Hoofdstuk 31 · 8 minuten lezen
De dag van het opbouwen
Amir had de deuren al open toen Hester zaterdag om acht uur binnenkwam. In de foyer stond zijn gereedschapskoffer met een briefje erop: niet verplaatsen, scharnier. Hij lag op één knie bij de deur naar de zaal en keek of die ergens aanliep. Hester moest over zijn uitgestoken been stappen om haar jas op te hangen.
'Geen deur dicht die open moet blijven?' vroeg ze.
'Allemaal geprobeerd. Deze schuurt alleen. Ik heb hem liever nu dan met iemand zijn hak ertussen.' Hij ging staan en hield hem één keer heen en weer. 'Je hebt je briefing nogal uitgebreid.'
'Te uitgebreid?'
'Nee. Maar ik vroeg me af waarom er drie keer staat dat boven dicht is.'
Hester zette haar tas neer. 'Omdat mensen hier boven beschouwen als een soort extra geheugen. Ze zijn er altijd al geweest, dus denken ze dat het wel mag. Vandaag niet. Als er iets uit het kantoor moet, haal jij het. Geen rondleiding.'
Amir knikte. Hij zei dat hij vaker gebouwen had beheerd waarin iedereen zich de uitzondering vond. Hij vroeg wie er bevoegd was iets te veranderen; Hester noemde Fleur en zichzelf. Daarna vertelde ze kort over de spanningen en de druk die op mensen was uitgeoefend. Geen namen als sensatie, maar wel genoeg dat hij een bezwaar niet voor gekibbel tussen oude vrienden zou houden. Marjan had geen opdracht in het programma.
De ochtend verliep eerst precies als een opbouw hoorde te verlopen. Ruben kwam, controleerde met Amir de verlichting en gaf Hester het kapotte onderdeel dat vervangen moest worden. Hij had zelf een passende reserve meegenomen. Jasper bracht de rekening van een geleend paneel en nam alleen datgene mee wat niet meer nodig was. Toen hij naar een stapel bij de trap wees, zei Amir dat hij hem zelf wel naar de opslag droeg. Jasper liet hem liggen.
Om elf uur kwam Robin met de dragers voor de schetsen onder haar arm. Ze had een broodje in een papieren zak bij zich en begon te eten terwijl ze de maten controleerde. Er was één drager verkeerd gesneden. Ze vloekte, pakte een potlood en vond een plaats voor de fout waar niemand hem zou zien. Hester vroeg niet of ze het spannend vond. Ze vroeg of de onderrand op dezelfde hoogte moest als bij het buurwerk en hield het meetlint vast terwijl Robin aftekende.
Ruben vertrok voor twaalf uur. Hij groette Robin bij haar naam en bleef in de foyer een ogenblik bij Hester staan. 'Morgen?' vroeg hij.
'Als je wilt. Je hoeft niets te repareren.'
'Dat weet ik. Ik vroeg alleen of jij er bent.'
Ze gaf hem de tijd van de kleine bijeenkomst. Hij sloeg die niet meteen in zijn telefoon op. Hij zou kijken of het paste en het haar laten weten. Toen hij weg was, liep Hester terug naar de zaal, waar Robin haar een centimeter verschil aanwees die ze zelf niet had gezien.
De eerste bezoekers van de preview waren te vroeg. Een oud-deelnemer bracht haar zus mee, hoewel er maar één naam op de lijst stond. Fleur ving hen op, legde uit dat de opbouw nog bezig was en wees waar ze buiten konden wachten. Ze deed geen deur open omdat iemand een oude bekende was. Hester zag het en kon een taak uit haar hoofd schrappen.
Om half twee nam Sanne de tafel bij de ingang over. Ze schoof hem een eindje naar links, zodat de deur vrij bleef, en legde een lijst neer waarop ze vertrektijden kon aankruisen. Ze had een eigen pen, felgroen, die niemand ongemerkt zou meenemen. In de zaal stonden de werken nu met ruimte ertussen. Hester had niet alle lege muren opgevuld. Wie kwam kijken, hoefde niet langs een opgelegde route van toen naar nu.
Marjan verscheen om tien voor twee. Ze kwam niet met een doos, maar met een platte zwarte portfolio die ze met twee handen droeg. Aan haar arm hing dezelfde gerepareerde paraplu als de dag ervoor. Sanne vroeg naar haar naam, ook al kende ze haar inmiddels van de instructies. Marjan noemde hem met een korte lach, alsof ze het grappig vond dat iemand daar nog naar vroeg.
Hester kwam uit de zaal en bleef bij de ontvangsttafel. Robin volgde haar, wreef het potloodgrijs van haar duim en schoof de map niet meteen naar zich toe. 'Wat heb je gevonden?'
Marjan legde de portfolio op tafel. 'Ik denk dat dit van je moeder is. Er zit ook werk van andere mensen bij, dus ik zou graag even samen uitzoeken wat van wie is.'
'Dat kunnen we hier doen.' Hester haalde de bezoekerslijst van tafel en legde een schoon vel karton neer. Marjan maakte de sluiting open. De bladen roken naar een kast die lang dicht was geweest. De eerste twee bevatten studies in houtskool; onder de derde stond Brechts naam in klein potloodschrift. Robin boog zich eroverheen, keek op de achterkant en trok haar telefoon om het blad vast te leggen.
'Niet mij erbij,' zei Marjan.
'Ik fotografeer het werk.' Robin maakte de foto en legde haar telefoon weer op tafel. 'Deze ken ik niet.'
