Hoofdstuk 10 · 10 minuten lezen
De verkeerde schuld
Fleur had Ruben gevraagd het overzicht van de leveringen nog even op te halen. Hester wist dat pas toen hij om kwart over drie de foyer binnenkwam en zei dat hij er nu toch langs moest. Ze pakte de twee vellen van de balie en zag achter hem Daan verschijnen, met een kleine microfoonstandaard onder zijn arm. Ze had hem gevraagd die voorlopig niet te brengen. Kennelijk was voorlopig voor hem geen afspraak geweest.
'Dan is hij er maar,' zei Daan. 'Op school staat hij alleen in de weg.'
'Zet hem bij de andere spullen. Niet boven.'
'Dat was ik niet van plan.'
Hij liep naar de zijgang. Ruben bekeek de lijst en wees op een fout in het adres voor de leverancier van de panelen. Hester verbeterde het met de hand. Hij vroeg of ze een foto van de correctie wilde maken voor haar eigen administratie.
'Ik stuur de nieuwe versie straks.'
'Goed. Anders heeft één iemand weer het oude blad.'
Ze kende die vanzelfsprekende samenwerking nauwelijks meer uit hun verleden. Toen waren ze goed geweest in laat naar bed gaan en plannen maken die ze beiden te groot noemden om er niet aan te hoeven beginnen. Nu konden ze een leveringsfout oplossen. Het was een vreemde, bescheiden verbetering.
Daan kwam terug uit de gang en bleef bij de deur staan. Hij keek naar de papieren in Rubens hand.
'Dat contactblad van Tessa,' begon hij.
Ruben legde het overzicht op de balie. 'Wat is daarmee?'
'Ik hoorde dat jullie ermee bezig zijn.'
'Wij? Ik heb geen contactblad gezien.'
Daan keek naar Hester. Ze zei dat ze met Tessa naar materiaal had gekeken en dat Tessa zelf over het gebruik ging. Er was een beeld van de tuin en het pad. Ruben vroeg of hij daarop stond. Hester bevestigde het, met de kanttekening dat het geen exacte tijd bewees.
'Dat vraagt niemand,' zei Ruben.
Ze hield haar mond. Hij draaide zich naar Daan.
'Waarom ga je niet gewoon zeggen dat je mij zag? Je hoeft er geen foto bij te hebben.'
'Ik heb niet gezegd dat ik je niet zag.'
'Nee. Je zegt heel zorgvuldig niets.'
Een paar tellen lang leek Daan terug te willen naar de berging, maar hij bleef. Hij zette zijn tas naast de balie. Hester dacht dat dat een begin was. Vervolgens zei hij dat iedereen door die ruzie iets over Ruben had gedacht. Dat was geen begin, alleen een groep om achter te schuilen.
'Ik heb geen ruzie met jou gehad,' zei Ruben. 'Niet die avond. Brecht en ik waren kwaad op elkaar. Ik ging weg. Jij stond buiten. Dat zijn geen ingewikkelde zinnen.'
'Voor jou niet.'
'Wat maakte ze voor jou ingewikkeld?'
Daan trok de rits van zijn tas open en dicht. Hij keek niet op toen hij antwoordde.
'Zij lag daar. Dat maakt dingen ingewikkeld.'
'Dat maakte het voor iedereen erg. Het gaf je niet het recht om mij ernaast te zetten.'
Hester zag dat Daan zijn mond opende en sloot. Ze kende de impuls om het gesprek te vertalen. Ruben bedoelde dit, Daan was verdrietig geweest, ze konden toch erkennen dat. Ze pakte in plaats daarvan het papier van de balie zodat het niet tussen hen in lag. Het was een overbodige handeling, maar ze bleef tenminste uit hun zinnen.
Robin kwam uit de zaal. Ze had de rol van gisteren vervangen door een plat houten raam en vroeg waar de schroeven voor de ophanglatten lagen. Niemand antwoordde. Ze keek van Daan naar Ruben en zette het raam tegen haar been.
'Ik kan terugkomen.'
'Nee,' zei Daan. 'We moeten dit misschien juist met jou—'
'Nee.' Ze onderbrak hem voordat zijn voorstel af was. 'Ik moet twee lijsten maken en daarna naar huis. Ik ga niet kiezen wie hier het meeste verdriet had.'
'Dat bedoelde ik niet.'
'Ik weet niet wat je bedoelt. Maar als je iets weet over wat je zag, kun je dat tegen de politie vertellen. Of tegen Ruben. Ik hoef daar niet tussen te staan.'
