdag taarten konden komen van een buurvrouw. Ze zei dat Fleur de catering regelde en dat toezeggingen via haar moesten lopen.
'Je hoeft mij toch geen formulier te laten invullen voor een taart.'
'Een bericht aan Fleur is genoeg.'
'Nou, mevrouw de directeur.' Marjan lachte. 'Maar het is goed dat jij daar wat orde schept. Fleur is heel betrokken, maar ze kan soms nogal…' Ze maakte de zin niet af. Dat hoefde ook niet. Wie haar kende, wist welke ontbrekende eigenschap hij zelf mocht invullen.
Hester zei dat het werk goed ging. Dat had het gesprek kunnen beëindigen. In plaats daarvan vroeg Marjan naar het pakket.
'Zoiets is pijnlijk voor iedereen. Dat je iemand die dood is alsnog uitnodigt. Wie verzint het?'
'Dat weten we nog niet.'
'Gooi het alsjeblieft weg. Jullie hebben een gewone middag te organiseren.'
'Misschien wil iemand iets zeggen over Brecht.'
'Dan had die iemand ons kunnen bellen.' Haar moeder sprak nu rustig, praktisch bijna. 'We kunnen toch niet elke keer weer beginnen over die losse balustrade. Wat gebeurd is, is erg genoeg.'
Hester keek naar de plastic verpakking op haar schoot. Jasper had haar iets over de bouwmaterialen verteld en niets over de oude trap. Fleur had alleen ongeval gezegd. Ze had zelf dat hekwerk bekeken zonder er een woord aan te geven.
'Wie zei dat het over de balustrade ging?'
'Hester, waar zou het anders over gaan? Ik weet toch wat daar gebeurd is.'
Een fietser vroeg of hij zijn fiets naast haar mocht zetten. Ze knikte en hield haar tas van het bankje.
'Ik moet weer aan het werk,' zei ze.
'Zes uur morgen. En neem je zus dan meteen mee, dat is gezelliger.'
Hester bevestigde alleen het tijdstip. Daarna vouwde ze het broodpapiertje dicht. Binnen hoorde ze Ruben iets uitleggen aan Amir, zakelijk en geduldig. Ze stopte de afvalverpakking in de bak en liep terug naar de zaal, waar haar eigen envelop nog onder de programmamap lag.