Hoofdstuk 25 · 8 minuten lezen
De volgende ochtend
Merel had haar jas nog aan toen Hester de voordeur opende. Ze droeg de rode tas waarmee ze altijd naar haar kookgroep ging. Uit het buitenvak stak een prei, wit met een rafel aan het eind. Hester keek er zo lang naar dat Merel hem uit de tas haalde en op de gangtafel legde.
'Die moet naar Bram. Ik ben eerst langs de winkel geweest.' Ze streek een natte pluk achter haar oor. 'Anders was ik thuis blijven zitten tot jij me kwam halen.'
Hester deed een stap opzij. Gisteravond had Merel gezegd dat ze hun moeder Brecht had zien duwen. Ze had onderaan de trap gestaan, al op de onderste treden, met de kantoordeur in het zicht. Hester had aan de tafel in de buurtruimte geluisterd. Nu was het ochtend en moest er een afspraak worden gemaakt, een bericht naar haar opdrachtgever, de route naar het bureau worden bekeken. Het gewone werk van een dag waarvoor geen gewone naam bestond.
'Ik wil Ellen bellen,' zei Merel. Ze haalde haar eigen telefoon uit haar tas. 'Haar nummer staat er nog in.'
Hester pakte het toestel van de vensterbank. Haar duim ging al naar de berichtenapp; ze wilde Ellen eerst uitleggen wat er was gebeurd, haar waarschuwen dat Merel bang kon worden, vragen welke vragen er kwamen. Ze legde het toestel weer neer. Merel had het nummer gisteren zelf opgeslagen. Ze hoefde niet aangekondigd te worden.
Merel ging niet zitten. Ze liep met de telefoon naar het raam en wachtte terwijl er werd doorverbonden. Hester maakte ruimte op tafel voor een eventuele kop thee, zette het glas terug en haalde een vaatdoek over een vlek die er al dagen zat. Ze hoorde haar zus haar naam zeggen, daarna: 'Ik heb iets gezien bij die val. Dat wil ik zelf vertellen.' Meer ving ze niet op. Ze draaide de keukenkraan open, besefte dat ze zich belachelijk gedroeg en zette hem weer uit.
Toen Merel terugkwam, schoof ze haar telefoon in haar jaszak. 'Drie uur. Vandaag. Ellen kon tijd maken. Ze belt nog als de plek verandert, maar anders het bureau waar jij bent geweest.'
'Wil je dat ik meega?'
'Tot aan de deur. Daarna kijk ik wel.'
Hester knikte. Ze zocht een pen en schreef drie uur op een kassabon. Het was niet nodig; de afspraak stond al in Merels agenda. Toch hielp het haar om te zien hoe weinig er in dat tijdstip paste. Er stond niet wat Ellen zou vinden, wat hun moeder zou doen of hoe ze tweeëntwintig jaar moesten uitleggen. Alleen een tijd en een plaats.
Merel trok haar jas uit. Daaronder droeg ze een gestreept hemd met een vlek tomatensaus op de zoom. 'Ik moet de sleutel van de buurtruimte nog afgeven. Anouk neemt het vanmiddag over. Ik heb gezegd dat het een privéafspraak is.'
'Dat is het ook.'
'Ze heeft niet gevraagd wat er is. Ze vroeg of de bonnen van woensdag in de lade liggen. Ik vond dat bijna gemeen.' Er verscheen even een lach. 'En daarna was ik blij dat er iemand nog over bonnen begon.'
Hester zette water op. Ze dwong zichzelf niet om het verleden met rust te laten; ze wilde Merel nog honderd dingen vragen. Hoe ver ze van de trap had gestaan. Of ze Brechts gezicht had gezien. Of hun moeder meteen naar beneden was gekomen. Vragen waarmee ze ongemerkt een verhaal zou gaan bouwen dat op haar eigen zorgen paste. Merel had gezien wat ze had gezien, zonder Hesters plattegrond, haar werkervaring, haar vermogen om van losse zaken een presentatie te maken.
'Ik zal je vandaag niet vragen het nog een keer te vertellen,' zei ze.
Merel keek op. 'Je mag wel iets vragen als je iets niet begrijpt. Alleen niet steeds of ik zeker ben. Dat vroeg zij ook.'
De ketel klikte af. Hester zette twee mokken neer en schonk eerst water in de hare, zodat Merel haar niet zag wachten op toestemming voor elke beweging. Ze was niet goed in deze nieuwe afstand. Ze voelde zich vaak het bruikbaarst als iemand anders even niet wist hoe iets moest. Dat was een weinig fraaie gedachte, maar ze liet hem staan.
'Ik dacht al die jaren dat jij haar misschien had aangeraakt,' zei ze. 'Dat ik daarom moest blijven liegen.'
'Dat weet ik.' Merel draaide het theezakje één keer om haar lepel. 'Ik wist alleen niet of jij het zou geloven als ik vertelde wie het wel had gedaan. En later dacht ik dat jij me zou vragen waarom ik dat niet eerder had gezegd. Tegen die vraag kon ik niet op.'
Hester trok de stoel naast zich onder de tafel uit, maar Merel koos de stoel tegenover haar. 'Ik heb ook lang geen goede vragen gesteld.'
'Nee.' Haar zus dronk, verbrandde haar tong en vloekte. Dat ene woord maakte het mogelijk om allebei even te lachen. Daarna vroeg Merel of er brood was. Ze had sinds gisteravond niets gegeten en ze wilde niet dat iemand op het bureau haar trillen aanzag voor iets anders dan een lege maag.
