Hoofdstuk 27 · 8 minuten lezen
Wat Robin bewaart
Robin had een werktafel gemaakt van twee schragen en een deurblad. Ze stond eroverheen gebogen met een liniaal tussen haar tanden en een rol zuurvrij papier onder haar arm. Toen Hester de zaal binnenkwam, stak ze een vinger op. Eerst sneed ze het papier af, legde de liniaal weg en schoof het vel voorzichtig onder een uitgeknipt decorontwerp. Pas daarna zei ze dag.
'Ik dacht dat dit groter was,' zei ze. 'Op de kopie thuis leek het bijna een heel decor.'
Het vel was niet groter dan een placemat. Er stonden drie gevels op in brede vlakken blauw en roestbruin, met aan één kant de snelle schets van een hand. Brecht had er maten bij gezet en onderaan iets doorgestreept. Robin wees ernaar. 'Niet voor grotere zaal. Dat staat er. Ik dacht eerst dat ze haar eigen naam had weggehaald.'
Hester boog zich er niet meteen over. 'Mag ik kijken?'
'Daar ligt het voor. Alleen met schone handen en niet op die hoek. Die laat los.'
Het was een werkblad, handig en slordig, bedoeld voor iemand die iets zou gaan maken. Hester herinnerde zich hoe Brecht vroeger met een stukje hout onder haar arm van de ene kant van de zaal naar de andere liep om iemand te laten zien wat ze bedoelde. Ze had die herinnering vaak ingeruild voor het beeld onder aan de trap. Het vel op de tafel bracht haar terug bij de lopende, werkende Brecht.
'Je moeder kon zich vreselijk ergeren als we al begonnen te verven voordat ze de kleuren had uitgezocht,' zei ze.
Robin keek op. 'Terecht.'
'Meestal. Een keer had ze de blikjes zelf verkeerd neergezet.'
'En gaf ze dat toe?'
'Pas toen we het derde blik openmaakten.'
Robin glimlachte en schreef iets op een los vel. 'Dat komt niet op het kaartje. Maar dat wil ik wel weten.'
Naast de schets lag een envelop met het woord KOPIE in dikke letters. Hester herkende Brechts brief aan Else in de vouw. Het origineel was inmiddels bij de politie, rechtstreeks van de mensen voor wie het bedoeld was geweest. Ze hoefde het niet opnieuw aan te raken om te weten wat erin stond. Brecht wilde weg, wilde het werk meenemen dat van haar was, wilde de wereld buiten Marjans organisatie bereiken.
'Ik ga de brief niet ophangen,' zei Robin. 'Er staat ook iets in over de jas die oma voor me moest kopen. Dat gaat niemand hier iets aan.'
'Dat hoeft ook niet.'
'Fleur vroeg of één stukje misschien kon. Over haar ontwerpen. Op een keurige manier, zei ze. Maar ik wil niet dat iedereen haar handschrift gaat staan lezen alsof je daardoor weet hoe ze was.'
Hester schoof een lege stoel bij. Ze had nog veertig minuten voor het overleg met Fleur en Tessa. Dat zei ze, zodat Robin wist dat ze geen eindeloos gesprek aanbood dat ze straks haastig zou afbreken. Robin knikte en gaf haar een stapel lege kaartjes om op formaat te leggen.
'Mijn opdrachtgever in Utrecht heeft maandag extra handen nodig,' zei Robin. 'Ik had gezegd dat ik niet kon. Nu heb ik gevraagd of ik dinsdag kan beginnen. Ik wil daar wel werken.'
'Dan moet je dat doen.'
Robin zette haar mesje op slot. 'Ik vraag niet of ik mag. Ik zeg het omdat ik zondag niet tot laat blijf afbreken. Dat moet je in je schema zetten.'
Hester lachte kort, vooral om zichzelf. 'Dinsdag. En zondag op tijd weg. Ik schrijf het op.'
Ze sorteerden de kaartjes. Robin had twee schetsen gekozen, een foto van Brecht bij een pas geschilderd paneel en een derde werk waarvan de maker nog niet vaststond. Dat laatste wilde ze juist niet onder haar moeders naam leggen. Bij de foto zette ze geen sterfdatum op de voorkant. Wie informatie wilde, kon op de achterkant kijken. Voor de zaal hing ze liever een uitleg over het maakproces op dan een in memoriam.
'Ik had iedereen een nette brief moeten sturen,' zei Robin na een tijdje. 'Niet dat toneel met die achtste kaart. Oma zei het toen ze hoorde wat ik had gedaan. Ik dacht: als ik gewoon vraag om te praten, krijg ik zeven keurige afwijzingen.'
'Misschien had je die ook gekregen.'
'Dat maakt de truc niet beter.' Robin streek met haar duim over een kaartje en legde het weg. 'Ik wilde dat jullie één keer bang werden voor wat jullie niet vertelden. Dan kun je jezelf wijs maken dat het eerlijk is, omdat ik ook al zo lang bang ben dat ik nooit iets te weten kom.'
Hester dacht aan het pakket dat bij De Werf voor haar had klaargelegen. De schrik had niet alleen uit Brechts naam op een envelop bestaan. Er was ook de ergernis geweest dat iemand haar in een rol had gezet zonder te vragen of ze die wilde. Ze had dat zelf zo vaak bescherming genoemd.
