Hoofdstuk 6 · 10 minuten lezen
Robin
'Boon,' zei ze. 'Robin Boon. Brecht was mijn moeder.'
Hester had de naam inmiddels zelf kunnen aanvullen, maar het maakte uit dat Robin het uitsprak. Geen verhaal dat via Daan bij haar werd neergelegd, geen uitleg van Fleur. Een jonge vrouw tegenover haar, met rode verf op de rand van haar schoenzool en een horloge dat te groot om haar pols zat.
'Ik heb jou gekend toen je klein was,' zei Hester.
'Dat heeft Fleur gezegd.'
'Ik weet niet of je…'
'Nee. Ik weet niets meer van haar. Ik was twee. Als iemand zegt dat ik vast nog een gevoel moet hebben bij dit gebouw, moet ik altijd bedenken hoe ik daar beleefd op antwoord.'
Hester knikte en liet haar onafgemaakte vraag liggen. Ze had Robin een keer een mandarijn zien pellen, herinnerde ze zich. Een kind met een heel rood gezicht dat kwaad was omdat de vrucht uit elkaar viel. Het was een echte herinnering, maar geen die ze als cadeau aan Robin kon overhandigen. Er zat nauwelijks Brecht in, alleen Hesters eigen positie in de keuken van toen.
'Jij hebt de uitnodigingen gemaakt.'
'Ja. Alle acht. En vanmorgen gebracht.'
'Ook die voor je moeder.'
'Ja.' Robin pakte haar jas van de leuning en legde hem op haar schoot. 'Daar moet ik niet moeilijk over doen. Ik heb gewild dat jullie hem zagen. Ik heb zelfs nagedacht over welk papier mensen niet meteen weggooien.'
'Wat wilde je dat we deden?'
'Niet doen alsof ze alleen maar deel van een succesvol project was. Ik hoorde dat er een terugkomdag kwam en dat mijn oma was uitgenodigd. Niemand had gevraagd of ik iets wilde laten zien. Ik krijg een betaalde klus om panelen recht te hangen en dan kan iedereen de rest zelf vertellen.'
'Je had mij kunnen benaderen.'
'Ik kende jou niet. Fleur heeft me pas verteld wie de productie deed toen ik al bezig was.'
Hester keek naar de enveloppen. De vraag op het kaartje leek uit deze mond minder geraffineerd dan op het papier. Niet onschuldig: Robin had precies geweten dat de naam van een dode iets met een ruimte kon doen. Maar er was geen onzichtbare afzender meer die elk antwoord kon overheersen.
'Ik vind het geen goede manier,' zei Hester.
'Dat hoef je niet te vinden.'
'Ik moet wel weten of er zondag nog iets komt wat niet in het programma staat. Geen teksten onder stoelen, geen mensen die onverwacht een vraag krijgen vanaf het podium.'
Robin keek verontwaardigd. 'Ik ga jullie toch niet filmen voor internet?'
'Dat heb ik niet gezegd.'
'Je denkt wel meteen aan dingen waar ik niet op gekomen ben.'
Dat was terecht. Hester vouwde haar handen op tafel. 'Dan vraag ik het eenvoudiger. Heb je nog iets voorbereid?'
'Nee. Die enveloppen. Verder niets.'
'En Fleur wist ervan.'
'Zij gaf me de adressen zodat ik iedereen kon bereiken. Ik heb uiteindelijk gekozen voor één pakket, hier. Ze wist dat ik een extra uitnodiging maakte. Ze heeft de vraag niet gezien.'
'Ze wist voor wie.'
'Ja.'
Fleur had voor hen allemaal staan uitleggen dat het bestuur nergens van wist. Dat kon formeel juist zijn en toch een keuze. Hester schreef het niet op, maar wist dat ze later naar haar notitieboek zou grijpen om deze zin zorgvuldig terug te halen.
'Waarom heb je Daan nodig?'
Robin streek met haar duim over de naad van haar jas. 'Ik heb hem een paar maanden geleden gesproken. Hij had mijn oma iets verteld. Niet genoeg. Maar wel dat hij Ruben buiten had gezien. Niet boven, waar iedereen het over leek te hebben.'
'Daan was de partner van je moeder.'
'Dat weet ik. Hij is niet mijn vader, als je dat bedoelt.'
'Nee. Ik bedoel dat hij een moeilijke verhouding met Else heeft.'
'Met mij ook. Hij was er een tijd. Daarna steeds minder. Daar bestaan allemaal redenen voor, en sommige zijn vast redelijk. Met die redenen was ik als kind niet geholpen.'