Ze keek niet naar Hester voor steun. Hester wees haar de berging aan en zei waar de doos met montagebenodigdheden stond. Robin bedankte haar en liep door. Daan keek haar na met een gekwetst gezicht dat Hester niet bij hem wilde vergoelijken. Hij was de volwassene geweest toen zij twee was; nu hoefde zij zijn pijn niet te beheren.
'Je wilde iemand de schuld geven,' zei Ruben.
Daan keek op. 'Je weet niet wat ik wilde.'
'Nee. Daarom vraag ik het.'
'Dat was geen vraag.'
'Dan maak ik er een vraag van. Wilde je dat het mijn schuld was?'
Hester hoorde buiten een brommer optrekken. Daan trok zijn tas over zijn schouder. Hij zag er opeens uit als iemand die een trein had gemist en de volgende ook niet wilde halen.
'Ik kan dit nu niet,' zei hij.
'Dat heb je tweeëntwintig jaar heel goed kunnen volhouden.'
Daan liep langs hem naar buiten. Hij raakte Ruben niet aan, zelfs niet met de tas. De deur sloot met het gebruikelijke pneumatische geruis. Ruben bleef naar de plek kijken waar Daan had gestaan. Hester wachtte even voordat ze zei dat het haar speet.
'Wat precies?' vroeg hij.
Ze had niet bedoeld de grote zin hier te laten vallen. Er waren mensen in de gang, Fleur zat in de keuken te bellen. Haar eigen correctie zou geen tussenzin na Daans vertrek moeten zijn, maar dat was opnieuw een praktische reden om een lastig moment te verplaatsen.
'Dat ik hier toen ook aan heb meegewerkt. Ik moet je iets uitleggen. Niet iets dat je moet geloven omdat ik het zeg.'
Voordat ze verder kon gaan, kwam Jasper de trap af. Hij had hun gesprek blijkbaar niet hoeven horen om te weten waar de spanning vandaan kwam. Hij keek naar de voordeur en vroeg waar Daan heen was.
'Weg,' zei Ruben.
'Dat was te merken.'
Jasper bleef bij de onderste trede staan. Hij had een map onder zijn arm en de sleutel van het kantoor aan een vinger. Hester vroeg hem of hij iets van de leveringslijst wilde weten. Hij zei dat de lijst hem weinig kon schelen zolang ze geen ruzie op zijn vloer maakten.
'Er werd gewoon gepraat,' zei Hester.
'Iedereen hoort dat praten van jullie tot in de keuken.'
Dat was niet waar; ze hadden hun stemmen niet verheven. Ruben pakte de lijst en vouwde hem dubbel. Hester zag zijn kaak bewegen.
'Ik kom woensdag terug voor de levering,' zei hij. 'Dan verwacht ik wel dat het adres klopt.'
'Of je komt gewoon niet,' zei Jasper.
Ruben draaide zich om. 'Wat zeg je?'
'Dat dit vrijwillig is. Jij hoeft hier niet rond te lopen als je alleen komt om oude rekeningen te innen.'
'Ik kom omdat Fleur iets gevraagd heeft.'
'Fleur is niet de eigenaar.'
'We huren de ruimte namens de stichting,' zei Hester. 'We hebben afgesproken wie hier werkt.'
Jasper keek haar kort aan en liet de sleutel uit zijn vinger in zijn hand vallen. 'Ik praat met Ruben.'
'Dan doe je dat zonder mijn afspraken ongeldig te verklaren.'
Ruben stak zijn hand op, niet naar haar maar tussen hen in. 'Laat maar. Wat wil je, Jasper?'
'Dat je ophoudt mensen af te schilderen alsof ze destijds iets hebben gedaan. Jij liep zelf ook niet bepaald rustig rond.'
'Ik heb gezegd dat Daan mij buiten zag.'
'En morgen weet iedereen dat hij daardoor verdacht is. En overmorgen ben ik aan de beurt. Ik weet ook nog dingen van jou. Hoe je tekeer kon gaan. Je zit nu toch bij zo'n woningorganisatie? Mensen hechten daar aan betrouwbaarheid.'
Hester legde haar pen neer. 'Jasper, stop.'
'Ik zeg alleen dat verhalen twee kanten op gaan.'
'Je koppelt zijn baan aan wat hij hier vertelt.'
'Doe niet zo dramatisch.'
Ruben liep naar hem toe. Niet helemaal; hij bleef op een armlengte staan. Hester ging niet ertussen staan alsof ze twee jongens uit elkaar moest halen. Ze zette alleen de deur van de zaal verder open, zodat de ruimte geen besloten hoek werd. Fleur kwam kijken, haar telefoon nog in de hand.
