Hoofdstuk 19 · 10 minuten lezen
Zonder vangnet
De eerste trein die Hester op donderdag wilde nemen, viel uit. Ze stond met haar tas aan de hand voor het bord en zag de bestemming verdwijnen achter een mededeling over een defect. Twee jaar eerder zou ze haar opdrachtgever onmiddellijk hebben gebeld om uit te leggen hoe onvermijdelijk het was. Nu zocht ze eerst de volgende verbinding. Er bleef een kwartier over voor de wandeling door Rotterdam. Ze stuurde dat ze volgens afspraak kwam.
Ze had de afspraak dinsdag bevestigd en woensdag bijna weer verzet. Een wijkbibliotheek wilde een middag voor lokale ondernemers houden, zonder podium, met tafels die op drie manieren moesten kunnen staan. Een eenvoudige opdracht. Juist daarom had ze hem willen gebruiken als rekbare ruimte rond alles wat belangrijker leek. Toen ze gisteren na het schrappen van de sokkels haar begroting naliep, had ze ook haar agenda bekeken en besloten dat de bibliotheek recht had op dezelfde aandacht als iemand die haar verleden kende.
Op het perron belde Finn. Hij was op weg naar zijn leerwerkplek en vroeg hoe het met het gehate gebouw ging. Hij noemde De Werf zo omdat zij er nooit over belde wanneer er iets leuks gebeurde.
'Het gebouw gedraagt zich redelijk,' zei ze. 'De mensen zijn lastiger.'
'Moet ik me zorgen maken?'
'Niet om mijn veiligheid op dit moment. Ik heb een oud verhaal gecorrigeerd. Dat geeft gedoe.'
'Is dat die vrouw die toen dood is gegaan?'
Ze zei ja en vertelde in een paar zinnen wat haar eigen aandeel was geweest. Finn onderbrak haar niet. Ze had hem eerder over Brecht verteld, maar altijd met de leugen als een glad stuk in het midden. Dat hij nu kon vragen waarover ze precies had gelogen, maakte haar verhaal eindelijk onhandig genoeg.
'En tante Merel?' vroeg hij.
'Die vertelt zelf wat ze wil. Ze is boos op me, onder meer omdat ik te veel voor haar invul.'
'Dat herken ik,' zei hij.
Hester keek naar de trein die binnenkwam. 'Dat was een goedkope.'
'Ik krijg leerlingloon. Ik neem wat ik pakken kan.'
Ze lachte en ging zitten bij het raam. Hij vertelde daarna over een docent die zijn presentielijst was kwijtgeraakt en nu aan iedereen vroeg of die vorige week aanwezig was geweest. Finn wilde weten of het normaal was dat volwassenen dat zonder schaamte deden. Hester zei dat het bij haar eigen vak ook voorkwam, maar dat hij het niet moest gebruiken als loopbaanadvies.
Bij Rotterdam vroeg hij of ze vanavond wilde dat hij langskwam. Ze wilde hem zien en zei dat. Niet omdat ze iemand nodig had die haar verhaal bevestigde. Hij had een eigen afspraak, zei hij; morgen kon hij wel even met haar eten als hij terug was. Ze spraken geen tijd af voordat hij zijn rooster had bekeken. Hester stopte de telefoon weg en liep met lange passen naar de bibliotheek.
De medewerker had de ruimte al vrijgemaakt. Er lagen gekleurde kaartjes op de stoelen om aan te geven welke bij een andere afdeling hoorden. Hester maakte een schets, vroeg hoeveel bezoekers zelfstandig moesten kunnen bewegen en mat de doorgang naar de toiletten. Twintig minuten lang kwam geen enkele naam uit De Werf in haar hoofd op. Toen een vrijwilliger vroeg of de stoelen tegen de nooddeur mochten, zei ze direct nee, zonder eerst rekening te houden met zijn teleurstelling.
Ze veranderde de opstelling zodat niemand met een rollator door een gesprekstafel heen hoefde. De medewerker vond haar eerste plan mooier. Hester liet haar de tweede route lopen met de kar waarop de boeken werden vervoerd. Daarna zagen ze allebei waar de andere tafel moest staan. Het was aangenaam werk: een verschil van mening dat met lopen kon worden onderzocht.