Ze stopte. Hester hoorde de koelkast aanslaan. In de zaal ruimde Fleur de bekers op. Ze schoof ze hoorbaar in elkaar; er brak niets. Het gewone geluid gaf Hester ruimte om niet snel te reageren.
'Wat heeft hij precies gezegd?'
'Dat hij had gezien dat Ruben het terrein verliet. En dat hij dat destijds niet duidelijk genoeg had gemaakt.'
'Tegen de politie?'
'Dat zei hij niet zo. Hij begon over ruzies en dat iedereen door elkaar praatte. Ik vroeg of hij Ruben had gezien. Toen zei hij ja. Daarna moest hij ineens naar huis.'
'Dus je dacht dat we iets verborgen.'
'Ik dacht dat er verschil was tussen wat jullie vertellen en wat jullie weten.'
Dat was geen ingewikkelde beschuldiging. Hester kon er evenmin onderuit door te zeggen dat herinneringen na zo veel jaren onbetrouwbaar werden. Haar eigen herinnering was het probleem niet. Ze legde de uitnodiging voor Brecht recht en zag dat Robin haar hand volgde.
Robin streek haar jas over haar knieën glad. 'Mijn oma heeft ook nog een brief. Van mijn moeder. Ze heeft hem geschreven toen ze hier weg wilde. Geen verklaring over hoe ze is doodgegaan. Dat doet iedereen alsof er een bestaat: dat je één vel moet vinden en dan weet je alles.'
'Wat staat erin?'
'Dat ze het werk zat was. Dat haar naam er niet bij stond en dat ze haar ontwerpen wilde meenemen. Dat ze moe was van Marjan.'
Hester had tot dat moment vooral naar de tafel gekeken. Nu zag ze hoe jong Robin was, en hoe weinig dat haar woorden kleiner maakte. Ze had zichzelf voorbereid op boosheid, op de vraag of ze Brecht hadden gemist. Niet op haar eigen moeder als een gewone naam in iemand anders' werkconflict.
'Ik zou hem moeten lezen,' zei ze.
'Misschien. Maar niet omdat jij de bijeenkomst regelt.'
'Daar heb je gelijk in.'
'Het is ook niet mijn brief. Oma heeft hem bewaard. Ze weet dat ik jullie wilde benaderen. Niet van die uitnodigingen. Daar is ze kwaad over.'
Hester begon te vragen of Else bang was voor wat er los zou komen en hield op. Ze kende Else nauwelijks meer. Ze hoefde haar bezwaren niet onmiddellijk in angst te veranderen om Robins plan begrijpelijk te maken.
'Kan ik haar morgen bellen?'
'Ik zal het vragen. Woensdagochtend kan ik met je meegaan, als ze dat wil. Morgen ben ik een deel van de dag aan het werk.'
'Wat voor werk?'
'Wanden zetten in een kleine tentoonstellingsruimte. Ze hebben iemand nodig die ook de verfrol pakt en niet alleen zegt dat de kleur niet klopt.' Voor het eerst glimlachte ze een beetje. 'Hier trouwens ook.'
Hester zag het prijskaartje van de avond anders worden. Robin had niet tweeëntwintig jaar zitten wachten op mensen die haar jeugd zouden repareren. Ze had een opleiding, klussen, rekeningen; ze had moeite moeten doen om dit in haar week te krijgen. Dat maakte haar methode niet juist, wel haar aanwezigheid minder gemakkelijk af te doen.
'Ik kan je geen antwoord geven over hoe je moeder is gevallen,' zei Hester.
'Wat kun je wel?'
Ze kon haar vertellen dat Merel niet bij haar was geweest. Het lag klaar, een zin die ze al kende en die toch leek te groot voor deze keuken. Als ze het hier zei, koos ze opnieuw een plek en een persoon en een moment zonder haar zus. Maar zwijgen was evenmin neutraal geworden doordat Merel daar bezwaar tegen kon hebben.
'Ik heb destijds een verklaring gegeven die niet klopte.'
Robin liet haar jas los.
'Over Ruben?'
'Niet rechtstreeks. Over waar mijn zus was. Ik zei dat ze in de keuken bij me was toen Brecht viel. Ze kwam pas daarna binnen.'
Ze had de zin gezegd. Er klonk geen deur die openvloog, geen protest vanuit de gang. Robin keek haar alleen aan met zo'n aandacht dat Hester haar handen niet van tafel durfde te halen. Daarna bewoog ze ze toch. Ze legde ze op haar bovenbenen.
'Waarom?'
'Ze was overstuur. Ik wilde haar beschermen.'
'Waartegen?'
