Hoofdstuk 18 · 11 minuten lezen
Wie het moet horen
Merel wachtte niet op acht uur. Ze stond om kwart over zeven voor Hesters studio in de Nieuwstraat, met een tas groenten en een opgerold schort dat tussen de handvatten hing. Hester had net pasta in een steelpan gedaan. Ze zette het vuur laag en liet haar zus binnen.
'Je hebt een groep aangemaakt,' zei Merel.
'Nee. Ik heb een bericht aan iedereen gestuurd.'
'Er zit verschil tussen, dus dan is het goed?'
Hester haalde een tweede bord uit de kast. De studio had twee van alles en één stoel die lager was dan de andere. Ze gaf Merel de rechte stoel. Haar zus bleef staan.
'Ik wilde vertellen wat ik heb gezegd. Aan de mensen die het toen van mij hebben gehoord.'
'Over mij.'
'Over mijn leugen.'
Merel zette de tas op de grond. Een prei stak onder de tafel vandaan, met het groene deel in de richting van het raam. 'Je zegt het alsof het bij jouw administratie hoort. Iets wat jij verkeerd hebt ingevuld en nu mag verbeteren.'
Hester zette beide borden terug. 'Wil je dat ik niet ga?'
'Ik wil dat je begrijpt waarom ik boos ben zonder dat je me meteen een knop geeft waaraan ik mag draaien.'
In de pan schoof de pasta tegen het deksel. Hester draaide het vuur uit. Merel keek naar het fornuis, pakte vanzelf een onderzetter en trok haar hand weer terug voordat ze de pan aanraakte. Ze stond in een ruimte die van Hester was, al woonde Hester er maar een week, en misschien was zelfs dat een reden om niets te regelen.
'Ik had je eerst moeten bellen,' zei Hester.
'Ja. En ik had dan nog steeds niet mogen bepalen of jij de waarheid vertelt. Dat snap ik ook wel.'
Ze ging zitten. Hester zette de pan op tafel en legde er een lepel bij. Ze aten uit de pan, met borden die ze toch weer uit de kast had gehaald. De saus kwam uit een pot en de pasta was aan de zachte kant. Merel vroeg of Hester ooit voor zichzelf kookte wanneer niemand haar daarna kon beoordelen. Ze zei dat dit het antwoord was.
Na enkele happen schoof Merel haar bord weg. 'Ik wil er wel bij zijn. Maar ik ga niet naast je zitten alsof ik achter jouw verhaal sta. En ik wil niet dat jij uitlegt wat ik toen gevoeld heb.'
'Dat ga ik niet doen.'
'Je deed het maandag al. Je zei dat we jong waren. Ik weet heus hoe oud ik was.'
Hester herinnerde zich de zin en het gemak waarmee ze hem had gebruikt. Hun leeftijden waren altijd een zachte deken over de gebeurtenissen geweest, vooral wanneer zijzelf eronder wilde kruipen. Merel was negentien geweest, Hester tweeëntwintig. Ze waren jong geweest en ze hadden dingen gedaan die bleven.
Ze ruimden de tafel niet samen af. Hester liet Merel haar tas pakken en zette zelf de borden in de spoelbak. Ze liepen ieder met hun eigen sleutel in de hand de straat op. Bij De Werf brandde het licht in de foyer. Fleur stond bij de ingang met de nieuwe afdruk van één bijschrift. Ze wilde weten of de naam van Brecht op de juiste plek stond, maar vouwde het vel dicht toen ze Merel zag.
Tessa kwam uit de trein en had gevraagd telefonisch mee te luisteren. Daan zat aan de lange tafel, met zijn tas tussen zijn voeten. Jasper stond bij het raam. Hij deed alsof hij iemand verwachtte, tot Hester zag dat zijn bus recht voor de deur geparkeerd stond. Marjan zat aan de korte zijde, op de plaats waar Fleur maandag had gezeten.
'Dit had ook bij mij thuis gekund,' zei ze.
'Het gaat niet alleen over ons,' antwoordde Hester.
Marjan keek naar Merels tas. 'Je hebt die prei nog. Ik had gezegd dat ik soep zou maken.'
'Deze is voor morgen,' zei Merel. Ze zette de tas naast haar eigen stoel, aan de andere kant van de tafel.
Fleur legde haar telefoon neer. Tessa zei dat ze hen kon horen. Hester noemde wie er aanwezig waren, zodat Tessa dat ook wist, en vroeg of iemand bezwaar had tegen haar deelname. Niemand maakte bezwaar. Robin had aangegeven dat ze niet zou komen. Hester mocht haar rechtstreeks zeggen wat zij te zeggen had; Robin wilde geen toeschouwer zijn bij een familiebesluit. Ruben had dezelfde vrijheid genomen om weg te blijven. Hun lege stoelen werden niet neergezet.
