Hoofdstuk 13 · 10 minuten lezen
Wat Brecht wilde
Else had een handdoek over de tafel gelegd om het hout te beschermen tegen de scherpe rand van haar tekendoos. Hester zag het dunne kleedje dat ernaast lag, opgevouwen tot een vierkant. Er was voor hun komst iets verplaatst. Dat kleine teken van voorbereiding maakte haar onzekerder dan de uitnodiging op maandag had gedaan.
'Je mag je jas daar leggen,' zei Else. 'Die stoel gebruiken we toch niet.'
Robin trok de stoel juist naar zich toe en ging zitten, met haar jas nog aan. Onder de tafel stond haar werkkoffer. Ze moest om twaalf uur in Dordrecht zijn om een tentoonstelling af te bouwen, had ze onderweg verteld. Een opdrachtgever betaalde voor drie installateurs, niet voor twee en een vrouw die tussen telefoongesprekken door schroeven telde.
Else schoof een vel papier naar het midden. 'Dit is de brief. Geen verhaal dat ik pas gisteren heb gevonden. Hij zat bij haar kaarten. Ik lees hem soms op haar verjaardag, als ik het kan verdragen.'
Hester bleef met haar handen op haar knieën zitten. Het papier had twee vouwen, een klein scheurtje bovenaan en een adres dat ze herkende als het vorige huis van Else. Een postzegel was van de envelop gehaald. Verder zag het eruit als een brief die iemand had geschreven omdat bellen te duur leek of omdat er aan de andere kant van de lijn vragen zouden komen.
'Mag ik hem lezen?'
'Daarvoor ben je hier.'
Brecht had haar moeder gevraagd of ze de volgende zaterdag op Robin kon passen. Ze wilde naar een open atelier in Utrecht, waar iemand werkplekken verhuurde. Ze beschreef een decor van geverfd karton dat steeds omviel in de tocht en een voorstelling waarvoor nog geen geld was. Daarna volgden zes regels over De Werf. Ze ging weg. Ze wilde haar ontwerpen meenemen. Marjan had in een aankondiging opnieuw haar eigen naam onder het werk laten zetten. Deze keer zou Brecht zelf contact opnemen met degene die de tekst maakte.
Hester las het stuk twee keer, de tweede keer langzamer. Het was geen afscheid. Brecht vroeg of haar moeder de blauwe beker wilde bewaren die Robin graag gebruikte. Onder haar handtekening stond dat ze ook graag wilde dat er voor één keer iemand anders de aardappels schilde.
'Die beker heb ik nog,' zei Else. 'Een lelijk ding. Er staat een eend op die op een kip lijkt.'
Robin trok haar jas uit. 'Hij staat bij mij.'
'Dan heb jij hem nog.'
Hester keek naar de laatste zin. Brecht kwam in haar herinneringen vaak aanrennen, een pot kwasten onder haar arm, kwaad omdat iemand verf had laten uitdrogen. Of ze zag weer de mensen die onder aan de trap om Brecht heen stonden. Er zaten twee vaste afbeeldingen in haar hoofd en daartussen had tweeëntwintig jaar bijna niets bestaan. De jonge vrouw die iets anders wilde dan De Werf, die om een oppas vroeg en gewoon geen aardappels wilde schillen, paste niet in die afbeeldingen.
'Ik wist niet dat ze een eigen plek zocht,' zei ze.
'Dat wist bijna niemand. Ze moest eerst weten of ze het kon betalen. Zo'n plek is ook maar een rekening.'
Else tilde het deksel van de doos. Er lagen foto's in, folders, een schoolschrift met een boodschappenlijst voor een feest. Ze koos niets spectaculairs. Een foto van Brecht in een zwembroek en een veel te ruim shirt, met Robin op haar heup. Een andere waarop ze een fietsband stond te plakken. Else hield die laatste zelf vast.
'Hier was ze verschrikkelijk over aan het mopperen. Die fiets had ik voor haar gekocht. Tweedehands. Ze vond dat ik was opgelicht. Maar ze heeft hem nog drie jaar gebruikt.'
Robin lachte even. 'Dat klinkt bekend.'
'Jij hebt tenminste geen moeder meer die terugmoppert.'
Else legde de foto neer voordat een van hen kon antwoorden. Hester was blij dat Robin niet deed alsof de opmerking haar niet raakte. Ze streek met haar duim over het scharnier van haar werkkoffer en zei toen dat ze vorige week een tweedehands boormachine had gekocht die het slechts op één stand deed. Else vroeg hoeveel ze ervoor had betaald. Het gesprek ging gedurende enkele minuten over dingen die nog gerepareerd konden worden.