Hester haalde de laatste boterhammen uit de vriezer. Ze legde ze in een droge koekenpan. Terwijl ze op het brood wachtte, ging haar telefoon. Het scherm toonde Mam met daaronder een oude foto uit een restaurant, Marjan die met haar vork naar degene achter de camera wees. Hester had hem nooit gewijzigd. Ze zag nu de ogenblikkelijke blik van Merel naar het toestel en legde het met het scherm omhoog op tafel.
'Je hoeft hem niet uit te zetten,' zei Merel.
Hester nam op. 'Dag mam.'
'Gelukkig. Ik dacht al dat je nog sliep. Kun jij om twaalf uur even de grote auto ophalen? Er staan twee dozen in de berging die naar De Werf moeten. Ik neem zelf de bus, want die parkeerplek is daar hopeloos geworden.'
Het was een verzoek dat twintig jaar lang geen verzoek was geweest. Hester zag de zwarte kratten al, Marjans hand op de deurpost, haar eigen dag die zich gewillig om twee dozen heen vouwde. 'Vandaag niet.'
'Het zijn geen zware dozen. De auto staat voor de deur. De sleutel ligt hier klaar.'
'Ik heb afspraken. Als je spullen voor het programma hebt, moet Fleur weten wat erin zit. De lijst wordt vandaag gesloten.'
'Ik vraag mijn dochter om een gunst, Hester. Niet de cateringafdeling.' Op de achtergrond sloeg iets tegen een aanrecht. 'We hebben zondag toch al zo weinig over om te laten zien.'
Merel schoof het bord met brood naar haar toe. Hester had verwacht dat ze naar de andere kamer zou gaan. Haar zus bleef zitten en smeerde boter tot in de hoeken.
'Ik haal de auto niet op,' zei Hester. 'Stuur Fleur wat je wilt brengen.'
Een korte aarzeling, niet lang genoeg om te weten wat die betekende. Toen vroeg Marjan: 'Is Merel bij jou?'
Hester keek niet naar haar zus. 'Ik bespreek haar afspraken niet. En ik wil nu ophangen.'
'Ik zou graag weten of mijn kinderen nog gewoon met me praten.'
'Ik praat nu met je. Ik zeg dat ik niet kom.' Hester wachtte haar reactie niet af. Ze beëindigde het gesprek en legde het toestel neer. Niet onder een doek, niet ondersteboven. Er zou nog worden gebeld.
'Dat ging snel,' zei Merel.
'In mijn hoofd duurde het een uur.'
Merel bood haar een boterham aan. Ze aten aan de tafel die te klein was voor twee borden, een laptop en Hesters map met de facturen voor zondag. Hester schoof de map naar de vloer. Ze had gisteren gedacht dat haar werk nu misschien voorgoed onbeduidend zou lijken. Maar iemand moest de leveranciers betalen en er moest voorkomen worden dat er morgen volwassenen kwamen kijken naar een onveilige of misleidende voorstelling. Ze mocht die taken alleen niet meer verwarren met gezag over haar zus.
Ze stuurde Fleur dat ze tussen half twee en het einde van de middag niet beschikbaar was en vroeg de levering van de stoelen naar de ochtend te halen. Er kwam bijna meteen een antwoord: de verhuurder kon om elf uur. De gewijzigde uren moest Hester wel bijhouden. Ze schreef ze in haar werkstaat, ook het halfuur dat ze later vanavond nodig zou hebben. Ze zou deze week niet kunnen uitwissen door ten minste niets te rekenen.
Merel las ondertussen een bericht van Bram. 'Hij vraagt of we na afloop bij hem eten. Of thuis. Hij zegt dat allebei mag.' Ze tikte een antwoord. 'Ik heb gezegd thuis. Ik wil straks zelf kunnen kiezen of ik de gordijnen dichtdoe.'
'Wil je dat ik na afloop ook meega?'
'Naar huis kan ik met Bram. Als ik je nodig heb, bel ik.'
Het was geen afwijzing, maar Hester moest haar eerste antwoord inslikken: dat het niet ver was, dat ze toch geen haast had, dat samen gaan gemakkelijker zou zijn. Ze zette de borden in de gootsteen. 'Goed.'
Voor ze vertrokken zocht Merel in haar tas naar haar sleutels. Ze haalde een opgevouwen lijst met ingrediënten tevoorschijn, een haarborstel, twee lege zakjes bouillon. De prei lag nog in de gang. Hester wees ernaar zonder hem te pakken. Merel stopte hem terug en maakte de rits dicht tot halverwege het groen.
'Ik ga de sleutel afgeven,' zei ze. 'En dan kom ik je om half twee hier halen. Dan kan ik nog een keer besluiten om echt te gaan.'
Hester liep mee naar de voordeur. In de straat duwde iemand een lege kinderwagen een portiek in; een bezorger vroeg naar nummer achttien. Merel stapte de verkeerde kant op, merkte het en draaide zich vloekend om. Ze stak haar hand op zonder weer naar Hester te kijken.
Binnen controleerde Hester de route naar het bureau. Ze kende die al. Ze sloot de kaart en opende in plaats daarvan de leverancierslijst. Om elf uur kwamen er stoelen, om drie uur ging Merel praten. Ze maakte twee verschillende regels in haar agenda, met genoeg lege ruimte ertussen om niet overal een taak van te hoeven maken. Toen belde ze de verhuurder over de deurbreedte van de achteruitgang.