Na afloop bevestigde de medewerker de resterende uren en de afgesproken factuurdatum. Hester liep langs een supermarkt, kocht een broodje en yoghurt en at op een bank buiten. Haar telefoon bevatte elf berichten. Ze beantwoordde er vier, waaronder een verzoek van Fleur om een spoedige bevestiging van het afgeslankte programma. De rest kon wachten tot ze haar eigen woorden teruglas.
Marjan had niets meer gestuurd over de ingetrokken sokkels en affiches. Ze had alleen een foto doorgestuurd van een oude tafel die gratis kon worden opgehaald, met de vraag of Finn die kon gebruiken. Hester opende de foto, zag een zware donkere eettafel en sloot hem. Ze zou Finn zelf laten kiezen of hij daarop wilde reageren. Het bericht hoefde niet meteen een nieuwe dienst op gang te brengen.
In de trein terug belde Ruben. Hij was een halve dag vrij en wilde weten of iemand bij De Werf was om de panelen naar binnen te dragen. Fleur had hem rechtstreeks gevraagd. Hij zou om twaalf uur helpen en moest om half vier bij een afspraak zijn.
'Ik ben er rond twaalven,' zei Hester. 'Amir werkt vandaag niet, dus ik zorg dat de deur open is.'
'Goed. Geen gezamenlijk gesprek als verrassing.'
'Dat is er niet.'
'Dan tot zo.'
Ze dacht aan wat Daan hem zou vertellen, maar vroeg er niet naar. Toen de trein Vlietdam binnenreed, stuurde ze Fleur haar bevestiging van de taken die binnen de opdracht bleven: ontvangst, opstelling, bereikbaarheid van uitgangen, levering en communicatie van een feitelijk programma. Interviews over de dood van Brecht waren geen dienst die zij aan de stichting ging leveren.
Ruben stond al bij de voordeur, met een opgevouwen steekwagen die hij uit zijn eigen auto had gehaald. De afdrukken waren op dun karton geplakt en lagen in Fleurs auto, niet zwaar maar onhandig groot. Ze moesten op de bestaande panelen worden bevestigd. Ze bespraken eerst waar de wielen over de drempel konden. Hij vroeg Hester hem niet te helpen tillen vanaf de smalle kant; daar kreeg ze het gewicht verkeerd op haar pols.
Binnen legden ze de kartonnen platen op de schragen. Op de eerste proefdruk las Ruben de naam van Brecht. Hij zei niets, maar schoof het vel zo dat er geen schroef onder lag. Hester hield de bevestigingsclips voor hem in haar open hand. Ze werkten aan weerszijden van het paneel en lieten de middelste clip weg totdat de uitlijning klopte.
'Deze hangt scheef,' zei hij.
'Een millimeter.'
'Een millimeter aan elke kant wordt vanzelf een karaktereigenschap.'
Ze keek naar hem en herkende de man die vroeger haar routekaart had rechtgetrokken omdat zij anders op de eerste kruising de verkeerde kant op wees. Ze had hem destijds irritant nauwkeurig gevonden en soms gelijk gegeven zonder dat te zeggen. Nu pakte ze de liniaal.
Fleur kwam met een broodzak en verontschuldigde zich dat ze geen lunch had geregeld. Ruben zei dat hij niet voor eten gekomen was. Ze legde de zak op de tafel voor wie hem wilde hebben en vroeg geen dankbaarheid. Dat was vooruitgang, dacht Hester, en schrok van haar neiging ook dat in vakjes te verdelen.
Op een tweede vel ontbrak de datum. Er stond alleen op zondag. Hester wilde het met een nette strook herstellen. Fleur belde de drukker; die had nog een proef liggen en kon de fout vanmiddag herstellen als iemand het vel kwam brengen. Het was aan de andere kant van Vlietdam. Ruben keek op zijn horloge.
'Dat kan ik op de terugweg. Als het voor half twee klaarstaat.'
'Ik kan het zelf,' zei Hester automatisch.
'Dat vroeg ik niet.'
Ze hoorde haar eigen reflex en stopte. 'Graag. Dan maak ik het nu klaar.'
Ze pakte het vel in een kartonnen map en schreef het nummer van de drukker op een sticker. Toen hij die sticker zag, zei hij dat hij de straat kende. Ze liet de sticker zitten; het nummer kon nog nuttig zijn.