Pas toen Robin de envelop weer naar zich toe trok, vroeg Hester of Ellen de brief al had gezien. Ze had dinsdag verteld dat er een origineel bestond, niet dat zij het in handen had.
'Ik heb gisteren gebeld,' zei Else. 'Ze halen hem vanmiddag op. Of ik breng hem, als ophalen niet kan. Ik wil een bewijs krijgen van wat ik afgeef.'
'Dat krijg je,' zei Robin. 'Ze zouden daarover terugbellen.'
'Dan wacht ik daarop. En jij neemt alleen die kopie mee.'
Er lag een transparante map onder de doos. Bovenaan de afdruk stond in gewone blokletters KOPIE. Hester vond het prettig dat iemand anders het onderscheid maakte. Haar werk bestond uit versies: voorlopige lijsten, definitieve lijsten, toch weer aangepaste lijsten. Hester hoefde niet te bepalen welke details later belangrijk zouden zijn. Het was genoeg dat Else wist wat zij gaf en aan wie.
'Ik wil graag ook een kopie voor de teksten bij de tentoonstelling,' zei Hester. 'Alleen om de namen te controleren. Ik ga de brief niet ophangen.'
'Dat beslis je met Robin. Niet met mij alleen.'
Robin pakte een tweede afdruk uit de map. 'Je mag deze gebruiken om te controleren wat we over het vertrek schrijven. Niet om al die regels letterlijk af te drukken. Die beker hoeft niet op een wand.'
Hester knikte. 'Ik maak er geen publiek bewijsstuk van.'
Else keek naar haar. 'Jullie maakten vroeger van alles een bewijs. Dat ze lastig was. Dat ze te veel wilde. Als ze betaald wilde worden, hield ze ineens niet genoeg van de kinderen.'
Hester dacht aan de keren dat ze zelf had gezegd dat er nu eenmaal geen geld was. Ze was tweeëntwintig geweest, druk met tafels regelen en servetten kopen van geld dat iemand haar in een envelop gaf. Ze had Marjans zinnen doorgegeven als praktische informatie, zonder te vragen wie het tekort eigenlijk opving.
'Ik heb dat ook gezegd,' antwoordde ze. 'Niet tegen Brecht, voor zover ik me herinner. Maar wel over haar.'
'En dacht je dat?'
'Waarschijnlijk wel.'
Dat woord beviel Else zichtbaar niet, maar Hester kon het niet vervangen door zekerheid die ze niet bezat. Ze wist nog dat ze zich volwassen had gevoeld wanneer ze een andere vrijwilliger op zijn plicht wees. Ze wist niet meer hoe vaak ze dat met Brecht had gedaan. Ze vertelde het verschil. Else vouwde het kleedje open en legde het over de lege stoel naast haar, alsof er uiteindelijk toch iets beschermd moest worden.
'Ze kon ook onredelijk zijn,' zei ze. 'Ik ga hier geen perfect kind van haar maken. Ze wilde dat ik altijd beschikbaar was, en als ik zelf iets wilde, kwam dat slecht uit. Maar haar werk was van haar. Dat wist ze heel goed.'
Robin stond op om water te halen. Vanuit de kleine keuken vroeg ze waar de glazen waren. Else antwoordde dat ze al acht jaar op dezelfde plank stonden. Robin zei dat acht jaar geen reden was om de verkeerde plank te blijven kiezen. Hester hoorde de deuren van twee kastjes. Ze liet de kopie liggen en vroeg wat Else wist van Daan.
Else ging rechter zitten. 'Wat wil je weten?'
'Robin vertelde dat hij over Ruben heeft gesproken. Ik heb hem gisteren gezien, maar hij zei niet duidelijk wat hij zelf had gezien.'
'Hij heeft het mij wel verteld. Niet alles in één keer. Eerst zei hij dat er dingen niet klopten. Daar kun je niets mee als iemand daarna over de bus begint.'
Robin kwam terug met drie glazen en zette er een bij Hester neer. 'Oma bedoelt dat hij weg moest.'
'Ik bedoel dat hij weg wilde. Vorige maand zei hij eindelijk dat Ruben al buiten was. Dat hij hem bij het pad had gezien. Ik vroeg waarom ik dat na al die jaren moest horen.'
