Hoofdstuk 30 · 9 minuten lezen
Wat nog openstaat
Om acht uur stonden de etiketten voor de tentoonstelling nog in twee verschillende lettertypen. Dat was het eerste wat Tessa zag toen ze terugkwam om haar lamp op te halen. Hester had haar jas al aan om te vertrekken en trok hem weer uit. Achter in de zaal schroefde Jasper een haak los die voor een banner was bedoeld. De banner zou niet meer worden gebruikt. Ze hadden afgesproken dat hij alleen die bevestiging weghaalde; de rest van de opbouw was voor zaterdag.
'Niemand is dood gegaan aan twee lettertypen,' zei hij.
'Aan onverschilligheid wel,' zei Tessa. Daarna keek ze boos naar haar eigen handen. 'Laat maar. Dat was goedkoop.'
Jasper draaide de schroef in een leeg luciferdoosje. Hij gaf geen antwoord. Hester had de afgelopen dagen geleerd dat een terecht verwijt niet elke keer opnieuw uitgesproken hoefde te worden om terecht te blijven. Ze pakte de etiketten en legde ze op volgorde. Tessa zou de fout op haar eigen laptop herstellen en het bestand sturen. Er hoefde niemand voor te blijven.
In de foyer hoorde Hester Daan aankomen. Hij droeg een map die te klein was voor het papier erin. Eén hoek was omgevouwen. Ruben kwam achter hem binnen, hield de deur open met zijn voet en zei tegen Fleur dat hij zijn geleende meetlint kwam halen. Het leek even alsof ze alsnog allemaal voor een vergadering waren gekomen. Niemand had er een uitgeschreven.
Daan bleef bij de tafel staan. 'Ik kom dat formulier voor de kosten brengen. En ik wilde zeggen dat ze me weer hebben gebeld. Van de politie. Ik ga maandag.'
Hij keek daarbij naar Ruben. Ruben legde het meetlint niet neer. 'Dat moet je vooral doen.'
'Ik heb gezegd dat ik je op het pad zag.'
'Dat had je al gezegd.'
Daan trok aan de uitstekende hoek van zijn papier. Hester keek naar de plek waar de deurmat gekruld lag; ze wilde hem platduwen om iets met haar voet te kunnen doen. Het was niet haar taak om het antwoord van Ruben vriendelijker te maken. Daan had zelf besloten te spreken. Hij mocht ook zelf ervaren dat spreken niet hetzelfde was als ontvangen worden.
'Ik zeg het niet omdat je me moet bedanken,' zei Daan. 'Ik weet gewoon niet hoe ik er nog normaal met je over moet praten.'
'Misschien even niet normaal,' zei Ruben. 'Vertel daar wat je weet. En laat mij morgen die armaturen afmaken zonder naast me te blijven staan.'
Daan knikte. Hij vroeg Fleur waar hij de map moest laten en ging naar de foyer. De deur sloeg niet. Hij bleef er met zijn hand aan tot hij rustig in het slot viel. Het was een klein verschil met vroeger, toen elk vertrek een mededeling aan de rest was geweest.
Jasper kwam van de ladder. 'Ik heb ook contact gehad.' Hij sprak naar Hester, niet naar Ruben. 'Ze weten van die dingen die ik heb weggehaald. En dat ik niet meteen heb gebeld.'
'Goed,' zei Hester.
'Dat betekent niet dat alles wat zij vraagt dus klopt.' Hij keek naar de gang, waar Robin met twee lege lijsten langskwam. 'Ik heb niet boven staan kijken naar hun ruzie. Ik ga me niet laten vertellen dat ik dat wel heb gedaan.'
'Dat vraagt niemand van je,' zei Hester. 'Je vertelt wat jij hebt gedaan en gezien. Niet meer.'
'En niet minder,' zei Ruben.
Jasper hield de ladder nog vast. 'Nee. Dat snap ik.' Hij aarzelde en zette toen de ladder tegen de muur. 'Dat gedoe tegen jou, van de week. Dat was van mij. Ik ga niet doen alsof ik namens iemand sprak. Ik wilde dat je je mond hield omdat ik bang was dat ik anders zelf zou moeten praten.'
Ruben keek hem aan. Het duurde lang genoeg dat Hester dacht dat hij weg zou lopen. 'Je kunt het nog steeds laten om in deuropeningen te gaan staan als je iets van iemand wilt.'
Jasper stapte opzij, al stond hij nu niet voor een deur. Ruben liep langs hem, trok het stuk tape van het meetlint en legde het voor Hester op tafel. Daarna stak hij het meetlint in zijn jaszak. Hij zei dat hij morgen om halfnegen zou komen, tot twaalf uur, en vertrok. Jasper keek naar zijn luciferdoosje, schudde het en stak het in zijn broekzak.
Hester liep hem niet achterna toen hij even later ook ging. Ze noteerde alleen dat de ladder was achtergebleven en de haak weg was. Hij had voor een gesprek met de politie geen getuigschrift van de zaal nodig. Tessa nam haar lamp mee; Fleur bleef nog om een laatste ronde te doen. Buiten werd het donker. De ramen van de foyer veranderden in spiegelende vlakken waarin Hester niet kon zien wie er aan de overkant liep.
Robin kwam met haar jas over haar arm terug uit de gang. 'Oma wil zondag wel komen. Alleen niet als ze iets moet zeggen.'
'Dat hoeft ze niet,' zei Fleur.
'Ik heb gezegd dat ik haar ophaal. Maar als ze op het laatste moment niet wil, kom ik ook later. Dan blijf ik eerst even bij haar.'