Hester zag haar gezicht veranderen. Ze hoefde niets te zeggen om te begrijpen waarom Robin hier was gebleven. Het was een schets van een tafel met een te grote lamp erboven en een klein mens eronder, ergens tussen een decor en een grap in. Op de achterkant stond een boodschappenlijstje in dezelfde hand. Marjan wees op het papier alsof ze samen een bewaarde tuinplant bekeken.
'Er moet nog een kleine map zijn. Ik dacht dat die erbij zat.' Ze sloeg een paar lege hoezen om. 'Die met die bruine hoeken. Ik vrees dat ik hem hier destijds in de kantoorkast heb gezet. Amir, heb jij die kast nog leeggehaald?'
Amir stond met een lege krat in de deuropening van de zaal. 'De grote kast? Daar liggen alleen papieren voor de eigenaar. Ik heb niets weggegooid.'
'Achter die grijze doos zat vroeger een vak. Misschien heb ik hem daarin laten zitten.' Marjan keek naar Robin. 'Ik had het graag in één keer teruggegeven. Dan hoef jij niet weer te wachten tot ik mijn zolder doorzoek.'
'Boven is dicht,' zei Hester. 'Als er iets ligt, kan Amir het halen.'
'Ik weet niet hoe het er precies uitziet,' zei Robin. 'Ik wil wel even kijken wat er bij die map hoort.'
Hester voelde ongeduld opkomen, deels met Robin, deels met zichzelf omdat ze zich nu op een huisregel moest beroepen alsof dat de hele zaak was. 'Dan haalt Amir de doos naar beneden. We hebben dit gisteren afgesproken.'
Marjan legde een hand op de portfolio. 'Daar zitten misschien ook gegevens van anderen in. Ik ga niet in een volle foyer spullen uit een kantoor laten uitstallen. Als het niet kan, dan kom ik een andere keer.'
Op dat moment riep Fleur uit de zaal. Twee bezoekers hadden bezwaar tegen hun werk aan de muur: één titel was verwisseld, en de eigenaar van het andere stuk wilde het meteen meenemen. Het was geen noodgeval, wel iets wat Hester moest oplossen voordat een ongeduldige man een kwetsbaar paneel van zijn steun trok. Ze stak een vinger op naar Fleur en bleef bij de tafel.
'Ik loop mee en haal het zelf uit de kast,' zei Amir. 'Dan blijft er niets openstaan. Vijf minuten.' Hij keek naar Hester, niet naar Marjan. 'Alleen kijken wat er ligt. De overdracht doen we hier.'
Hester zag Robin met haar vingers aan de rand van de schets. Het was een kleine afwijking, met een beheerder erbij, in een gebouw waar zijzelf beneden bleef. Ze had nog steeds nee kunnen zeggen. Ze zou later die gedachte niet kunnen overslaan. 'Vijf minuten,' zei ze. 'Ik blijf beneden in de zaal. Kom mij halen als je iets moet uitzoeken. Geen gesprek boven.'
Robin knikte. 'We nemen alleen de map mee.' Ze pakte haar telefoon en stak hem in haar broekzak. De portfolio bleef op tafel. Hester zei tegen Sanne waar ze heen gingen en liep toen naar de ongeduldige man. Achter haar kraakte de trap onder drie paar voeten, één voor één. Marjan liep langzaam; Amir bood zijn arm aan, maar ze nam de leuning.
Het verkeerde kaartje was eenvoudig te vinden. Het bezwaar daarachter niet. De bezoeker hoorde zijn eigen ontwerp niet onder een onbekende naam terug te zien. Hester liet het paneel op de steun staan en haalde het kaartje weg. Ze bood aan het werk uit de selectie te nemen tot er zekerheid was. De man besloot het zelf op te halen; Fleur zou een ontvangstbewijs maken. Er kwam geen discussie over zijn dankbaarheid of over hoeveel moeite de organisatie had gedaan.
Toen Hester opkeek, kwam Amir de trap af met een grijze archiefdoos. Hij liep naar de balie. Hester verontschuldigde zich bij de bezoeker en ging meteen naar hem toe. 'Waar is Robin?'
'Nog bij de kast. Marjan wilde de bovenste plank aanwijzen. Ik heb gezegd dat ze naar beneden moesten komen als ze de map niet zagen.' Hij zette de doos neer en keek naar de trap. 'Ik dacht dat ze achter me aankwamen.'
Hester keek op de klok. Ze waren vier minuten boven. Het afgesproken toezicht was weggevallen, en ze had geen van beiden zien komen. Ze pakte haar telefoon en belde Robin. Boven klonk zwak een melodie, toen stopte die. Geen antwoord.
Ze liep naar de onderste trede. 'Robin? Kom maar naar beneden. We kijken hier verder.'
Uit het kantoor kwam een geluid alsof iemand een stoel over de vloer schoof. Daarna hoorde ze Robins stem, harder dan nodig was om elkaar op die kleine afstand te verstaan. 'Nee. Geef dat terug.'
Hester draaide zich naar Sanne. 'Bel de politie. Nu. Zeg dat er iemand boven wordt tegengehouden en dat er al zorgen over bedreiging zijn. Amir, houd de mensen hier weg van de trap en de uitgang vrij.' Ze wachtte tot Sanne haar telefoon had gepakt. Toen ging ze naar boven, zonder te rennen. Op de derde trede hoorde ze Robin opnieuw, heel duidelijk dit keer: 'Ik wil hieruit.'