Hoofdstuk 29 · 9 minuten lezen
In haar eigen woorden
Merel had zelf gereden. Op de parkeerplaats voor het bureau hield ze de sleutels nog vast toen ze al naast de auto stonden. Ze controleerde niet of het portier dicht was, zoals Hester verwachtte. Ze haalde de autosleutel los van de ring en gaf hem aan haar zus.
'Als ik straks met Bram wegga, kun jij deze meenemen. Hij haalt de auto morgen wel.'
'Wil je hem niet zelf houden?'
'Ik wil binnen niet op mijn autosleutel zitten kauwen. Geef hem terug als ik erom vraag.'
Hester stopte hem in het kleine vak van haar tas. Ze liepen naar de ingang. Het glas was beplakt met openingstijden, een waarschuwing voor oplichting en een pijl naar de bel voor buiten kantooruren. Merel trok de deur open en stapte naar binnen. Hester volgde.
Bij de balie noemde Merel haar naam. De medewerker zocht de afspraak op en vroeg hun plaats te nemen. Een man met een fietshelm onder zijn arm had vragen over zijn zaaknummer; hij herhaalde drie cijfers alsof iemand zich persoonlijk tegen hem had gekeerd. Hester keek naar de affiches. Ze had de neiging Merel eraan te herinneren dat ze alleen hoefde te vertellen wat ze zelf wist. Ze had die zin al gezegd. Nog eens zeggen zou vooral betekenen dat Hester niet wist hoe ze moest wachten.
Ellen kwam hen zelf halen. Ze begroette Merel als degene met wie ze had gebeld en vroeg daarna pas of Hester meekwam. 'Wat heeft u op dit moment nodig?'
Merel keek naar haar zus, toen terug naar Ellen. 'Ik wil beginnen zonder haar. Misschien moet ik later iets vragen over wat erna gebeurt.'
'Dat kan. We bekijken het stap voor stap. Mevrouw Koster, u hoeft hier niet te blijven wachten als u liever ergens anders bent. Uw zus kan u bereiken.'
'Ik blijf nog even,' zei Hester.
Merel haalde een gekreukt papiertje uit haar jas. 'Ik heb alleen namen opgeschreven. Geen verhaal. Kan dat mee?'
Ellen knikte en hield de deur open. Merel stapte door zonder om te kijken. Het kostte Hester meer moeite dan ze had verwacht om niet ook op te staan. Ze had haar zus tot de deur gebracht. Daar eindigde de afspraak die tussen hen bestond.
Ze koos een stoel bij het raam. Buiten bond iemand een vuilniszak achter op zijn fiets met twee elastieken, deed zijn helm op en vertrok. De man bij de balie kreeg eindelijk een bevestiging dat het nummer correct was. Hester hoorde niets uit de gang waar Merel verdwenen was. Ze kon zich de kamer voorstellen waarin ze zelf had gezeten, maar het hoefde niet dezelfde te zijn. Ze wist niet welke vragen er werden gesteld. Dat gebrek aan toegang hoorde bij wat ze had besloten te respecteren.
Op haar telefoon verscheen een bericht van Finn. Hij had een foto van een fornuis gestuurd, met de vraag of de zwarte rand rond het brandertje eraf kon. Hester typte dat hij het eerst helemaal moest laten afkoelen en dat het boekje waarschijnlijk online stond. Ze wilde er iets over zijn werkdag bij vragen, maar wist dat ze dan onhandig tussen twee gesprekken zou hangen. Ze schreef dat ze later zou bellen en stopte de telefoon weg.
Na een halfuur liep ze naar buiten. Niet ver, alleen naar het lage muurtje naast de fietsenstalling. Ze stuurde Merel waar ze was en dat ze haar geluid aan had. De zon viel op een blinde zijgevel waar oude bouten uitstekende schaduwen maakten. Hester telde ze zonder het te willen. Ze had haar eigen verklaring al afgelegd. Het nieuwe gesprek maakte haar leugen niet erger dan hij was geweest en ook niet minder ernstig. Ze kon nergens meer naartoe met het excuus dat ze haar zus had willen redden.