'Wat antwoordde hij?'
'Dat hij het niet meer goed wist. En daarna dat hij wel wist dat hij boos was geweest. Ik heb gezegd dat dat twee verschillende antwoorden zijn.'
Hester voelde de neiging om Daan meteen te bellen. Een afspraak, een plaats, vragen in de juiste volgorde: haar werkhanden zochten iets om te organiseren. Ze liet haar telefoon in haar tas. Ellen kon hem benaderen. Daan kon zelf besluiten te spreken. Dat nam niet weg dat Hester hem wilde vragen waarom hij buiten had gestaan terwijl binnen de naam van Ruben bleef rondgaan.
'Ik heb ook iets anders gezegd dan ik wist,' zei ze. 'Ik heb verteld dat Merel bij mij in de keuken was toen Brecht viel. Dat was niet zo. Ze kwam pas daarna binnen.'
Else bewoog haar glas een stukje van de papieren af. 'Heb je dat tegen de politie gezegd?'
'Gisteren.'
'En tegen Merel?'
'Ze weet het. Ruben ook.'
'Goed,' zei Else. Het klonk niet als een compliment. 'Dan hoef ik je niet te vragen wanneer je daarmee denkt te beginnen.'
Robin keek niet verrast. Hester had het dinsdag in haar aanwezigheid verteld. Toch was de zin hier anders geweest, aan een tafel waar iemand foto's had bewaard van vóór de val. Ze had Else nooit een eigen leugen verteld. Ze had haar uitsluitend laten leven met de gezamenlijke versie, wat op hetzelfde was neergekomen.
'Ik dacht dat ik mijn zus beschermde,' zei Hester.
'Waartegen?'
'Dat wist ik niet precies.'
Else hield haar blik vast. 'Dan heb je dus gekozen zonder het te weten.'
Er was geen bruikbaar antwoord dat die keuze kleiner maakte. Hester vroeg ook niet om begrip. Ze haalde het notitieboek uit haar tas en schreef naast de afspraak met Fleur: credits controleren met Robin. Ze schreef niet op wat Else zojuist had gezegd. Dat wilde ze niet terugbrengen tot een actiepunt.
Robin moest vertrekken. Ze droeg de werkkoffer zelf naar de deur en kwam terug voor haar jas. Op de gang vroeg Else of ze zaterdag bleef eten. Robin kon dat nog niet toezeggen; ze wist nog niet hoeveel werk bij De Werf zou blijven liggen. Ze spraken af dat ze donderdag zou bellen. Het kostte drie zinnen, zonder verwijt of belofte dat alles voortaan beter zou gaan.
Bij de deur legde Else een hand op Hesters arm. 'Je moeder gaat zeggen dat Brecht ondankbaar was.'
Hester zag het smalle litteken bij Elses pols. 'Heeft ze dat eerder tegen u gezegd?'
'Na de begrafenis. Met een schaal eten in haar handen. Ik heb die schaal teruggegeven. Het eten heb ik gehouden. Ik had geen zin om ook nog te koken.'
Ze trok haar hand terug en wees naar de kopie die onder Hesters notitieboek uitstak. 'Let erop dat die niet achterblijft in een zaaltje.'
Buiten zette Robin haar koffer in de auto. Er zat een afgesleten sticker op met haar naam, groot genoeg om vanaf de andere kant van een werkvloer te lezen. Hester zei dat ze terugliep naar De Werf. Robin moest door naar Dordrecht.
'Goed. Ik moet nu echt door,' zei Robin.
Ze ging zitten en legde haar telefoon in de houder. Voordat ze het portier dichttrok, zei ze: 'Ik wil niet dat die brief straks alleen bestaat omdat ze dood is gegaan.'
'Wat wil je erbij zetten?'
'Dat ze wilde verhuizen. En dat ze naar dat atelier is gegaan. Ze was er die zaterdag geweest. Oma heeft de treinkaartjes nooit bewaard, voor je daarnaar gaat vragen.'
Hester glimlachte kort. 'Dat ging ik niet vragen.'
'Mooi.'
De auto reed weg. Hester liep langs de huizen, hield bij de eerste kruising halt en haalde de kopie uit haar tas. Bovenaan stond een gewone aanhef: Lieve mam. Ze borg het blad in de binnenmap van haar werkboek, waar anders contracten zaten, en belde Fleur. De tekst voor de tentoonstelling moest vóór de drukker opnieuw worden besproken.