'Ik wist het niet. Ik dacht dat ze misschien iets had gedaan. Ik heb niets gezien. Ik zag alleen dat ze huilde.'
'Je dacht dat ze mijn moeder…'
'Ik wist niets. Dat is het enige wat ik daar eerlijk over kan zeggen. Ik heb iets beweerd waarvan ik wist dat het onwaar was.'
Robin stond op en ging bij het aanrecht staan. Hester liet haar. Er was geen zin die dit beter kon laten klinken zonder het onjuister te maken. Ze hoorde in de zaal een stoel schuiven en wenste dat Fleur niet zo dichtbij was. Toen besefte ze hoe snel haar aandacht alweer naar de verspreiding van het verhaal ging.
'Ik wil niet dat jij Merel gaat ondervragen,' zei ze.
Robin draaide zich om. 'Je vertelt me dat je gelogen hebt en de volgende zin is een instructie.'
'Ja. Dat klopt. Sorry.'
'Ik ga je zus niet in een hoek zetten. Maar jij kunt nu niet zeggen dat ik maar rustig moet wachten tot jullie een goede formulering hebben gevonden.'
'Dat wil ik ook niet.'
'Wat dan wel?'
Hester pakte haar telefoon, legde hem nog vergrendeld op tafel en zei dat ze de politie moesten benaderen. Niet via een openbare bijeenkomst; niet zodat Robin bewijs kon verzamelen waar Hester haar goedkeuring aan gaf. Ze kon haar eigen verklaring corrigeren. Robin kon vertellen waarom ze vragen stelde. De politie moest beoordelen wat daar nog mee kon.
'Denk je dat ze luisteren?'
'Dat weet ik niet. Ik wil in elk geval niet namens hen beloven dat ze niets kunnen of dat ze alles gaan oplossen.'
Robin ging weer zitten. Ze vroeg of haar oma de brief moest afstaan. Hester zei dat ze dat niet wist en dat zij geen origineel wilde hebben. Als Else hem wilde laten zien, konden ze hem samen lezen. Voor een officieel onderzoek kon Else rechtstreeks afspreken hoe het moest. Robin knikte langzaam. Ze leek niet gerustgesteld; Hester vond het beter dat ze haar geen reden had gegeven om dat te zijn.
Ze zochten het gewone contactnummer op. Het was laat genoeg dat Hester de melding kort hield, vroeg naar de juiste manier om een oude verklaring te corrigeren en een afspraak voor dinsdag maakte. De medewerker vroeg of er direct gevaar was. Hester keek Robin aan en vroeg het haar hardop. Robin schudde haar hoofd. Geen bedreigingen, zei ze. Alleen mensen die liever hadden dat ze het niet moeilijk maakte. Hester gaf dat onderscheid door.
Toen het gesprek afgelopen was, stonden hun namen in een bevestiging van de afspraak. Robin vroeg of Hester echt meeging. Het was niet vijandig, alleen nodig.
'Ja,' zei Hester.
'Ook als je moeder het een slecht idee vindt.'
'Het gaat over mijn verklaring.'
Robin pakte de rol papier. 'Ik moet naar de trein. Stuur je het adres van je studio? Dan ben ik daar morgen om kwart over negen en kunnen we samen lopen.'
Hester stuurde het adres en bracht haar naar de voordeur. Fleur zat nog aan de tafel met haar laptop open. Ze zag hun gezichten en vroeg niets. Robin zei dat haar uren van vanavond gewoon op de factuur kwamen, ook het halfuur dat ze niet had kunnen werken. Fleur antwoordde dat dat vanzelfsprekend was.
Buiten wees Hester de weg naar het station. Robin kende hem al. Ze liep weg zonder om te kijken. Hester bleef niet bij de deur op een laatste teken wachten. Ze ging terug naar Fleur, die haar handen van het toetsenbord had gehaald.
'Je wist wie de uitnodigingen had gestuurd.'
'Ik wist niet precies wat ze zou doen.'
'Dat is niet wat ik vroeg.'
Fleur knikte. 'Ja.'
Hester pakte haar tas. Het was te laat om hier nog een gesprek over haar opdracht aan vast te maken. 'We praten morgen. Ik heb eerst een afspraak.'
In de Nieuwstraat zette ze haar wekker en legde haar notitieboek op de kleine tafel. Ze schreef niet op wat Merel misschien gedaan had. Ze schreef één alinea over haar eigen woorden in 2004, met een tweede zin waarin ze corrigeerde wanneer haar zus was binnengekomen. Vervolgens sloot ze het boek. Morgen zou ze dat meenemen, zonder er een mooier verhaal van te maken.