Hoofdstuk 32 · 8 minuten lezen
Boven de zaal
Vanaf halverwege de trap kon Hester de kleine overloop zien. Er stond niemand. De deur van het oude kantoor was dicht, maar zat niet strak in het kozijn; onderaan viel een smalle streep licht op de vloer. Achter haar zei Sanne haar naam in de telefoon. Ze gaf het adres van De Werf op en herhaalde dat het om de bovenruimte ging, niet om een ruzie buiten. Hester hoorde haar ook zeggen dat de twee gewone uitgangen beneden open waren.
Ze hield de leuning vast tot ze op de overloop stond. 'Robin. Ik sta voor de deur.'
Er klonk een korte stoot tegen de binnenkant, laag bij de vloer. 'Ze staat ervoor. Ik kan er niet langs.'
'We zijn bijna klaar,' zei Marjan. Haar stem had de gewone verontwaardiging van iemand die door een kind bij een gesprek werd gestoord. 'Hester, bemoei je er niet mee. Dit is tussen Robin en mij.'
Hester legde haar hand op de klink. Die bewoog normaal. Toen ze duwde, gaf de deur een paar centimeter mee en stuitte op iets. Ze hoorde haar moeder schuiven.
'Ga achteruit,' zei Hester. 'Ik doe hem open.'
'Je geeft haar nu precies het idee dat hier iets aan de hand is.'
'Er is iets aan de hand. Ze heeft gezegd dat ze weg wil.'
Hester duwde met de vlakke hand tegen het hout. Ze hoorde Marjan scherp inademen en liet een fractie los, bang haar tussen de deur en het bureau te knellen. Meteen schaamde ze zich voor de automatische gedachte: mam mag geen pijn hebben. Robin was daar ook. 'Robin, waar sta jij?'
'Bij het raam. Ik kan achter het bureau langs.'
'Doe dat. Van de deur weg.'
Op de trap achter haar verscheen Merel. Ze had een helm aan haar rugzak hangen; ze was op de fiets gekomen. Haar ogen gingen naar de deur, naar Hesters handen, toen naar de paar centimeter opening. Ze vroeg niet wat ze had gemist. 'Ik sta hier,' zei ze tegen Hester. 'Wat heb je nodig?'
'Blijf uit de draai van de deur. Sanne heeft gebeld.'
Merel deed een stap opzij tot ze tegen de wand stond, met de trap vrij achter haar. Beneden vroeg Amir bezoekers terug de zaal in te gaan. Iemand protesteerde dat er misschien hulp nodig was. Amir antwoordde dat die al was ingeschakeld en hield de route door de foyer open. Hun stemmen waren luid genoeg om te dragen. Er waren mensen in het gebouw die wisten waar Hester was.
'Jullie gaan hier een hele vertoning van maken,' zei Marjan. 'Terwijl ik alleen maar vraag of iemand verantwoordelijkheid neemt voor wat ze heeft aangericht.'
Robin antwoordde niet op haar, maar op Hester. 'Ik ben weg bij de deur.'
Hester zette haar voet verder van de drempel en duwde opnieuw, harder. Nu gaf het hout mee. Marjan moest achteruit om haar tenen vrij te houden. Ze pakte de rand van het bureau vast en bleef staan, haar mond open, maar er kwam geen schreeuw. De deur draaide ver genoeg om de stoel erachter weg te schuiven. Hester stapte naar binnen en hield de deur met haar hand open.
Het kantoor was kleiner dan het in haar herinnering was geweest. De kast stond open; op de onderste plank lag een halflege verpakking papier. Een bureaustoel stond schuin achter de deur, alsof iemand hem eerst weg en toen terug had geduwd. Op het bureaublad lag een vel met enkele getypte regels en onderaan een grote lege ruimte. Daarnaast een pen. Hester las alleen de eerste woorden: Ik heb door mijn uitnodigingen. Ze hoefde er niet aan te komen.
Robin stond bij het raam, niet huilend, met haar rugzak over één schouder en de telefoon stevig in haar hand. Aan haar andere pols zat een rode veeg. Marjan had een bruine map tegen haar buik gedrukt. Ze was buiten adem van de inspanning bij de deur. Ze keek eerst naar Hester en daarna, veel korter, naar Merel in de opening.
'Ze hoeft alleen maar te erkennen dat ze onzorgvuldig is geweest,' zei Marjan. 'Dat is toch niet onredelijk. Jij vond die kaarten ook verschrikkelijk.'
'Dat gesprek voer je niet door voor een deur te gaan staan.' Hester bewoog opzij, zodat Robin achter het bureau langs kon. 'Kom. Neem je spullen die je in je hand hebt. De rest blijft liggen.'
Robin zette een stap. Marjan tilde de bruine map op. 'Als je nu wegloopt, geef ik die niet mee. Dan zoek je zelf maar uit wie dit later opruimt.'
Robin bleef heel even staan. Hester zag het in haar gezicht, de onmiddellijke rekening van wat ze in die map kon verliezen. Er kon een tekening in zitten die niemand had gekopieerd. Er kon ook niets in zitten. Hester wist het niet en ging het niet voor haar invullen.