'Wat is er?'
'Vraag het aan je eigenaar,' zei Ruben.
Hij keek Jasper aan. 'Je mag mijn werkgever bellen. Dan kunnen ze precies horen wat je probeert. Ik ga niet voor jou een ander verhaal vertellen.'
Jasper bewoog zijn schouders naar achteren. 'Je moet het zelf weten.'
'Dat doe ik.'
Ruben liep naar buiten. Hester ging hem na, niet om hem terug te halen. Op de stoep bleef hij staan en haalde adem door zijn neus. Een man met een hond liep om hen heen.
'Heb je dit eerder van hem gehad?' vroeg ze.
'Van dit soort dingen? Toespelingen. Grapjes. Dit is de eerste keer over mijn werk.'
'Ik heb het gehoord. Ik ga de woorden noteren en melden bij Ellen.'
'Overleg niet namens mij.'
'Ik meld wat ik zelf hoorde. Jij beslist of je wilt reageren als zij belt.'
Hij keek haar een tijdje aan, waarna hij knikte. 'Dat is beter.'
Ze vroeg of ze later die avond met hem kon praten. Niet over Jasper. Over haar eigen verklaring. Ruben wilde weten of het kon wachten tot negen uur; hij had eerst een etentje met een collega die in de buurt was. Hester stemde toe. Haar schuld gaf haar geen voorrang in zijn agenda. Ze spraken af bij de kleine zaak aan het stationsplein waar hij nog iets kon drinken voor zijn trein.
Voor ze naar binnen ging, stuurde Hester Ruben het contactnummer op haar kaart. Ze voegde het meldkenmerk toe, zonder alvast te schrijven welke verklaring hij volgens haar moest geven. Zijn antwoord kwam meteen: ontvangen. Een woord was genoeg. Ze stopte de telefoon weg en ging terug naar de mensen die nog in het gebouw waren.
Door de ruit zag ze Robin het houten raam opnemen. Het ding was te breed om in één beweging de gang in te draaien. Robin zette het neer, schoof een krat opzij en probeerde opnieuw. Hester hield de voordeur open zodat ze niets hoefde te laten vallen om ruimte te maken.
Toen ze binnenkwam, stond Fleur tegenover Jasper. Ze zei dat hij geen bezoeker of medewerker hoefde te bedreigen om te bewijzen dat het zijn gebouw was. Jasper antwoordde dat ze allemaal veel te opgewonden waren. Hester onderbrak hem niet, haalde haar schrift en schreef de uitwisseling zo precies mogelijk op. Ze noteerde ook waar ze zelf had gestaan, wie ze had zien binnenkomen en dat ze niet wist wat Fleur van vóór dat moment had gehoord.
Robin kwam de foyer in met twee afgewerkte lijsten. Ze keek naar Jasper en zei dat ze haar spullen ging pakken. Hij ging niet opzij voor ze daarom vroeg. Toen deed hij het wel.
'Dit soort werk doe ik niet erbij,' zei ze tegen Fleur. 'Ik wil dat de afgesproken uren gewoon vaststaan.'
'Die staan vast,' zei Fleur.
Robin liep naar de straat. Hester belde het nummer op de kaart, gaf het meldkenmerk door en beschreef de opmerkingen over Rubens werkgever. Ellen was niet rechtstreeks beschikbaar. De medewerker legde het incident vast en vroeg of Ruben op dat moment veilig weg was. Hester bevestigde het. Er was geen aanraking geweest en niemand werd tegengehouden. Ze zei dat Ruben het meldkenmerk al had, zodat hij ook zelf contact kon opnemen.
Daarna mailde ze Fleur de feitelijke werkafspraak: iedereen die namens de stichting was ingepland moest zonder druk kunnen werken; een herhaling zou betekenen dat ze de betreffende activiteit stillegde en overlegde. Geen verwijt aan alle eigenaren, geen diagnose van Jaspers bedoeling. Fleur bevestigde het schriftelijk.
Het kostte nog een uur om de gewone werkdag af te sluiten. Hester telde de binnengekomen leveranciersbevestigingen en zette de keukenlijst klaar voor woensdag. Jasper kwam niet meer beneden. Toen ze haar laptop sloot, zag ze dat er een bericht van haar moeder stond. De aardappelen gingen om kwart voor zes op. Hester stopte het boek met de genoteerde woorden in haar tas en liep naar buiten. Voor die maaltijd had ze nu nog twaalf minuten.