Haar telefoon ging terwijl ze de map dichtplakte. Het was Merel. Ze stond buiten haar kookruimte en had tien minuten voordat de deelnemers kwamen. Zij en Bram hadden besproken dat ze vrijdagavond niet naar Marjan zouden gaan. Dat vertelde ze omdat Hester anders misschien gevraagd zou worden haar te halen.
'Ik ga je niet halen,' zei Hester.
'Dat weet ik liever vooraf dan wanneer ik al een smoes zit te bedenken.'
Merel vertelde dat een vrijwilliger was uitgevallen en zij zelf de inkoop had gedaan. Ze klonk gehaast maar niet hulpeloos. Hester bood geen vervanging aan. Ze vroeg hoe laat het programma eindigde.
'Vandaag kwart over zes. Morgen eerder. Waarom?'
'Omdat ik je graag wil spreken. Niet tussen de pannen.'
'Morgen is te laat. Vanavond kan ook, als je wilt komen. Rond half acht. Hier, niet thuis.'
Hester zei dat ze er zou zijn. Merel vroeg haar niets te eten mee te nemen. Er was eten genoeg, daar draaide de hele onderneming op. Het gesprek eindigde omdat iemand met een krat voor de deur stond en zijn sleutel niet kon vinden.
Ruben legde de laatste clip neer. Hij had haar woorden niet kunnen missen, maar maakte er geen onderwerp van. Hij vroeg of de map mee kon en trok zijn jas aan. Hester liep met hem naar de auto.
'Bedankt voor het sjouwen,' zei ze.
'Voor de panelen graag gedaan.'
Ze knikte. Hij hoefde niet overal een bijzin van te maken, maar zij begreep waarom hij het deed. Ze zag de kinderstoel achterin zijn auto en vroeg zich een tel af of ze een heel gezin uit zijn leven had gemist. Hij zag waar ze naar keek.
'Van mijn neefje. Zondag oppassen. Niet mijn geheime kind.'
'Ik wilde niets vragen.'
'Je gezicht wel.'
Het bracht haar aan het lachen, iets te luid. Hij glimlachte en zette de map rechtop bij de achterbank. Hij zou voor half twee bij de drukker zijn. Om half vier had hij een afspraak, en hij zou niet op hen wachten als er opnieuw iets veranderde. Ze zei dat hij dat niet moest doen.
Toen hij weg was, liep Hester naar de keuken om haar lunchverpakking weg te gooien. In de afvalbak lag een afgeknipte strook van de nieuwe teksten. Alleen het woord vrijwilligers was nog leesbaar. Ze vouwde het karton kleiner en drukte het erbij.
Fleur kwam vragen of zij zelf nog iets moest doen met de spullen van Marjan. Die had gebeld en heel bezorgd geklonken over de hoeveelheid werk die Hester ineens wilde overnemen. Hester zei dat Fleur niets hoefde te regelen. De sokkels waren uit de opstelling gehaald; er kwam geen kostbare vervanging voor. Als er een praktisch probleem ontstond, zou zij dat zelf melden.
'Ze vroeg of ik je niet te zwaar belastte.'
'Dat vraag je mij.'
Fleur keek even naar het plafond. 'Ik geloof dat ik dat net doe.'
'Je hebt gelijk.'
Ze gingen zitten om de aankomst van de kleine huurvoorraad af te spreken. Het kostte zes minuten. Daarna had Fleur genoeg informatie en hoefde ze Hesters moeder niet terug te bellen.
Het was net één uur geweest. Hester controleerde haar banksaldo niet opnieuw. De openstaande betaling zou er niet sneller door binnenkomen. Ze stuurde de bibliotheek haar uitgewerkte plattegrond, maakte de factuur klaar en zette een afspraak in haar agenda om na het weekend achter een openstaande betaling aan te gaan.
Voor ze vertrok, schreef ze in het ontvangstboek dat Ruben de afdrukken had gebracht en één proefdruk naar de drukker had meegenomen. Toen ze het boek dichtsloeg, stond Jasper in de ingang van de hal.
'Kunnen we even praten?' vroeg hij.
'Ik moet om half acht ergens zijn.'
'Dat duurt het niet.'
'Dat weet je nog niet.'
Hij trok zijn jas uit, maar bleef ermee in zijn handen staan. Hester keek naar de klok. Er was nog ruim zes uur. Ze wees naar de tafel, waar het licht goed was en de voordeur vanuit de foyer te horen bleef. Ze zou Merel niet afzeggen.