Ruben belde. Ze aarzelde en nam toen op, omdat hij haar niet zou dwingen te vertellen waar ze zat. Hij vroeg of de armaturen in de zaal ook zondag moesten blijven hangen. Amir wilde weten of hij de ladder daarvoor moest vrijhouden.
'Ja,' zei ze. 'Maar niet boven de bezoekers. Die hoek blijft leeg tot ze gecontroleerd zijn.'
'Dat is geregeld. Ik vraag het omdat Jasper ze eigenlijk terug naar zijn opslag wilde.'
'Het staat op de geleende-materialenlijst. Ik stuur Fleur een herinnering.'
Er volgde een korte onderbreking. Ze hoorde een deur sluiten aan zijn kant. 'En hoe gaat het met je?'
Hester keek naar de ingang van het bureau. 'Ik wacht op Merel. Bij de politie.'
'Goed dat ze gaat.'
'Ja.'
Hij vroeg niet wat ze vertelde. Hester had het ook niet gezegd. Ze had genoeg van andermans leven verspreid onder het mom van uitleg. Ruben gaf nog door dat hij zaterdag alleen kwam helpen met de opbouw en niet de hele preview bleef. Hij had een afspraak met een vriend. Toen hij ophing, was het geen afwijzing van haar. Het was een man die zijn eigen weekend had.
Ze maakte een ommetje van vijf minuten en kwam weer binnen. De medewerker bij de balie wees haar op het kraantje achter de automaat toen ze om water vroeg. Ze vulde een kartonnen beker en nam hem mee naar haar stoel. Ze bedacht hoe Merel als kind op de terugweg van het ziekenhuis eens had gezegd dat het ergste niet de prik was geweest, maar dat hun moeder tegen de arts sprak alsof Merel er niet zat. Ze had dat toen een grappige opmerking gevonden. Ze wist niet meer wat zijzelf had gedaan behalve lachen.
Toen de deur weer openging, was het bijna vijf uur. Merel kwam als eerste. Haar gezicht was rood, haar haar zat opnieuw achter haar oren, slordiger dan bij binnenkomst. Ze hield haar eigen papiertje vast. Ellen bleef bij de deur naar de gang staan, zodat ze niet onbedoeld een nieuw gesprek in de wachtruimte begonnen.
'Ik heb het verteld,' zei Merel.
Hester stond op. 'Wil je hier nog iets?'
'Ik wil die sleutel terug. En even lopen.' Ze keek naar Ellen. 'Mijn zus mag de praktische dingen wel horen. Wat we daarover afspraken.'
Ze gingen met z'n drieën terug naar een kleine spreekkamer, niet om Merels verklaring over te doen. Ellen vroeg of het duidelijk was wat zij mocht delen. Merel zei dat ze geen vragen over de inhoud wilde beantwoorden waar Hester bij was; ze zou thuis zelf vertellen wat ze wilde. Hester ging zitten zonder haar map op tafel te leggen.
Ellen legde uit hoe het contact verder zou lopen. Er konden aanvullende vragen komen. Merel moest niet proberen met anderen een gezamenlijk verhaal te maken en hoefde telefoontjes van betrokkenen niet aan te nemen. Berichten kon ze bewaren. Als er druk werd uitgeoefend, wilde Ellen dat weten. Bij direct gevaar moesten ze de hulpdiensten bellen en niet wachten tot zij persoonlijk bereikbaar was.
'Ik zie mijn moeder voorlopig niet alleen,' zei Merel. 'Dat had ik zelf al bedacht.'
'Dat is een verstandige grens. Als u besluit haar niet te spreken, hoeft u dat niet uit te leggen in een ontmoeting.'
Hester vroeg of de kleine bijeenkomst nog verantwoord was. Ze gaf de bezetting, de afgesloten bovenruimte voor publiek, de aangepaste tijden. Ze wilde geen stempel veilig van de politie, maar ook niet doen alsof het niets met de nieuwe verklaring te maken had. Ellen liet haar uitspreken en stelde een paar feitelijke vragen: wie er de leiding had, of Marjan een functie had en of er actuele bedreigingen waren doorgegeven.
'Ze heeft geen rol in het programma,' zei Hester. 'Ze heeft wel lang overal een rol gehad. Bekenden laten haar gemakkelijk doorlopen.'