Hester zette dat bij de planning zonder te vragen hoe laat later betekende. Ze had een tijdvak nodig voor de sleuteloverdracht, niet voor de rouw van Else. Robin zag de aantekening en zei dat ze zaterdag om elf uur zou komen om de kleine werken te hangen. Ze wilde eerst nog bij de drukker langs. Een deel van de nieuwe bijschriften kon gewoon op hun eigen printer, maar de dunne dragers voor de schetsen wilde ze niet improviseren.
'Ik ben dan boven niet bezig,' zei ze. 'Alle spullen liggen beneden in de berging. Ik heb die kast vandaag leeggehaald.'
'Mooi.' Hester pakte haar map met de instructies. 'Sanne houdt vanaf half twee de mensen bij de deur bij. Als je voor die tijd met materiaal ergens anders in het gebouw bent, zeg je mij of Amir waar. Dat geldt voor ons allemaal. Vooral als er nog iemand komt met werk dat we niet kennen.'
Robin trok haar jas aan. 'Je bedoelt je moeder.'
'Onder anderen. Ze zei vandaag dat ze nog iets had. Ik heb niet gezien wat. Nieuwe overdrachten gaan beneden en worden eerst aangekondigd.'
'Ze heeft me een bericht gestuurd.' Robin haalde haar telefoon uit haar zak en liet het zien. Marjan schreef dat ze misschien de oorspronkelijke kleine map had gevonden waaruit de blauwe schets kwam. Ze zou laten weten of er werkelijk nog werk van Brecht in zat. Daaronder stond: Ik wil dit graag netjes aan je geven, niet via een hele commissie.
Hester las het twee keer. Het was een verzoek om hen apart te zetten in een zin die precies redelijk genoeg was om er kinderachtig uit te zien als je bezwaar maakte. Ze dacht aan Ellen: concrete druk melden, directe dreiging serieus nemen. Dit was nog geen dreiging en ze mocht het ook niet achteloos laten passeren.
'Ik wil dat ze weet waar het gebeurt,' zei ze. 'Hier beneden, terwijl wij er ook zijn. Je hoeft voor iets wat al van jouw moeder is geen gunst terug te doen.'
Robin nam het toestel terug. 'Dat ga ik haar ook niet beloven.' Ze typte terwijl Hester wachtte, en las hardop voor: 'Als je werk van mijn moeder hebt, kun je het morgen bij de ontvangsttafel aan mij laten zien. Hester weet dat. Ik wil het graag samen met iemand bekijken en een ontvangstlijst maken.'
Ze stuurde het en stopte de telefoon in haar zak. 'Ik ga niet alleen boven kijken. Maar ik wil ook niet doen alsof ze door dat bericht iets kan bepalen over wat ik wel of niet aanneem.'
'Dat begrijp ik.' Hester wenste dat ze daar zekerder van was. Ze wilde Robin iedere ontmoeting verbieden en wist hoe gemakkelijk zo'n verbod dezelfde vorm kon aannemen als alle bescherming waar ze deze week tegen had gestreden. Ze kon zorgen dat mensen wisten waar Robin was, dat er iemand bij bleef en dat een redelijke afspraak ook echt werd gehandhaafd.
Fleur was bij de tafel komen staan. 'Als ze komt, haal ik jou erbij,' zei ze tegen Hester. 'En als jij bezig bent, blijft het op tafel tot je terug bent. Geen tussendoortje in een andere kamer.'
Robin knikte. 'Je mag dat ook tegen mij zeggen als ik te ongeduldig word. Ik wil die spullen gewoon graag zien.'
Dat verlangen begreep Hester beter dan haar eigen voorzichtigheid. Het ging niet om bewijs dat alles zou oplossen. Er kon een tweede vel in die map zitten waarop Brecht een fout had doorgestreept of een merkwaardige kleur had gekozen. Iets wat Robin nog niet kende van iemand die iedereen anders zich meende te herinneren.
Ze sloten samen af. Hester trok de achterdeur dicht en voelde aan de klink; Fleur controleerde de berging en zette de hoofdverlichting uit, op de lampen in de foyer na. Robin wachtte bij de straatdeur. Hester liep nog eenmaal naar de trap en verplaatste het gesloten-bord, zodat een gast er niet langs kon zonder het te zien.
'Ik heb het ook in mijn bericht aan haar gezet,' zei Fleur. 'Boven is niet toegankelijk.'
Ze liepen buiten elk een andere kant op. Hester ging naar haar studio, waar op de eettafel nog de twee mokken van de ochtend stonden. Ze waste ze af voordat ze op de bank ging zitten. Op haar telefoon stonden twee gemiste oproepen van haar moeder. Er was geen voicemail. Ze maakte een bericht: Ik ben vanavond niet beschikbaar. Afspraken over De Werf lopen via Fleur. Ze schrapte de zin die er vanzelf onder was gekomen, of er iets dringends was. Als er echt iets dringends was, kon Marjan dat schrijven.
Ze stuurde het en legde het toestel op het dressoir. Er volgde geen antwoord. Ze belde Merel niet om te vragen of die ook oproepen had gehad. Haar zus zou contact opnemen als ze dat wilde. In plaats daarvan trok ze haar slaapshirt aan, zette de wekker en zocht in haar tas naar haar oordopjes. Onderin lag het kleine vel met Robins maten voor de bijschriften. Ze streek de gevouwen hoek glad en legde het bij de deur, boven op de sleutel die ze morgenochtend nodig had.