'Ik vond het naar,' zei ze. 'En ik ben blij dat je hebt gezegd dat jij het was. Ik weet niet hoe ik die twee dingen in één antwoord moet krijgen.'
'Dat is al beter dan: uiteindelijk heeft het toch iets goeds gedaan.' Robin trok de stapel naar zich toe. 'Dat zegt Fleur steeds bijna.'
Hester liet het daarbij. Ze zag hoe jong Robin was als ze iets afsneed van een stukje karton, haar mond scheef van de inspanning. Niet omdat vierentwintig een kind was. Omdat Brecht op haar tweeëntwintigste al de moeder was geweest over wie iedereen nu als een onvoltooid leven praatte. Robin had inmiddels meer jaren geleefd dan haar moeder ooit had gekregen. Het maakte haar werk niet automatisch tot een monument.
Er klonk een stem uit de foyer. Marjan vroeg Fleur of ze haar paraplu had laten staan. Hester keek naar de deur. Robin deed dat ook, maar ze schoof niets van tafel. Marjan kwam tot op de drempel van de zaal en bleef daar staan met de opgevouwen paraplu in haar hand.
'Daar zijn jullie. Ik vond hem achter de balie.' Haar blik ging over de tafel. 'Dat blauwe werk is van de zomerproductie. Ze had toen net ontdekt hoe je met weinig diepte iets heel groots kon suggereren.'
Robin legde haar handen plat op het deurblad. 'Dat staat op de achterkant, ja.'
Marjan knikte alsof ze een prettig gesprekje hadden. 'Ik heb thuis ook nog wat. Misschien zelfs dingen die je nooit hebt gezien. Ik moet wel zoeken, het zit niet allemaal bij elkaar.'
'Als je iets van mijn moeder hebt, ontvang ik graag een lijst of foto's. Dan kan ik met oma bekijken wat erbij hoort.'
'Dat hoef je toch niet zo zakelijk te maken. Het is voor jou.'
'Juist daarom.'
Hester stond niet op. Ze wilde bij voorbaat naar de deur lopen en het gesprek afronden, maar Robin had haar niet geroepen. Marjan hield haar paraplu met twee handen vast. Eén van de baleinen stak door de dunne stof.
'Ik vind het mooi dat je haar werk laat zien,' zei ze. 'Als je maar oppast met de verhalen eromheen. Je kunt iets in gang zetten waar je later zelf last van krijgt. Er zijn mensen die alles opschrijven.'
'Ik schrijf ook dingen op,' zei Robin. 'Mijn eigen naam staat onder wat ik vertel. En ik houd kopieën van de stukken die ik aan iemand geef.'
Marjans ogen gingen naar de envelop. Hester kon niet zien wat ze las. Het woord KOPIE lag naar boven, groter dan de rest van het opschrift.
'Je moet natuurlijk doen wat je goed lijkt,' zei Marjan. 'Ik zou alleen niet willen dat je voor iemand anders wordt gebruikt.'
'Ik ook niet.' Robin draaide het vel met de schets een kwartslag. 'Ik moet nu verder. Als je iets hebt, kun je Fleur die foto's sturen.'
Marjan bleef nog even staan, lang genoeg om duidelijk te maken dat niemand haar had weggestuurd. Toen zei ze tegen Hester dat de bus over acht minuten ging en verdween naar de foyer. Robin wachtte tot de buitendeur dichtviel voordat ze haar mesje weer pakte.
'Dat met die mensen die alles opschrijven,' zei ze. 'Bedoelde ze de politie?'
'Ik weet niet precies wat ze bedoelde.' Hester keek op de klok. 'Als jij het als druk hebt ervaren, kun je dat zo doorgeven. Met haar woorden erbij. Je hoeft het niet groter of kleiner te maken.'
Robin nam haar telefoon, tikte iets en legde hem terug. 'Ik bewaar het. Ik ga niet op zoek naar een verborgen boodschap in elke zin van haar. Daar heb ik geen tijd voor.'
Hester stond nu wel op. Het overleg met Fleur en Tessa begon zo; de tijd die ze had genoemd was bijna om. Robin vroeg of ze nog één ding kon doen. Achter de schragen lag een opgerold doek dat naar de kleine tafel naast de ingang moest. Het was zwaar door de houten latten. Ze droegen het samen, zo onhandig dat Robin tegen de stoel met de schetsen stootte en een hoek van het papier omhoogwaaide.
'Ho,' zei Hester. Ze hield stil.
Robin zette haar kant op de grond, maakte het papier vast met een schoon gewichtje en kwam terug. 'We hoeven ons niet te haasten. Jij moet over tien minuten naar je overleg, niet over tien seconden.'
Ze legden het doek op tafel. Er stonden resten van rode letters op, ooit deel van een voorstelling waarvoor niemand nog het programma had gevonden. Robin wist niet of ze het zou gebruiken. Ze wilde er misschien alleen een detailfoto van maken om dinsdag aan de ploeg in Utrecht te laten zien hoe de verf was aangebracht. Hester vroeg niet wat het met haar moeder te maken had.
Bij de deur naar de foyer kreeg ze van Robin een klein vel mee. Het waren de juiste maten voor de nieuwe bijschriften. Onderaan stond een verzoek: geen mensenfoto's online zonder overleg. Hester stak het in haar werkmap. In de foyer wenkte Fleur, die haar laptop al had opengeklapt. Hester pakte bij de balie haar jas op, vouwde hem over haar stoel en schoof aan.