'Ik wil die map,' zei Robin. 'Maar ik teken niets. En je krijgt mijn telefoon niet.'
'Daar staan foto's op van privépapieren. Je hebt zonder toestemming alles vastgelegd.'
'Je liet me de map zien. Daarna wilde je mijn tas. Ik heb nee gezegd.' Robin sprak nu naar Hester. 'Ze pakte mijn arm toen ik naar de deur ging. Ik heb een stoel tegen het bureau geduwd zodat je me kon horen.'
'Je hebt die stoel zelf omgetrokken,' zei Marjan. 'Ik ben bijna gevallen.'
Merel trok de deur verder open en zette de stoel opzij. De doorgang was nu breed genoeg om Robin erlangs te laten.
'Ga maar,' zei ze.
Robin liep achter het bureau langs, langs een doos die op de vloer was blijven staan. Marjan deed een stap naar haar toe. Hester ging ertussen, met haar arm laag voor zich, niet om haar moeder vast te pakken maar om haar tegen te houden. 'Niet aanraken.'
Marjan staarde naar die arm alsof Hester iets onbetamelijks had gedaan. 'Je weet niet eens waar dit over gaat.'
'Ik hoor dat ze wil vertrekken. Dat is genoeg.'
Robin bereikte de deur. Ze keek erdoor naar de overloop en de trap. Merel hield de doorgang vrij en liep eerst een stukje opzij, zodat ze niet samen in de smalle opening vastliepen. Hester liet haar moeder niet achter met de open kast alsof ze een opdracht in haar eentje kon afronden. Ze bleef tussen haar en Robin, één hand nog aan de deur.
'Alles in die map mag de politie zien,' zei Robin. 'De brief is niet hier. Het origineel heb jij nooit van mij gekregen.'
'Dat weet ik best,' zei Marjan. 'Alles hoeft niet via de politie. Sommige dingen kun je met mensen zelf bespreken.'
'Dan laat je ze zelf naar huis gaan,' zei Merel.
Marjan draaide haar hoofd naar haar jongste dochter. 'Jij moet nu niet dingen zeggen waar je later spijt van krijgt.'
Merel liet de deur los. 'Ik heb gisteren al gezegd wat ik moest zeggen.'
Beneden klonk een stoel die over de vloer werd gezet, daarna de buitendeur. Hester kon niet zien wie er binnenkwam. Ze hoorde geen sirene. Ze wilde niet dat Marjan zich naar dat geluid zou omdraaien en ineens probeerde hen opzij te duwen. Ze hield haar stem zo vlak mogelijk. 'We gaan naar beneden. Niet met z'n allen tegelijk. Robin eerst. Merel blijft bij haar.'
'En ik blijf hier achter om als een misdadiger opgehaald te worden?' Marjan legde de map op het bureau, te hard. Er kwam stof uit een van de plooien. 'Dat is dus wat je wilt.'
Hester keek kort naar het papier op het bureau. Onder de eerste zin stond een tweede alinea waarin Robin moest erkennen dat haar voorstelling van de gebeurtenissen op onvolledige informatie berustte. Met haar handtekening eronder kon het vel als een keurige rechtzetting rondgaan. Hester keek weer naar Robin.
'Ik wil dat je haar met rust laat,' zei Hester. 'De rest beslis ik niet.'
Marjan duwde haar arm weg, niet hard genoeg om haar te verplaatsen. Ze wilde langs het bureau naar de deur. Hester stapte achteruit om ruimte te houden; ze zou niet gaan worstelen in dat kleine kantoor. Robin was al op de overloop. Merel stond naast haar, weg van de bovenste trede.
Hester ging hen achterna en zag de trap. Zo dichtbij lag hij, direct voorbij het stukje vloer waar iedereen nu naartoe wilde. Ze zette haar hand op de deurpost en zei tegen Robin dat ze kon gaan. Robin draaide zich naar beneden en zette één voet op de eerste trede.
Marjan stak achter Hester haar arm uit en greep de draagband van Robins rugzak. Het was geen behendige beweging. Ze trok aan wat binnen bereik was, met haar andere hand op het kozijn om niet uit balans te raken. Robin kwam niet verder naar beneden; ze zette haar voet terug op de overloop en trok de band van haar schouder voordat die haar naar achteren kon halen.
'Laat los,' zei ze, nu zo hard dat Hester beneden iemand hoorde antwoorden.
Hester legde haar hand om haar moeders pols. Het bot was smal, de huid glad onder haar vingers. Ze hoefde geen krachtproef te winnen om te weten dat er ruimte moest komen. 'We staan bij een trap,' zei ze. 'Je laat die tas los.'
Marjan keek niet naar haar hand. Ze keek naar Merel. 'Zeg jij dan iets. Jij weet toch wat er gebeurt als zij dit zo naar buiten brengt.'
Merel bleef staan waar ze stond. Ze keek niet langer naar de hand aan de tas, maar naar het gezicht van haar moeder. Hester hield de pols vast en wachtte geen antwoord af dat Marjan toestemming zou geven om door te gaan. Ze herhaalde het, korter: 'Los.'