'Zorg dat het voor uw medewerkers niet onduidelijk is wie bevoegd is. Als er een concrete dreiging bijkomt, melden. Ik kan dit evenement niet namens u beoordelen of beveiligen.'
'En nu?' vroeg Merel. Ze bedoelde niet het evenement. Ze keek Ellen strak aan. 'Gaan jullie naar haar toe?'
'We ondernemen stappen in het onderzoek. Over gesprekken met andere mensen kan ik u geen planning geven. Dat betekent niet dat uw verklaring blijft liggen.'
Merel kneep het papiertje tussen haar vingers. 'Ik wil niet dat ze eerst nog even met mij gaat praten om het goed te maken.'
'Dan spreekt u haar niet alleen. U mag ook helemaal niet reageren. Als zij u benadert en u ervaart dat als druk, neem contact op.'
Hester had graag een besluit gehoord dat de rest van de avond voor hen regelde. Een arrestatie, een bevel, iets dat hun moeder uit het gewone leven haalde en daarmee ook uit hun telefoons. Ze begreep waarom Ellen die zekerheid niet kon geven. Het maakte de wereld buiten de kamer niet minder onbehaaglijk.
Toen ze opstonden, vroeg Merel nog of haar herinnering minder waard was omdat ze zo lang had gewacht. Ellen gaf geen geruststelling die op een uitslag leek. Ze zei dat het tijdsverloop en de omstandigheden deel van de beoordeling waren, en dat daarom zo precies mogelijk moest worden vastgelegd wat Merel zelf had waargenomen en wat ze later had gehoord. Ze had gedaan waarvoor ze was gekomen. Hester zag dat haar zus dat laatste wel kon aannemen.
Buiten kreeg Merel de sleutel terug. Ze stak hem meteen in haar jaszak en begon te lopen. Hester liep mee tot ze bij een bankje aan het water waren. Op het voetpad stond een hond zo aandachtig aan een grasspriet te ruiken dat de eigenaar zijn andere hand gebruikte om berichten te typen. Merel ging zitten, Hester bleef even staan tot haar zus naast zich klopte.
'Ze heeft me laten uitpraten,' zei Merel. 'Daarna kwamen de vragen. Sommige wist ik niet. Hoe laat het was. Ik zei dat ik dat niet kon zeggen. Ze heeft het gewoon opgeschreven.'
'Dat lijkt me goed.'
'Ik dacht steeds dat ik iets moest leveren dat alles zou oplossen. Als ik haar naam maar durfde te zeggen, moest ik de rest ook weten.' Ze trok de rits van haar tas open en weer dicht. 'Ik weet niet of ik opgelucht ben. Ik ben vooral kwaad dat het nu vandaag kon. Dat ik dit al die tijd had kunnen doen.'
Hester had kunnen zeggen dat ze het als negentienjarige niet had gekund, dat de jaren ertussen echt bestonden, dat hun moeder haar niet zomaar had laten gaan. Het was allemaal waar, en Merel had nu geen verdediger nodig die zelfs haar boosheid op zichzelf overnam. 'Wil je dat ik bij je blijf tot Bram er is?' vroeg ze.
'Ja. Maar ik bel hem zelf.'
Ze stapten later niet samen in een auto. Bram kwam van de andere kant van de brug aanlopen en begroette Hester met een knik. Hij vroeg Merel of ze wilde rijden of lopen. Ze koos lopen, een stuk tenminste, en gaf hem de autosleutel. Hester keek hoe hij die aannam zonder te doen alsof hij meteen begreep wat die keuze betekende.
Bij het afscheid omhelsde Merel haar kort. 'Zeg mam niet waar ik vanavond ben.'
'Dat doe ik niet.'
Hester wachtte niet tot de twee helemaal verdwenen waren. Ze ging de andere kant op, naar de Nieuwstraat. Onderweg stuurde ze Fleur dat het gesprek had plaatsgevonden en dat ze de afgesproken grenzen voor morgen definitief wilde bevestigen. Geen namen van getuigen, geen conclusie. In haar studio zette ze de verwarming aan, trok haar schoenen uit en belde Finn terug. Het brandertje was inmiddels schoon, zei hij. Hij had vooral willen weten of zij nog iets at.