Hester bleef staan omdat ze dacht dat zitten haar stem te zacht zou maken. Na de eerste zin ging ze toch zitten. Dit was geen programmaonderdeel waarvoor zij een zaal moest bereiken.
'Toen Brecht viel, heb ik gezegd dat Merel bij mij in de keuken was. Dat heeft zij mij niet gevraagd. Ik heb het zelf gezegd. Het was niet waar. Ik was in de keuken. Merel kwam pas binnen nadat ik de klap had gehoord.'
Marjan opende haar mond. Hester keek haar aan. 'Laat me uitspreken.'
Haar moeder leunde achterover. Ze bracht haar handen bijeen op tafel, een houding die in vergaderingen betekende dat zij anderen hun gang liet gaan.
'Ik heb de val niet gezien,' ging Hester verder. 'Ik weet niet waar Merel daarvoor precies was. Ik heb er iets van gemaakt dat haar buiten de vragen hield. Daarna heb ik het niet hersteld. Gisteren heb ik dit aan de politie verteld. Ruben weet het ook. Ik wil dat jullie niet langer mijn oude verklaring gebruiken als iets wat ik heb gezien.'
Jasper keek naar Merel. Zij verschoof haar stoel een stukje zodat ze hem niet tegenover zich had.
'Hoe laat kwam ze binnen?' vroeg hij.
'Dat weet ik niet op de minuut.'
'Maar je weet wel ineens dat het erna was.'
'Dat wist ik toen al. Daarover heb ik gelogen.'
Tessa zei door de telefoon: 'Heb je dit ook opgeschreven?'
'Ja. Ik stuur dezelfde feiten afzonderlijk, zonder verslag van dit gesprek. Het is geen gezamenlijk standpunt.'
'Goed.'
Daan boog zich voorover, alsof hij iets zou zeggen. Marjan was hem voor. 'Je zus was overstuur. Jij was overstuur. Het is niet vreemd dat gebeurtenissen door elkaar lopen als er zoiets gebeurt.'
'Ze lopen niet door elkaar,' zei Hester. 'Dat is juist wat ik wil corrigeren.'
'Je hoeft jezelf niet meteen als leugenaar neer te zetten.'
'Wat zou jij het noemen?'
Marjan keek naar de telefoon en daarna naar Fleur. 'Ik zou het een onhandige manier noemen om iemand te beschermen die op dat moment bescherming nodig had.'
Merel zette beide voeten plat op de vloer. 'Je kunt mij ook gewoon aankijken als je het over mij hebt.'
'Ik kijk je toch aan, lieverd.'
'Nu.'
Fleur legde het dichtgevouwen bijschrift op haar schoot. 'Als dit naar buiten komt, wil ik geen namen rondsturen voordat iemand ernaar heeft kunnen kijken.'
'Dit gaat niet naar buiten,' zei Hester. 'Niet van mij. Ik corrigeer wat ik rechtstreeks heb gezegd.'
'Maar als iemand een screenshot maakt?'
'Dan blijft dit mijn eigen correctie. Er staat geen conclusie over een ander in.'
Ze begreep de vraag van Fleur. Ze begreep ook hoe zo'n begrijpelijke vraag het vertellen weer een week kon uitstellen, eerst een formulering, dan juridisch advies, vervolgens overleg over de gevolgen. Ze had geen publicatie beloofd. Wat zij tegenover deze mensen moest zeggen, kon niet wachten tot elke betrokkene wist hoe hij het graag wilde ontvangen.
Jasper vroeg of het betekende dat Merel toen boven was geweest. Merel antwoordde voordat Hester kon spreken.
'Dat betekent dat je één verklaring niet meer kunt gebruiken. Hester zegt niet waar ik was. Daarover praat ik zelf als ik dat wil.'
'Ik vraag het toch aan jou.'
'Nee. Je keek naar haar.'
Hij legde zijn handen open op tafel. 'Ik probeer te begrijpen wat hier gebeurt.'
'Dat geldt voor ons allemaal,' zei Daan.
Marjan glimlachte naar hem. 'Fijn dat jij dat ook zegt.'
Daan keek naar de tafelrand. 'Ik bedoelde niet wat jij denkt.'
Het werd even rommelig. Fleur vroeg of er iets anders op de agenda stond, Tessa kon haar niet verstaan en Jasper draaide zijn telefoon met het scherm naar beneden toen er een bericht binnenkwam, zonder het te lezen. Hester had de groep kunnen terughalen zoals ze bezoekers terughaalde van een buffet. Ze deed het niet. Er was geen agenda, en hun ongemak hoefde niet door haar handig opgelost.
Tessa moest haar aansluiting halen. Ze zei dat ze Hesters tekst zou lezen en die niet zou doorsturen zonder het te vragen. Hester bedankte haar. Fleur beëindigde het gesprek en stak haar telefoon in haar zak. Daan zei tegen Merel dat hij morgen zelf met de politie sprak. Zij knikte, zonder te vragen wat hij ging vertellen.
Marjan stond op. 'Ik zou graag even met mijn dochters alleen zijn.'
'Ik ga naar huis,' zei Merel.
'Daarom vraag ik het nu.'
'En ik zeg dat ik ga.'
Hester bleef zitten. Merel pakte haar tas en groette Fleur, Daan en Jasper ieder bij naam. Ze zei tegen Hester dat ze morgen bereikbaar was na de lunch. Het klonk zakelijker dan zij onderling ooit hadden gesproken. Hester zei dat ze dat zou onthouden en liet haar gaan.
Marjan bleef bij de stoel staan. 'Je laat haar zo weglopen.'
'Ze heeft zelf een voordeur.'
'Wat een onaardige opmerking.'
Fleur ging afwassen in de keuken, al stonden er alleen enkele glazen. Daan trok zijn jas aan en vroeg of Jasper zijn bus een stukje kon verplaatsen omdat zijn fiets erachter stond. Jasper zuchtte, zocht zijn sleutel en liep mee. Zij kozen allemaal iets om te doen. Hester voelde geen behoefte hen terug te roepen als getuigen.
'Je hebt je tante ook alweer ongerust gemaakt,' zei Marjan toen de deur dicht was. 'Die belde mij vanmiddag.'
'Ik heb haar niet gebeld.'
'Nee, maar er praten mensen. En dan komt het bij mij.'
Hester zette de stoelen onder de tafel. Ze wilde haar handen bezighouden, merkte dat en liet de laatste staan. 'Ik ga niet mijn verklaring veranderen omdat iemand ongerust wordt.'
'Je verklaring. Je hoort jezelf toch? We zijn je familie.'
'Ja.'
Marjan pakte haar tas, een leren model dat Hester vijf jaar geleden voor haar had uitgezocht. Ze streek over het handvat. 'Als jij vindt dat ik jou steeds tegenwerk, moet je het praktische dan ook maar zelf doen. De oude affiches, de houten sokkels die ik je had aangeboden. Ik ga niet blijven klaarstaan om als beklaagde behandeld te worden.'
Hester dacht aan het overzicht dat zij maandag had gemaakt. De affiches van Marjan waren een aanvulling geweest, geen werk van Brecht waarvoor ze toestemming nodig had. De sokkels moesten in de lege hoek komen. Ze had ze nog niet opgehaald. Ze kon dus nog kiezen wat er zonder die spullen overbleef.
'Dan gebruiken we die niet,' zei ze.
'Dat heb ik niet gezegd.'
'Je wilt ze niet uitlenen.'
'Ik wil niet dat mijn hulp blijkbaar overal verkeerd wordt uitgelegd.'
Hester keek haar moeder aan. Vroeger zou ze hebben gezegd dat niemand dat bedoelde, en vervolgens hebben gevraagd hoe laat ze de spullen mocht komen halen. De lege hoek leek op dit moment goedkoper dan dat gesprek.
'Ik laat die hoek leeg. Je hoeft niets klaar te zetten.'
Marjan deed haar jas dicht. 'Je zult nog merken hoeveel mensen zich nu belangrijk voelen en straks nergens zijn.'
Hester liet haar naar de deur lopen. Ze vroeg niet of ze veilig thuiskwam; haar moeder was met de auto en woonde drie straten verder. Ze zei alleen gedag. Marjan draaide zich om alsof er nog een ander slot bij de avond hoorde, maar toen Hester niets toevoegde, ging ze naar buiten.
Fleur kwam uit de keuken met een dienblad. 'Ik kan je niet betalen voor dit uur,' zei ze.
'Dat hoeft ook niet.'
'Ik weet niet meer waar jouw opdracht ophoudt.'
'Ik zet morgen op papier welk werk ik nog doe en wat ik niet als opdracht beschouw. Jij kunt dat bevestigen of niet.'
Fleur knikte vermoeid. Ze vroeg of Hester haar naar de deur wilde begeleiden; ze had haar fiets buiten staan en geen zin meer in een laatste gesprek op de stoep. Hester deed het. Toen ze de hal afsloot, zag ze door het raam dat Fleur weer naast haar fiets stond en op het knopje van haar lamp drukte. Het licht bleef uit.
In de studio stond de pan nog op tafel. Hester liet hem staan en opende het overzicht van de materialen. Voor twee extra sokkels moest zij morgen een andere leverancier bellen. De rekening zou bij Fleur terechtkomen. Zij verwijderde de sokkels uit de opstelling, zette de vrijgekomen ruimte op de plattegrond en stuurde Fleur de wijziging. Daarna spoelde ze de aangekoekte pasta los onder warm water.